devrijewilsamharris
SiteLock

© BewustZijnsWerk 2019

De vrije wil

Voorpublicatie | door Sam Harris

____________________________________

We weten dat in lichamelijk opzicht iedere menselijke handeling gereduceerd kan worden

tot een reeks onpersoonlijke processen: genen die worden overgebracht, neurontransmitters die zich aan receptoren binden, spiervezels die samentrekken en vervolgens haalt Pietje Puk de trekker over. Maar willen onze alledaags begrippen van menselijk doenerschap en moraliteit standhouden, dan moeten onze handelingen toch meer zijn dan alleen de wetmatige producten van onze biologische gesteldheid, conditionering, of iets anders wat ervoor zorgt dat anderen ze kunnen voorspellen. Daarom hopen sommige wetenschappers en filosofen dat toeval of het onzekerheidsprincipe uit de quantumfysica ruimte kan laten voor de vrije wil.


Zo heeft de bioloog Martin Heisenberg onderzocht dat bepaalde processen in de hersenen, zoals het openen en sluiten van ionkanalen en de aanmaak van synaptische blaasjes, zich willekeurig voordoen en daarom niet worden bepaald door omgevingsprikkels. En dus kunnen we een groot deel van ons gedrag ‘zelf gegenereerd’ noemen. Hierin ligt voor Heisenberg de basis van de menselijke vrijheid. Maar hoezo rechtvaardigen deze processen het gevoel van een vrije wil? ‘Zelf gegenereerd’ op deze manier gebruikt, betekent slechts dat bepaalde processen voortkomen uit hersenactiviteit.

Als mijn beslissing om vanmorgen een tweede kop koffie te nemen het gevolg was van een willekeurige aanmaak van neurotransmitters, dan kun je deze niet te bepalen, eerste stap in een proces toch niet zien als een vrije wilsuitoefening? Voor toevallige gebeurtenissen kan ik per definitie geen verantwoordelijkheid nemen. En als het zeker is dat mijn gedrag het resultaat van toeval is, dan zou zelfs ik erdoor verrast moeten worden. Hoe zouden dit soort neurologische hinderlagen me vrij kunnen maken?


Stel je voor hoe je leven eruit zou zien als al je handelingen, intenties, overtuigingen en verlangens op deze manier willekeurig ‘zelf gegenereerd’ waren. Dan lijkt het er haast op dat je helemaal niet zoiets als een geest bezit. Dan leef je alsof je door innerlijke winden alle kanten op geblazen wordt. Handelingen, intenties, overtuigingen en verlangens kunnen alleen bestaan in een systeem dat in belangrijke mate beperkt wordt door gedragspatronen en de wetten van prikkel – respons. Het vermogen om een gesprek te kunnen hebben met andere mensen – of om hun gedrag en uitingen alleen al te kunnen begrijpen – is afhankelijk van de aanname dat hun gedachten en handelingen gewillig het spoor volgen van een gezamenlijke werkelijkheid.

Dit geldt ook wanneer we ons eigen gedrag proberen te doorgronden. Als we tot het einde  doorredeneren, dan sluiten Heisenbergs ‘zelf gegenereerde’ processen het bestaan van de geest helemaal uit.


De onbepaaldheid die hoort bij de quantummechanica biedt geen houvast. Als mijn hersenen een quantumcomputer zijn, dan zijn de hersenen van een vlieg dat naar alle waarschijnlijkheid ook. Hebben vliegen een vrije wil? Quantumeffecten lijken biologisch gezien sowieso niet heel belangrijk. Ze spelen een rol in de evolutie omdat kosmische straling en andere hoogenergetisch geladen deeltjes puntmutaties in het dna veroorzaken (en het gedrag van zulke deeltjes die door een celkern heen gaan wordt bepaald door de wetten van de quantummechanica).

De evolutie lijkt daarom principieel onvoorspelbaar. Slechts enkele neurowetenschappers   beschouwen de hersenen als een quantumcomputer. Zelfs als ze dit zijn, dan nog verklaart de onbepaaldheid van de quantummechanica niet op wetenschappelijke wijze het concept van een vrije wil. Als we echt volledig los staan van voorafgaande gebeurtenissen, kun je op iedere gedachte en handeling de uitspraak ‘ik heb geen flauw idee wat me overkwam’ plakken. Als het determinisme het bij het juiste eind heeft, staat de toekomst vast – inclusief onze toekomstige geestestoestanden en de daarbij horende handelingen. En voor zover de wet van oorzaak en gevolg onderworpen is aan indeterminisme – quantum of anderszins – hebben wij niets te maken met wat er gebeurt.

Geen enkele combinatie van deze waarheden lijkt verenigbaar met het gangbare idee over de vrije wil.


Men is het erover eens dat onze ervaring van een vrije wil ons voor een fascinerend raadsel stelt.

Aan de ene kant kunnen we er wetenschappelijk gezien helemaal niets mee en aan de andere kant voelen we dat we de bedenkers zijn van onze eigen gedachten en handelingen. Ik denk echter dat dit raadsel zelf een symptoom is van onze verwarring. De vrije wil is niet zomaar een illusie, onze ervaring veroorzaakt niet slechts een vertroebelde kijk op de werkelijkheid, maar we begrijpen onze ervaring zèlf verkeerd. We zijn niet zo vrij als we denken te zijn en we voelen ons ook niet zo vrij als we ons denken te voelen. Ons gevoel van vrijheid ontstaat doordat we niet voldoende nauwkeurig aandacht schenken aan hoe het is om ons te zijn. Zodra we aandachtig zijn, kunnen we zien dat de vrije wil nergens te vinden is en dat onze ervaring volledig met deze waarheid in overeenstemming is. Gedachten en intenties komen gewoon op in ons hoofd. Wat zouden ze anders kunnen doen? De waarheid over onszelf is vreemder dan velen zullen vermoeden. De illusie van een vrije wil is zelf een illusie.


Het probleem is niet alleen dat de vrije wil objectief gezien onzinnig is (oftewel: wanneer onze gedachten en handelingen vanuit het perspectief van een derde persoon worden gezien), subjectief gezien is het al even onzinnig. Hier kun je door zelfonderzoek heel makkelijk achter komen. Ik zal nu een experiment rond de vrije wil doen, waarbij iedereen kan meekijken. De rest van dit boek e n artikel schrijf ik alleen maar op wat ik wil.

Wat ik schrijf, kies ik natuurlijk zelf uit. Niemand dwingt me iets te kiezen. Niemand heeft me een onderwerp gegeven waarover ik moet schrijven of bevolen dat ik bepaalde woorden moet gebruiken. Ik kan woorden verkeerd spellen als ik wil. Als ik wil kan ik ‘konijn’ in deze zin stoppen, het staat me volledig vrij. Maar aandacht schenken aan mijn voortdurend stromende bewustzijn, toont aan dat het idee van vrijheid niet heel erg diep gaat. Waar kwam dat konijn vandaan? Waarom gebruikte ik geen ‘olifant’ in die ene zin? Ik heb geen idee. Natuurlijk staat het me vrij om ‘konijn’ in ‘olifant’ te veranderen. Maar hoe kan ik dan verklaren waarom ik dit doe? Ik kan de reden van elk van de keuzes onmogelijk kennen. Ik ben onderhevig aan de natuurwetten of waai mee op de wind van verandering en mijn keuze past zich hieraan aan, maar geen van beide ruikt of voelt als vrijheid. Konijn of olifant? Ben ik vrij om te beslissen dat ‘olifant’ het beste woord is wanneer ik eenvoudigweg niet voel dat dit het beste woord is? Ben ik vrij om van gedachten te veranderen?


Natuurlijk niet. Ze kunnen alleen mij veranderen. Hoe sluit ik mijn overwegingen over deze zaken af? Dit boek moet ooit een einde krijgen – en bovendien wil ik graag iets eten. Ben ik vrij om me tegen dit gevoel te verzetten? Ja, want niemand zal een pistool tegen mijn hoofd houden en zeggen dat ik moet eten, maar ik heb wel honger. Kan ik me nog iets langer tegen dit gevoel verzetten? Ja   natuurlijk, en ik kan het nog wel langer volhouden. Maar ik weet niet waarom ik dit nu wel doe en andere keren niet. En waarom stop ik ermee, op het moment dat ik ermee stop? Ik voel dat het nu tijd is om op te staan. Ja, ik heb honger, maar volgens mij heb ik mijn punt nu ook wel gemaakt. Bovendien weet ik niet wat ik verder nog moet zeggen over dit onderwerp. Hoe vrij is dat?

 

Boekfragment uit:

De vrije wil

Sam Harris
Paperback

Hardcover

Beiden 10,-