pelgrimsindepolder
SiteLock

© BewustZijnsWerk 2019

Uit de serie 'Pelgrims in de polder'

Ben Onderweg

Interview met Ben Noorloos

Tekst Wim Huijser


Eind jaren tachtig las Ben Noorloos het boek De zwerftocht van Belcampo. Daarin vraagt de schrijver, nadat hij is afgestudeerd en geen werk kan vinden, zich op een goed moment af: wat houdt mij tegen om op pad te gaan? Vervolgens vertrok hij in 1933, in een tijd dat dit beslist nog niet gewoon was, voor acht maanden naar Italië. In zijn boek geeft hij een beschrijving van het ongebonden leven als snelportrettekenaar, de kleine avonturen die hij beleefde en de ontmoetingen onderweg.

Toen hij iemand vertelde dat het boek hem zo aansprak, kreeg Noorloos als reactie: dan moet je eens naar Santiago gaan lopen, over het oudste wandelpad van Europa. Ofschoon hij er tot dat moment nooit eerder van had gehoord, besloot hij zich er onmiddellijk in te verdiepen.

 

Naar Santiago

Op dat moment werkte Ben Noorloos als elektrotechnicus in het Erasmus MC in Rotterdam, waar hij aanvankelijk verbindingen maakte tussen medische apparaten en later apparatuur bediende tijdens hartoperaties. Omdat het aantal overuren dat hij maakte na verloop van tijd wel erg was opgelopen, drong zijn baas erop aan die eens op te maken. Of dat ook in één keer kon, vroeg Noorloos. Dat bleek te kunnen. Toen wist hij wat hij ging doen. Onderweg naar huis bedacht hij dat hij had vergeten zijn vrouw te bellen. ‘Ik ga naar Santiago’, zei hij bij thuiskomst, waarop zij antwoordde: ‘Dan zal het nu je tijd wel zijn.’

Nadat broeder Fons van de Pelgrimshoeve in Vessem hem de Jacobsschelp had omgehangen, ging Ben Noorloos in augustus 2003 op weg. De omstandigheden waaronder zijn pelgrimage begon herinnert hij zich nog maar al te goed. ‘Het was een hele hete zomer met temperaturen ver boven de dertig graden. Onderweg kwam ik bijna niemand tegen. En als je niemand tegen komt, ontmoet je alleen jezelf. Eenmaal in Noord-Frankrijk dacht ik in vertwijfeling: is dit het nou? Ik ging in een ander tempo lopen en op een gegeven moment liep ik gewoon te janken.’

Vlak voor Reims kreeg Noorloos last van een voet. Hij nam een dag rust, maar daarna ging het niet echt beter. Uiteindelijk bezocht hij een dokter die hem een antibioticakuur gaf. Na een week rust dacht hij dat het wel weer zou gaan, maar niets was minder waar. In het ziekenhuis bleek dat een middenvoetsbeentje was gebroken. Einde verhaal, althans voor dat moment. Met zijn voet in het gips keerde hij terug naar huis.

 

Eigen keuzes

Het jaar daarop kreeg Noorloos een tweede kans. In maart ging hij vanuit Reims opnieuw op pad.

‘Dat was een compleet andere start. Ik was veel relaxter en liep in een heel ander tempo. Ondanks drie weken regen, waarbij ik ’s morgens weer de natte kleren van de vorige dag aantrok, ervoer ik een enorme rust. Ik was tevreden met mijzelf. Onderweg kwam ik ook andere Nederlanders tegen met wie ik stukken samen opliep. Voor het eerst merkte ik dat ik kon zijn wie ik was. Altijd heb ik geprobeerd aan de wensen en verwachtingen van mijn omgeving te voldoen, maar nu kon ik eigen keuzes maken. Dat besef heeft mij onderweg enorm geholpen. Op 12 juni kwam ik in Santiago aan.’

Eenmaal weer aan de slag in het ziekenhuis, voelde Ben Noorloos echter dat er een zekere onrust in hem was gevaren. Toen hij van tevoren de professor van zijn afdeling had verteld dat hij naar Santiago ging, had die aangegeven daar niet blij mee te zijn. Aanvankelijk begreep Noorloos dat niet. Maar toen hij anderhalf jaar later aangaf dat hij met zijn werk wilde stoppen, herinnerde de professor hem aan dat moment. ‘Dat was precies de reden waarom hij er tegen was. Hij had al verwacht dat ik anders terug zou komen.’

 

Onderweg zijn

In 2006 begon Ben Noorloos met een nieuwe baan in het ziekenhuis in Harderwijk als  hoofd medische techniek. Maar het leggen van de verbinding tússen mensen bleek hem echter meer voldoening te geven dan het managen van een afdeling. Na vier jaar besloot Noorloos definitief afscheid te nemen van zijn werk. Hij had een ander plan voor ogen.

‘Eigenlijk had ik dat al toen ik terugkwam uit Santiago. Het onderweg zijn bleef trekken. Ik wilde met groepen mensen op pad gaan. Vanuit kerken of in een ander verband, zoals tijdens pelgrimsweekenden en stiltewandelingen.’

Om zichzelf te verdiepen en andere mensen een stukje op pad te helpen, liet Noorloos zich scholen tot gecertificeerd coach en trainer. Ook volgde hij een opleiding Neuro Linguistisch Programmeren (NLP).

Thuis was het ondertussen een lastig verhaal geworden, want na zijn pelgrimage had zijn vrouw een andere Ben teruggekregen: Ben de Pelgrim.

‘Ik was daar helemaal vol van zonder dat zij daar op aan kon haken. Natuurlijk probeerde ik haar aan te moedigen om ook op pad te gaan, maar dat werkte niet. Onze wegen liepen verder uiteen en dat gaf veel spanningen in ons gezin. Ik denk dat we alles gedaan hebben om samen tot een oplossing te komen, maar de verbinding bleef verbroken. Uiteindelijk zijn we gescheiden.’

 

Zwerfjongeren

Was Santiago de schuld? Ben Noorloos denkt nog altijd van niet. ‘Als je de onderlinge verbinding mist, dan loopt het een keer mis. Santiago was de aanleiding, maar niet de oorzaak. Ik was in beweging gekomen, maar kon mijn omgeving daar niet in meenemen.’

Als ‘Ben Onderweg’ is Noorloos tegenwoordig een zelfstandige die zijn hart volgt, al is het soms worstelen met inkomsten. ‘Wandelreizen zijn leuk om te organiseren, maar financieel kun je er moeilijk van bestaan. Het is een smal pad, maar ik kan wel de dingen doen die dicht bij mij liggen.’

In de loop der jaren heeft Noorloos ook mensen - waaronder veel jongeren - zien vastlopen in patronen, vaak met een burn-out als gevolg. Zich afvragend hoe je die groep ook meer in beweging kan brengen en een bodem in hun bestaan kan geven, ging Noorloos aan de gang met retraites over ‘thuiskomen bij jezelf’. Zo gaat hij met jeugdzorg tien dagen op pad van Sarria naar Santiago om jongeren die in de problemen zijn geraakt een zetje te geven. ‘Amsterdam kent 10.000 zwerfjongeren die thuis zitten of geen vaste plek of woonadres hebben. Met acht van hen ga ik op pad, een druppel op een gloeiende plaat. Daarvoor hebben ze wel een weg te gaan, een pad te volgen. De meeste jongeren hebben niets met Jacobus, maar daar gaat het niet over. Het gaat om het onderweg zijn. Sommigen zeggen: 150 kilometer lopen, dat ga ik nooit redden. Maar daar worden ze natuurlijk bij geholpen. Ik ben reisleider, gids en coach. Ook zoek ik heel bewust het pelgrimspad op, omdat daar veel andere mensen lopen die zoekende zijn. Daardoor zie je dat je niet alleen bent in je zoektocht. De eerste vragen die andere wandelaars stellen is niet ‘hoe heet jij’, maar ‘waarom ben jíj onderweg?’

 

Zetje nodig

Het is de ervaring van Noorloos dat veel mensen dat zetje nodig hebben. ‘Soms is het genoeg om tegen iemand die naar Santiago wil te zeggen: ga gewoon, je ziet het onderweg wel en er komt vanzelf een oplossing. Laatst zei iemand tegen mij: dat was precies het zetje dat ik nodig had. Als je dat niet gezegd had, weet ik niet of ik was gegaan.’

Op de weg die Ben Noorloos zelf volgt gaat het behalve de route en het doel ook om het opnemen van de omgeving. Ook dat kan, zoals hij zelf zegt, mensen helpen het ijkpunt terug te vinden in hun leven en om de ruis van alledag achter zich te laten.

‘Als je in het voetspoor van Franciscus naar Rome loopt, is de vraag relevant: wat heeft hij in gedachte gehad en wat kan ík ermee in mijn leven? Hoe kan mij dat richting geven? Die vragen vind ik interessanter dan het bezoeken van kerken. Het gaat mij in Santiago ook niet om de kathedraal, maar veel meer om de mensen te zien die daar aankomen en dat op dat moment op hun eigen manier vieren, heel ingetogen of juist enorm uitbundig.’

 

Stiltewandeling

Tijdens onze wandeling in het Speulderbos nabij zijn woonplaats Ermelo blijkt dat Ben Noorloos vertrouwd is met de Veluwe. Hij werd er geboren en is er na een flinke omzwerving door het leven weer teruggekeerd. Hier loopt hij graag voor een vroege stiltewandeling. ‘Het is ook fijn om je thuis te voelen op een pad. Als je terugkomt op een bepaald traject liggen daar ook de herinneringen aan eerdere ontmoetingen. Ik kom hier graag ’s morgens vroeg en dan zie ik zwijnen of een ree. Ook dat zijn ontmoetingen die energie geven. Het eerste uur loop ik in stilte, om zelf op gang te komen en de dag te begroeten. Voor veel mensen is dat al een bijzondere ervaring, want ze zijn gewend heel sociaal te zijn.’

Met groepen gaat Noorloos graag naar het Middelpunt van Nederland bij Lunteren. Het is een plek waar hij iets mee kan. ‘Het verhaal nodigt uit tot het stellen van vragen: hoe kun je contact maken met je eigen centrum, en kun je dat voelen? Als je daar verbinding mee kunt maken, kun je dat ook beter met je omgeving. Dan mag je er zijn zoals je bent. Van anderen horen dat je een waardevol mens bent, is voor veel mensen iets heel bijzonders.’

 

Verdwalen

Af en toe verlaat Noorloos het pad om met een groep uit struinen te gaan en maar te zien waar ze uitkomen. ‘Dan kun je natuurlijk verdwalen, maar wat is verdwalen eigenlijk? Een geestestoestand waarin je in paniek schiet en je je niet meer kunt oriënteren. Wat ik probeer over te brengen is dat, wanneer je de weg kwijt bent, je het beste rustig kunt gaan zitten om een appeltje te eten. Neem je omgeving in je op, kijk naar de zon. Laat die op je in werken en stel dan de vraag waar je vandaan komt. Vaak ook komt er na van loop van tijd iemand langs. Maar als je gewoon door blijft rennen, zie je niemand, loop je steeds verder bij jezelf vandaan en raak je nog meer in paniek. Natuurlijk: het kan donker worden en het kan gaan regenen. Maar door rust te nemen krijg je vaak een ingeving en ontstaat er het inzicht dat je eigenlijk niet kúnt verdwalen, hoogstens een stukje verkeerd lopen. Het is de angst om te verdwalen die de verdwaalkans groter maakt.’

 

Vervulling

Als Ben Noorloos zijn weg opnieuw kon gaan, is tenslotte de vraag, zou hij dan anders lopen? ‘Daar kun je lang over filosoferen. De omweg die ik maakte had ik wel nodig om te worden wie ik ben. Het smalle pad heeft mij vervulling gegeven. Ik voel mij op een bepaalde manier religieuzer dan ik ooit in de kerk ben geweest.’

We staan stil bij het Solse Gat. Ook weer zo’n Veluwse locatie die verbonden is met verhalen over een verzwolgen klooster en witte wieven en die bij Noorloos nieuwe vragen oproept.

‘Op je levenspad kun je ook in de mist geraken. Hoe zorg je dan dat je de grond onder je voeten blijft voelen? Als je jezelf kwijtraakt, hoe voorkom je dan dat je niet door de bodem zakt? Op het moment dat mensen een bodem ervaren, ondervinden ze ook nieuwe veerkracht. Zo krijgt een plek een persoonlijke betekenis. Het zijn plekken waar hemel en aarde elkaar raken. Je voelt dat veel wegen zich daar kruisen, al eeuwenlang. En jij mag die weg op jóuw manier gaan.’


____________________________________

Naar het interviewoverzicht