Gewoon Gezond Eten

BewustZijn Online

© BewustZijnsWerk 2018

Henk Helsper

Leraar en behandelaar op het gebied van de Traditionele Chinese Geneeskunde. Als acupuncturist studeerde hij af in China waarna hij zich verder bekwaamde in qi gong, kruiden-geneeskunde, voedings-leer en feng shui. Bovendien schreef hij het geweldige boek ‘Meester van de wind’ (te bestellen via zijn site) dat enerzijds een filosofische verhandeling over energie is en anderzijds heel concrete oefeningen geeft over hoe je je persoonlijke energie kunt beïnvloeden en ontwikkelen. Henk Helsper werkt in Thailand en Nederland.

 

Gewoon Gezond eten

is een serie waarbij wordt uitgegaan van alledaagse voeding; geen therapeutische aspecten of speciale werkingen, geen diëten. Het gaat over normaal eten; wat is nu echt gezond en wat niet?

www.henkhelsper.com

____________________________________

 

Hoofdstuk 24. De conclusie

 

Tot besluit

Alle tekst tot nu toe had eigenlijk alleen de bedoeling om als fundering te dienen zodat je weer simpel kunt denken en handelen met betrekking tot je eten. Zo ingewikkeld is gewoon gezond eten namelijk niet. Je hoeft maar op een paar dingen te letten. Hieronder zet ik alles nog eens voor je op een rijtje in de vorm van een soort conclusie. Heb je toch nog vragen, dan kun je in de voorgaande hoofdstukken teruglezen hoe ik tot bepaalde gevolgtrekkingen ben gekomen.

Laat alle hypes lekker aan je voorbij gaan, want het bereiden en nuttigen van eten is een totaalgebeuren. Alles wat samen gegeten wordt, heeft invloed op elkaar; zowel tijdens het kookproces als tijdens de vertering. Daarnaast heeft het moment van de dag en in het seizoen invloed. Alles wat jij eet is anders voor jou dan voor een ander. Je kunt dus nooit algemene conclusies over één voedingsmiddel trekken die op iedereen van toepassing zijn. Jouw persoonlijke natuur en de natuur om je heen geven je alle aanwijzingen en mogelijkheden die je nodig hebt. Volg je je gevoel en het wordt supersimpel.

 

Een goede algehele gezondheidsleer, of het nu yoga, Chinese geneeskunde, kruidengeneeskunde of iets anders is, voldoet aan een aantal kenmerken:

 

A. heeft een goed onderbouwde filosofie

B. en een historische achtergrond & ervaring

C. verklaart systematisch

D. is veilig, preventief, curatief en hoogwaardig voor onze gezondheid

E. is economisch haalbaar.

 

Precies dit geldt ook voor een goede voedingsleer. Wat ik in de vorige 23 hoofdstukken ten aanzien van gezonde voeding beschreef, was niets nieuws onder de zon. We hebben er al eeuwenlang ervaring mee! En los van wat kleine veranderingen en aanpassingen door de jaren heen, is de grondgedachte hetzelfde gebleven. Altijd is gewoon gezond eten de beste keus, ook in preventief opzicht. Of het werkelijk genezend kan zijn, hangt samen met een aantal andere factoren – zoals bijvoorbeeld hoe ernstig een ziekte is. Het blijkt dat gezond eten iets duurder is dan normaal. Maar je gezondheid behouden door onder meer gezond te eten, is sowieso goedkoper en aangenamer dan keer op keer een ziekte bestrijden.

 

Tot slot nog een opsomming van praktische zaken:

 

1. Gezond eten moet lekker zijn, een goed gevoel en energie achteraf geven.

2. Kies voor ‘hele’ voeding uit de natuur. Laat voorbereide, voorverpakte en bewerkte middelen dus staan.

3. Ga voor voedingsmiddelen die gangbaar zijn voor het seizoen en afkomstig uit je eigen land.

4. Neem granen als basis voor de dag, wat wil zeggen dat ze het grootste aandeel hebben in je maaltijden. Dat kan in de vorm van volkoren brood, zilvervliesrijst en andere volkoren producten.

5. Kook als je grootmoeder.

6. Drink water als basis voor je vochthuishouding. Geef er desnoods een smaakje aan in de vorm van kruidenthee en verwen jezelf verder met extra dranken.

7. Kruid je eten niet te sterk, liever mild. En naar smaak.

8. Neem je tijd om je inkopen te doen en te koken.

9. Probeer iedere dag te koken waar je zin in hebt.

 

Dat is alles. Heb je de voorgaande hoofdstukken gelezen, dan weet je ook waarom. Ten aanzien van gezondheid is je gevoel datgene wat je het meest kunt vertrouwen. Dit overstijgt in hoge mate het fragmentarisch denken, want dat zorgt voor verwarring. Geef eten weer de waardering die het verdient, dan kan het niet fout gaan.

 

Juni 2018, Henk Helsper

____________________________________

 

Hoofdstuk 23. Wat is je excuus om toch niet gezond te eten?

 

Als je tot nog toe alles gelezen hebt, bezit je alle bagage die je nodig hebt om vanaf nu helemaal gezond te gaan eten. Toch zal niet iedere lezer ervoor kiezen dat te doen; voor sommigen zal het niet verder gaan dan een kortdurende impuls. Hoe dat komt? Doordat wij mensen van nature graag lui zijn en ons graag verschuilen achter allerlei excuses. Om maar geen energie in verandering te hoeven stoppen.

 

Wel gezond willen zijn, maar niets willen opgeven


Op een dag word ik gebeld door een mevrouw. Ze weegt 130 kg en wil graag afvallen. Al voorafgaand aan onze eerste afspraak geef ik haar de opdracht om twee weken lang alles op te schrijven wat ze eet: ontbijt, lunch, avondeten, snacks tussendoor, bij de koffie, bij de thee en ’s avonds. Tijdens het eerste consult zie ik in haar aantekeningen dat ze twee gebakjes per dag eet, nog los van andere dikmakers in haar opsomming. Dat zijn dus 28 gebakjes in die twee weken, bij ieder kopje koffie één. ‘Easy,’ denk je dan. Ik onderzoek en behandel haar, waarna ik haar mijn advies geef - onder andere de aanbeveling om het eten van de gebakjes tot het weekend te beperken. We maken een afspraak voor twee weken later. Na een week belt ze op en zegt duidelijk geëmotioneerd: ‘Ik wil de afspraak van volgende week afzeggen.’ Ze pauzeert even en gaat dan verder: ‘Als ik niet iedere dag een gebakje mag eten, nou… dan hoeft het niet van mij!’ Ik kijk er niet meer van op. Haar wereld verging op het moment dat ze niet meer iedere dag gebakjes mocht eten. Jij vindt dat misschien een belachelijke reactie die ver van jouw beleving afstaat, maar als je eens goed om je heen kijkt en nagaat hoe je zelf eet en tegen eten aankijkt, is het abnormale, het belachelijke, zó ingepakt dat we het als normaal zijn gaan beschouwen. Dat is ons eerste excuus om niet gezonder te gaan eten.

 

Abnormaal is de nieuwe norm


Iedere week een keer friet en vette hap halen, witte broodjes voor het ontbijt, pizza of popcorn met frisdrank voor de buis, ijsjes in de winter, kant en klare hapjes, chips, tijgernootjes op tafel en snoep tussendoor. Nu eet ik niet veel bij andere mensen thuis, maar als ik door de supermarkt bij mij om de hoek loop en om me heen kijk - in de schappen en de volle winkelwagentjes - krijg ik een redelijk beeld van onze ‘normale’ wijze van eten. Zo zie ik een hele gang met frisdrank, eentje met snacks, chips en nootjes, plus een compleet pad met snoep en chocolade. Dan nog eentje met koekjes en hele koelwand met toetjes. Een volkorenbrood moet je zoeken en mocht je het vinden, is het van het slappe soort - dankzij de toevoeging van teveel gist en water tijdens het productieproces. Vlees zit vol antibiotica, hormonale preparaten en water. Met de vis is het al niet veel beter gesteld. Kunstmatige chemisch samengestelde vetten vullen de schappen ten aanzien van onze vetbehoefte. Witte rijst, bespoten groenten en fruit uit Egypte. Het is allemaal normaal geworden voor ons. En het wordt voor de vuist weg ingeladen en thuis als voedsel geserveerd. Mensen jonger dan 40 snappen over het algemeen al niet meer waarover ik het over heb. Zó gewoon is het allemaal al geworden.

 

Misschien denk je: ‘Daar is ie weer met zijn opgeheven vingertje.’ Nee hoor! Als je ongezond wilt eten, moet je dat vooral doen. Alleen - mensen komen wel bij mij wanneer ze ziek zijn. Vandaar mijn betoog. Want wat me dan altijd opvalt is die totale onwetendheid op het gebied van voeding. En dat ondanks dat we worden overspoeld met wetenswaardigheden over ons eten, maar de inzichten veranderen iedere keer en het is teveel. Mensen zijn er murw door geworden. ‘Tja je kunt van alles wel kanker krijgen. Ik eet gewoon en denk er niet meer bij na.’ Hoor je mensen zeggen. Langzaam is echter de voedselindustrie op slinkse wijze zo veranderd dat eten vaak geen eten meer is. In deze reeks heb ik je laten zien dat je er helemaal niet zo hard over na hoeft te denken. Natuurlijk eten is gewoon alles wat groeit in dit seizoen en in jouw regio.

 

Waar haal je het vandaan?


Zo simpel als dat lijkt, brengt deze conclusie je tweede excuus om niet gezond te eten. Om gezond voedsel te kopen moet je namelijk meer moeite doen en je beperken tot bijvoorbeeld het lokale seizoensfruit en de seizoensgroenten, onbespoten en van de koude grond. Ook heb je minder keus qua biologisch vlees en biologisch gekweekte vis. Vaak moet je ervoor naar een ecoboer of -tuinder of een biologische markt. Veel supermarkten bieden tegenwoordig biologische producten aan, maar hoe ver moet het vliegen om hier te komen? Meestal niet echt lokaal geteeld dus. Wil ik dagelijks mijn gevoel volgen en iets maken waar ik die dag echt zin in heb, dan wordt het een hele toer. De ecotuin waar ik mijn groente haal is niet meer open als ik klaar ben met werken. Net zo min als de ecoboer waar ik de boter, eieren en het vlees koop en waarvoor ik tien kilometer moet fietsen. Ik moet dus gaan plannen. Het weekend tevoren bedenken wat ik die komende week ga eten. Niets is perfect zullen we maar zeggen.

 

Echt koken is een kunst


Het derde excuus wordt ook bepaald door de tijdsfactor, namelijk de tijd om je eten te maken. Groenten moeten gesneden worden, vlees en vis, ontbeend, gesneden, gewassen en gekruid. Hele granen en bonen moet je dertig minuten weken en daarna wassen. Na al die voorbereidingen begint het echte werk, met als extra’s sausjes, jus en kruidenmengsels. Koken kost dus tijd en hoor je te doen met gevoel en in verbinding met de onderdelen van de levende natuur die je gaat gebruiken. Het is geen kwestie van gesneden vlees in een kant en klaar kruidenmengsel dopen, ondertussen je graan of pasta in negen minuten koken, dan alles in een pan en een zak voorgesneden groenten erbij mikken, twee minuutjes roerbakken om het tenslotte met een blokje melange af te maken. 
Wie neemt zich de tijd nog om echt te koken? Iedere dag?

 

Het moet wel betaalbaar blijven


Het volgende excuus en in dit rijtje het vierde, wordt vaak genoemd als eerste en doorslaggevend excuus: de prijs! Nu kan dat voor sommigen een echte overweging zijn, maar voor het overgrote deel mag dit geen excuus zijn. Zelf woon ik aan de rand van een middelgrote stad. Als ik prijzen vergelijk, dan is inderdaad eerlijk gezond eten wel wat duurder dan de gangbare variant. Maar een echt schrikbarend groot prijsverschil? Nee. Voor natuurlijk eten kom ik uit op een bedrag dat ongeveer 120 tot 140% hoger ligt dan de supermarkt varianten, afhankelijk van wat ik koop. De prijzen voor natuurlijk onbewerkt voedsel zijn ook redelijk te noemen voor hetgeen geboden wordt tegenover de prijzen van de supermarkt, die vaak belachelijk onevenredig laag zijn. Het lijkt of alles ieder jaar goedkoper wordt. Een kilo kipfilet kost 6 euro (net gegoogled). Reken je een ons vlees per persoon dan ben je voor 10 personen dus 60 cent per persoon kwijt. In mijn studententijd mocht een maaltijd 5 gulden per persoon kosten. Met dat bedrag in je hoofd ging je inkopen doen als het jouw beurt was om voor het hele huis te koken. Voor vlees kon je dan al gauw 2 tot 3 gulden per persoon rekenen…



 

Terug naar onze kilo kip. Daarvoor moeten 6 kippen voor uitgebroed, gehuisvest, gevoerd, vervoerd, geslacht, verpakt, weer vervoerd en verkocht worden. Ik ben zeker wat stadia vergeten, maar ieder stadium kost tijd en er is een bedrijf met machines, materiaal en mensen bij betrokken. Dat moet allemaal betaald worden. Hetzelfde riedeltje kun je bedenken voor veel van de groenten, fruit en andere zaken die ook nog eens vaak uit Verweggiestan komen. 
Laat ik nog één voorbeeldje geven. In Thailand, waar ik veel vertoef, kost een kam bananen van een kilo ongeveer € 0,70. Daar groeien ze aan de boom, worden eraf gesneden en bij wijze van spreken in hetzelfde straatje te koop aangeboden. Niet duur! Nee zeker niet. Nu moeten die bananen voor Nederland in een krat gedaan worden. Die krat moet gekoeld worden en vervoerd. Eerst in een vrachtauto naar een haven, die 3 uur verderop ligt. Daarna met een schip dat ongeveer een week vaart. Vervolgens wordt de hele lading gesprayd met ethyleen om de vruchten te laten rijpen. Weer in een vrachtauto geladen, en uitgeladen in de supermarkt die er ook nog iets op verdienen moet. Wat kost diezelfde kilo dan? € 0,99 is de laagste prijs die ik tegen kom. Chiquita is iets duurder en fairtrade maar het dubbele. Hoe doen ze dat toch? Natuurlijk wen je aan die lage prijzen en als echte krenterige Nederlander kijk je daar ook naar.

 

Maar zeg eens eerlijk. Heb je ook zo’n high tech telefoon, een super fiets of mooie auto? Ga je ook lekker op vakantie of doe je andere luxe en leuke dingen? We komen over het algemeen niet zo heel veel tekort en onze eerste levensbehoeften mogen best wel bovenaan ons lijstje staan. 



 

Gezonder gaan eten is afkicken


Al eerder schreef ik dat smaak meer dan 50% van je voeding uitmaakt en dat is ook zo. Maar je smaak past zich ook aan - aan dat wat je langere tijd eet. Je raakt verwend en daar moet je rekening mee houden. Een lange periode teveel suikers, transvetten en zouten zorgt ervoor dat een verandering naar echt natuurlijk eten vaak te weinig je smaakpapillen kan verleiden voor een WOW effect. Het is het afkicken van de achtbaan naar de rustige tred van een paardenwagentje. Dat is je vijfde excuus om niet gezonder te gaan eten. 


 

Ik hield van de oosterse keuken in al haar varianten. En in heel Azië eten ze witte rijst. Toen ik overstapte van witte rijst naar zilvervliesrijst wilde ik niets liever dan er gauw mee stoppen. Terug naar de heerlijk geurende pandan rijst. Ik kauwde me een ongeluk op die zilvervliesrijst en vond hem in de hele maaltijd ook teveel aanwezig. Dat werd allemaal al minder toen ik echt goede kwaliteitsrijst ging kopen. Na een gewenning van een maand aten we weer eens witte rijst en tot mijn verbazing vond ik het niet meer zo lekker als in mijn herinnering. Te plakkerig, niet substantieel, gewoon te weinig echt eten. Het klinkt saai, maar ik hoef nu geen koekjes meer, geen chips, geen nootjes, geen drop en als iemand teveel zout gebruikt met koken of er witte suiker aan toevoegt, vind ik het eten niet meer lekker. Denk niet dat het genieteffect weg gaat. Nee hoor, dat genieten neemt uiteindelijk juist alleen maar toe. Je zoekt het alleen wat directer uit de natuur.

 

Is het nog terug te draaien? 


Als je rookt ben je asociaal, maar als je je kinderen cola voorzet en iedere dag koekjes een zorgzame ouder. Iedereen doet het en als er al over nagedacht wordt, dan is het algauw: och, het toch maar één glas of één koekje en: je mag ze toch wel eens verwennen? Toch zien we de maatschappij dikker en slapper worden. Is het terug te draaien? Door teksten zoals deze? Doordat meer mensen erover nadenken wat echt natuurlijk is? Ik ben daar eerlijk gezegd een beetje sceptisch over. Voor jou als individu wel, anders las je dit niet. Maar op maatschappelijk niveau heb ik twijfels. Ik denk dat de mensen in deze tijd te druk bezig zijn met hun telefoon en andere belangrijke zaken die hun hele dag opslokken. Ik denk dat de tijd dat de maaltijd nog een deel van de dag in beslag neemt hooguit tot het weekend beperkt wordt. ‘Heel Nederland kookt of bakt’ of andere lifestyle programma’s doen het goed op tv, maar ik merk geen effect of tendens om beter te gaan eten. Het gaat erin als koek, maar er blijft niks meer hangen. Er is gewoon teveel informatie op teveel vlakken. Het snelle genot staat bovenaan, maar een basis in denken, doen en in kracht is vaak ver te zoeken.

 

Als ik tegen een patiënt zeg dat hij vanwege interne koude zich beter kan beperken tot Nederlands fruit in tegenstelling tot de (sub)tropische soorten, word me letterlijk gevraagd: ‘Wat moet ik dán voor fruit eten?’ Nou, er zijn appels, peren, druiven, frambozen, blauwe bessen, pruimen, rode besjes, kruisbessen, aardbeien, bramen, kersen en pompoen. Zeg ik dat je ’s ochtends beter geen yoghurt meer kunt nemen voor ontbijt dan moet ik complete recepten geven als alternatief: een congee (een soort Chinese rijstepap), havermout of iets anders.

 

De meeste mensen zijn opgevoed in een kant-en-klare wereld. Een wereld waarin niet meer hoeft te worden nagedacht over zoiets simpels als voeding. Iets vinden in de natuur en er iets van maken. Je neus , je smaak en je buik volgen. Die tijden zijn voor de meesten van ons voorbij. Het hoort echter wel bij gezond eten, want gezond eten is meer dan een recept van internet afplukken. Er is hernieuwde bewustwording voor nodig - bewustwording die moeite kost om in de praktijk te brengen. Die oplettendheid van je vraagt en herontdekking. Tenslotte vraagt het om een diepere behoefte naar echt eten. Eten dat je fris en puur houdt. Daarbij - en misschien nog belangrijker in ons te vaak te koude landje: voedsel dat je warmte en kracht kan bieden.

 

Mei 2018, Henk Helsper

____________________________________

 

Hoofdstuk 22. Gezond eten als medicijn – deel 3

 

De wonderdiëten

Naast de specifieke ziektegerichte diëten zijn er ook de alles-genezende diëten. Een voorbeeld hiervan is het ‘Healing foods diet’ van dr. Axe. Hij claimt dat je met zijn dieet onder andere diabetes, obesitas, hartaandoeningen, autisme, darmproblemen, maagproblemen, vermoeidheid, depressie, hormonale klachten en kanker geneest. Dat is nogal wat, vooral als je weet dat de verschillende aandoeningen zeker ook hun eigen accenten vragen (zie hoofdstuk 20 en 21). En vooral omdat we gezien hebben dat voeding maar één van de pilaren van gezondheid is - naast een gezond levensritme, beweging, ademhaling en rust. Op het eerste gezicht lijkt het een verkooptruc, maar wie weet hebben de bedenkers van dergelijke diëten wel een oprecht streven; iets bedenken dat voor alles werkt is tenslotte prachtig.

 

Verschillende (maar zeker niet alle) diëten onder de loep.

 

Het alkalisch dieet

Het alkalisch (basisch) dieet is ook zo’n voorbeeld van een alles-genezend dieet. Uitgangspunt hierbij is dat ziekte een gevolg is van verzuring van het lichaam en dat je daarom meer basisch (het tegenovergestelde van zuur) zou moeten eten.

 

Even voor de goede orde: dat basisch eten de verzuring van je lijf tegengaat is een misvatting. De theorie achter dit dieet is chemisch goed onderbouwd, echter de zelfregulerende mechanismen van het lichaam zijn her en der buiten beschouwing gelaten. Immers: alles wat je eet komt in de maag en de zuurgraad van de maag is zo groot dat er van enige basische component niets meer overblijft. Alle voedsel verlaat de maag dus zuur en dit wordt vervolgens door de pancreas geneutraliseerd. Het lichaam kent zeer nauwkeurige zelfregulerende mechanismen op dit gebied, want ook andere organen, zoals nieren, longen en de bloedstroom controleren het zuur-base evenwicht met een zeer kleine marge. Als je zuur-base evenwicht iets teveel verandert naar alkalisch of naar zuur dan zou dit meteen ziekmakend of zelfs dodelijk zijn.

 

Nou is er echt wel een verschil in uitwerking tussen zuur en basisch eten, maar dat heeft met de reactie van het lichaam te maken. De verzuring van het lijf door lichamelijke, psychische en eetstress is niet iets dat in het lichaam een totale uitwerking heeft. Het gaat namelijk over opeenhopingen van verzuring. Een alkalisch milieu is een dood milieu. Daar wijzen de promotors van dit dieet zelf op: ‘Geen kankercel kan in een alkalisch milieu leven.’ Ze vergeten daarbij te vermelden dat dit ook geldt voor een gezonde cel. Bij opeenhopingen van verzuring moet je juist je lichaamsprocessen en je bloedstroom aanzetten. Hoe kun je dat doen? Juist. Door verwarmend voedsel, beweging en een intensievere ademhaling.

 

Kanker genezen met voeding

We hebben tot nu toe één prominente ziekte buiten beschouwing gelaten, namelijk kanker. Ook op dit gebied zijn er diëten. Ik zal er drie kort bespreken, al zijn er natuurlijk nog veel meer.

 

Het Gerson dieet


Dr. Max Gerson was een Duitse arts die in 1936 naar Amerika emigreerde. Hij richtte zich eerst op migraine en tuberculose, later deed hij veel onderzoek naar kanker. Gerson ging ervan uit dat een opeenhoping van gifstoffen de oorzaak van kanker is. Zijn antwoord was een voornamelijk vegetarisch dieet, aangevuld met supplementen. Ook gebruikte hij klysma’s van koffiedrab, wonderolie, waterstofperoxide of ozon. Het Gerson Institute werd voortgezet door zijn dochter en bestaat nog steeds. De methode van Gerson is op zijn minst omstreden te noemen, omdat er meerdere malen ernstige complicaties optraden tijdens behandelingen, er zelfs mensen in coma raakten en stierven ten gevolge van onder meer de koffieklysma’s.

 

Dr. Sebi


Dr. Sebi (1933-2016), die geen dokter was, maar een autodidact op het gebied van de gezondheid, claimde dat hij niet alleen kanker maar ook aids kon genezen met zijn methode. Sebi, afkomstig uit Spaans Honduras, kwam naar Amerika en leed aan astma, diabetes, impotentie en obesitas. Nadat hij zonder resultaat in de Verenigde Staten genezing zocht, ging hij naar een herbarist in Mexico die hem wél met succes behandelde. Hierna creëerde Sebi speciale celvoeding om het milieu rondom de cellen schoon te maken van en voor revitalisatie van de cellen zelf. Dr. Sebi zag als achtergrond van iedere ziekte de opeenstapeling van mucus (slijm) rondom de cellen.

 

Het Moerman dieet


Dr. Moerman was een arts die aan het begin van de 19e eeuw experimenteerde met zijn duiven. Hij kwam tot de conclusie dat het kunstmatig opwekken van kanker bij duiven niet mogelijk was en weet dit aan het sterke oxidatievermogen (het benutten van zuurstof) dat duiven hebben waardoor ze hun lange vluchten kunnen volhouden. Dr. Moerman ging ervan uit dat kanker geen lokale oorsprong heeft, maar een totale lichamelijk ziekte is. Een verminderd oxidatievermogen tezamen met een verhoogde gisting zorgen ervoor dat de lichaamscellen onvoldoende zuurstof krijgen en dus in een anaeroob milieu komen. Dit zou de grondslag voor kanker zijn. Hij las ook dat Franse wijnbouwers bijzonder weinig last hadden van kanker. Deze conclusies brachten hem tot het ontwikkelen van het Moerman dieet. Naast zijn algemene dieet, legde Moerman de nadruk op een persoonlijke aanpak per patiënt met voedingssupplementen om hun tekorten aan te vullen.

 

Een variant en opvolger van het Moerman dieet is het Houtsmuller dieet.

 

Kanker is een beladen onderwerp en voordat ik iets over bovengenoemde methoden in relatie tot deze ziekte zeg, wil ik eerst iets over de aandoening zelf kwijt. Want die bestaat al zo lang als de mensheid en is dus geen westerse welvaartziekte. Kort gezegd is kanker het ontsporen van een gereguleerde celgroei, wat wil zeggen dat de regulerende mechanismen onvoldoende werken. Ik maak graag de vergelijking met de maatschappij: een gezonde maatschappij is een geregelde samenleving waar alles open is, waar geen samenklontering plaatsvindt van andersgezinden en waar iedereen door elkaar en met elkaar leeft. Zodra zich een aparte groep vormt, een groep die zich achtergesteld voelt en zichzelf daardoor ánders beleeft, zal deze zich gaan afzetten tegen de gemeenschap en de regels die daarbij horen. Tegelijk zal de geregelde maatschappij de betreffende groep meer en meer als onwelkom gaan zien en nog meer isoleren. Zo’n groep kan gaan woekeren en broeien en uiteindelijk in staat zijn om de totale maatschappij te ontwrichten. Zo werkt het ook in het lichaam. Een bepaalde manier van afsluiting vindt plaats waardoor groepen cellen zich losmaken van de algehele regulatie en hun eigen regulatie in de hand nemen. Kanker gaat gepaard met ouderdom. Dit wordt soms wel de grootste oorzaak genoemd. Bij het verouderen van het lichaam is er onvoldoende vernieuwing en opschoning. Dit maakt dat bepaalde systemen onvoldoende werken en daarmee als het ware apart komen te staan. Zelfregulatie en woekering is het gevolg.

 

Kanker neemt toe

Sta me een paar opmerkingen toe over het feit dat kanker nog steeds aan het toenemen is.

 

• Ten eerste worden veel mensen veel ouder.

• Ten tweede heeft het onderzoek naar kanker de laatste vijftig jaar enorme sprongen gemaakt. Dit betekent dat er ook meer sterfgevallen aan kanker geweten worden in vergelijking tot vroeger, toen er minder mogelijkheden waren voor onderzoek. De ziekte wordt dan ook sneller ontdekt.

• Ten derde is de uitwerking van onze westerse leefgewoontes - die nog steeds bergaf gaan - een duidelijk aanslag op het lichaam met als gevolg een vroegtijdige veroudering van de cellen.

• Tenslotte wordt in toenemende mate een beroep gedaan op de westerse pillendraaierij waarbij ziektes louter symptomatisch en chemisch aangepakt worden – ik denk dat het ook anders kan. Want:

 

Ging je vroeger naar de dokter met een oorontsteking, dan kreeg je het advies om een muts op te zetten, een sjaal om te doen en er iets warms tegen te houden. Nu staat men meteen klaar met een antibioticakuurtje en wordt de muts vaak vergeten. Met de chemische onderdrukking van gecompliceerde ziekteprocessen gebeuren er twee onwenselijke dingen.

 

a. de chemie die gebruikt wordt om je te genezen vervuilt en vormt daarmee een extra belasting voor het lichaam. De waslijst van bijwerkingen die erbij horen zijn hierbij nog maar het topje van de ijsberg.

b. de bestrijding van symptomen en daarmee het onderdrukken van een disbalans heeft tot gevolg dat de onderliggende systemen zich niet herstellen. Zo wordt de ziekte niet echt aangepakt en zal zich opnieuw of elders openbaren.

 

Twee effecten die uiteindelijk allebei zorgen voor meer kankerprocessen. Is daar onderzoek naar gedaan? Nee, dat wordt niet onderzocht ofschoon de optelsom van logica, observatie, ervaring en kennis van het menselijk lichaam boekdelen spreekt.

 

Kanker = doodvonnis (?)

Voor veel mensen staat de diagnose kanker gelijk aan een doodvonnis of is op zijn minst zeer deprimerend. Het is het ultieme afscheid van je gezondheid. Deze mindset werkt sterk in op het verloop van de ziekte. Een voorbeeld uit mijn praktijk. Meneer de B. klaagt al jaren over buikpijn aan de linkerkant. Iedere keer spoort zijn vrouw hem aan eens naar de dokter te gaan. Meneer de B. vindt dit echter niet nodig. Na vier jaar breekt hij zijn wijsvinger en bij zijn bezoek aan de dokter vermeldt hij terloops ook even zijn buikpijn. Deze besluit tot onderzoek, waaronder een endoscopie. De uiteindelijke uitslag is dikke darmkanker. Twee maanden nadat meneer de B. zijn diagnose te horen kreeg is hij gestorven. 


 

Wat is de beste methode?

Zo beladen is kanker dus. Dat moeten we in ons achterhoofd houden. Laten we eens teruggaan naar de drie ontwikkelaars van anti-kankerdiëten: Gerson, Sebi en Moerman. Moerman had gelijk met zijn opvatting dat er een verminderde oxidatie is bij het ontstaan en bestaan van kanker. Dr. Sebi had in zekere zin ook gelijk met zijn conclusie dat een teveel aan slijm gepaard gaat met ziekte, in het bijzonder kanker. Slijmvlies neemt namelijk in volume toe bij vervuiling. Ook dr. Gerson zat er niet naast met zijn slotsom dat er bij het ontstaan van ziekte en kanker een vermeerdering van toxische componenten in en rondom het betrokken weefsel plaatsvindt. Het één sluit het ander namelijk niet uit. Eigenlijk zeggen ze allemaal hetzelfde, maar kijken ze vanuit een ietwat andere ooghoek naar het probleem. Alle drie hebben ze het over kenmerken van onvoldoende vernieuwing en vervuiling van het interne milieu, de ruimte rondom de cellen. Als dit milieu niet optimaal is, is het leven van de cel ook niet optimaal. De verschillen in zienswijze zorgen voor verschillen in aanpak en oplossing en dit is waar de denkfouten gemaakt kunnen worden.

En precies waar de kritiek op aanhaakt. Als je je daarin verdiept, dan zouden ze alle drie niet deugen. Maar bekritiseren altijd gemakkelijker dan proberen het goede te zien. Er zijn meerdere wegen die naar Rome leiden en als we kijken naar kanker, is iedere verbetering op het gebied van gezondheid een stap in de goede richting. Alleen: we willen niet een beetje verbetering. We willen genezing!

Sebi heeft zijn volgers die beweren dat zijn methode uiterst succesvol is. Het Gerson instituut bestaat nog steeds en zegt ondanks de eerdere tegenslagen dat er veel goede resultaten zijn. Ook Moermans manier - verguisd en belachelijk gemaakt door zijn collega’s - wordt met succes toegepast door diverse artsen en therapeuten. Naast de kritiek zijn er dus ook veel positieve berichten. Echter: niemand kan je garanties geven. Geen methode is waterdicht. Het antwoord ligt namelijk niet alleen in het dieet en andere maatregelen. Het grootste antwoord voor genezing vind je bij jezelf.

 

Methode van aanpak

Heb je kanker, kies dan de methode die jou het meest aanspreekt, regulier, alternatief of beide. Ten aanzien van de alternatieve methodes geldt dat je kiest voor een manier die het dichtst staat bij je natuurlijk beleving. Zoek een therapeut of arts die specialist is in deze methode. Misschien is het wel het meest belangrijke dat je met haar of hem een klik hebt. Samen stellen jullie dan een strategie en controlemomenten vast. Geen bloedmetingen en zoektochten naar hoeveelheden kankercellen, maar lichámelijke kenmerken van verbetering. Hoe voel je je? Hoe voelt het aangedane gebied of orgaan? Hoe slaap je? Hoe hoog scoort je energie vandaag? Ieder dieet zorgt voor bewustwording op je omgang met eten en kan je meteen al een beter gevoel geven. Dat is wat telt bij je stappen richting verbetering. De ommezwaai van je mindset - de verandering van doodvonnis naar verbetering. Hoe vaak zag ik niet dat iemand zich een heel stuk beter voelde. Totdat de bloeduitslag kwam en dit tegensprak. Boem! Een dikke onherstelbare deuk in het geloof in herstel.

 

Er zijn mensen die hun eigen dieet hebben bedacht, zonder al teveel kennis. Zo is er de vrouw die puur op het eten en drinken van wortelsap zichzelf van kanker genas. Of de jongen die een dieet van alleen rauw veganistisch eten tot zich nam en daarmee beter werd. Zijn dat voorbeelden van hoe het moet? Nee, dit zijn uitzonderingen die je vertellen hoe sterk de geest kan zijn!

 

Na de diagnose kanker is er de klap, de eerste depressie. Dan komt de reflectie. Als je dit vanuit verdriet doet, ga je niet winnen. Bekijk je het vanuit dankbaarheid, dan komt de waardering voor het leven omhoog. Dan wordt iedere minuut als waardevol gezien. Je wilt je ‘levend’ voelen. Dus wordt er gerust als er vermoeidheid is. De ademhaling en het ritme van de dag worden geregeld. Alle slechte gewoonten van weleer worden zonder uitzondering achterwege gelaten. De inzet van minder belastende en meer zuiverende voeding geeft meteen een meer helder en opgeruimd gevoel. Een totaalaanpak. De nadruk ligt op de kwaliteit van je leven. En als je niet geneest? Heb je dan gefaald? Niet genoeg je best gedaan? Natuurlijk niet en dat weet iedereen. Er is een tijd van geboren worden en een tijd van sterven. Niemand weet wanneer dat is.

 

Tot zover mijn licht op de duisternis die kanker heet. Ook de drie anti-kankerdiëten zijn trouwens gebaseerd op een basis van gewoon gezond eten. Voor kanker geldt dus wat voor andere besproken ziektes ook geldt. En zo kom ik tot mijn eindconclusie.

 

Dus: hoe zet je voeding in ten aanzien van je gezondheid?

Als je gezondheid je in de steek laat en je een oplossing zoekt, ga dan eerst eens even rustig zitten. Ga voor jezelf na hoe je leven eruit ziet. Je weet namelijk heel goed hoe je dag verlopen is. Of deze te belastend voor je was en zo ja, op welke manier. Je weet heel goed of je voldoende bewogen hebt op die dag. Er zijn 272 gewrichten en 365 spieren in je lichaam. Die zijn er niet voor niets en vertellen je dat je lichaam gemaakt is om te bewegen en niet alleen stil te zitten, te liggen of te hangen. Je weet heel goed of je voldoende frisse lucht hebt gehad en je weet heel goed wat je slechte gewoonten zijn. Zo zijn we expert van onszelf en kunnen uitstekend bepalen wat goed en niet goed is voor ons. Hier ligt je eerste werk: in het serieus nemen en de verbetering hiervan. Als je al deze dingen aangepakt hebt, kijk dan eens wat er met je gezondheid gebeurt. Leg extra accenten op je gevoel. Zijn er nog onopgeloste zaken, dan kun je altijd nog een therapeut of arts raadplegen. Opvallend is dat zieke mensen deze volgorde graag omdraaien. Ze beginnen met hulp te zoeken en extra’s in te zetten. Ik begrijp dat wel, maar heus: de grootste winst ligt juist bij minder doen...

 

April 2018, Henk Helsper

____________________________________

 

Hoofdstuk 21 - Gezond eten als medicijn | Deel 2

 

Migraine

Op mijn zoektocht naar voeding als medicijn kwam ik het ‘migraine miracle dieet’ tegen. Werkt het? Bij de bedenker en bij veel van zijn patiënten volgens eigen zeggen wel. Het is een dieet dat eigenlijk op dezelfde pilaren rust als ons gewone gezonde eten. Een paar dingen zijn anders, zoals het weglaten van gluten, en er wordt geen rekening gehouden met de geografische natuur om je heen. Bijna gewoon gezond eten dus. Kijkend naar de achtergronden van migraine, kun je constateren dat los van voeding veel andere zaken een rol spelen.

 

De westerse en de Chinese invalshoek

In de westerse geneeskunde wordt migraine gezien als een neurovasculaire aandoening. Dit houdt in dat migraine verklaard wordt als een verkeerde stimulatie van het centrale zenuwstelsel gepaard gaande met biochemische processen waarbij er een verwijding van een deel van de bloedvaten optreedt in het hoofd. Dit zorgt voor de enorme hoofdpijn en een overgevoeligheid voor prikkels zoals licht en geluid.

 

In de traditionele Chinese geneeskunde wordt migraine anders bekeken. Laat me eens vertellen wat ik bij iedere patiënt met een migraineaanval tegenkom. Ik vind een kloppende druk in het hoofd. Dit zou je kunnen vertalen als de verwijding van de bloedvaten. Echter deze verwijding ontstaat omdat er ergens anders geknepen wordt. Het is dus meer een stuwing, omdat het bloed er daar niet door kan. Doordat het bloed niet vrij stroomt, is altijd ook de lever betrokken. Als er extra bloed nodig is, fungeert de lever als het reservoir dat dit in gang zet. Om de zaak te normaliseren wordt er dan uit alle macht naar boven gestuwd om de stroom van bloed weer te normaliseren. Daarmee is de cirkel rond. Want deze stuwing blijkt onvoldoende en zet dus alleen maar meer stress op de bloedvaten. Een spanning op de lever wordt altijd doorgezet naar de maag en zo word je misselijk naast de hoofdpijn en overgevoeligheid voor prikkels. De achtergrond is dus een zwakte aan energie en bloed. Dit kan een algeheel tekort zijn, zodat er tijdens het vormen van stress onvoldoende kracht is om de bloedstroom in het hoofd normaal op gang te houden. Het kan ook een relatief tekort zijn. Dan is er ergens anders dan in het hoofd een groot gebruik van energie. Zoals bijvoorbeeld bij de menstruatie of na het nuttigen van toxische stoffen als alcohol.

Intussen hebben we een heel rijtje van mogelijke oorzaken voor migraine, dat overigens ook door de westerse geneeskunde onderschreven wordt:

 

•psychische stress

•lichamelijke stress

•abnormaal slaapritme

•teveel giftige stoffen in het bloed

•menstruatie

•tekort aan bepaalde stoffen in het bloed

•ziekte elders in het lichaam

 

Voeding bij migraine

Ofschoon gewoon gezond eten heel veel kan brengen bij het oplossen van een terugkerend migraine probleem, zal het in veel gevallen niet voldoende zijn. Kom je iedere dag moe van de werkstress thuis, dan zul je hier zeker ook iets aan moeten doen. Een ander voorbeeld is een te heftige of juist stagnerende menstruatie. Een goede voedingstherapeut, die precies kan uitvogelen waar jouw kneepjes en knoopjes zitten, kan je nog wat verder helpen, want het wegnemen van de oorzaken achter de overbelasting van je lichaam is essentieel in de bestrijding van je migraine.

 

Hart- en vaatziekten

Tja. Weet je nog dat je van mij alle dieetadviezen die je tot nu toe kreeg in relatie tot hart- en vaatziekten mocht vergeten en dat een gewone gezonde voeding met minder onverzadigde vetzuren (plantaardige oliën) en meer verzadigde, dierlijke verzorgende vetten het toekomstadvies zal worden? We bespraken dit in het deel over vet. Terug dus naar een normaal eetpatroon, dat zorgt voor meer bescherming tegen gevreesde ziektebeelden zoals hersenbloeding, herseninfarct, hartinfarct, trombose, etalagebenen en andere vaatproblemen. Werkt voeding dan voldoende als bescherming? Nee. De grootste oorzaken van hart- en vaatziekten zijn teveel zorgen, teveel denken, teveel roken en te weinig bewegen. Ook hier is dus de preventie hetzelfde als de cure. Haal je overbelasting weg, dan kun je je zwakte aansterken.

 

Darmproblemen, zoals colitis en candida.

Tot slot in dit rijtje twee beelden van de darmen: candida en colitis.

Candida is een schimmelinfectie die groeit in de darmen. Deze schimmel, die bij iedereen in de oppervlakkige slijmvliezen aanwezig is, groeit dan naar binnen en overwoekert het darmslijmvlies. Het is een vicieuze cirkel die vaak een offset heeft in een antibiotica kuur, medicijngebruik als de pil, overerfelijke darmzwakte of het nemen van teveel suiker, alcohol of geraffineerde producten. De symptomen zijn zeer talrijk en gevarieerd: allergie, jeuk, psoriasis, constipatie, diarree, longproblemen, verminderde weerstand, infecties, witte vloed, huidschimmel, nagelschimmels, oogproblemen, spiervermoeidheid. En dit is slechts een greep uit een enorme waslijst van aandoeningen die met deze schimmelinfectie te maken kunnen hebben.

 

Wat te doen qua voeding?

De schimmel voedt zich met suikers, dus is het zaak dat je je dieet aanpast in de zin van geen directe suikers, zoete producten, geraffineerde voedingsmiddelen en alcohol. Daarnaast neem je beter ook geen schimmelproducten zoals gist en paddenstoelen. Deze maatregel zorgt er in ieder geval voor dat je de schimmelgroei kunt reduceren. Het zal er echter nooit helemaal mee weggaan, want het is een zeer hardnekkige aandoening.

 

En verder?

Naast de inname van suikers zijn de belangrijkste oorzaken die de schimmel in zijn vicieuze cirkel houden: psychische stress (veel zorgen in het hoofd) en een verkeerde ademhaling. Je ziet dat de overmatigheid van de schimmel pas effectief bestreden kan worden als je het totaalpakket oppakt. Dus: én je voeding aanpassen én iets doen aan je stress én zorgen dat je op een juiste manier ademt. Dan kun je je darmen vermoedelijk weer schoon laten functioneren. Omdat de schimmel zo hardnekkig is, kun je onder leiding van een therapeut eventueel nog denken aan probiotica en foodgrade hydrogen peroxide.

 

Bij colitis (en colitis ulcerosa en de ziekte van Crohn) zijn er ontstekingshaarden in de darmen die bij het minste of geringste op kunnen flakkeren en de patiënt in kwestie flink wat last kunnen bezorgen in de zin van buikpijn en diarree, vermoeidheid en koorts. De westerse medische wereld is het over de oorzaak nog niet helemaal eens. Men denkt in de richting van een auto-immuunziekte. Dat betekent dat het afweersysteem niet juist functioneert. Ook lichaamseigen bacteriën worden wel als oorzaak genoemd.

Zoek je verder naar oorzaken áchter deze oorzaken, dan zie je bij alle patiënten naast een westers hedendaags dieet een hoge mate van psychische stress, met name in de sfeer van bezorgdheid. Net als bij candida speelt naast deze zorgen ook de ademhaling een rol. De gevoeligheid zorgt ervoor dat colitis vaak een levensbepalende aandoening is. De vicieuze cirkel wordt in stand gehouden door de extra zorgen die de ziekte met zich mee brengt.

Wat betreft voeding is het zaak je aan te passen aan de ziekte en alle heftige zaken te vermijden die op een of andere manier een ontsteking kunnen triggeren. Denk daarbij aan te gekruid eten, suikers, geraffineerde producten, koolzuurhoudende dranken, melk, koffie, alcohol, rauw fruit, rauwe groenten, rauw (rood) vlees, gefrituurd eten, uien, prei, spruiten, brood, zure vruchten, azijn en teveel aan zout. Hierdoor heb je meteen een idee hoe levensbepalend deze aandoening kan zijn… Hij is net als candida hardnekkig en ook hier moet je inzetten op het totaalpakket. Kijk wat er niet in orde is in je leven. Neem je zorgen onder de loep, kijk naar je voeding, ademhaling en je beweging.

 

Voorlopige conclusie

Nu we een paar ziektes wat nader bekeken hebben, is het je vast opgevallen dat voeding overal een rol speelt. Dit geldt overigens voor alle ziektes die een langdurig (chronisch) verloop hebben; dit komt doordat alle systemen namelijk op een gegeven moment betrokken raken. Maar je ziet ook meteen dat de rol van voeding nooit allesbepalend is; het is één van de peilers van gezondheid waarop je kunt inzetten.

Begin bij iedere ziekte met het aanpassen van je voeding door die terugbrengen naar het gewone gezonde eten, zoals we dat in deze rubriek omschreven hebben. Dan volgen er de specifieke aanpassingen per aandoening, zoals het meer letten op een evenwichtige glucose inbreng bij diabetes en meer opbouwend en voedend bij bijvoorbeeld migraine. Bij colitis gaat het om een aanpassing in de zin van minder zuur, minder zwaar verteerbaar en gekruid eten. Bij candida wordt het accent verder gelegd op het minderen van suikers, koolhydraten en gistproducten. Tot daar aan toe is het nog steeds niet echt genezend te noemen, maar eigenlijk een aanpassing aan de ziekte. Toch moeten we niet uitsluiten dat een zeer langdurige gezonde invloed uiteindelijk ook genezend kan werken. Wil je je invloed vergroten dan moet je meer persoonlijk gaan kijken. Qua voeding betekent dat, dat je een persoonlijke diagnose moet stellen en een aansluitend persoonlijk plan moet maken. Een voedingstherapeut kan je daarbij helpen en tegelijk ook kruiden hierbij inzetten.

 

Voeding is niet je totale leven en we zagen dan ook bij iedere aandoening dat wanneer je niet je hele levenshouding erbij betrekt en deze verbetert, je het waarschijnlijk met voeding alleen niet redt. In ieder geval niet voor lang en zeker niet voor altijd. Dat is regel die voor alle ziektes met een chronische aard op gaat.

 

Allemaal hetzelfde en allemaal anders

Is het niet te simpel om als oplossing voor al die ziektes te wijzen op het belang een evenwichtig leven, gezond eten, voldoende beweging, een gezond dagritme, voldoende activiteit en voldoende rust? Dat lijkt misschien zo doordat de ziektebeelden zo verschillend zijn. Toch: ook al is het advies hetzelfde, de aanpak en invulling is voor ieder individu weer anders - omdat ieders overbelasting anders is. Vervolgens zien we dat bijna alle chronische ziektes - maar zeker alle welvaartziekten! - hun oorsprong hebben in een onevenwichtig leven met teveel werkstress, emotionele stress, ongezond eten en te weinig beweging. Er ligt gewoon teveel op je bordje.

Nu willen mensen niet zo denken. Ze knikken allemaal wel van ‘ja’ als je dit aankaart, maar het echt doorgronden in de praktijk doen ze niet. Mensen willen nu eenmaal één antwoord, één dader, één oorzaak en één oplossing als ze ziek zijn. Een ziekte die vanuit zoveel verschillende richtingen ontstaan is, wordt dan bestreden door te kijken naar één zondebok. Liefst een bacterie, virus of schimmel. En als dat niet kan, dan alstublieft een overerfelijke reden. Maar vooral niet de schuld bij jezelf zoeken en dan noodgedwongen daar ook de oplossing vinden. Dat zou namelijk inhouden dat je dingen in je leven moet veranderen en daar houden we niet zo van. We zetten liever in op een papaja per dag omdat iemand dat ergens ooit geroepen heeft.

De waarheid is echter dat de grootste oorzaak achter je disbalans in je levenswandel ligt. En dat in de aanpak hiervan dan ook de meeste winst te behalen valt.

 

Maart 2018, Henk Helsper

____________________________________

 

 

Hoofdstuk 20 - Gezond eten als medicijn | Deel 1

 

Eigenlijk wilde ik dit onderwerp vermijden, omdat we bezig zijn met gewóón gezond eten. Ik kom echter zoveel publicaties, posts en discussies tegen omtrent ‘voeding als medicijn’ en daarnaast zijn er tal van goeroes die beweren dat een bepaalde soort groente en/of fruit werkt tegen een specifieke ziekte. Verder zijn er allerhande diëten in omloop, oude en nieuwe. Wat is waar en wat niet? Zeker is dat er geen eenduidige mening is, laat staan dat er bewijzen zouden zijn. Er zijn veel ziektes en ten aanzien van voeding wordt er snel geroepen dat iets zou helpen. Omdat er nu juist dat ene stofje in zou zitten dat jij nodig hebt om je hele systeem weer normaal te laten werken. Mensen klampen zich hieraan graag vast, maar meestal heeft het niet het resultaat wat ze beogen. Waarom dat zo is zal ik proberen duidelijk te maken. Tegelijk laat ik ook zien wat voeding wél kan.

 

Even terug

Al eerder besprak ik het zogenaamde ontslakken, een manier om het lichaam te zuiveren. Dat heeft een algemene conditieverbetering tot doel en is geen medicinale handeling. In het woord medicijn schuilt immers de bedoeling dat je een bepaalde aandoening/ziekte wilt bestrijden. Het gebruik van kruiden, ook al eerder besproken, is een ander verhaal omdat deze wél een specifieke werking hebben en op een bepaalde manier kunnen worden ingezet. De inzet van kruiden tegen een ziekte vraagt echter om een gedegen, persoonlijke en objectieve diagnose náást een uitgebreide kennis van het karakter en werking van de individuele kruiden plus hun samenwerking. Onze conclusie was dan ook dat de bestrijding van een ziekte op eigen houtje puur op basis van kruiden, niet zo’n goed idee is.

Terug naar gezond eten. Voeding neem je iedere dag. Als je hiermee dagelijks een goede impuls aan je lichaam geeft, dan heeft dat natuurlijk een positieve en opbouwende werking. In eerste instantie is voeding bedoeld als energie, de brandstof voor je dagelijkse doen. Daarnaast is het een bouwstof voor opbouw, vervanging en reparatie van lichaamsonderdelen. Kun je voeding ook medicinaal toe te passen? Dat zou inhouden dat de voeding in kwestie de negatieve invloed die een ziekte heeft op het lichaam kan oplossen of omdraaien. Daarvoor moet je eerst weten wat die ziekte inhoudt.

 

Ziekte op twee manieren bekeken

Als je een ziekte westers wilt definiëren dan gaat het over het stadium waarin je je bevindt op het moment dat je ermee naar de dokter gaat - de conclusie van de symptomatische hoeveelheid die je op dat moment laat zien, al dan niet aangevuld door röntgen, intern of bloedonderzoek. Het hele voortraject alsook de achtergrond wordt door de leek vaak buiten beschouwing gelaten. Maar een ziekte beperkt zich nooit tot hetgeen zich laat zien.

Heb je bijvoorbeeld symptomen als vermoeidheid, duizeligheid, slechte eetlust en slecht slapen en is er in het bloed een stofje verhoogd aanwezig wat duidt op een leveraandoening, dan kun je niet alleen maar op dat stofje inzetten, of op de lever. Want: waaróm werkt die lever onvoldoende? Is je alvleesklier betrokken? Hoe zit het met je de nieren, je hormoonhuishouding en je schildklier? In welke mate zijn die betrokken en - wederom - waarom? De complexiteit is algauw niet meer te overzien. De mogelijkheid dat je een besje vindt dat het allemaal kan oplossen is onwaarschijnlijk.

 

Kijk je op een wat meer totale manier, dan kun je zeggen dat ziekte een verstoring van je lichamelijke balans is. Als deze verstoord is, worden bepaalde processen geheel of deels onderbroken. Andere processen krijgen daardoor juist teveel stimulatie. Zo ontstaan er leegtes en ophopingen van energie. Populair gezegd ontstaan er bij ziekte blokkades die op hun beurt een verkeerde energieverdeling teweeg brengen. Zonder het opheffen van deze blokkades zal de energieverdeling zich niet herstellen. Kan voeding dit herstel leveren?

 

Een paar ziektes onder de loep

We kennen de meeste ziektes voornamelijk vanuit de westerse diagnose. En daarbij gooien we alle ziektegevallen met dezelfde stempel op één hoop. Voor een werkelijke oplossing moet je echter persoonlijker gaan kijken. Te diep en te gefocust in de hiervoor beschreven complexiteit duiken, is als kijken met oogkleppen op. Je mist dan teveel van de omgeving en wat daarmee aan de hand is. Werkzaam is het nemen van een gepaste afstand om zo het geheel te overzien, inclusief alle invloeden op de aparte onderdelen. Ik kan hier natuurlijk niet compleet zijn, maar laten we eens een aantal ziektes nader bekijken. Dan wordt vanzelf duidelijk waarop we moeten inzetten en welke rol voeding daarin eventueel kan spelen.

 

Diabetes

Als er één ziekte gerelateerd is aan voeding, is dat wel diabetes. Koolhydraten en suikers worden in het lichaam omgezet in glucose. Om de glucose op te nemen in je cellen is insuline nodig. Dit werkt bij mensen met diabetes niet of onvoldoende. Nu zijn er twee soorten van diabetes met een verschillende achtergrond; diabetes 1 en diabetes 2.

Bij diabetes 1 worden de Beta cellen die de insuline maken aangevallen door lichaamseigen verdedigende T-cellen. De stof insuline zelf triggert deze aanval. Als het lichaam een lichaamseigen stof als gevaarlijk gaat zien en hiertegen actie onderneemt, noemen we dat een auto-immuunziekte. In zo’n geval werkt het verdedigingssysteem niet adequaat.

Als we nu onze genoemde afstand nemen, kun je zeggen dat overbelasting en/of een zwakte van het systeem ervoor zorgt dat het verdedigingssysteem niet sterk genoeg is voor al het werk dat het te doen krijgt. Deze verdediging wordt door deze T-cellen paniekerig uitgevoerd waarbij er onschuldige slachtoffers vallen. De lichaamseigen stof insuline wordt als vijand gekenmerkt.

 

Bij diabetes type 2 ligt de zaak heel anders. Hier kunnen spieren, vet en levercellen insuline niet effectief gebruiken, waarbij deze als het ware verloren gaat. Daardoor komt de productie van insuline tekort. Deze vorm van diabetes komt vooral voor bij ouderen, maar ook steeds meer bij mensen die overgewicht hebben. Ook hier zie je dus, zij het op een andere manier, een zwakte. In dit geval van spieren, vet en levercellen én een overbelasting, die van de insulineproductie, als achtergrond.

 

Zwakte en overbelasting

Zoekend naar de oorzaak achter een zwakte van je systeem, kom je altijd uit op een voorafgaande overbelasting. Jarenlang een relatief te hoge belasting zwakt de betrokken systemen af. Over welke overbelasting hebben we het dan? Daarvoor moet je ieder individu apart bekijken. Is het een verkeerd ritme door de dag, teveel werk of juist te weinig? Stress, teveel zorgen, verkeerd eten, te weinig frisse lucht, of te weinig beweging? Het is zelden zo dat maar één van deze oorzaken aan overbelasting ten grondslag ligt. Meestal gaat het om een combinatie ervan.

 

Wat kan voeding doen bij diabetes

Met voeding kun je in eerste instantie heel goed je bloedsuiker balanceren en op peil houden. Dit is dan een accommodatie (aanpassing) aan de ziekte en geen oplossing van de achtergrondfactoren. Met voeding kun je ook je zwakte aanvullen. Deze zwakte moet je eerst zien te vinden en goed diagnosticeren wil je de juiste voeding kunnen inzetten. Dit is dus werk voor de professional die niet denkt in symptomen, maar in de mens als één samenwerkend geheel. Het aanvullen van je zwakte is onvoldoende als je niet tegelijkertijd de achterliggende overbelasting aanpakt.

 

Wat moet er verder gebeuren?

Het aanpakken van de overbelastende factoren zorgt ervoor dat je de kraan dicht draait en niet alleen aan het dweilen bent. Dit is dus te allen tijde nodig. Zeker wanneer je nog genezend kunt werken is dit van het grootste belang.

Bij diabetes 1 moet er een bepaalde rust terugkeren in het systeem. Rust in de kop en een evenwichtig ritme door de dag. Ook de balancerende voeding zorgt voor die rust.

Bij diabetes 2 weet je zeker dat gezonde beweging en een gezonde ademhaling een rol moeten spelen, naast het oplossen van de vervuiling van je systeem. Dit laatste wil je niet aanpakken via voeding, omdat dit soort voeding weer een extra belasting betekent voor de lever. Je zoekt de oplossing dan eerder in de glucosebalans en het oppakken van een gezonde levensstijl.

 

De volgende keer behandel ik migraine, hart- en vaatziektes en darmproblemen als colitis en candida.

 

Februari 2018, Henk Helsper

____________________________________

 

 

Deel 19: Multicultureel gezond eten

 

Verschillende kookgewoontes

Dat overal ter wereld anders gegeten en gekookt wordt heeft in de eerste plaats te maken met wat er ter plekke beschikbaar is aan groenten, vlees, fruit en kruiden. Daarbij komt de door de eeuwen heen opgedane ervaring met verschillende voedingsmiddelen en hun bereidingswijzen in het betreffende gebied en klimaat. Varkensvlees bederft bijvoorbeeld sneller dan rundvlees of kip en is daarom minder populair in warmere streken. Het lijkt dus logisch dat het als onrein voedsel wordt aangemerkt in de islamitische en joodse cultuur, maar daarvoor kan ik geen historische bewijslast geven. Of neem hete kruiden. Die doen het goed in (warme) continenten als Afrika, Zuid-Amerika, en Zuidoost-Azië - mede vanwege de snellere doorvoer van het voedsel door de darmen die ze teweeg brengen. Dus hebben mensen in India een conditie van (laat ik het voor het gemak zo noemen) chronisch diarree. Dit zorgt ervoor dat eventueel aanwezige bacteriën geen kans krijgen zich in het lichaam te nestelen. Daarnaast geven hete kruiden een secundair afkoelingseffect, wat daar natuurlijk zeer goed van pas komt.

 

Een kleinere wereld

Nu is de wereld de laatste 50 jaar veel kleiner geworden, in de zin van dat je met een vliegtuig zelfs Bejing in ver-wegland China in een krappe 10 uur kunt bereiken. Net zo lang als dat je per auto van Amsterdam naar Tirol rijdt, naar Roermond fietst of naar Utrecht loopt! Hierdoor komen allerlei culturen veel makkelijker met elkaar in contact. Verder verhuizen er steeds meer mensen over de wereld en daarmee zijn allerlei exotische voedingswaren en kruiden in Nederland gewoon verkrijgbaar. Ik kan me nog goed de eerste keer herinneren dat mijn moeder spaghetti maakte; dat zal midden jaren zeventig geweest zijn. Voor die tijd was pasta een onbekend gerecht bij ons op tafel. In de jaren vijftig namen Chinees/Indonesische mensen ‘Chinees eten’ weliswaar mee naar Nederland, maar bij de meeste gezinnen werd tot de jaren tachtig toch overwegend aardappelen, vlees en groente gegeten. Sindsdien is er veel veranderd.

 

Kunnen we leren van andere culturen?

Daarmee is ook ruimte gekomen door de vraag: kunnen we onze voeding verbeteren door te leren van andere culturen? Daar is heel wat wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. Zo ontdekte men dat de vroegere Eskimo’s geen hart- en vaatziekten kenden terwijl ze leefden op een dieet van voornamelijk vette vis. En kwamen er onderzoekresultaten op tafel over de bevolking van Okinawa (Japan), waar de mensen (tot voor kort) de langste levensverwachting hadden. Hun traditionele en vetrijke dieet bestond uit zoete aardappel, vis, varkensvlees, eieren en groenten - inclusief zeewier. Ze werden oud zonder overgewicht of moderne welvaartsziekten. En niet alleen op het gebied van de consumptie van vet - allerlei levensmiddelen uit andere culturen werden vergeleken met onze traditionele voedingsmethoden. Zoals de rol van olijfolie of bananen en de verminderde kans op kanker, chilipepers en hun nut voor het immuunsysteem en zo kan ik nog wel even doorgaan. Daarnaast werd onderzoek gedaan naar de gezondheid van verschillende bevolkingsgroepen binnen Nederland met het verschil in eetgewoonten als uitgangspunt. Allemaal heel interessant, maar toch gaan al deze onderzoeken ergens mank. Je kunt immers niet naar de gezondheid van een bevolkingsgroep kijken en dit alleen relateren aan voeding. Daarmee laat je de rest van hun culturele wezen achterwege. Zeker zo belangrijk zijn zaken als godsdienst, levensritme, omgang met stress en pijn. Er zijn zóveel factoren die een rol spelen. De natuur en de betreffende cultuur die daarin ontstaat is een samenspel van eeuwen, aangepast op ervaring. Kun je daar eenvoudigweg stukken uithalen en op onze levenswijze en eetcultuur plakken? Dat is zeer onwaarschijnlijk.

 

De oorsprong telt

Zo’n dertig jaar geleden ging ik naar Sri Lanka. Ik was al eens in Indonesië geweest en vond dat ik het pittig eten aardig onder de knie had. Welnu. Mijn eerste hap van de Singalese curry zorgde er meteen voor dat mijn lippen en mijn tong gevoelsmatig opzwollen en tegelijkertijd doof en in brand aanvoelden. Met deze explosie van hitte verdween ook alle sensatie van smaak. ‘Numb’, zeggen de Engelsen hiertegen. ‘Gewoon doorzetten.’ Dat dacht ik ook, maar vier weken steevast iedere dag curry veranderden dit niet. Het maakte niet uit of het groene, gele of rode curry was; een gradatie van pittigheid - alleen niet voor mij. Iedere keer kreeg ik dezelfde schok. Naast mij schransten de Singalese locals gretig van hun rijst met curry. Nu ben ik ervan overtuigd dat na een paar jaar doorzetten die brandsensatie bij mij ook langzaam verdwenen was. Maar of het voor mijn gezondheid goed geweest zou zijn? Het zit eenvoudigweg niet in mijn genen om continu aan de diarree te zijn. Andersom kun je je afvragen wat er zou gebeuren als Singalezen in Nederland compleet zouden overstappen op Nederlandse wijze bereide aardappelen, groente en vlees. Waarschijnlijk zouden ze van obstipatie dichtslippen en vastlopen.

 

Ieder het zijne

Als ik drie maanden of langer in Azië ben en al die tijd rijst eet, krijg ik na verloop van tijd het gevoel dat ik iets tekort kom. Ik ga in kracht en energie achteruit. Een stevige westerse maaltijd (die ik zelf bereid) corrigeert dit dan weer. Hiermee wil ik duidelijk maken dat eten echt wel iets meer is dan alleen voedingswaarden. Ook de historische culturele en genetische achtergrond telt mee. Nederlanders kunnen beter kaas verdragen dan een Zuid-Amerikaan of Aziaat (volgens Aziaten stinken westerlingen naar zure melk). De Chinees heeft niet gegeten als hij niet iedere dag zijn rijst krijgt. Bij Marokkanen staat iedere dag een flinke salade op tafel. Turken serveren bijna bij iedere maaltijd brood, salade en yoghurt. De Duitser drinkt zijn bier als water, terwijl de Thai na één glas al toeter is. Spanjaarden kunnen niet zonder hun olijfolie. Vietnamezen eten de hele dag door. Ook als de tranen over z’n wangen lopen en er met iedere hap vijf teugen verkoelende lucht bij gehapt moeten worden, zal de Indonesiër met volle teugen genieten van zijn hete sambal. Mijn vrouw (uit Indonesië) grijpt zelfs naar de rawit (hete rode pepertjes) als ze ziek is. Ik zou er in eenzelfde situatie niet aan moeten dénken. Sterker nog; ik zou het vanuit een heelkundig oogpunt iedereen ten sterkste afraden. Toch vertrouw ik erop dat ze op dat moment weet wat goed voor haar is.

Deze culturele genetische achtergrond verdwijnt niet zomaar wanneer de persoon in een ander land gaat wonen. Valt er dan überhaupt iets te zeggen over wat wel en niet goed is? Moeten mensen van een andere cultuur maar gewoon vasthouden aan hun eetgewoonten? En oorspronkelijke Nederlanders zich niet inlaten met exotische gerechten, etenswaren en andere kruiden?

 

Eten wat de pot schaft

Dat is wat we te horen kregen als we vroeger zeurden dat we iets niet lustten. Het gold natuurlijk voor hetgeen op dat moment op tafel stond. Maar als je naar een ander land gaat, eet je ook wat de pot schaft. Je bent daar te gast en als zodanig wil je meegaan in de cultuur en misschien ook iets nieuws proeven - een gezonde gewoonte om respect te tonen voor de cultuur, de natuur en het klimaat. ‘Si fueris Romae, Romano vivito more.’ Als je in Rome bent, doe als de Romeinen. Je leert wat de mogelijkheden ter plekke zijn, in variatie, bereiding en conservering. En welk effect die voeding op je heeft, waar je grenzen liggen, opgeworpen door je eigen culturele en genetische achtergrond. Je moet, zoals ik dat deed in Sri Lanka, nooit tegen je eigen natuur ingaan. Dit geeft dan meteen antwoord op de vraag wat mensen uit een andere cultuur te doen staat als ze naar Nederland komen. Hier kennen we onze waterkou, de snelle wisselingen in temperatuur op een dag en een beschermd binnenshuis leven afgewisseld met een tochtje op de fiets door de kou.

De eetgewoontes van iemand uit een warmer klimaat zijn ingesteld op dat specifieke klimaat, bedoeld om af te koelen en de energie (bloed) naar buiten te drijven. Volledig hieraan vasthouden in een koud klimaat betekent dat je snel aan energie zult inboeten - totdat je ziek wordt. Een aangeboren andere spijsvertering aanpassen op een andere leefomgeving moet stapsgewijs gaan.

 

Het advies voor de oorspronkelijke buitenlander

Mijn concrete advies voor mensen uit een andere (warmere) cultuur is als volgt.

Luisteren naar je lichaam, dat in de eerste plaats. Begin met het proberen van de Nederlandse keuken met Nederlandse ingrediënten. Als dit je een beetje tegenstaat of je begint te snakken naar een gericht uit je eigen land, neem dat dan gewoon. Probeer echter zoveel mogelijk de ingrediënten te vervangen met Nederlandse varianten, vooral de groenten en het fruit. Voor granen is dit niet zo belangrijk. Vers vlees en vis zullen sowieso uit de omgeving komen. Eet in ieder geval geen tropisch fruit in koude tijden zoals de herfst, winter en vroege lente. Vermijd dan eveneens het hele pittige eten. Over het algemeen mag je de pittigheid van je eten een paar tandjes lager zetten. Zelfs dan kan het nog heel authentiek smaken! Is het zomers warmer - en dan heb ik het over 30 graden - dan kun je wat meer eten zoals je gewend was in het land van je herkomst. Dit advies geldt ook voor de tweede generatie, die vaak nog met een andere eetcultuur zijn opgevoed. Je kunt je lijf niet negeren en doen alsof je nog in Vietnam, Marokko, Suriname, Turkije of Indonesië woont. Andersom kun je niet negeren dat je daar vandaan komt.

 

Het advies voor de oorspronkelijke Nederlander

En dan nu mijn advies voor de geboren Nederlander die van exotische gerechten houdt. In de regel heb je dit exotische eten niet nodig en kan het, zoals gezegd, zelfs een aanval op je gezondheid betekenen. Eigenlijk gelden een beetje dezelfde regels als voor immigranten uit een warme cultuur. Neem geen tropische vruchten, aanverwante vruchtensappen en de hete kruiden zoals de rode pepers in koudere tijden. Ook het nuttigen van salades en yoghurtsoorten in de winter koelen de Nederlandse buik snel af van binnen. Houd je aan de groentes van het seizoen. Hoe dichter bij huis je eet, des te meer het past bij je eigen natuur. Neem niet teveel lichte maaltijden in tijden dat je weerstand moet bouwen en andersom: neem niet teveel zware kost in tijden dat je moet zuiveren. Ook exotisch eten kan zwaar op de maag liggen; denk aan grote brokken Argentijnse beef of een met een dikke laag kaas belegde pizza. Gebruik de kookprocessen die wij in het seizoen gebruiken. Eet op deze manier in ieder geval voor negentig procent Nederlands. Het hoeft er dan helemaal niet Nederlands uit te zien. Ik heb een heerlijk recept voor rendang (stoofvlees) met sajur (groenteschotel met savooienkool). Authentiek uit Padang, Sumatra, maar erg voedend en verwarmend voor onze winter. Er zijn perfecte aanpassingen te maken die nog steeds passen bij het Nederlandse klimaat.

 

Iedereen is anders en toch…

De één is sterk, de andere wat zwakker. De één is gevoelig en reageert snel, terwijl de ander overal tegen kan. Zo is het ook met eten. Er zijn vast bikkels (Nederlandse) die het bovenstaande grote onzin vinden. Ze eten al jaren sambal in de winter en het kan niet heet genoeg voor ze zijn. En ze gaan er prat op dat ze nooit ziek zijn. Toch, wanneer er op een dag diabetes, colitis of nog erger bij hen geconstateerd wordt, kan niemand zeggen hoe dat komt. Begrijp me goed; ook ik kan vaak niet herleiden waar een aandoening zijn oorsprong vindt. Dit komt doordat alle factoren in je leven door de jaren opgeteld leiden tot je constitutie van vandaag. Ik constateer alleen dat veel te veel mensen, zowel oorspronkelijke Nederlanders als oorspronkelijke buitenlanders, lijden aan een intern energie- en warmtetekort. Met alle gevolgen van dien.

 

Wie je bent, waar je vandaan komt en waar je woont wegen mee in hetgeen je nodig hebt. Aangezien voeding de bron is voor een groot gedeelte van je energie, zorgt op een doordachte en verantwoorde manier met je eten omgaan voor handhaving van de juiste balans die we gezondheid noemen.

 

Januari 2018, Henk Helsper

____________________________________

 

Deel 18: Gezonde voeding is meer dan een optelsom...

 

Wat je nu gaat lezen is niet alleen bedoeld voor als je geïnteresseerd bent in vegetarisch of veganistisch eten. Ik gebruik alleen dit onderwerp om een korte filosofische beschouwing aan je voor te leggen. Het is een zienswijze die aan de basis ligt van iedere manier van jezelf voeden. Daarbij volg ik de totaliteit van de natuur; haar logica gecombineerd met haar complexiteit - een heel ander uitgangspunt dan in het vorige hoofdstuk. Gezonde voeding is immers meer dan het maken van de juiste keuze voor je hoeveelheid magnesium, ijzer, eiwitten, vitamine C, B12 en andere zaken.

 

De levende natuur

Mijn uitgangspunt hierbij is: gezonde voeding is het aanvullen van jouw levende behoefte met jouw keuze uit de levende natuur. Een keuze uit de levende natuur? Ja! Want alles wat we tot ons nemen behoort tot levende organismen. Natuurlijk: we slachten, plukken, snijden, bakken en koken, maar onze voeding bestaat wel uit delen van de levende natuur. We eten in de regel geen puur ijzer, koolstof, calcium of andere elementen. En als we dat al doen via supplementen, blijkt dat over het algemeen erg belastend voor ons gestel. Onze vertering is namelijk gericht op de verwerking van de levende natuur. Alle bouwstenen die we daaruit opnemen, hebben dan ook een levende opbouw en passen daarmee beter bij dat wat we nodig hebben. Het is de totaliteit die telt en niet de ingrediënten van die totaliteit. Het relaas in het vorige hoofdstuk over de tekorten ten aanzien van vegetarisch eten is dan ook bij lange na niet volledig. Neem vitamine B12. Niet alleen de vitamine B12 telt, maar de hele omgeving waarin die is ontstaan en waarin die bestaat. In het ontstaan en bestaan van vitamine B12 heb je leidende, begeleidende en ondersteunende onderdelen, net als je in een team je een spits, een middenveld en een verdediging hebt. Vitamine B12 is in dit voorbeeld de leidende stof.

 

Het zout in de soep

Een ander voorbeeld. Neem een hartige soep. Die smaakt hartig omdat hij zout bevat. Toch is het niet het zout dat de soep maakt, maar het is het totaal. Het zout bepaalt voor een groot gedeelte de essentie van de soep; verwarmend, opkikkerend en energie gevend. Zou je naar puur zout kijken, zonder de soep, dan zie je niets van diezelfde essentie.

Wat ik hiermee wil zeggen is dat de nadruk niet alleen moeten liggen op vitamines of bepaalde eiwitten, omega 3 of andere stoffen die we onder de microscoop gevonden hebben. Je moet de totaliteit waarin zij voorkomen in ogenschouw nemen. Dat dit een complexiteit is die wetenschappelijk en onderzoekstechnisch onmogelijk is, wil nog niet zeggen dat je dit moet negeren. De levende natuur die voor onze voeding zorgt, sluit namelijk naadloos aan, aan onze behoefte.

 

De tijger en de geit

Ik ga een stap verder. Waarom is een tijger anders dan een geit? De geit is een planteneter en de tijger eet graag vlees. Toch zijn de basisbouwstenen voor de opbouw van beide dieren gelijk. Dezelfde basale eiwitten, dezelfde vitamines A, B, C, D, E en K, dezelfde mineralen zoals kalium, natrium, ijzer, calcium en magnesium bouwen zowel de tijger als de geit. Evengoed is het bot van de tijger compleet anders als dat van de geit. En niet alleen qua dikte, grootte en veerkracht. Het is anders omdat het de hele bedoeling van de tijger in zich draagt. Anders gezegd: het is tijgerbot omdat het in iedere cel de totale tijger is. De tijger is dus niet alleen het dier in zijn geheel. De tijger is iedere cel, iedere component van het dier: zijn flexibiliteit, kracht, explosiviteit, agressie, geruisloze tred, poezelige knuffelbehoefte, net als zijn drang om alleen te zijn. Alles is overal in vertegenwoordigd. Het is zijn hele Zijn, z´n wezenlijke energie. Dit laat zich niet verklaren vanuit fysiologische reacties en functies. Het is ook niet het verhaal van het DNA, want het gaat veel verder dan deze dubbele helix van informatie. Het DNA is een onderdeel van het totaal van celopname, verwerking, omzetting, informatie-uitwisseling, bouwstoffen en energiebeweging. Wat is er eerder? De bedoeling om tijger te zijn of de feitelijke tijger? Wat creëert wat? Een vraag die je niet kunt beantwoorden en er eigenlijk niet toe doet, want in de gebalanceerde natuur is alles inherent aan elkaar. Dat is wat we moeten begrijpen: het is geen optelsom van losse onderdelen.

 

De bedoeling

Ze lijken op elkaar - de tijger en de geit, want het zijn allebei dieren met een vacht. Ze hebben allebei poten, pezen, botten, spieren, hersenen en ogen. Daarnaast zijn ze ook nog eens opgebouwd uit dezelfde bouwstenen en tóch is wat in hen samenkomt zo totaal verschillend. Die samenkomst wordt verlijmd met de bedoeling om tijger dan wel geit te zijn. We zien de verschillen in spierweefsel, zenuwweefsel, bloed, organen, in alles. Dezelfde bouwstoffen bouwen onder invloed van een andere bedoeling een totaal ander wezen. Zo verschillend dat de plant op zonlicht kan groeien, de tijger zijn neus in de wind steekt op zoek naar prooi en een geit als een continue maaimachine gras eet.

 

Als we eten, dan eten we dus niet louter bouwstoffen, maar we eten een samenkomst, een bedoeling. Dezelfde vitamines en dezelfde mineralen zijn dus niet altijd hetzelfde. De indeling: zaad – plant – weekdier – vis – zoogdier – vogel zou je kunnen zien als een indeling in hoofdgroepen bedoelingen binnen ons eetpatroon. In de alternatieve geneeskunde praten we echter niet over bedoelingen. We noemen het energie. Ik heb dat vermeden tot nu toe vanwege de lading die dat woord heeft. Praat je over tijgerenergie, dan denkt iedereen een heel andere kant op dan richting aminozuren en botstructuur. Mocht je hangen aan wetenschappelijke bewijslast, dan wil ik nog even vermelden dat er al bewijzen op tafel liggen dat in iedere cel het hele betreffende wezen vertegenwoordigd is. In de voedingswereld heeft het echter nog geen toepassing gekregen.

 

Het worteldieet en gebakken vlees

Even nog dit: het niet mijn bedoeling om vegetariërs met geiten en de niet-vegetariërs met tijgers te vergelijken. Al zijn er natuurlijk wel parallellen, het gaat in dit verhaal om andere gevolgtrekkingen. De eerste is dat als je iets eet, je dus een kant-en-klare bedoeling eet. Iets dat bedoeld was iets anders te zijn, bouwt nu jouw lijf mee op. Het gezegde ‘je bent wat je eet’ wijst daarop terug. Maar de geit wordt geen wortel als hij alleen maar wortels eet. De tijger wordt geen geit als hij alleen maar geiten eet en jij wordt geen ui, varken, bloemkool of mossel. Dat komt door de tweede gevolgtrekking: ook jij hebt een bedoeling. Jouw eigen bedoeling krijgt weliswaar andere bedoelingen als bouwstenen, maar volgt altijd nog de basis van jouw opbouw. Dat gaat echter niet zover dat het niet uitmaakt wat je eet, want simpel gezegd zou de tijger doodgaan op een worteldieet, net als de geit geen bakken vlees kan verteren. Het is dus niet zo dat jij alles aan voeding zomaar kunt omzetten naar jouw bedoeling. Daar zijn restricties aan verbonden.

 

Mensen zijn alleseters

Nu zijn wij mensen geen vleeseters en geen planteneters. We zijn alleseters. Dit betekent niet alleen dat we dierlijk en plantaardig kunnen eten. Het houdt ook in dat we dierlijk en plantaardig moeten eten. Toen ik nog niet zolang een praktijk had en dagelijks Tai Chi en Qi gong les gaf, ging ik er prat op dat ik binnen mijn patiënten- en leerlingenkring kon aanwijzen wie vegetariër was. Het waren de mensen met de wat matte ogen en het enigszins fletse gelaat. Dat ik hierin zo goed als altijd gelijk kreeg, zei natuurlijk niets over de conditie van de vegetariër in het algemeen. Want eerlijk is eerlijk: die mensen waren niet voor niets patiënten. Ze hadden klachten en het was dus niet ondenkbaar dat ze een bepaald tekort hadden. En mijn leerlingengroep dan? Ook die bleek niet representatief. Het was de beginperiode van Tai Chi en Qi gong in Nederland en in die tijd kwamen ook hier vooral mensen op af die iets misten in hun leven. Mensen met een tekort dus. Later veranderde dat beeld en kwamen er ook mensen met passie naar de lessen. Ik zag toen dat er natuurlijk vegetariërs waren die helemaal geen tekorten vertoonden, geen matte blik hadden of fletse ogen. Waarom de één geen tekorten vertoont en de ander wel is niet alleen te verklaren vanuit de verschillen binnen het vegetarisme.

 

Wie ben jij?

De mate waarin jij je kunt beperken tot voornamelijk plantaardig voedsel hangt af van vier dingen:

 

1. Wie ben je op dit moment? Met name: wat is je karakter nu?

2. Wie wil je worden? Welke karakterverandering heb je voor ogen?

3. Hoe dicht ligt je eten bij wat je nodig hebt?

4. Waar kom je vandaan? Wat is de eetgeschiedenis van je ouders en voorouders?

 

Zonder hier al te diep op in te gaan, geef ik hier wat uitleg over deze vier punten. Begrijp me goed: er is veel ruimte voor kritische vragen en verdere filosofie. Zelf kritisch kijken is je eerste stap naar verandering.

 

Algemeen

In het algemeen kun je stellen dat iemand die met name plantaardig materiaal eet minder dierenergie krijgt. Minder dierenergie wil zeggen: minder beweging, minder reactie, minder warmte, minder indruk, mindere sensibiliteit en minder assertiviteit. Andersom gezegd krijgt je met meer plantenergie meer stabiliteit, meer ritme, meer rust, meer aarding, meer opnamecapaciteit en minder geprikkeldheid.

 

Wat is je karakter nu

Er zijn twee types mensen die makkelijker kunnen omgaan met vegetarisch eten zonder snel tekorten te tonen. Ten eerste zijn dat mensen met een vurig karakter; zij die vanuit passie hun leven leiden en het vegetarisme daartoe rekenen. Zij compenseren het gemis aan dierlijke energie met hun eigen vurige energie en kunnen daarmee plantaardig voedsel sneller en makkelijker omzetten naar hun eigen bedoeling.

De tweede groep wordt gevormd door mensen die een karakter hebben dat bijna tegenovergesteld is aan het eerste type. Ze hebben een heel stabiel karakter, hun vuur brandt gestaag intern. Ze hebben voldoende ritme binnen hun leven en leven met een luchtige instelling die het mogelijk maakt alle zaken te laten doordringen zonder dat zij daardoor op een verkeerde manier geraakt worden. Zij zijn al veel meer ‘plant’ (in de zin van dezelfde energiekwaliteit) en daarmee sluit plantaardig voedsel veel beter aan bij hun levensstijl.

 

Welke karakterverandering heb je voor ogen?

Hiermee bedoel ik hoe je jouw bedoeling wilt veranderen, vanuit je hart en vanuit je visie. Dat wat je eet geeft je een bepaalde energie. Deze energie past voor een deel bij wat je nodig hebt. Het past echter ook bij wat je wilt worden - je levensles of levensdoel. Vraagt dit om meer stabiliteit, meer interne rust en meer ritme? Dan past vegetarisch eten beter bij je dan wanneer je deze veranderingen niet wenst.

 

Hoe dicht ligt je eten bij wat je nodig hebt?

We hebben een grove onderverdeling gemaakt binnen het concept bedoelingen. Namelijk die in dierlijk eten en plantaardig eten. Maar ook binnen deze twee kun je keuzes maken in bedoelingen die dichter bij jouw eigen energie liggen of juist verder hiervan af. Bladgroente is veel minder vormend dan bijvoorbeeld wortelgroenten. Deze geven meer basiskracht. Zaden, granen, noten en bonen hebben een veel algemener bouwend karakter, omdat ze de potentie van de hele plant of boom in zich dragen in vergelijking met alleen de stengels, de bladeren of de wortels. Bonen en noten liggen weer dichter bij de dierlijke voeding vanwege het hogere eiwitgehalte. Boter heeft een meer opbouwend karakter ten opzichte van vlees dat een wat meer activerende richting geeft. Schaaldieren brengen meer opbouw in je basis ten opzichte van gevogelte. Zo kunnen we nog wel even doorgaan. De boodschap is duidelijk: denk eens na over het karakter van je eten en kies vanuit je gevoel dat op dat moment bij je past. Als je niet zomaar klakkeloos wat naar binnen gooit, voorkom je ook dat je iets tekort komt.

 

Wat is de eetgeschiedenis van je ouders en voorouders?

In India is meer dan 30% van de 1,3 miljard mensen vegetarisch. Dat zijn meer dan 390 miljoen mensen, voornamelijk Hindoes. Je hoeft niet in India geweest te zijn om te weten dat de meesten van hen geen beschikking hebben over vitamine B12 supplementjes. Gewoonlijk bestaat hun eten uit een dieet zonder eieren, vis en vlees. Wel eten ze melkproducten zoals kaas, melk en boter (ghee), maar ook dit vaak slechts in kleine hoeveelheden. Dat ze nauwelijks tekorten ontwikkelen (we laten armoede even buiten beschouwing), komt doordat het vegetarisch eten al voor honderden, zo niet duizenden, jaren binnen een familie een gewoonte is. Deze generatielange levenswijze heeft ervoor gezorgd dat het verteringsstelsel zich hieraan heeft aangepast en zo kunnen hedendaagse Hindoes in India gemakkelijk op alleen plantaardige voeding leven.

 

Ten slotte

Aanvullend op het vorige hoofdstuk kunnen we stellen dat het heel veel uitmaakt wie je bent, wat je levensdoelen zijn en wat je achtergrond is. Het maakt een groot verschil als je oplet wat je eet en als je eet wat bij je past. Voeding is energie en energie heeft een richting. Deze richting kan je aanvullen, versterken, maar ook afzwakken of verstrooien. Het is allemaal niet zomaar een kwestie van een theorie of een recept volgen. Het gaat om eten met smaak, waarbij je het woordje smaak moet zien in de meest ruime zin van het woord, namelijk in de zin van ‘behoefte’. Ben je vegetariër of veganist, kun je eten wat bij je past en kun je leven in het ritme dat daarbij past, dan zal je nauwelijks tekorten kennen. Het moderne leven is echter bruut en druk waarbij vaak zelfs de beste inzet niet kan voorkomen dat dit soms tóch gebeurt. Bedenk dan dat het leven geen optelsom is van scheikundige elementen. Dat een tekort, scheikundig gemeten, hetzelfde is als het topje van de ijsberg in zicht brengen. Het toevoegen van louter supplementen is dan de rest van de ijsberg negeren. Neem je voeding zo volledig mogelijk, zoals de natuur het gemaakt heeft. Ook als het gaat om het aanvullen van je tekort.

 

Is vegetarisch eten gezonder dan niet-vegetarisch eten? De meeste vegetariërs knikken nu van ja en de niet-vegetariërs schudden nee. Voor allebei is wat te zeggen. Wat mij betreft is het geen discussie waard omdat het altijd gaat om het individu en hoe hij of zij met zichzelf omgaat. Eén ding wil ik nog wel zeggen: een dieet zonder vlees is altijd nog gezonder dan een dieet met een overdaad aan vlees.

 

December 2017, Henk Helsper

____________________________________

Deel 17: Gezond vegetarisch eten

 

Uit de vorige afleveringen werd duidelijk dat dierlijk vetten op meerdere niveaus uitstekend voor ons zijn. Dit brengt ons onvermijdelijk bij de vraag hoe het dan zit met vegetariërs - mensen die ervoor kiezen om geen dierlijke producten te eten. Loop je op die manier niet allerlei tekorten op? En dan hebben we het alleen nog maar over dierlijk vet en nog niet eens over vlees, kraakbeen, merg en orgaanvlees. Van huis uit zijn we alleseters, wat wil zeggen dat we voor ons functioneren zowel plantaardige als dierlijke voeding nodig hebben. Maar in hoeverre is dat werkelijk zo? Want er zijn natuurlijk ook hele bevolkingsgroepen die vegetarisch leven zonder echte problemen te kennen.

Laten we eerst eens kijken wat vegetarisch eten feitelijk inhoudt. Volgens de definitie van de vegetariërsbond eet een vegetariër niets van het gedode dier. Dat wil zeggen geen vlees, vis, insecten, dierlijk vet of dierlijk stremsel, maar wel eieren en zuivelproducten. De pescotariër is een vegetariër die wel vis eet. De ovo-vegetariër neemt geen zuivel, maar wel eieren. De lacto-vegetariër doet dat andersom en eet dus geen eieren, maar wel melkproducten. De flexitariër eet af en toe vlees. Uiteindelijk zijn het de veganisten die echt geen compromissen kennen en totaal geen dierlijke producten willen gebruiken; vaak dragen ze ook geen leer.

Wie komt er wat tekort?

In eerste instantie hangt dat af van wat je precies eet en in tweede instantie hoe je dat verwerkt. Vanuit deze optiek kun je voorop stellen dat iedereen een tekort kan ontwikkelen. Bijvoorbeeld als je een slechte kwaliteit voeding tot je neemt, je maag onvoldoende kan omzetten, je darmen niet goed opnemen of je lever bepaalde mankementen vertoont. De statistieken laten zien dat je geen vegetariër hoeft te zijn om zoiets als een vitamine B12 tekort te ontwikkelen. Op dit moment is dit het meest populaire tekort en procentueel gezien nog populairder onder de niet-vegetariërs! Maar in plaats van onze billen vrolijk vol te laten spuiten met een supplement lijkt het me zinvoller eens wat bewuster te gaan kijken naar wat we eten en in welk ritme we leven. Dat dit iets is wat de vegetariër over het algemeen veel meer gewend is te doen, kan het relatieve lagere percentage vegetariërs dat lijdt aan een vitamine B12 tekort verklaren. Blijkbaar kijkt niemand naar deze omgevingsfactoren, want er wordt standaard alleen gesproken over wat een vegetariër aan tekorten kan hebben ten gevolge van zijn/haar dieet. Laten we vanuit de puur chemische optelsom eens op een rijtje zetten wat deze tekorten kunnen zijn en waarom ze ontstaan.

 

• Vitamine B12

Vitamine B12 staat in dit lijstje dan bovenaan. Het is namelijk een vitamine die je alleen kunt vinden in dierlijke producten, zoals vlees, vis en eieren, melk en zuivelproducten. De beste bronnen hiervoor zijn biologisch vlees van dieren die gras gegeten hebben, wilde vis en biologische eieren. Er is een plantaardige vitamine B12 variant gevonden in algen, maar dit is een pseudo-variant, wat wil zeggen dat hij onbruikbaar is als vervanging voor de dierlijke vitamine B12. Het is het enige vitamine waarvan je lichaam een reserve voorraad kan aanleggen en wordt gebruikt bij de aanmaak van rode bloedcellen (zuurstofvervoer) en voor een goede werking van het verterings-, hormoon- en zenuwstelsel. Bij een tekort aan vitamine B12 kun je dus nogal wat mankeren. Vermoeidheid is vaak het eerste en meest in het oog springende symptoom. Andere symptomen zijn: een slechtere weerstand, een slecht geheugen, slaapstoornissen, spierzwakte, tintelingen in voeten en/of handen, het gevoel op watten te lopen en depressie. Ik noem er hier maar een paar die vaak als eerste optreden. Verdergaande gevolgen kunnen in het hele lichaam op alle gebied voorkomen.

 

Vooral veganisten komen vitamine B12 tekort, omdat zij totaal geen dierlijke producten nemen. Ook lactovegetariërs scoren hoog als het gaat om het vitamine B12 tekort. Dit zou kunnen betekenen dat melk en andere zuivelproducten een minder goede bron zijn voor vitamine B12. Eet je wel eieren, vis of zuivel, dan kun je nog voor een groot gedeelte aan vitamine B12 komen. De hoeveelheden B12 die kunstmatig aan producten zijn toegevoegd, zijn eigenlijk altijd ontoereikend.

Je kunt als vegetariër een supplement met vitamine B12 nemen. Als veganist ontkom je er bijna niet aan. Gelukkig voor hen zijn er vitamine B12 supplementen waarbij bacterieculturen in laboratoria gekweekt worden met uitsluiting van het dierlijke component.

 

• Eiwitten

Als tweede wordt vaak een tekort aan eiwitten genoemd. Nu kun je alle essentiële aminozuren waaruit je eiwitten worden opgebouwd plantaardig verkrijgen, maar daar moet je als vegetariër natuurlijk wel even op letten. Want eet je te weinig eiwitten, dan ga je voor je eiwitbehoefte in je eigen lichaam shoppen en eet je als het ware je eigen spiermassa op. Eiwitten heb je nodig voor alles wat een uitvoerende functie heeft in het lijf; transport, omzetting, energielevering, herstel, weerstand en natuurlijk spierkracht om er maar eens een paar te noemen. Niet alleen vlees, vis en eieren bevatten eiwitten, maar in principe ook alle plantaardige producten. Goede plantaardige bronnen voor eiwitten zijn met name bonen, erwten, sojabonen, hennepzaad, chiazaad, noten, amarant, boekweit en quinoa. Daarnaast bevat chlorella alleen al alle essentiële aminozuren voor de bouw van alle eiwitten.

 

• Vitamine D

Vitamine D is ook weer zo’n algemeen populair tekort dat zéker niet specifiek is voor vegetariërs. Om te beginnen heb je een groter risico op een vitamine D tekort als je heel jong, zwanger of heel oud bent. Verder wanneer je een heel donkere huid hebt, veel kleding en een hoed draagt als je naar buiten gaat of als je altijd binnen bent. De percentages liegen er niet om. Van de 65-plussers in Nederland heeft bijna 50% een gebrek aan vitamine D. Van de ouderen in verpleegtehuizen ligt dit percentage op 86%. Van de niet-westerse allochtone zwangere vrouwen en hun pasgeboren baby’s heeft 55% een zwaar vitamine D tekort. Maar dit speelt niet alleen in deze groeperingen een rol; ook onder de gezonde jongeren tussen 18 en 29 jaar ligt het percentage al op 36%. In principe wordt Vitamine D in de huid aangemaakt door het uv-licht van de zon. Dat is onze belangrijkste bron. Daarnaast kunnen we het binnenkrijgen door het eten van vlees, zuivelproducten (kaas, boter en volle melk), vette vis (zalm, tonijn, forel, haring, sardines en makreel) en oesters. Dit dierlijke vitamine D noemen we vitamine D3. Vitamine D2 is een mindere plantaardige variant en vinden we in paddenstoelen en schimmels.

 

Als je een tekort aan vitamine D hebt kunnen er weer allerlei akelige dingen gebeuren, omdat vitamine D op heel veel gebieden ondersteuning biedt. Denk bij een tekort aan het ontstaan van osteoporose, afwijkingen aan de schildklier, ziektes van hart en bloedvaten, auto-immuunziekten, borst-, prostaat- en darmkanker, diabetes, MS en schizofrenie. Nu kunnen vegetariërs natuurlijk een supplement nemen, wat meer zuivel of shiitake eten. Ze kunnen er zelfs voor kiezen om een supplement D3 uit wolvet te nemen, waarvoor geen schapen geslacht hoeven te worden. Maar kijkend naar de enorme hoge percentages mensen die een tekort aan vitamine D hebben onder de niet-vegetariërs, vraag ik me af of het niet gewoon verstandiger is om met z’n allen wat meer buiten te zijn in plaats van de hele dag achter het raam geplakt door te brengen. Als je een gemiddelde neemt, geldt dit zo ongeveer voor 50% van de bevolking. Alle vitamine D wordt primair onder invloed van de zon gemaakt en die is er iedere dag. Zo sla je ook nog eens meerdere vliegen in 1 klap want ‘buiten zijn’ heeft zoveel meer voordelen voor ons. Denk aan je dag-nacht ritme, je weerstand, de stimulatie voor het opruimen van gifstoffen en niet te vergeten onze sociale contacten. De maatschappij zou er in ieder geval in z’n totaliteit een stuk gezonder op worden. Mocht je nu in paniek schieten omdat je werk met zich meebrengt dat je in de winter gedurende de daglichtperiode bijna niet buiten komt, dan zijn er altijd nog daglichtlampen die je ook van het UV spectrum kunnen voorzien.

 

• Omega 3

Ja, daar is ie weer, onze omega 3 vetzuurbehoefte. In één van de vorige afleveringen zagen we dat we omega 3 vetzuren vooral vinden in wilde vette vis. Daarnaast in wild, dierlijk vet, vlees van graseters, melk, eierdooiers en in mindere mate in zaden, noten en plantaardige oliën. In deze laatste categorie zitten nu juist weer meer omega 6 vetzuren. Nu behoort de verhouding omega 3 tot omega 6 ongeveer 2:1 te zijn. Hierin ligt dus echt wel een waarschuwing besloten voor vegetariërs, die vanwege hun eiwit, omega vetzuren, ijzer en calcium behoefte graag wat meer noten eten (ook de toevoeging van textuur en de aparte smaak zorgen voor de populariteit onder deze specifieke groep). Daardoor loop je kans dat deze verhouding in gevaar komt. Gelukkig komt alle dierlijke omega 3 in eerste instantie uit algen, zoals spirulina en chlorella. Door het eten van algen sla je het hele visstadium over en eet je dezelfde omega 3 vetzuren.

 

• Vitamine B1

Vitamine B1 is ook zo’n vitamine die voorkomt in vlees en zuivel, maar ook in voldoende mate in volkoren brood en graanproducten en in aardappelen en groenten. Een tekort aan vitamine B1 levert vooral psychische problemen op. Ik zie dit tekort echter bijna nooit bij vegetariërs, die immers vaak veel bewuster eten. Vitamine B1 is wel een in water oplosbare vitamine, waaruit je zou kunnen concluderen dat het beter is om met weinig water te koken.

 

• IJzer

Voor veel mensen staat ijzer gelijk aan kracht. Dat klopt wel een beetje, want het helpt mee om onze energie (zuurstof) te transporteren. Er zijn twee soorten ijzer: dierlijk ijzer en plantaardig ijzer. Zoals je misschien al verwacht wordt het plantaardig ijzer moeilijker opgenomen dan de dierlijke variant, maar ook hier zijn er voldoende plantaardige ijzerbronnen om inname van de dierlijke variant te compenseren. Naast in vlees, vis, schaaldieren vind je ijzer in plantaardige vorm in bonen, cashewnoten, hennepzaad, tijm, broccoli, linzen, havermout, rozijnen, spinazie, kool, sla, zonnebloempitten, kikkererwten, tomatensap, tempé en rauwe cacao.

 

• Calcium

Calcium is niet alleen voor sterke botten, maar vooral ook voor de bloedsomloop, zenuwgeleiding en ontspanning van spieren en het hart. Vooral melk wordt vaak gezien als de bron voor calcium. Het grappige is dat je calcium uit melk bijna niet kunt opnemen. Voor calcium geldt ook dat er naast vlees voldoende plantaardige bronnen zijn. Met name quinoa, maar ook andere granen zoals zilvervliesrijst zijn rijke bronnen aan calcium. Verder komt het ook in hoge mate voor in groene groenten en zaden. Calcium supplementen zijn niet alleen onnatuurlijk, ze kunnen zelfs een behoorlijke belasting zijn en serieuze problemen veroorzaken - bijvoorbeeld in de nieren en lever. Neem je een natuurlijke bron voor je calcium, dan wordt de opname niet geforceerd en neemt je lichaam ook de balancerende elementen zoals fosfor en magnesium in de juiste hoeveelheid mee op.

 

Bovengenoemde tekorten worden het meest genoemd en uit de tekst begrijp je al dat de theoretische beredenering toegepast moet worden in de praktijk. Heel veel is er aan gelegen hoe je met je levensritme en voeding omgaat. Als simpele conclusie kun je zeggen dat vegetariërs, en met name veganisten, toch vooral op hun vitamine B12 moeten letten. Het compenseren via zuivel, eieren of misschien vis zou voldoende kunnen zijn, maar is dit niet mogelijk of niet het geval, neem dan een supplement met B12. Naast vitamine B12 zou ik vegetariërs een inname van omega 3 vetzuren middels

algen aanraden. De andere eventuele tekorten kunnen door bewust te eten prima gecompenseerd worden. Ik durf te stellen dat geen enkele vegetariër of veganist die natuurlijke hele voeding op een gevarieerde manier eet een tekort aan eiwitten, ijzer, vitamine B1 of calcium krijgt.

 

Nu worden er in de literatuur nog meer tekorten benoemd, bijvoorbeeld creatine en L-carnitine. Het is zo dat in dierlijke producten nu eenmaal andere zaken voorkomen dan in plantaardige. In dierlijk eten zitten veelal stoffen die wat directer passen bij wat we nodig hebben. Echter, met uitzondering van vitamine B12 en omega 3, kunnen die allemaal via plantaardige grondstoffen door ons lijf zelf opgebouwd worden. Dat betekent wel dat het wat meer energie kost: voor opname en verwerking. Daarnaast kost het ook wat meer bewustwording ten aanzien van de voeding die je eet. Maar dat is nu juist het uitgangspunt van iedere vegetariër. Of die nu vegetariër is geworden vanwege het dierenleed, de zorgen over de wereld voedselbehoefte of voor de gezondheid - het uitgangspunt is altijd een bewuste keuze.

 

Hoeveel eieren je als vegetariër moet eten voor je vitamine B12 behoefte, hoeveel zuivel je moet drinken, hoeveel gram adukibonen je moet pakken voor je dagelijkse eiwitten en wat je moet eten voor voldoende ijzer, calcium of vitamine B1 ga ik je niet vertellen. Een gezonde variatie en het volgen van recepten is meestal voldoende om het goed te doen. Bedenk daarbij dat recepten vaak op ervaring en kennis samengesteld zijn. Eten hoort vooral via de smaak, het genieten bepaald te worden en niet door het tellen van hoeveelheden. Mocht je je toch tot de twijfelaars rekenen, stel jezelf dan de volgende vragen (ook als je geen vegetariër bent!):

 

• Voel ik me vaker onverklaarbaar moe overdag?

• Sta ik ‘s morgens fit op?

• Heb ik een normale stoelgang, niet te hard niet te zacht, ongeveer 1x per dag?

• Is mijn frequentie van plassen normaal? De kleur van mijn urine lichtgeel en de geur niet penetrant of zoet?

• Slaap ik goed in en goed door?

• Zweet ik niet teveel of op ongewone momenten?

 

Is dit allemaal in orde en zijn er geen andere opvallende mankementen, dan mag je aannemen dat je geen tekorten hebt. Eén enkel symptoom is nog geen probleem. Heb je echter een combinatie van meerdere symptomen, wacht dan niet en laat je bloed eens checken, dan kun je daarna gepaste maatregelen nemen.

____________________________________

Deel 16: Gezond vét eten (nog een vervolg...)

 

Onverzadigd vet

Dan zijn we nu aangekomen bij de onverzadigde vetten: allemaal oliën, zowel plantaardige als dierlijke. De laatste bevatten voor een groot gedeelte de meervoudig onverzadigde omega 3 vetzuren; plantaardige oliën vooral de meervoudig onverzadigde omega 6 vetzuren. Daarover dadelijk nog wat extra uitleg.

 

Dierlijke oliën

Over de dierlijke oliën en wat we daarmee kunnen dan wel moeten, kan ik kort zijn.

We hebben het over:

•levertraan, geperst uit de lever van kabeljauw en schelvis

•visolie, afkomstig uit makreel, haring, tonijn, zalm, sardines en ansjovis (vette vis)

•walvistraan, de olie verkregen uit de blubber (vetweefsel) van baleinwalvissen

•krill olie, geperst uit krill - een kleine garnaalsoort

•haaienolie, geperst uit de lever van haaien

 

Als supplement?

Koken doen we hier niet mee. Is het dan nodig dit als supplement aan onze voeding toe te voegen? Als je de commercie mag geloven, is daar geen twijfel aan. Is het natuurlijk? Om te beginnen is het al niet natuurlijk om supplementen te nemen. Als je voeding te karig voorzien is van voedingsstoffen, moet je daar het probleem oplossen. Daarnaast bederft olie van zeedieren enorm snel; dat noemen we ranzig. Ik zie die capsules in de winkel niet in een koelkast staan. Als experiment mag je eens wat vet van je harinkje afsnijden en door een fijn zeefje persen. Laat de olie die dat oplevert maar eens een dag of wat buiten de koeling in je keuken staan. Ik garandeer je dat je het geen dag uithoudt voor je het weg kiept! Misschien kun je je dan voorstellen dat er nogal wat aan de oorspronkelijke olie veranderd en toegevoegd wordt voordat het in een capsule verdwijnt die maandenlang in de winkel mag staan.

 

Roof

Ten slotte is er nog een ethische vraag. Ik weet het - je hebt me niet over ethiek horen spreken toen het ging over runderen, varkens, schapen en paarden. Daarover kun je een ethische discussie over voeren die het waard is om gevoerd te worden, alleen niet hier. Want we praten hoe dan ook in dat geval nog over veeteelt; iets dat we zelf inzetten en kunnen controleren. Bij het verkrijgen van visolie in het algemeen hebben we het over het leegroven van onze zeeën. Ik noem het roven, omdat er bij iedere vangst een inbreuk gedaan wordt op het ecosysteem dat de natuur zo mooi creëert. Nu heeft de natuur een enorm herstelvermogen, maar wij mensen zijn met zovelen… Voor de productie van 1 liter visolie is (afhankelijk van de soort vis) 20-100 kilogram wilde vis nodig. Voor de productie van levertraan of haaienlever olie een veelvoud hiervan dat de 1000 kg makkelijk overschrijdt. Is dat nog een verantwoordelijke ingreep in onze natuur?

 

Behoud ecosysteem

Dat haaien en walvissen belangrijk zijn voor de balans in de zeeën, weten we zo langzaam wel, maar ook krill, dat garnaalachtig diertje uit de wateren rondom Antarctica, is met zijn plaats in de voedselketen van cruciaal belang voor het behoud van het ecosysteem daar. Mensen pakken wat ze voorgeschoteld wordt. Dat is de reden dat ik je hier vertel over waar het vandaan komt en dat het eigenlijk veel te kostbaar is. Overigens is het niet de vis of walvis zelf die de gezonde omega 3-vetzuren produceert, Deze komen oorspronkelijk voort uit de algen die door zeedieren gegeten worden. Omega 3 vetzuren zitten echt niet alleen in dierlijke olieproducten. Er zijn tal van alternatieven die ik je nog zal geven.

Intussen is er niks terecht gekomen van mijn intentie om het kort te houden, dus geef ik je een duidelijke en bondige conclusie: behalve via het eten van vette vis, mag je dierlijke olie als bron voor onverzadigde vetzuren en vetten totaal vergeten.

 

Plantaardige oliën

Alle structuren van een plant bevatten olie, zoals alle structuren van een dier vet bevatten. Voor plantaardige olie gebruiken de zaden en noten. Hoe kernachtiger de noot of het zaad, des te groter de oliecomponent. De noot of het zaad heeft de olie nodig als bescherming tegen uitdroging en als voeding tijdens het kiemproces. We persen olie uit zaden en noten voor veel doeleinden; ook voor onze consumptie. Sommige soorten olie, zoals olijfolie, kunnen direct door de mens geconsumeerd worden, terwijl andere, zoals koolzaadolie, eerst bewerkt moeten worden. Niet alle plantaardige olie wordt voor consumptie gebruikt: zo wordt Castorolie gebruikt in de cosmeticabranche en als toevoeging aan smeerolie, van lijnolie wordt linoleum en olieverf gemaakt en ook worden er diverse oliesoorten als brandstof gebruikt. De oliën die we kennen uit de keuken verdeel ik hier in twee groepen.

 

Groep 1

• koolzaadolie

• zonnebloemolie

• sojaolie

• maisolie

• rijstolie

• palmolie

• slaolie, niet uit sla geperst, maar een mix van diverse plantaardige oliën

 

Ten aanzien van je consumptie mag je al deze oliën van je boodschappenlijstje schrappen. Als je het tenminste met me eens bent dat genetisch gemodificeerde, bewerkte en geraffineerde producten niet in je winkelwagentje en al helemaal niet in je lijf thuishoren. Deze oliën zijn allemaal sterk bewerkt om voor consumptie gereed te maken.

 

Groep 2

• arachideolie

• olijfolie

• lijnzaadolie

• sesamolie

• walnootolie

• hazelnootolie

 

Dit groepje oliën kunnen de natuurlijke gezonde oliën zijn voor je consumptie, mits ze verkregen zijn door een natuurlijke cultivatie. Voor het bakken, braden en frituren is er eigenlijk maar eentje geschikt en dat is arachideolie. Deze olie verandert niet van structuur als ze sterk verhit wordt. Lijnzaadolie en olijfolie kun je licht verhitten, maar zijn meer geschikt voor salades. Bij deze twee wil je er ook op letten dat ze verkregen zijn door koude eerste persing. Daarbij komt de temperatuur tijdens het persen niet hoger dan 28 graden. Extra Vierge of Extra vergine staat er dan op de fles. Staat dat er niet op, dan kun je ervan uitgaan dat ze te hoog verhit geweest tijdens de persing. Over het algemeen zijn plantaardige oliën instabiel, juist omdat ze onverzadigd zijn. Bij verhitting verbranden ze snel en komen er schadelijke en kankerverwekkende stoffen vrij. Met sesamolie, walnootolie en hazelnootolie wil je spaarzaam omgaan vanwege de aromatische sterke smaak. Niet echt geschikt om mee te koken, maar als extra toevoeging geven ze een speciale flair aan je eten, zoals kruiden dat doen.

 

Intussen is ons lijstje al behoorlijk uitgedund. We hebben al gezien dat je verzadigd vet in al zijn vormen rustig kunt nemen. Toch blijf je misschien denken dat je wilt vasthouden aan plantaardige olie en nog steeds je verzadigd vet daarmee wilt vervangen. Kan dat nu wel of is het toch beter om het niet te doen? Om dit uit te leggen geef ik je eerst nog eens het omega enigma en het cholesterol dilemma.

 

Het omega enigma

Enigma betekent raadsel. Nu bestaat het raadsel rondom omega 3 en omega 6 vetzuren uit het vinden van de rode draad die je door alle beweringen heen naar een praktisch overzicht brengt. Ik ga een poging doen.

Neem bijvoorbeeld de bewering ‘omega vetzuren zijn gezond’. Die is veel te zwart-wit. Ja, omega vetzuren zíjn gezond, maar horen in de juiste verhouding genomen te worden. Het gaat dan met name om de omega 3 en de omega 6 vetzuren (omega 9 wordt door het lichaam zelf aangemaakt). Omega 3 vetzuren vind je in wilde vette vis, wild, dierlijk vet, melk, vlees van graseters, eidooiers en algen zoals spirulina en chlorella. De omega 3 vetzuren die eventueel aanwezig zijn in zaden, noten en dus ook in plantaardige oliën, zijn onvoldoende om het dierlijke omega 3 te vervangen. De plantaardige oliën zijn nu juist de bron voor onze omega 6 vetzuren. Het lichaam heeft meer omega 3 nodig dan omega 6 in een verhouding van 2:1. Nu is het zo dat door de enorme toename van het consumeren van omega 6 vetzuren middels plantaardige oliën, deze balans danig in de war is gestuurd. De gemiddelde balans ligt nu op 1:16. Dat betekent niet alleen het omgekeerde van wat de bedoeling is, maar een toename tot 32 maal zoveel omega 6 in verhouding tot omega 3. Dit zorgt voor problemen. Structuren zoals celmembranen gaan veranderen, je energievoorziening en opslag loopt scheef en je stresslevel op lichamelijk en geestelijk gebied stijgt exponentieel.

 

Het cholesterol dilemma

Dilemma betekent vraagstuk. Wat moet je weten over cholesterol? Laten we beginnen met te vertellen dat slechts 20% van je cholesterol uit je voeding afkomstig is. De overige 80% wordt door het lichaam zelf aangemaakt. Voornamelijk door de lever, maar daarnaast ook nog door iedere cel. Het is een kwestie van vraag en aanbod. Cholesterol dient als een transportmiddel van en naar de lever. LDL cholesterol is een voedselwagen die vet en voedingsstoffen naar onze cellen brengt wanneer daar behoefte aan is. Je cellen op hun beurt gebruiken deze voeding en dit cholesterol. HDL dient vervolgens als vuilophaaldienst en ruimt alle cholesterolresten op om ze voor recycling terug te brengen naar de lever. Dat verzadigd vet direct het LDL kan verhogen is alleen maar een góede zaak want dat heb je nodig voor opbouw en herstel. Dat onverzadigd vet het LDL cholesterol verlaagt, is eigenlijk een tegengestelde aanname. Het draagt niet direct bij om het LDL cholesterol te verhogen, maar daarmee wordt het nog niet automatisch verlaagd. Nu komen we tot de kern van de zaak: het lichaam neemt en maakt wat het nodig heeft. Het kan in de lever verzadigd vet omzetten naar onverzadigd en omgekeerd. Vandaar dat de hedendaagse onderzoeken de correlatie naar verzadigd vet/onverzadigd vet in verband met cholesterol niet meer kunnen vasthouden. Er is dus nooit een probleem geweest met cholesterol in relatie tot gezond vet. Het probleem met je cholesterol begint pas als door een gebrek aan gezonde voeding (zoals het eten van grote hoeveelheden geraffineerde voeding), stress, alcohol, een teveel aan suiker, roken en psychische spanning een oxidatie en vervuiling plaatsvindt van het LDL cholesterol. De coating waardoor het cholesterol normaal vrij door de bloedbaan kan bewegen, raakt hierdoor beschadigd en blijft ten gevolge daarvan plakken aan de binnenwand van je aderen en kunnen deze vernauwen.

De vraag is natuurlijk: moet je daarvan je cholesterol de schuld geven? Dat zou hetzelfde zijn als met je dronken gezicht in een auto stappen, van de weg af rijden en je auto daarvan de schuld geven. Het is zaak dat je wat aan de werkelijke oorzaken doet.

 

Samenvattend

Vervang je verzadigd vet door plantaardig onverzadigd vet? Nee! Neem nooit plantaardig vet in grote hoeveelheden. Hier maak ik zoals ik zo graag doe een link naar de natuur, want wéér heeft die gelijk. Plantaardige olie is inderdaad beschikbaar in de natuur, maar via zaden en noten. Eet je die, dan krijg je nooit de hoeveelheden olie binnen als wanneer je daarmee alles kookt en aanmaakt. Plantaardige olie is meer een extra om je vetbehoefte te begeleiden, niet zozeer om te voeden.

Hoeveel omega 3 en hoeveel omega 6? Vergeet dat verhaal. Luistert naar de natuur, kijk wat er om je heen is en proef, dan weet ik zeker dat je richting de juiste hoeveelheden gaat. En als je niet overdrijft kan je lijf altijd nog wat bijsturen. Zo nauw komt het nu ook weer niet.

 

De praktijk

Nou, dat was het dan. Je verhaal over vet. Een verhaal met een beetje teveel wetenschappelijke bijsmaak, maar zoals ik al zei - om je te deprogrammeren moeten we de argumenten in dezelfde taal ontkrachten. Rest mij nog een overzicht te geven van onze conclusies voor je dagelijkse praktijk.

 

Hoe ga je nu met vet om?

Om te beginnen krijg je al heel veel vet binnen door normaal en gezond te eten - via vis, vlees, noten, zaden en melkproducten. Eet je wat de natuur je voorschotelt, dan zie je de hoeveelheid vet toenemen tegen de winter, doordat dieren meer vet in zich dragen, omdat de noten aan de bomen komen en omdat de zaden geoogst zijn. In de lente is er veel minder en maakt je lichaam zich op voor een grote schoonmaak. De zomer vraagt om andere vetsoorten dan de winter. De natuur weet perfect wat jij nodig hebt en als je luistert naar je smaak, tune je daar met jouw persoonlijke behoefte op in.

 

Het vet dat je gebruikt voor het bereiden van je voedsel is een ander verhaal. Voor de hoeveelheid en het soort vet dat je nodig hebt, luister je óók naar je persoonlijke behoefte. Het onderstaande lijstje is niet meer dan de gevolgtrekking van ons verhaal. Geef er je eigen zwaai aan, zodat het makkelijk en vooral lékker is. Persoonlijk gebruik ik maar één vet voor bakken en braden en dat is ghee. Voor frituren gebruik ik arachideolie, maar ik frituur bijna nooit. Ik gebruik dat omdat het makkelijk te zeven en te bewaren is. Als aanmaak oliën neem ik olijfolie en de aromatische oliën. Brood besmeren doe ik niet. Maar mijn eetgewoonte hoeft de jouwe niet te zijn. Kijk naar de lijst en probeer eens wat uit.

 

Smeren

• reuzel

• talg

• boter

 

Bakken en braden

• reuzel

• talg

• boter

• ghee

• kokosolie

• arachideolie

 

Frituren

• reuzel

• talg

• paardenvet

• ghee

• kokosolie

• arachideolie

 

Salades aanmaken en andere zaken verlekkeren

• olijfolie

• lijnolie

• sesamolie

• walnootolie

• hazelnootolie

 

Gezond leren eten is geen knop omzetten. Het is een transitie die tijd nodig heeft. Breng beetje bij beetje je veranderingen aan en probeer uit wat jou het beste bevalt. Misschien dacht je er nooit zo over na, over vet. Gezonde groente, gezond vlees, ja natuurlijk, maar gezond vet? Tijd om de kant-en-klare producten in de schappen te laten staan, de ‘olie mania’ te laten voor wat het is en alle begrippen die we hier gebruikt hebben langzaam te vergeten. Als we ergens kunnen zien hoe scheef we zijn gaan denken met betrekking tot voeding, dan is het wel ten aanzien van ons vetgebruik. Hoog tijd voor een gezonde brainwash.

____________________________________

Deel 15: Gezond vet eten (vervolg)

 

Met het elimineren van alle kunstmatige vetproducten is je keuze al heel wat overzichtelijker geworden. Geen halvarine, margarine, geen bak en braad, geen vloeibaar of vast frituurvet. Niets meer wat samengesteld is.

Deze keer gaan we eens precies kijken naar wat er overblijft.

 

• Dierlijke vet, wat over het algemeen het vaste vet is, zoals boter, reuzel, talg en kaantjes

• Plantaardige vetten, met name kokosvet

• Dierlijke olie, zoals visolie en levertraan

• Plantaardige olie - de olie die we het meest gebruiken bij het koken - zoals olijfolie, arachideolie en sesamolie

 

Als opmerking voeg ik aan dit lijstje toe dat het vaste vet over het algemeen de verzadigde vetzuren bevat, terwijl olie - de vloeibare variant - met name bestaat uit de onverzadigde vetzuren. De meesten onder ons zullen door alle indoctrinatie hun keuze richting de plantaardige oliën en vetten laten gaan als het gaat over bakken, braden en frituren. Tijd voor een beetje tegenwicht ;). Daarvoor zal ik het wat modernere wetenschappelijke standpunt over verzadigd vet kort voor je samenvatten.

 

Verzadigd vet

Als we het hebben over verzadigd vet dan gaat het voornamelijk over vast dierlijk vet met daarnaast kokosvet (olie). In tegenstelling tot wat jarenlang zonder vragen is aangenomen, spelen verzadigde vetten juist een sleutelrol bij de bescherming tegen hart- en vaatziekten. Verzadigd vet in je dieet vermindert namelijk het lipoproteïne gehalte in je lichaam. Dit lipoproteïne is sterk gerelateerd aan hart- en vaatziekten. Het blijkt dat je juist verzadigd vet nodig hebt om een gezond cholesterolgehalte en gezonde bloedvaten te houden. Daarnaast is verzadigd vet voor het hart de energiebron bij voorkeur als het een tijdje harder moet werken.

 

Nieuwe onderzoeken tonen aan dat indien vrouwen voor wat betreft hun vetinname

voor het grootste gedeelte verzadigd vet eten, het beste hun gewicht kunnen balanceren en met deze eetgewoonte zelfs afvallen.

 

• Verzadigde vetten zijn nodig voor de kracht en het calciumgehalte van je botten.

• Ze helpen de lever en beschermen tegen alcohol, drugs en medicatie (dook je vroeger ook de snackbar in na een avondje flink stappen?).

•Interessant: de coating van de longblaasjes bestaat voor 100% uit verzadigd vet. Te weinig verzadigd vet als coating betekent meteen een lagere longcapaciteit.

• Het menselijke brein bestaat voornamelijk uit vet en cholesterol. Van dit vet is het leeuwendeel verzadigd vet. Zonder dit kunnen je hersenzenuwen niet optimaal functioneren.

• Het verzadigd vet zoals dat in boter en kokosolie voorkomt, versterkt de witte bloedlichaampjes. Zonder dit hebben ze meer moeite met het lokaliseren en vernietigen van bacteriën, virussen en schimmels.

• Verscheidene verzadigde vetten hebben een directe boodschapperrol bij de regulatie van ons lichaam, zoals bijvoorbeeld het regelen van onze insuline behoefte.

• Verzadigde vetten zijn een bron van geconcentreerde energie en bouwstenen voor celwanden, hormonen en hormoonachtige substanties.

• Verzadigd vet is een belangrijke bron voor allerlei voedingsstoffen zoals de in vet oplosbare vitaminen A, D, E en K. Deze gaan in een kookproces ook niet verloren omdat verzadigd vet niet van structuur verandert bij hogere temperaturen in tegenstelling tot onverzadigd vet.

• Verzadigde vetten spelen een belangrijke rol in de genetische regulatie en beschermen daarmee tegen kanker.

 

Dit lijkt me even genoeg. Toch houdt het nogal wat in. Niet alleen dat verzadigd vet belangrijk is, maar zelfs belangrijker en in grotere hoeveelheden nodig is dan het altijd zo door de reclames aangeprezen onverzadigde vet. Je mag alle details wat betreft functie en werking weer vergeten, zolang je de conclusie maar onthoudt. En eigenlijk is die niet zo verwonderlijk wanneer je kijkt naar de geschiedenis en de natuur. Al duizenden jaren voeden mensen zich voornamelijk met verzadigd (dierlijk) vet. Natuurlijk werd er ook wel olie genuttigd, maar in veel kleinere hoeveelheden dan vandaag de dag het geval is. Het is pas de laatste vijftig jaar dat we behoorlijk van dat padje zijn afgedwaald.

 

Mijn moeder heef nog meegemaakt dat je bij de slager reuzel kocht, in halve en éénpondsblokken. Reuzel is gesmolten varkensvet. Het is smeerbaar en was voor de Tweede Wereldoorlog populair op brood en werd ook gebruikt om mee te bakken, braden en te koken. Ook runder- en schapenvet - beter bekend als talg - kon je bij slager of kruidenier krijgen, waar het uit een grote ton werd geschept. Rundervet heeft een speciale ietwat zoete smaak. Deze werd als extra lekker beschouwd. Mijn oma bakte haar vlees in een schuimende zee van roomboter en zo was alles toen heel anders. Mager spek bestond niet. Kaas kende geen plusjes of minnetjes en er werd niet nagedacht over vette en geen vette vis. Eigenlijk was het allemaal dierlijk vet wat er aan vet gegeten werd. Kokosvet was er wel, maar werd nauwelijks gebruikt. Hart-en vaatziektes? Die waren er natuurlijk wel, maar veel minder dan nu. Ze werden ook niet onder die ene noemer gezien. Pas met de toenemende welvaart klommen deze ziektes naar doodsoorzaak nummer 1. Eigenlijk ging de opgang van deze ziektebeelden gepaard met de afname van het gebruik van natuurlijk dierlijk vet. Precies het tegenovergestelde van wat de theorieën ons leerden...

 

Wat doen we met deze conclusie?

Mijn conclusie so far betekent dat verzadigd vet eigenlijk zeer gezond en natuurlijk is om te eten. Moeten we dan terug naar de hoeveelheden van zestig jaar geleden? Nee, omdat we nu aanzienlijk minder zware arbeid verrichten en onder veel minder koude omstandigheden leven. Daardoor hebben we die krachtige energiebron en het opbouwen van een sterke buffer veel minder nodig.

• Let op: belangrijk bij het eten van dierlijk vet is dat het om het vet van een scharreldier handelt. Dat is niet volgespoten met hormonen en antibiotica of heeft chemisch krachtvoer te eten gekregen. Gifstoffen hopen zich namelijk op in de vetcellen.

Eén van de grote voordelen van verzadigd vet is dat het tegen hele hoge temperaturen kan en niet van structuur verandert. Het is daarom dan ook geschikt voor alle kookmethodes tot aan frituren toe.

 

Nog even een lijstje van wat we verstaan onder verzadigd vet:

• reuzel (varkensvet)

• varkensspek; als je een stukje spek smelt kun je er ook in bakken

• talg (runder- en schapenvet)

• paardenvet; door velen gezien als het lekkerste frituurvet

• boter, gemaakt van koeienmelk

•boterolie of ghee

• kokosvet

 

Over de laatste twee wil ik je nog wat extra’s vertellen. Boterolie wordt vaak onder de dierlijke oliën gerangschikt, maar hoort daar eigenlijk niet thuis. Het is namelijk zelden olie omdat het onder 36 graden Celsius vast van vorm is. Daarbij is het identiek aan boter en heeft dezelfde krachtige eigenschappen. We kennen boterolie misschien beter onder de naam geklaarde boter of ghee. Dat is dus gewoon boter waar de melkeiwitten uit geklaard zijn. Daarmee is het absoluut niet meer belastend voor de darmen en ook geen allergeen meer. In de Ayurveda en de Chinese geneeskunde wordt het therapeutisch ingezet als iemand lichamelijke energie tekort komt. Kun je je niets voorstellen bij de kracht van boter en ghee? Denk dan maar eens aan hoe snel een kalf kan groeien op deze energie alleen. Boterolie hoort gewoon bij de verzadigde vaste dierlijke vetten.

 

• Geklaarde boter maak je makkelijk zelf. Doe een hoeveelheid echte boter zonder zout en toevoegingen in een pan. Ik neem altijd drie pakjes. Zet de pan op een warmhoudplaatje als de boter gesmolten is. Laat dertig minuten staan. De melkeiwitten schuimen eerst, maar kristalliseren uiteindelijk. De gekristalliseerde melkeiwitten zinken naar de bodem. Na dertig minuten schep je het laatste schuim met een schuimspa af en giet je de heldere olie die overblijft in een kom. De kristaldrab laat je achter in de pan. Dit vet kun je maandenlang in de koelkast bewaren en gebruiken.

 

Kokosvet wordt tegenwoordig enorm gepromoot als het wondervet. Kokosvet en kokosolie zijn één en hetzelfde product. In de tropen, waar de temperatuur altijd boven de 26 graden ligt is het olie. Onder de 26 graden wordt het vast en praten we van vet. Door de vermeende miraculeuze werkingen zou je gek zijn als je dit niet iedere dag gebruikt bij het koken of als supplement.

Met welke producten hebben we dit in het verleden ook gezien? De waarheid is dat je eenzelfde lovende lijst van kenmerken kunt opstellen over varkensvet en rundervet. Naast varkens-, runder-, schaapsvet en boter is het trouwens wel het enige plantaardige vet dat voor het grootste gedeelte uit verzadigd vet bestaat. Kun je die dierlijke vetten dan toch allemaal vervangen met deze ene plantaardige vorm? De tijd zal leren of dit weer een uit het verband getrokken hype is. Ik kan je alleen wat wijsheid meegeven uit de traditionele Chinese geneeskunde, die zegt dat kokosvet ten eerste minder buffer biedt voor je lichaamsprocessen en daarnaast geeft het minder opvang, begeleiding en flexibiliteit aan de structuren die het mede opbouwt.

Dit zou er op neer komen dat je ook wat vet betreft het beste af bent met wat de natuur je hier te bieden heeft. In de tropen gelden nu eenmaal andere regels.

 

De volgende keer ga ik je van alles vertellen over de onverzadigde vetten!

____________________________________

Deel 14: Gezond vet eten

 

In 1950 deed de Amerikaanse wetenschapper Ancel Keys onderzoek naar het verband tussen cholesterol en vet eten. Hij kwam tot de conclusie dat het eten van verzadigd vet leidt tot een verhoogd risico op hart- en vaatziekten.

 

Waarom zou ik deze aflevering met een verwijzing naar een wetenschappelijk onderzoek beginnen? Na 13 delen is wel duidelijk geworden dat ik geen echte fan ben van de wetenschap, tenminste niet als het om gezondheid en eten gaat. Maar kijk. In wezen was dit onderzoek niet zo speciaal en kwam het net als de meeste onderzoeken niet tot een sluitende conclusie. Er waren nogal wat mitsen en maren te beluisteren en veel vragen bleven onbeantwoord. Toch was het dit specifieke onderzoek dat het eten van verzadigd vet (lees: dierlijk vet) in een kwaad daglicht stelde. Dit is niet aan Keys te wijten, maar aan de kunstboterfabrikanten, die met de uitkomst hun kans grepen om hun producten aan de man te brengen.

 

Hetze

Want het hek was van de dam. De conclusie werd als een onwrikbare waarheid neergezet en met een goed opgezette propagandacampagne volgden zelfs medici en politici gedwee - zonder echte vragen te stellen. We mogen veronderstellen dat zij er vanuit gingen dat voedingsfabrikanten het juiste voor hebben met de volksgezondheid. Dat één onderzoek zo’n hetze ontketende tegen dierlijk vet, en dat dit nog steeds standhoudt, is op zijn zachts gezegd zeer opmerkelijk te noemen. Of toch niet? De wetenschap moet natuurlijk gefinancierd worden en wie betaalt dat eigenlijk? Juist. Diezelfde chemische fabrikanten en in hun kielzog de gelobbyde politiek. Nu mag je stellen dat wetenschappers die zich bezighouden met gezondheidsitems altijd vinden wat ze zoeken. Kwestie van de juiste parameters stellen. De laatste jaren is hier veel bewustzijn op gekomen, en gelukkig constateer ik dat we langzaam op het punt komen dat de wetenschap weer wat onafhankelijker begint te worden en er échte vragen bovendrijven.

 

Linolzuur

Sinds dat onderzoek in 1950 is er rondom vet behoorlijk wat aan de hand geweest. De kunstmatige industrie (Unilever) nam de leiding en plantte de supermarkten vol met kant en klare vetproducten. Lekkere smeermargarine voor de boterham, bak-en-braadboter die niet spat, frituurvet, mayonaise, slasaus, becel tegen hart- en vaatziekten. Uit het schap kon je zo het voor jou passende product pakken. Makkelijker kan niet. En een etiket liegt niet, zo werd lang geredeneerd. In de loop van de tijd kwamen er natuurlijk wel wat aanpassingen in deze kant en klare producten. Het dierlijke vet werd zo goed als helemaal uitgebannen (een product als Croma bestond in 1968 nog voor 98% uit dierlijk vet; nu is dat 0%). Verder werd er linolzuur bijgehaald. Wat later kwam de nadruk op de populaire plantaardige oliën en de laatste jaren reageren we weer wat meer op de essentiële meervoudig onverzadigde vetzuren; de omega 3 en 6 vetzuren. Tja, om je verkoop levendig te houden moet je variëren. Dat geldt heus niet alleen voor wasmiddelen, die al 40 jaar witter wassen dan het wit van gisteren of voor afwasmiddelen, die nu nog beter vet oplossen. Het is een algemene commerciële wet. Op de etiketten staat ‘30+ kaas’, ‘mayonaise 3% vet’, ‘bak-en-braad plantaardig’, ‘frituurvet met kokosolie’. En weer pakt de massa voor de vuist weg. Dat de commercie - ogenschijnlijk gebaseerd op wetenschap - feitelijk met jouw gezondheid speelt voor de centen, dat gelooft de doorsnee consument eenvoudig niet.

 

Sixpacks

Zoals je weet is mijn uitgangspunt met betrekking tot voeding dat je moet eten wat de natuur je te bieden heeft in, jouw omgeving. En dat je dit zo natuurlijk mogelijk moet nuttigen; zonder toevoegingen, chemische veranderingen of bereiding. Toch is deze aanwijzing ten aanzien van vet onvoldoende. Waarom?

Ten eerste omdat er bijna alleen nog maar kant en klare producten zijn en de massa gewoonweg de stap naar ‘natuurlijk’ niet zomaar neemt. Ik moet heel goed zoeken wil ik een kaas vinden die geen percentage + op de verpakking heeft staan. Zelfs als het ‘volvet’ zegt, dan nóg twijfel ik eraan of de kaas in kwestie niet op de één of andere manier chemisch in elkaar geknutseld is. Een tweede reden is dat we een vetfobie ontwikkeld hebben. Dat komt niet alleen doordat we in een bikinicultuur leven en graag six-packs kweken, maar ook omdat we doodgeknuppeld worden met beweringen die er maar op blijven hameren dat we góed moeten oppassen met vet. En niet alleen omdat je er dik van wordt, maar vooral omdat je er hart- en vaatziekten van krijgt. Nog steeds smeult dat ene onderzoek uit 1950 onder ons denken. De terminologie die daarbij hoort, zit zelfs al in ons gewone taalgebruik, terwijl de meeste mensen helemaal niet weten wat die werkelijk betekent. Termen als LDL en HDL cholesterol, onverzadigde verzadigde, meervoudig onverzadigde vetzuren, omega 3, omega 6, linolzuur, vrije radicalen, transvetten worden in de reclame en in sportscholen te pas en onpas gebruikt.

 

Tegenstrijdigheid

Dat de verschillende wetenschappers het tegenwoordig echter niet met elkaar eens zijn, blijkt uit de tegenstrijdige opvattingen die ik tegenkom, zie hieronder. Na iedere algemene (commerciële) opvatting volgt een tegenovergestelde opvatting. Allemaal ‘wetenschappelijk onderbouwd’. Ik begin met een quote van het voedingscentrum.

 

• Quote voedingscentrum: Verzadigd vet verhoogt het LDL-cholesterol in het bloed. LDL-cholesterol is niet goed voor de bloedvaten – het vergroot de kans op hart- en vaatziekten. Toch wijzen andere onderzoeken op het tegengestelde: juist mínder hart en vaatziekten met verzadigd vet. Verder zorgt verzadigd vet voor een betere zenuwwerking, een betere longfunctie, hogere immuniteit, sterkere botten en bescherming van de lever tegen chemicaliën zoals alcohol en medicijnen.

• LDL staat bekend als het slechte cholesterol en HDL cholesterol als het goede. Hoe hoger het LDL hoe meer risico op hart -en vaatziekten. Veel te kort door de bocht. Er is geen goed en slecht cholesterol, beide cholesterolsoorten hebben hun functie in het lichaam. De ene draagt cholesteroldeeltjes weg van de lever, de andere naar de lever terug. Pas wanneer hun verhouding verstoord wordt en het bloed vervuilt, gaat je risico omhoog. De gezonde verhouding komt in gevaar door allerlei soorten van stress, zoals alcohol, teveel suiker, roken en psychische spanning.

• Onverzadigd vet is vaak gezond en komt voor in planten, vis en noten. Vooral plantaardige oliën zijn gezond omdat ze onverzadigde vetzuren bevatten en daarmee het cholesterol helpen verlagen. Nee, nee; plantaardige oliën zijn juist niet gezond omdat ze niet alleen het slechte cholesterol verlagen, maar ook het goede cholesterol.

• Transvetten zijn absoluut schadelijk voor de gezondheid. Dierlijk vet bevat veel transvetten. Het klopt dat transvetten zeer schadelijk zijn, maar het zijn de transvetten van plantaardige vetten die uiterst schadelijk zijn, terwijl de transvetten uit vlees- en melkproducten juist niet schadelijk zijn.

• Wist je dan dat linolzuur, het bekende omega 6 vetzuur, essentieel is voor de bloedstolling, bij ontstekings- en immunologische reacties en het cholesterol verlaagt? Nou… ja en nee. Linolzuur verlaagt wel het cholesterol, maar ook hier niet alleen het goede - ook het slechte. Verder hoopt het zich op in de celmembranen en verhoogt de ontstekingswerking in het lichaam. Voornamelijk in de vaatwanden. Dat is dan weer uitermate slecht, want het vergroot je kans op hart- en vaatziekten.

• Omega 3 en omega 6 vetzuren kan het lichaam niet aanmaken en het staat vast dat je deze extra nodig hebt voor je ontwikkeling, herstel en gezondheid. Jawel, maar die essentiële omega 3 en omega 6 vetzuren zijn elkaars tegengestelde. De ene verhoogt de ontstekingswerking in het lichaam en de andere verlaagt deze juist. Teveel van het ene betekent te weinig ontstekingsactiviteit en teveel van het andere betekent teveel ontstekingsactiviteit. Dit geldt ook voor je stresslevel. De juiste verhouding tussen deze twee is dus van belang.

• Producten met plantaardige oliën bevatten veel onverzadigde en meervoudig onverzadigde vetzuren en zijn dus gezond. Tja. De meeste zijn helemaal niet zo natuurlijk meer na hun chemische extractie en bewerking. Dan hebben we nog niet over de kankerverwekkende werkingen van hun oxidatieve vetzuren en hun verbrandingsproducten.

 

Zo kan ik nog wel even doorgaan. Tegenover iedere bewering en wetenschappelijk feit staat wel een andere bewering. Als we die allemaal naast elkaar leggen en verder uitpluizen om achter de echte waarheid te komen, zijn we waarschijnlijk over 100 jaar nog niet klaar. Laat maar zitten. Wat mij betreft mag je alles wat je zojuist gelezen hebt in je breinprullenbak laten verdwijnen. Maar dan ook álles. Laten we eens gaan kijken wat écht belangrijk is en wat de natuur en de geschiedenis ons leert.

 

Gezond vet is onmisbaar voor je lichaam

Wat je in ieder geval alvast in je oren mag knopen is dat je vet nodig hebt. Je kunt niet zonder vet. De fysiologie leert ons dat we vet nodig hebben voor de bouw van onze celwanden en voor het adequaat functioneren van ons immuunsysteem. Vet isoleert als het ware onze zenuwcellen, zonder vet krijg je allerlei neurologische problemen. Vet bevat de vitamines A, D, E en K en helpt bij de vertering van eiwitten. Ook bij de aanmaak van hormonen speelt vet ook een belangrijke rol. Dit zijn nog maar een paar algemene opmerkingen over de fysiologische functie van vet.

 

Belangrijker nog is wat je zelf direct of snel kunt merken als je wel of geen vet neemt.

• Eet je een normale hoeveelheid vet, dan heb je bijvoorbeeld minder snel honger. Dat wil zeggen dat vertering stabieler is en je je voedingspatroon in een beter ritme houdt.

• Eet je weinig vet, dan zul je het sneller koud hebben. Vet zorgt niet allen voor een isolatielaag onder de huid na verloop van tijd - duidelijk te zien bij zoogdieren die in de winter buiten leven - maar vet geeft ook meteen energie. Energie betekent verbranding en dus warmte.

• Verder zorgt vet voor de smering van je gewrichten. Vooral als je de 40 gepasseerd bent, merk je bij een vetarm dieet dat je gewrichten eerder stijf, koud en krakerig worden. Het eten van vet gaat dit tegen.

• Niet alleen de gewrichten worden gesmeerd, eigenlijk alle structuren in het lichaam. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de huid die zonder vet eten uitdroogt, aan droge longen met een droge kuch of aan droge ogen. Deze worden meteen minder droog door het eten van vet.

• Ook je stoelgang is blij met vet en zal soepeler verlopen.

• En ook op psychisch gebied heeft de inname van te weinig of slecht vet effect. Denk hierbij aan onrustige slapen, rusteloosheid, slechte concentratie en depressiviteit.

Als je een beetje weet hoe het lichaam werkt ten aanzien van de actieve en passieve processen, dan valt in bovengenoemd lijstje een algemene gemene deler op. Zo zou je samenvattend kunnen zeggen dat vet een buffer en bouwsteen is voor de transport -en omzettingsprocessen in je lijf; het helpt alles evenwichtiger en soepeler te laten verlopen.

 

Welke vetten zijn goed?

Oké, vet is dus nodig, maar welke vetten moet je dan eten? Laten we beginnen met alle kunstmatig gebrouwen vetten van de lijst te schrappen. Ook al staat er ‘met plantaardige olie’ op het etiket (PLANT-AARDIG, klinkt zo groen en zo aardig en het verkoopt in ieder geval beter dan DIERLIJK VET). Je lichaam is ingesteld op de opname van puur natuurlijke producten. Geen enkel kant en klaar product valt daar onder. Júist voor vet is dit belangrijk omdat je met alleen maar kunstmatig vet gewoon nul voedingswaarde ten aanzien van die oh zo belangrijke vetcomponent binnenkrijgt.

Ter illustratie geef ik je een globaal beeld van het productieproces van kunstmatige vetten als margarine, bak- en braadvet en frituurvet. Ze worden gemaakt met een mix van geraffineerde oliën. Nadat deze oliën zijn geperst,worden ze chemisch gewassen, ontgomd, gebleekt en ontgeurd onder hoge temperaturen (270 graden C). Alle voedingswaarde die er van nature inzat, is dan zo ongeveer weg. Vervolgens wordt het ontstane product ontschuimd en worden er wat conserveringsmiddelen aan toegevoegd. Moeten we een smeerbaar of zelfs hard vet product hebben, dan volgt er een verhardingsproces waarbij transvetten ontstaan. Uiteindelijk worden er weer wat vitamines en mineralen ingeduwd, omdat dat zo gezond staat op de verpakking. Voor de zoveelste keer: denk niet dat deze vitamines en mineralen dezelfde opname- en werkingskwaliteit hebben als de natuurlijk variant. Leven is geen optelsom van chemische onderdelen. Het is een uitgebalanceerde co-existentie. In feite eet je dus met deze kunstmatige vetten niets wat ook maar lijkt op het vet dat je echt nodig hebt.

 

Tussendoortje: transvetten

Tussendoor wil ik nog even iets opmerken over de genoemde kunstmatig geproduceerde transvetten. Deze worden over het algemeen gezien als zeer ongezond. Een opsomming van de ziektes die je ten gevolge van het eten van transvetten kunt oplopen zal ik je maar besparen. Al wil ik je wel vertellen dat het hier weer om alle welvaartziektes gaat, tot aan kanker toe. Nu zitten deze transvetten in bijna alles wat je snackt uit een zakje, pakje of wrap. Denk aan je chips, koekjes, zoutjes, snoep, gebak, toetjes en fastfood. Daarnaast zitten ze ook in kant en klare voeding zoals soep uit blik en alles met een sausje, Fabrikanten hoeven het transvetgehalte niet op de verpakking te zetten. Als er ‘plantaardig vet, ‘gedeeltelijk gehard’ of ‘gehydrogeneerd vet’ op de verpakking staat, kun je er van uitgaan dat er transvetten inzitten.

 

Met het elimineren van alle kunstmatige vetproducten is je keuze al heel wat overzichtelijker geworden. Geen halvarine, margarine, geen bak en braad, geen vloeibaar of vast frituurvet. Niets meer wat samengesteld is.

De volgende keer gaan we eens precies kijken naar wat er overblijft.

____________________________________

 

Over vasten & detoxen…

Deel 2 (voor deel 1 scrol je naar beneden)

 

Er zijn vele detox methodes, maar in grote lijnen is er wel een onderverdeling te maken. Ik zal er een aantal bespreken en van wat commentaar voorzien.

 

Sapkuur

Laten we beginnen met de zo populaire sapkuur met groenten, fruitsappen, theeën en water. Deze lijkt op het eerste gezicht vrij onschuldig. De bedoeling is dat je een periode niets eet - alleen drinkt. De periode van de kuur varieert van drie tot tien dagen. Omdat er geen vaste voedingsbestanddelen het lichaam binnenkomen, zouden de darmen en organen minder belast worden met de vertering van de zwaardere eiwitten, vetten en koolhydraten. Waardoor ze meer tijd en energie overhouden om darmplak en gifstoffen op te ruimen. Klinkt goed toch? Veel mensen voelen zich schoner en helderder na een sapkuur. Je kunt je afvragen of dit ligt aan het feit dat ze alleen vloeistoffen tot zich genomen hebben. Of komt het doordat ze hun normale overdadige eten hebben laten staan?

 

Toch is een sapkuur niet helemaal zonder risico’s. Eén ervan is dat je te weinig voedingstoffen binnenkrijgt. Zeker als je al wat zwakker bent of de kuur iets langer duurt, krijgt je lichaam moeite met de productie van energie. Je merkt dit aan symptomen als een zwaar gevoel, je sneller koud voelen, vermoeidheid, slechter lichamelijk functioneren, slechter slapen en meer moeite met je concentratie. Zodra je te weinig voedingstoffen hebt voor je energieproductie, gaat je lichaam op zoek naar andere bronnen en eet daardoor als het ware bot- en spierweefsel op. Een lager energieniveau heeft natuurlijk effect op je hele functioneren, zoals je herstelprocessen, opbouw en afweer.

 

En dan laten we de inbreuk op je ritme nog buiten beschouwing. Dat laatste geldt voor iedereen die een sapkuur doet en kan zelfs (misschien juist vooral) bij hele krachtige personen vervelende gevolgen hebben. De ontregeling van pancreas en darmen kan namelijk voor een flinke opdonder zorgen als je weer gaat eten. Want zowel de pancreas als de darmen hebben vast voedsel nodig om hun beweging (lees: werking) in stand te houden. Op het moment dat je weer begint te eten en daarmee een brok vast voedsel in je darmen komt, verkrampen ze. Soms duurt dat maar even en geeft het weinig spanning zodat je er niets van merkt. Maar het kan ook veel heftiger zijn en langer duren. Je ervaart dat als steken in je zij en buik. Niet alleen wordt het hele schoonmaakeffect daarmee teniet gedaan, er kunnen ook andere problemen ontstaan, zoals chronische spasticiteit van darmgedeelten en/of plaatselijke infectiehaarden (colitis). Door de jaren heen heb ik verschillende, vaak jonge mensen met dit oorzakelijk verhaal voor hun darmen behandeld. Gelukkig kan je lichaam zichzelf in de meeste gevallen herstellen.

 

Klismakuren

Mijn opa werd 93 jaar en rookte tot zijn laatste dag dikke sigaren. Toch volg ik niet zijn voorbeeld door sigaren te gaan roken. Omgekeerd geldt dit natuurlijk ook. Het valt me op dat veel mensen met een detoxkuur beginnen omdat iemand uit hun omgeving ze vertelt waarom ze écht een leverzuivering of darmreiniging nodig hebben. Maar waar wordt die informatie vandaan gehaald? Even surfend op internet stel ik vast dat de teksten van de meeste sites zijn opgebouwd rond quotes uit medische of pseudo-wetenschappelijke publicaties. Dat ze veelal door leken worden geschreven, blijkt uit het feit dat de onderbouwing van de beweringen qua logica en kennis aan alle kanten rammelt. Maar ach, het klinkt leuk. Zelfs detoxkuren met klisma’s en darmspoelingen worden aangeprezen alsof het om een superlekker dessert gaat.

 

Bij een klisma of darmspoeling laat je een ‘reinigende oplossing’ via de anus de darmen inlopen. Daar doet het z’n werk, namelijk jouw darmen zuiveren, waarna je het weer naar buiten laat lopen in het toilet. Vergelijk je deze met andere detoxkuren, dan zie je dat klisma’s en darmreinigingen meer onder een medische noemer ingezet worden. Het wordt aangeraden bij onder meer diarree en obstipatie. hoofdpijn, lage rugpijn, blaasklachten, spastische darm, prikkelbare darm, candida, huiduitslag, eczeem, psoriasis, buikpijn, overgewicht, vermoeidheid, concentratiestoornissen, gewrichtsklachten, hoge bloeddruk, slapeloosheid.

 

Ook hier zijn variaties. Zo heb je klisma’s voor beginners en klisma’s voor gevorderden. Er zijn verschillende oplossingen die voor verschillende doeleinden worden gebruikt. Voorbeelden hiervan zijn: zeezoutoplossing om hardnekkige darmwandplak te verwijderen; koffieoplossing voor het ontgiften van de lever; kruidentheeoplossing met bijvoorbeeld kamille en rooibos - deze is rustgevend en zorgt voor een goede nachtrust; citroensapoplossing voor ontgifting en opruiming; yoghurtoplossing die rustgevend én uitermate geschikt is voor het slapengaan; knoflookoplossing: deze werkt laxerend en zuiverend; bitterzout (MgSo4) oplossing. Dit is een oplossing die sterk laxerend werkt.

 

Nou, maak je keuze zou ik zeggen en aan de slag. Ik denk dat ik er wel drie zou willen uitkiezen. Iedere avond voor het slapengaan een rustgevende klysma lijkt me wel wat, dan weet ik tenminste zeker dat mijn darmen ’s nachts niet hoeven te werken. Sorry, ik ben sarcastisch. Dat komt omdat ik vind dat dit soort methodes thuishoren in een goede opbergplaats met een flink slot erop. Ze zouden alleen gebruikt mogen worden onder zeer goede begeleiding, sowieso pas na een gedegen onderzoek én als er geen oraal (via de mond) alternatief voorhanden is. Ik licht dit nog een beetje toe.

 

‘Het gaat hier om een puur natuurlijke methode die al gebruikt werd door de Romeinen,’ lees ik ergens. Nou ‘natuurlijk’ is het zeker niet, want als moedertje natuur wilde dat je zaken via je anus naar binnenbracht dan had ze er wel een mondje opgezet en er wat smaakpapillen aan toegevoegd. Of dacht je dat die er alleen waren voor je eetgenot? Nee, smaakpapillen zijn er om je te beschermen; om op tijd te signaleren wat je echt niet moet innemen. En dat de Romeinen het ook al deden zegt me misschien meer over hun met ons vergelijkbare decadentie dan over hun intellect. De natuurlijke weg wordt hier niet bewandeld, maar oplossingen worden meteen op het eindstation afgeleverd. Daar zit een risico aan vast. Dat risico verschilt per persoon en vraagt om ervaring en kennis van zaken.

 

Als illustratie geef ik je een praktijkvoorval. Een oudere vrouw moest routinematig een endoscopie ondergaan. De toegediende klisma met bitterzout zorgde niet alleen voor een urenlange krampsituatie en diarree, maar ook voor een zweetaanval waarbij het zweet als water uit alle poriën stroomde. De vrouw kwam daarmee in een hypogyclemische shock en stierf op het toilet. De eerste reactie van de behandelende arts op vragen van de dochter was nogal laconiek: ‘Aan een beetje diarree is nog nooit iemand gestorven.’ Ook zijn er overlijdensgevallen bekend in bepaalde klinieken waar gewerkt werd met koffieklisma’s. Dus: pas er mee op, ga niet zomaar lopen experimenteren en volg zeker geen adviezen op van vrienden, bekenden en websitebouwers. Doe het niet alleen, maar samen met een deskundige die zijn ervaring gebruikt in zijn afwegingen.

 

Detoxen met supplementen

Als derde groep noem ik het detoxen met supplementen. Er zijn ontelbare supplementen in de handel en het liefst worden ze verkocht onder een eigen merk. Allemaal hebben ze natuurlijk een geweldig verhaal: alleen zij kunnen je afhelpen van je vervuiling!

 

Detoxen met kruiden

Ik heb eens een aantal kruiden-detoxsupplementen bekeken en het viel me op dat er zo ontzettend veel verschillende kruiden in gebruikt worden. Te pas en te onpas mag ik wel zeggen. De kruiden uit de kruidengeneeskunde en de kookkunde hebben allemaal goede eigenschappen, maar er zijn er slechts een paar die ook echt ontgiften. Alleen de darmen in hun natuurlijke functie een beetje ondersteunen noem ik geen detox. Alleen de urine stimuleren evenmin en zelfs de lever ondersteunen staat niet gelijk aan ontgiften.

De kruiden die je wel helpen met ontgiften noemen we purgerende kruiden. Het zijn sterke kruiden als kurkuma, grapefuitpitsap, borotutu bast, stinkende gouwe en Mariadistel zaad. Wil je echter de kruidengeneeskunde op deze manier toepassen, dan zul je een passend recept per persoon moeten maken. Er is mij meerdere malen gevraagd om een algemeen maar sterk kruidenrecept te maken voor de één of andere aandoening. Omdat de kruidengeneeskunde niet symptomatisch ingericht is, kan dit gewoonweg niet en zéker niet als je sterke zuiverende kruiden gaat gebruiken.

 

Waarom niet? Omdat je rekening zult moeten houden met de individuele constitutie van degene die je deze sterke kruiden geeft. Ben je iemand die snel vastloopt, dan heb je een evenwicht aan voedende en bewegende kruiden nodig. Heb je wat minder lichamelijke energie, dan zul je naast zuiverende ook bevochtigende en voedende kruiden moeten nemen. Draag je interne koude in je, dan moet je verwarmen en voeden. Zit je te hoog in je energie, dan zul je neerwaartse kruiden en voedingsbindende kruiden naast je zuivering moeten nemen. Zo kan ik nog wel even doorgaan. In de praktijk gaat het altijd om allerlei combinaties van dit soort lichaamsgesteldheden.

 

Detoxen met vitamines en mineralen

Sommige methodes adviseren alleen vitamines en mineralen als supplement en noemen dat detox. Is dat correct? Áls de dosis al hoog genoeg is en de betreffende vitamines en mineralen perfect gekozen, dan kun je er nog over debatteren of het louter een ondersteunende mix is dan wel een mix is die buitennormaal zuiverend werkt. Daarmee bedoel ik een mix die iets losmaakt en opruimt wat normaal was blijven zitten. Het volgende punt van overweging bij deze methode is dat de gebruikte supplementen altijd chemisch geëxtraheerd en samengesteld zijn. En daarmee dus een directe belasting vormen voor de lever. Werk je jezelf dan niet geweldig tegen?

 

Detoxen met oxiderende middelen

Een derde manier van detoxen met supplementen is de inname van sterk oxiderende middelen. Ik ken een aantal artsen en therapeuten die zeggen dat ze er met succes mee werken. Ze doen dit echter alleen als ze op geen enkele andere manier een doorbraak in het klachtenpatroon van hun patiënt kunnen bewerkstelligen. Want ook deze methodes zijn niet zonder risico. De middelen die gebruikt worden zijn met name waterstofperoxide (H2O2) en magnesiumperoxide (Mg2O2). De belofte is dat de extra zuurstof in Mg2O2 en H2O2 het lichaam desinfecteert, vitaliseert en tonifieert. Op internet wordt er gegoocheld met begrippen als anaeroob, vrije electronen en oxidatie door mensen die waarschijnlijk nog nooit een testbuisje in hun hand gehad hebben - laat staan dat ze weten wat dit op organisch biologisch niveau doet. Pas er voor op. Extra zuurstof in je lichaam zou virussen en andere ziekmakers bestrijden omdat deze een minder zuurstofrijke omgeving prefereren in vergelijking met gezonde cellen. Misschien werkt dat zo, maar er spelen nog andere zaken een rol, zoals:

 

• Een teveel aan magnesium heeft een curare effect, wat wil zeggen dat het verlammend werkt. Serieuze bijwerkingen zijn: huiduitslag, jeuk, stemmingswisselingen, depressie, duizeligheid, algehele zwakte, verlaagd reactievermogen en vertraagde reflexen, sterke vermoeidheid, misselijkheid, overgeven, verstoring van het hartritme en concentratiestoringen. We noemen dit dan een magnesium overdosis. Weet jij waar je staat met je magnesiuminname en wat een veilige dosis is voor jou?

 

• Ook waterstofperoxide is vanaf een bepaald percentage zeer giftig en etsend. Onder dat percentage zou het veilig zijn, maar hoe lang is veilig dan veilig? Er wordt een food grade variant van waterstofperoxide verkocht van 35%. Waarschuwing hierbij is dat je die niet op de huid moet krijgen, maar alleen geschikt is voor inname. Zet je dat niet aan het denken?

 

• Lourdeswater zou een groter gehalte aan waterstofperoxide bevatten, net als moedermelk. Lourdeswater en moedermelk zijn echter niet alleen oplossingen van waterstofperoxide. Er zit nog veel meer in. De natuur is een chemicus van ongekende grootheid die op subtiele wijze ontelbare zaken weet samen te brengen en veilig te balanceren. Heel wat anders dan puur H2O2 in niets dan water.

 

Als je meer zuurstof in je lijf wilt hebben, kun je je dan niet beter richten op meer frisse lucht, een betere ademhaling en meer beweging? Kost niets en winst gegarandeerd. Alhoewel… natuurlijk kost dat wat, namelijk: wat heb je over voor je gezondheid? En dat is nu precies het hele punt.

 

Conclusie

Tot zover mijn visie op de detox rage, die zeker niet compleet is. Maar ik hoop dat ik je genoeg inzicht gegeven heb om je in ieder geval kritisch op te kunnen stellen bij de methodes die bestaan en de hype die nog komen moet. Veelal zijn dit soort kuren een combinatie van verschillende methodieken en worden ze verkocht als weer iets nieuws. Denk niet dat ik zomaar iets roep zonder ervaring. Om van een hardnekkige darmschimmelinfectie af te komen die ik opliep door een overdosis aan antibiotica, heb ik zelf een tiental methodes uitgeprobeerd. Ik was net als jij onwetend en vertrouwde op anderen. Het duurde even voordat ik wijzer werd en stopte mijn lichaam als speelbal te gebruiken. Geen van de methodes heeft mij toen geholpen, maar ik ben tante Truus niet en mijn ervaringen zijn net zo min relevant voor een ander als die van haar. Dus die houd ik voor me.

Verder weet ik dat er ook positieve verhalen met hele goede resultaten zijn. Des te meer reden om er deskundig mee om te gaan. Begin niet op eigen houtje zoiets drastisch als een detox -zoals je hebt gelezen zijn er risico’s aan verbonden.

 

Als je zo vast zit dat je wel iets drastisch móet doen, ga dan niet uit van jezelf want je hebt 99% kans dat je de signalen van je lijf niet objectief beoordelen kunt. Ik adviseer je te rade te gaan bij een arts of therapeut die je vertrouwt. Mocht die een detox aanraden, dan krijg je tenminste goede begeleiding en maakt het ongetwijfeld deel uit van een groter behandelplan.

 

De beste algemene methode om jezelf te zuiveren en zuiver te houden, is jezelf te versterken. Jouw gevoel om te willen detoxen komt echt niet uit de lucht vallen. Vaak voel je onbewust aan dat je kracht en zuiverheid niet optimaal zijn. Hoe pak je dat aan?

 

• Begin met de kraan dicht te draaien: eet en drink zo natuurlijk mogelijk zodat er zo min mogelijk gifstoffen bijkomen. Daar ligt je eerste winst.

• Leef in een gezond ritme, wat al een hele opgave is.

• Bekijk je ademhaling. Verbeter en intensiveer deze met oefeningen en pas dit in je dagelijkse doen.

• Geef je lichaam regelmatig lichamelijke inspanning die je uitdaagt maar niet uitput.

 

Dit is niet echt een kuur, maar bedoeld als eenvoudige versterking van je eigen natuur. Niet het spektakel en de impuls brengen voortdurende kracht en helderheid. Die verkrijg je door opbouw en volharding. Saai helaas, maar dat is alleen maar in het begin. Al snel voel je je frisser, krachtiger en meer en meer gemotiveerd op deze manier door te gaan.

 

Sta je op de wip en dreig je naar één kant door te slaan? Gooi dan geen gewicht naar de andere zijde, maar beweeg rustig naar het midden.

____________________________________

 

Over vasten en detoxen…

Deel 1

 

Nadat je over de vervuiling van je systeem hebt gelezen ben je natuurlijk in een panische motivatie geschoten om je lichaam te gaan zuiveren. Misschien heb je mijn aanwijzingen ter harte genomen, maar het kan ook zijn dat je googelde op zoekwoorden als cleansing, detoxkuur of ontslakken. Het ontgiften van je lichaam via een kuur wordt namelijk steeds populairder, sterker nog: velen beschouwen het als het gezondste wat je maar kunt doen voor je lijf. ‘Een must van tijd tot tijd - voor iedereen.’ Als je de sites leest die om deze kuren heen gebouwd zijn, staat de noodzakelijkheid voorop, en er zijn natuurlijk ook beloftes. Het is makkelijk te doen, geeft verbluffende, direct merkbare resultaten en… je mag de unieke producten kopen. Deze reinigingskuren vallen eigenlijk buiten het kader van gewóón gezond eten, maar de handige bewoordingen op de diverse sites claimen de terugkeer naar natuurlijke gezondheid. Vandaar dat ik het detoxen toch maar eens onder de loep neem.

 

Is vervuiling van je lijf iets om je zorgen over te maken?

Was mijn vorige verhaal een beetje over de top en valt het allemaal wel mee met die vervuiling? Volgens een aantal medische wetenschappers en artsen wel en is het extra schoonmaken van je lijf niet nodig. Zij zijn van mening dat je lichaam keurig in staat is zichzelf volledig te zuiveren. Maar:

• als organen in hun werking zo perfect gifstoffen kunnen opruimen, waarom worden er dan microplastics, pcb’s, dioxine, zware metalen als kwik en pesticiden aangetroffen in het bindweefsel, de spieren, het vet en de organen van vissen, vogels en zoogdieren?

• hoe staat het met de hormonen en de antibiotica die ingespoten worden in onze slachtdieren? Houden deze ineens op met werken als wij vlees eten?

• hoe zit het met de accumulatie van gifstoffen in de voedselketen? Dat wordt onderzocht en gevonden in alle voedselketens. Bepaalde vissoorten sterven hierdoor uit, adelaars vallen bij bosjes dood in de Verenigde Staten, babybeertjes kunnen niet overleven doordat ze giftige melk drinken. Wij stonden toch ook ergens bovenaan?

 

De vraag die rest is: zijn wij mensen fysiologisch zoveel beter uitgerust tegen gifstoffen dan dieren? Dat is op zijn minst gezegd uiterst naïef, want het omgekeerde is waar.

 

Ligt het antwoord dan in een detoxkuur?

Je hoeft dus geen twijfels te hebben of het zin heeft jezelf te ontgiften. Is een ontslakkings- of detoxkuur dan de juiste keuze? Over het algemeen niet. Er bestaat namelijk geen detox die voor iedereen goed is. Iedere kuur draagt elementen in zich die voor bepaalde mensen verkeerd kunnen uitpakken. En dan heb ik het alleen nog maar over de uitwerking op ‘gezonde’ mensen, nog niet eens over diabetici, hartpatiënten, andere chronisch zieken plus ouderen, tieners en zwangere vrouwen.

 

Het is een beetje hetzelfde als naar de sauna gaan. Ik heb mezelf wel eens gewogen voordat ik de sauna inging en weer als ik eruit kwam. In 15 minuten verloor ik 1 kilo, dat wil zeggen 1 liter zweet. Zo kostte een avondje sauna me 3 liter zweet, omdat ik 3 keer de sauna inging. De betreffende nacht sliep ik erg lekker en voelde me heerlijk schoon. Misschien herken je het. Wanneer je echter weet dat zweet eigenlijk bloed zonder bloedcellen is, dan besef je dat het verliezen van 3 liter niet zomaar door iedereen even makkelijk op te vangen is. Het lichaam moet een enorme hoeveelheid werk verrichten. Als je sterk bent zal een sauna bezoek je waarschijnlijk nog sterker maken. Als je echter niet helemaal in goede doen bent, kun je een flinke duik naar beneden maken van de gezondheidsladder.

Zo is het ook met veel detoxkuren. De gedachte is in principe goed, maar het is zeker niet zonder meer voor iedereen. Los nog van detoxkuren die om allerlei logische redenen voor iederéén af te raden zijn.

 

Ritme & gezondheid

Laten we het eerst nog even algemeen houden voordat we er een paar bespreken. Waar je alvast bij stil kunt staan is dat alle kuren een afwijking van je natuurlijke ritme met zich meebrengen. Iedere gebeurtenis die je uit je ritme haalt, kost je energie om je weer terug te brengen in dat ritme. Nu wil het geval dat juist je ritme de optimale werking van je organen mogelijk maakt. Verlaat je dat, dan doorbreek je de cirkel van vertering en opruiming - een tijdcirkel waarin ieder orgaan precies op het juiste moment aan de beurt komt. Dat wil zeggen dat je met een reinigingskuur precies door je natuurlijke gifopruiming heen aan het fietsen bent! Niet alleen tijdens de kuur, maar het duurt daarna ook nog lang voor je organen in hun ritme terug zijn. De vraag is of het kortdurende effect van je kuur opweegt tegen het langdurige effect van je ritmeverlies.

 

Detoxen, dé oplossing voor vandaag de dag?

Verder wil ik kijken naar de veel gebezigde gedachte dat een detox dé oplossing is voor slechte eetgewoonten - in die zin dat je met je detox alles weer even rechttrekt. Je houdt van lekker eten en wilt niets laten staan. Met enig bewustzijn voel je je hierdoor toch een beetje schuldig ten opzichte van je lijf. Joh, dan cleansen we om het half jaar toch even! Je auto krijgt toch ook ieder half jaar een beurt! Met een detox wordt je lichaam gezuiverd en krijgt het wat rust van al die overbelasting. En kan er weer even tegen. Zo hoef je je gebakje, je dagelijkse glaasjes wijn en je snacks niet op te geven. Maar… weet dat geen enkele detox werkt als contrabalans van slechte leefgewoonten. Het is hetzelfde als het oerbos rooien, even pauze nemen, wat zaadjes planten, die wat water geven en daarna weer verder op de bulldozer.

 

Afvallen met een detox dan?

Veel mensen willen maar al te graag via een makkelijke weg van hun teveel aan kilootjes af. Ze zijn jammer genoeg te goed gelovig, te weinig in achtergronden geïnteresseerd en veel te welwillend met hun portemonnee. Daar maken commerciële geesten dankbaar gebruik van. Dat detox en afvallen niet bij elkaar horen is voor mij zo logisch dat ik het eigenlijk niet de moeite van het bepraten vind, maar ik kom de combinatie zo vaak tegen op internet dat ik het hier toch wil uitleggen.

 

Er zijn twee hoofdvormen van te dik zijn. Ten eerste: je eet teveel en veroorzaakt daarmee teveel vetopslag, ten tweede: een teveel aan opslag van vuil door verkeerde voeding, medicijnen en andere chemische oorzaken. Water buffert dit vuil en een groot deel van je teveel aan kilo’s ís dan ook water. Nu hebben de meeste dikke mensen last van beide. In ieder geval geldt dat een snelle detox (10 dagen is niet zo lang) niets doet aan je verkeerde ritme, niets doet aan de vuilopslag in je vetcellen en niets doet aan je afgezwakte verteringssysteem. Door de detox word jij zelfs de bekende jojo. Het jojo principe is een sterke ritme verstoring die heel veel energie kost en je systeem dus verder afzwakt.

 

Wil je afvallen, dan zul je dit echt systeemmatig en stelselmatig moeten doen. Dit betekent:

 

• een analyse maken van wat jou dik maakt

• kijken wat je aan voeding neemt en wat je aanpassingen daarin stap voor stap moeten zijn

• eventueel extra zuivering met bijvoorbeeld kruiden

• eventueel maatregelen inzetten ten aanzien van ademhaling en beweging.

 

Wil je afvallen, vergeet dan de detox, net als alle andere snelle methodes. Ieder geval van overgewicht is een geval van een verstoord ritme en een verstoorde energieomzetting en daarin zul je de oplossing dan ook moeten zoeken.

 

In de volgende Online zullen we diverse kuren eens onder de loep nemen.

 

____________________________________

 

Deel 14 – Vraag & antwoord

 

De vorige keer gaf ik je een concrete aanpak voor iedere welvaartziekte. Kijk er nog maar eens naar en denk er over na. De ervaring leert dat er voor iedereen op veel vlakken nog verbeteringen zijn aan te brengen. Kunnen we het hiermee afronden? Nee, ik denk dat we nog met een paar vragen blijven zitten. Tenminste ik kan een paar vragen bedenken waarvan ik me kan voorstellen dat je zou willen weten hoe dat dan zit! Zoals:

 

•Wat doe je als je aan een welvaartsziekte lijdt die in een zo ver gevorderd stadium is dat ie onomkeerbaar is? In zo’n geval ga je natuurlijk met meer beleid te werk. Je kunt je voorstellen dat je darmslijmvlies permanent is aangetast. Dat je insuline spuit tegen je diabetes of dat je zelfs behandeld wordt tegen een vorm van kanker. Ga nóóit zelf lopen experimenteren met je medicatie. Bovenstaande maatregelen zijn echter voor iedereen goed en door hiermee aan de gang te gaan, zul je in ieder geval een gunstige invloed uitoefenen op je ziektebeeld. Als je merkt dat je situatie zelfs verbetert, kun je in gesprek met je arts je medicatie aanpassen. Wanneer je arts niet meewerkt, kun je vragen om een extra onderzoek naar de symptomen waarop je medicatie ingesteld is.

 

•Hoe zit het met extra vitamine en mineralen?Als je gezond eet, krijg je in principe van alles wat je nodig hebt voldoende binnen. Eet je supergezond en heb je toch ergens een tekort aan - magnesium en vitamine B12 zijn op dit moment heel populair - dan kun jezelf afvragen waarom je lichaam deze zaken onvoldoende aanmaakt of opneemt. De uitleg en de 5 maatregelen hierboven geven je misschien voldoende indicatie om de juiste stappen te ondernemen. Kijk naar die dingen waar je structureel tegen je eigen natuur ingaat. Echt, ook bij jou werkt het zo en bij het oplossen van de grootste oorzaak heb je de meeste baat…

 

•‘Maar...moet ik dan toch niet wat vitaminepillen slikken?’ Nou nee! Met dit antwoord voel ik altijd van alle kanten de ‘ja-maars’ komen. Laat die eens even varen en zet je verbeelding en gezonde verstand even open. Stel je een fabriek met werknemers voor en dat het drukke tijden zijn. De werknemers zijn overwerkt en kunnen een bepaald product onvoldoende leveren. Los je dat op door meer grondstoffen naar binnen gooien om toch aan je quotum te komen? Of ga je de werkomstandigheden van je werknemers verbeteren zodat ze gauw weer hun normale werk kunnen doen? Dit geldt ook voor je lichaam (als fabriek) en de pillen (als extra grondstof). Ten aanzien van extra vitaminen en mineralen nog een ander bezwaar: het is namelijk geen ‘hele’ voeding. In de regel zijn ze chemisch geëxtraheerd of samengesteld en we zijn al tot een conclusie gekomen dat alleen hele voeding op een doelmatige, natuurlijke manier verteert. En dat we juist de onnatuurlijke, chemische rommel uit ons systeem willen hebben. Geen multivitaminen dus. Wat je eventueel wél kunt nemen is superkwaliteit-voeding eten als extraatje. Ik bedoel hiermee de zogenaamde superfoods, zoals aloë vera, maca, goji bessen, zuivere cacao, chlorella, hennepzaad, chiazaad en royal jelly. Ik geef je hier alleen temperatuur-neutrale superfoods om redenen die je inmiddels kent. Superfoods zijn voedingsmiddelen met een buitengewone voedingswaarde. Dat wil zeggen dat deze voedingsmiddelen heel veel vitaminen, mineralen en enzymen die goed voor ons zijn bevatten. Omdat het in alle gevallen om hele voeding gaat, worden ze op een natuurlijk manier verwerkt en heeft je lichaam de keuze ze op te nemen of te laten gaan.

 

•Hoe zit het met al die gifstoffen? Wat gebeurt daarmee? Gelukkig kan een deel van die akelige gifstoffen worden afgebroken door de lever. Een ander deel wordt verwijderd via de poep, omdat vezels ze aan zich binden en meenemen. Weer een ander deel kan worden verwijderd door de binding aan chlorofyl (bladgroen). Het aandeel gif en de variëteit is echter te groot en te complex om door ons lichaam adequaat te worden verwijderd. Chemisch vergif dat niet kan worden weggewerkt, slaat ons lichaam op in onze vetcellen en bindweefsel. Als het aandeel van gifstoffen te groot wordt, wordt er gebufferd door de aantrekking van water naar de cellen. Denk maar eens aan het jonge meisje van 18 dat al cellulitis op haar dijen heeft of aan de mensen die van een glas water dik worden. Wat je kunt doen is natuurlijk zo zuiver mogelijk eten, zodat er zo min mogelijk nieuwe gifstoffen bijkomen. Het lichaam krijgt dan meteen ook meer tijd en kracht om oudere gifstoffen op te ruimen. Daarnaast vind ik het nemen van chlorella in deze tijd eigenlijk een must voor iedereen. Want of je wilt of niet, gifstoffen krijg je toch naar binnen. Chlorella is een superfood, maar dat aspect is hier niet van belang. Wat hier telt is dat het ook nog eens de beste opruimer is die de natuur voor ons kon verzinnen: dat geldt voor zware metalen, chloorverbindingen en complexe andere gifstoffen. Nu weet de commercie dat ook en de markt van chlorella is al flink verziekt met onzuivere en chlorella van zeer lage kwaliteit. Zo zie je maar dat de verzieking van je voeding gepaard gaat met de verzieking van de maatschappij. Ik ken één merk waarvan ik zeker weet dat het een hoge kwaliteit heeft en op het gebied van zuiverheid en kwaliteitscontrole te vertrouwen is. Dat is Taiwan Chlorella.

 

•Hoe zit het met een voedselintolerantie, zoals een glutenallergie waarbij je sommige hele granen niet kunt eten?Zo’n 25 jaar geleden hoorde ik voor het eerst over een glutenallergie. De patiënte in kwestie, een Rotterdamse, had het over gluten met zo’n keiharde G en een hele dikke L. In haar opsomming gebruikte ze het woord zo vaak dat ik er meteen ook een beetje allergisch van begon te worden. Zo’n 25 jaar geleden?! Betekent dat het voor die tijd dan niet bestond? Nou ik denk dat je er nog zo’n 10 of 15 jaar bij mag tellen, maar dat je inderdaad mag concluderen dat het daarvoor inderdaad nog niet bestond. Dan praten we over eind jaren zeventig, begin jaren tachtig. Nou, dat is een mooie bevestiging van mijn pleidooi. Op de één of andere manier heeft zich een zodanige verandering in ons eetpatroon voltrokken, dat mensen zelfs allergisch worden voor één van de basisbestanddelen van onze lokale voeding, te weten tarwe, gerst en rogge (spelt en kamut vallen ook binnen de tarwefamilie). Nu is niet iedere glutenintolerantie direct al een allergie. Bij een allergie gaat het zo ver dat het eigen immuunsysteem een ongevaarlijke stof (de gluten) aanvalt. En daar gaat het om! Want waarom valt het immuunsysteem iets aan wat geen kwaad kan? De reden hiervoor is onder andere vervuiling. De immunoglobulinen, de soldaatjes van ons immuunsysteem, zijn zo gestrest door alle indringers, dat ze in deze hypertoestand zaken aan gaan vallen die er voor hen net even te gevaarlijk uitzien. Voor de één is dat een kattenhaar, voor de ander zijn dat zaden en pollen en voor een derde zijn dat gluten. Waarom de één kiest voor kattenhaar, de ander voor pollen en een derde voor gluten als zijnde zijn of haar vijand, daarvoor heb ik een niet-wetenschappelijke logica die ik hier daarom maar voor me zal houden. De wetenschap staat in ieder geval voor een raadsel. Ook voor voedselallergie en voedselintoleranties gelden dus onze 5 maatregelen. Nu kun je overal lezen dat je van een glutenallergie nooit meer afkomt. Ik denk dan: als er een weg heen is, dan is er ook een weg terug - met dien verstande dat iedere weg ook een point of no return heeft die overschreden kan worden. Meteen al je glutenhoudende voeding voor altijd weglaten is niet het antwoord, want je gaat de oorzaak daarmee alleen uit de weg. Ik zou zeggen, neem professionele begeleiding om je darmen verantwoord te zuiveren en laat je regelmatig testen op je tolerantie, zodat je lijf weer snel kan genieten van al die heerlijke vitaminen, mineralen en eiwitten die tarwe, gerst en rogge te bieden hebben.

 

Dat waren de vragen die ik voor jou bedacht had. Er komen nog een paar hoofdstukken, maar mocht je zelf nog een vraag hebben over het bovenstaande en vind je die hier of in voorgaande stukken niet terug? Mail de redactie (bewustzijnonline@gmail.com)! Als hij nog niet direct of indirect behandeld is en niet vraag om een persoonlijke diagnose, zal hem beantwoorden aan het einde van deze reeks. Eigenlijk daag ik je dus een beetje uit om je eventuele vragen zelf te beantwoorden met behulp van deze serie. Zo kom je erachter of je het begrepen hebt en zul je de feitelijke simpliciteit achter voeding leren zien.

____________________________________

 

Deel 13: De 5 maatregelen

 

Deel 12 eindigde met de vraag waarom er zoveel verschil in ziektes is als ze allemaal toch zo’n beetje dezelfde oorzaak hebben. Om te beginnen zijn we allemaal anders. Anders van genetische komaf, van bouw, van karakter en anders qua intentie. Daarnaast leggen we ook allemaal andere accenten in hoe we onszelf ‘misbruiken’. En het is ook niet iets alleen van deze tijd. Iedere beschaving had er mee te kampen, dat wordt decadentie genoemd. De Romeinen, de Grieken, de Egyptenaren, de Sumeriërs en natuurlijk ook de Chinezen duizenden jaren geleden. In de Chinese geneeskunde wordt de situatie van vervuiling ‘damp’ genoemd, als zijnde niet-heldere energie. Niet alleen het slechte eten, maar ook een teveel aan denken (wat je energie in het hoofd houdt in plaats van in de buik), emotionele zaken, haast, geen aandacht bij het eten, geen tijd om uit te buiken en een oneven ritme tussen ontspanning en lichamelijke arbeid; al deze zaken werken mee aan vervuiling. Het is dus logisch dat we hier allemaal in meerdere of mindere mate mee te kampen hebben. Een groot deel hiervan kan opgelost worden door gewoon gezond te gaan eten. En wat kun je verder doen en hoe pak je dat aan?

 

Als antwoord op deze vraag geef ik je eerst het universele antwoord voor iedere situatie die jou aangaat: volg je eigen natuur. Draai om wat daar tegenin gaat en pas aan wat er te ver vandaan ligt. Om het toe te spitsen op het fenomeen welvaartsziekte, zal ik proberen het wat handzamer maken door 5 maatregelen te benoemen:

 

1. Gezonde voeding

Hierover heb ik je in de vorige delen al zo’n beetje alles verteld. Ik heb het niet bedacht, onderzocht en of chemisch uitgelezen. Het is meer een logische weergave van wat gezonde voeding is volgens de natuur en volgens jóuw natuur. Ik raad je aan om door jou gewenste veranderingen stap voor stap door te voeren, niet in één keer. Sommige dingen zullen in het begin namelijk niet zo fijn of lekker zijn. Dat komt doordat je waarnemende functies (hier vooral smaak) en verteringssysteem ingesteld zijn op snelle suikers, ranzig vet en zouter dan zout. Wanneer je teveel tegelijk verandert, krijg je een massa tegenwerpingen van je lijf. ‘Niet te vreten dat natuurlijke eten,’ zal het zeggen. ‘Ik ga liever gewoon dood.’ De afstomping van smaak en vertering moet langzaam weer worden teruggebracht naar een natuurlijke fine-tuning. Je zult zien dat je jezelf dan ook met natuurlijk eten echt kunt verwennen.

 

2. Een gezond ritme

Hier vallen heel veel soorten ritmes onder. Je dag/nachtritme, werk/ontspanningsritme, weekritme, eetritme en alles wat je nog verder bedenken kunt. Je weet heel goed wanneer je iets teveel doet of juist te weinig en als jij het niet in de gaten hebt, luister dan eens naar je omgeving die jou beter en objectiever kan spiegelen.

 

3. Gezonde inspanning

Ook hier gaat het eigenlijk over ritme, maar ik neem deze even apart. Bij welvaartziektes wordt erkend dat fysieke inspanning een belangrijke rol speelt: ‘Gaat u maar eens naar de fitness of misschien kunt u een andere sport doen?’ Dat het hier feitelijk ook om ritme gaat, hoor je nooit. Want 2 of misschien zelfs 3 keer per week naar de sportschool geeft nog altijd geen contrabalans tegen dagelijks 16 uur op je krent zitten. Kijk maar eens even mee. Je staat ’s morgens om 7.30 uur op. Om 8.00 uur zit je aan het ontbijt. Daarna zit je in de auto naar het werk. Op je werk zit je tot 12.00 uur achter een computer en je gebruikt je pauze om zittend te lunchen. Daarna ga je weer flink aan de slag en zit je tot 17.00 uur hard door te werken. Dan ga je al zittend in je auto naar huis waar je gezellig zittend het avondeten nuttigt. Dan lekker uitrusten en op de bank zitten tot je naar bed gaat om 24.00 uur. Dat beetje lopen tussendoor heeft geen waarde, dus zo kom je algauw aan 16 uur zitten. Een extreem voorbeeld? Misschien, maar ik zou ze niet graag de kost geven die grotendeels zo leven. Als je naar de opbouw van je lichaam kijkt, dan zie je dat dit niet uit één rigide structuur bestaat, maar dat er allemaal scharniertjes in zitten die we gewrichten noemen. Rondom die gewrichten lopen je spieren, waarmee je gecontroleerde bewegingen kunt maken. Ook bij een ogenschijnlijk stille stand zie je als je goed kijkt continue minuscule beweginkjes van je gewrichten en je spieren. Dit gebeurt echter niet als je tegen een leuning zit. Je spieren zullen nog even wat doen, maar na zo’n 10 minuten verdwijnt hun actieve bemoeienis en zak je in je banden. Daar is je lichaam niet op gemaakt. Niet alleen je gewrichten, spieren en banden lijden onder lichamelijke passiviteit, maar ook je bloedsomloop, energieopname, energieverbruik en vertering. Jawel, alles functioneert het beste met beweging.

 

Hoe ziet een gezond ritme van bewegen en niet-bewegen er dan uit? Een kant-en-klaar antwoord kan ik je daar helaas niet op geven, dat zul je zelf een beetje moeten uitproberen. De beste manier van bewegen is bewegen met een inzet van je grootste spiergroepen voor een wat langere tijd. Denk aan wandelen, fietsen, roeien, zwemmen, dansen, maar ook aan een verdedigingssport als tai chi. Of doe aan yoga. Uitputtend sporten is een ander verhaal met een ander doel, namelijk het uitbouwen van spier-,hart en longconditie. Ook mooi, maar dat kan niet zonder een goede basis.

 

Om meer in beweging te komen bouw je het langzaam voor jezelf uit. Zo voorkom je overbelasting en tegenzin. Wanneer je op een punt komt dat je je de hele dag lichamelijk fit voelt, zit je goed. Buiten bewegen levert meer op dan dat je ergens binnen sport. Wat zitten betreft: je kunt actiever zitten door veel van houding te wisselen. Zonder leuning, met leuning, op je rechterbil, dan op je linkerbil. Met een voetsteuntje onder de ene en dan onder de andere voet. Zonder voetsteuntje. Met de benen naar achteren, naar voren gestrekt. Bedenk het zelf maar. Ook al krijgt je lichaam dan nog geen echte beweging, je houdt jezelf in ieder geval in actieve modus waarbij je dus niet inzakt, in je banden gaat hangen en op je darmen gaat leunen.

 

4. ademhaling

Alweer een ritme, het ademhalingsritme. Toch wil ik hier niet ritmisch kijken, maar meer vanuit de plek waar je ademhaling gelokaliseerd is. Zonder helemaal in anatomisch kinetische details te gaan betreffende ademhaling (zie daarvoor mijn boek: ‘Meester van de wind’) kunnen we stellen dat er 3 belangrijke manieren van ademhalen zijn.

 

• De buikademhaling. Hier zet de buik uit bij inademing en plat af bij uitademing. De borstkas blijft hierbij ongemoeid;

• De borstademhaling. Dit is een veel hogere ademhaling. Hierbij zet de borstkas uit naar voren en naar boven;

• De flankademhaling. Deze ligt tussen de buik en de borstademhaling in. De flanken zetten hierbij uit naar buiten.

 

Het is niet moeilijk om je voor te stellen dat iedereen die geen rust in zijn donder heeft en/of teveel gedachtegangetjes naloopt in zijn hoofd, een te hoge ademhaling heeft. Je ziet dan vooral een borstademhaling, soms ook in combinatie met een flankademhaling. De natuur heeft de hoge ademhaling bedacht om alert te worden of te blijven. Je adrenaline wordt daarmee op een wat hoger pitje gezet, je aandacht aangescherpt en je onderstel (buik en bekken) als het ware vastgezet zodat je je handjes kunt laten wapperen. Om nu te zeggen dat het hier om een vecht/vluchtstadium handelt, is wel wat veel gezegd, maar het is het voorportaal. Niet iets dat je lang wilt vasthouden. Met je buikademhaling ben je relaxed, masseer je je darmen, loopt je bloedsomloop evenredig en gaat alles zoals het moet.

 

Om kort te gaan: hoge ademhaling geeft een stresssituatie aan. Kun je een hoge ademhaling hebben en toch geen stress voelen? Jawel. Als je die hoge ademhaling maar lang genoeg volhoudt, vóelt het op een gegeven moment aan als normaal. Maar daarmee reageert je lijf nog níet anders, wat wil zeggen dat het nog steeds in een alerte toestand verkeert. Dit is de reden dat ik dit gebied betreed via de ingang ademhaling en via het deurtje stress. Je kunt je stress wel vermijden, maar als je ademhaling niet zakt, blijft je lijf toch in een stressconditie. Het is dus zaak om even na te gaan welke ademhaling jij gebruikt in een rusttoestand. Leg hiervoor één hand op je buiken en één hand op je borstkas, dan zie je meteen waar je ademt. Als je borstkas meebeweegt zul je de normale buikademhaling terug moeten trainen. Doe dit alleen tijdens rustmomenten. Heb je eenmaal in een rustsituatie een normale buikademhaling, dan heb je meteen een perfecte graadmeter om te kijken wanneer je gestresst wordt. Je ademhaling gaat dan namelijk omhoog en je buikademhaling verdwijnt. Ga nu niet de hele dag hierop letten, maar check jezelf eens af en toe. Is je ademhaling te hoog? Breng hem dan naar beneden met een paar bewuste buikademhalingen. Je zult zien dat je je dan ook meteen rustiger voelt.

 

5. Meer tijd

Tenslotte een advies dat te simpel is om lang uit te leggen. Ik geef daarvoor een verkorte cursus mindfulness.

• Neem net even teveel tijd voor alles wat je doet;

• Gebruik die extra tijd om meer om je heen te kijken en je te verwonderen met een glimlach.

Gratis en voor niks deze instant doe-het-zelf cursus, maar reuze effectief.

 

Dit is het dan, je aanpak tegen het negatieve aspect van onze welvaart, geldend voor iedere welvaartziekte. Kijk er nog maar eens naar en denk er over na. De ervaring leert dat er voor iedereen op veel vlakken nog verbeteringen zijn aan te brengen. Kunnen we het hiermee afronden? Nee, ik denk dat we nog met een paar vragen blijven zitten. Tenminste ik kan een paar vragen bedenken waarvan ik me kan voorstellen dat je zou willen weten hoe dat dan zit!

Daarover de volgende keer meer.

 

____________________________________

Deel 12: Verleidingen

 

Deze keer wil ik het eens hebben over de reclamefolders van de supermarkt. Als ik die weleens bekijk kan ik tussen al die verleidelijke aanbiedingen nauwelijks echte voeding ontdekken! Het zijn allemaal dingen die we lekker vinden: witte broodjes, barbecueworstjes, chips, nootjes, chocolade, cola, ijsjes, frituursnacks, diepvriespizza en snoepgoed in allerlei kleurtjes. Het eten van een ‘rijk’ land. Enig idee wat dit met je lichaam doet?

 

In vergelijking met de natuurlijke voeding die ik uitgebreid in voorgaande delen beschreven heb en die perfect past bij de werking van je lichaam, kun je van bovenstaande massaproducten kort & goed en zonder uitzondering zeggen dat ze je darmen vervuilen. Om dit te verduidelijken moet je het volgende weten. De darmwand is geen gladde buis, maar bestaat uit plooien. Deze plooien hebben ook ieder weer plooien en ieder van die plooien bestaan op hun beurt ook weer uit plooien. Het opnameoppervlak van je darmen is dus enorm groot. Deze plooien hebben een samentrekkende en loslatende beweging die we de peristaltiek van de darmen noemen. Ze bewegen en kneden dat wat je gegeten hebt, zodat zoveel mogelijk in aanmerking komt voor vertering en verder getransporteerd wordt.

 

Stel je nu voor dat er een klomp eten in de darmen komt. De basis voor die klomp bestaat in de meeste gevallen uit een geraffineerd koolhydraat. Laten we als voorbeeld witte rijst nemen. Je hebt vast wel eens gekookte witte rijst in een pan laten zitten. De volgende dag kun je die er met een mes uitbikken. Deze plakkende eigenschap van geraffineerde koolhydraten wordt in Japan al eeuwen gebruikt: doorgekookte witte rijst wordt daar namelijk als lijm toegepast. Die lijm is zo sterk dat hij gebruikt werd om de schedes van de Samoerai zwaarden aan elkaar te lijmen. Nu, deze plakkerigheid komt ook in je darmen; hij bedekt en verstopt de plooien. Zaten er nu nog maar voldoende vezels in, zoals bij zilvervliesrijst, dan was er voor de plooien nog voldoende aangrijping en adem om hun normale bewegingen uit te kunnen voeren en de massa in beweging te houden. Maar dat lukt niet meer bij één grote plakkende massa. Meng hier nog wat extra suiker door, een beetje vet en verschillende chemicaliën; dan heb je een perfecte toxische bodem voor allerlei ongedierte. Schimmel is hiervan de ergste - die groeit als kool op deze zoete pasta.

 

Zo krijg je een instant overbelasting van de darmen en een directe vervuiling van het darmslijmvlies. Ons slijmvlies, dat de verschillende lichaamsholten bedekt, heeft overal verbindingen en kent onderling een continue uitwisseling. Op die manier krijgen ook de longen flink wat van deze vervuiling mee. De overige organen - zoals lever, pancreas en nieren - worden op een andere manier met deze overbelasting geconfronteerd. Dat gaat allereerst via de verwerking van de plakmassa en in tweede instantie via de opruiming ervan. Wat betreft de opruiming praten we niet alleen over het afval, maar ook over gifstoffen. Dit zijn de natuurlijke gifstoffen die bij verwerking van onze voeding vrijkomen en dan ook nog eens de onnatuurlijke gifstoffen waarmee geproduceerde voeding helaas vol zit.

Denk aan:

 

• productiegifstoffen - die vrijkomen bij productieprocessen zoals sterke verhitting of verzuring

• milieugifstoffen - de zware metalen, de nitraten, microplastics en andere gifstoffen die door bodemvervuiling en luchtvervuiling in onze voeding terecht komen

• medicijnen - die je slikt tegen een hoofdpijntje, maar ook de medicijnresten van anderen die in de bodem en ons water terecht gekomen zijn

• hormonen - om ons vee snel te laten groeien

• antibiotica - in grote hoeveelheden toegepast om ons vee ziektevrij door de keuring te krijgen

• herbiciden - om onkruid tussen onze eetbare plantjes te vergiftigen

• pesticiden - om vervelende insecten te doden die ook mee willen snoepen

• emulgatoren - om alles wat we bij elkaar gooien een beetje beter mengbaar te maken

• voedingszuren - voor versterking van de conserveringsstoffen en tegen verbleking

• conserveringsmiddelen - zodat alles niet zo snel gaat rotten of gisten

• smaakversterkers - tja, er moet ook nog smaak aan zitten, dan koop je er meer van

• kleurstoffen - het oog wil ook wat

• kunstmatige zoetstoffen - zoet verkoopt beter

• verpakkingsgassen - om zuurstof te vervangen waardoor alles minder snel rot

 

Een hele lijst en dan heb ik ze nog lang niet allemaal genoemd, maar het geeft een aardig beeld van hoe er met je voeding geknoeid wordt. Ja, we zijn met velen en we willen allemaal uitgebreid, gevarieerd en makkelijk eten. Dat vraagt om snelheid, hoeveelheid en houdbaarheid. En zo hebben we dit punt bereikt. Onze organen en onze natuurlijke processen zijn er niet blij mee.

 

Dat we niet meteen sterven na een weekje supermarktvoedsel is eigenlijk een wonder te noemen, maar het is een nog groter wonder dat hele volksstammen dit al decennia lang hun vóeding noemen. Supermarktkarren vol vormen de oogst voor veel huisgezinnen om weer een week op te overleven. Blijkbaar is ons lichaam sterker dan de optelsom van al deze negatieve zaken bij elkaar. Het is waar; het menselijk lichaam is verbazingwekkend sterk soms. Laten we onszelf echter niet voor de gek houden. Goed is het niet. Zouden we er meteen aan sterven, dan zouden we het wel laten. Nu is het een langzaam, sluipend proces via verschillende degeneratieve ziektes dat je naar het einde leidt. Deze ziektes, die direct op het bovenstaande terug te voeren zijn, duiden we aan met de ietwat tegenstrijdige naam ‘welvaartsziekten’.

 

Ter illustratie: de eerste keren dat ik in Oost-Azië was, zo’n 20-30 jaar geleden, viel het me op dat er geen dikke mensen waren. Ik bezocht toen China, Indonesië, Laos, Thailand en Vietnam, maar ik weet dat dit ook gold voor de andere landen uit die regio. We noemden dat gedeelte van de wereld toen nog ‘de derde wereld’; arme landen, zonder onze welvaart. Toen die welvaart daar langzaam binnen begon te druppelen, kwamen ook de supermarkten, het fastfood en de frisdrank mee. Algauw zag je het straatbeeld veranderen. Het leek wel of een groot deel van de mensen daar binnen een paar jaar tot Michelin-achtige proporties uit elkaar plopte.

 

Ik ben me ervan bewust dat dit verhaal eruit begint te zien als één van die waarschuwende artikelen op internet waarvan je er twintig in een dozijn kan vinden. Pas op! Dit is niet goed! Als je dit doet gebeurt er dat! Maar ik wil niet met mijn vingertje omhoog lopen en houd al helemaal niet van verboden. Je mag doen wat je zelf wilt. Wat ik wil proberen is jou met mijn verhaal naar je natuurlijke gevoel terugbrengen. Waar waren we gebleven? O ja, bij welvaartziektes. Ik noem er een aantal.

 

• Hart- en vaatziekten

• hypercholesterolemie/hoog cholesterol

• hypertensie/hoge bloeddruk

• diabetes

• obesitas

• auto-immuun ziekten zoals Graves, reumatoïde artritis, Bechterew, psoriasis

• osteoporose

• allergieën

• voedselintoleranties, zoals glutenallergie

• darmziekten zoals Crohn, candida en colitis ulcerosa

• Alzheimer

• dementia

• vele soorten kanker

 

Dat zijn er toch nogal wat. Maar… de mensen die deze ziektes hebben, zijn die dan geen slachtoffer van uhh, nou ja, gewoon die ziekte? Ik moet je helaas teleurstellen. Uitzonderingen en een eventueel aanwezige zwakte in erfelijke aanleg daargelaten, is het toch vooral een samenloop van omstandigheden waarbij een niet zo’n goede levenswijze samen met slechte voeding leidt tot dit soort aandoeningen. Dit klinkt misschien een beetje kort door de bocht, maar ik geef je de oorzaak bondig omdat dit meteen ook de oplossing is. Je kunt het namelijk omdraaien en een betere levenswijze en beter voedsel als de weg zien die je van deze ziektes wegleidt. Dit wordt natuurlijk ook al decennia lang gepredikt. Niets nieuws onder de zon. Toch blijven we met zijn allen naar dat individuele ziektebeeld kijken. We blijven het ziektes noemen en hangen daarbij aan de betreffende instanties, de dokters, de onderzoeken, de hulpgroepen en natuurlijk de bijbehorende medicijnen. Ik zal het heel voorzichtig cultureel geconditioneerde afhankelijkheid noemen. Je beloning daarbij is dat je jezelf slachtoffer mag noemen. Jij bent immers niet de oorzaak achter je ziekte; je hebt hulp nodig, begeleiding en een andere schuldige. Zo leren we dat en krijgen we een oplossing aangeboden die te ver van de oorzaak afligt.

 

Want de grootste oorzaak achter welvaartsziektes wordt misschien wel genoemd, maar lang niet zo indringend als nodig is! In mijn praktijk zie ik zoveel mensen die al jarenlang medicijnen voorgeschreven krijgen en nog nóóit een advies over voeding, hun levensritme of over hun emotionele huishouding als alternatief aangeboden hebben gekregen. Stel jezelf eens de volgende vraag: je weet dat slechte voeding en een slechte levenswandel de hoofdoorzaak zijn achter een bepaalde ziekte. Is het dan niet logisch dat we daar eerst aan gaan werken voordat we met medicijnen gaan strooien? Die je lijf nog eens extra vervuilen en de vicieuze cirkel sluiten?

 

Tja. Als ik met mijn boodschap aankom, dan knikt iedereen braaf en men begrijpt het ook nog. Maar we willen met z’n allen wél ‘normaal’ leven. Diep van binnen geloven we het gewoon niet. Tenminste niet ten aanzien van onszelf. Wij denken dat wij een uitzondering zijn, dat onze supermarkt de uitzondering is en dat het heel erg meevalt hoe slecht onze voeding samengesteld is. Soms moet ik er bijna om lachen als het niet zo triest was. Denk niet dat ik hier bepaal wat goed en slecht is. Dat doet de natuur. Hoe verder je daar vandaan eet, des te slechter het voor je is.

 

Over welke percentages hebben we het eigenlijk als we praten over welvaartziekten? Ik moet bekennen dat ik geen cijfers ken. Ik zou ze op kunnen zoeken, maar ik vind het eerlijk gezegd totaal onbelangrijk. Het gaat om het individu. Jíj moet wakker worden, je neus weer gaan gebruiken, je smaak op peil brengen en met je buik je keutel trainen. Het gaat om veel, heel veel mensen. Ik weet dat uit eigen waarneming - en met mij vele anderen die getraind zijn om dit waar te nemen. Wanneer je de mens als totaliteit beschouwt, kun je vragen naar specifieke kenmerken, je kijkt naar de tong en voelt de pols. Een situatie van vervuiling en overbelasting is op die manier heel makkelijk te herkennen. Persoonlijk zie ik de kenmerken van vervuiling en overbelasting bij meer dan 80% van de mensen in mijn praktijk. Niet dat ze daarvoor komen; de meeste niet tenminste.

 

Je zou je kunnen afvragen waarom er dan zoveel verschil is in ziektes, als ze allemaal toch zo’n beetje dezelfde oorzaak hebben. Om te beginnen zijn we allemaal anders. Anders van genetische komaf, van bouw, van karakter en anders qua intentie. Daarnaast leggen we ook allemaal andere accenten in hoe we onszelf ‘misbruiken’. En het is ook niet iets alleen van deze tijd. Iedere beschaving had er mee te kampen, dat wordt decadentie genoemd. De Romeinen, de Grieken, de Egyptenaren, de Sumeriërs en natuurlijk ook de Chinezen duizenden jaren geleden. In de Chinese geneeskunde wordt de situatie van vervuiling ‘damp’ genoemd, als zijnde niet-heldere energie. Niet alleen het slechte eten, maar ook een teveel aan denken (wat je energie in het hoofd houdt in plaats van in de buik), emotionele zaken, haast, geen aandacht bij het eten, geen tijd om uit te buiken en een oneven ritme tussen ontspanning en lichamelijke arbeid; al deze zaken werken mee aan vervuiling. Het is dus logisch dat we hier allemaal in meerdere of mindere mate mee te kampen hebben. Een groot deel hiervan kan opgelost worden door gewoon gezond te gaan eten. En wat kun je verder doen? Daar ga ik de volgende keer uitgebreid op in.

____________________________________

 

Deel 11: Kruiden en specerijen

 

Ah, kruiden en specerijen! Nu wordt het voor veel mensen pas echt interessant. Kruiden en specerijen geven namelijk een figuurlijke klank en kleur aan het eten. Door het toevoegen van deze exotica krijgt iedere bevlogen kok het gevoel een kruidenmeester te zijn. Niet alleen de smaak telt, maar ook de levende werking van het kruid. Het proeven van kruiden door de jaren heen laat een kennis in ons achter die bewust of onbewust aanwezig is tijdens het koken. Zo leren we er langzaam mee spelen. Ik ga er hier eens wat anders op in. Wie weet zorgt het voor een impuls naar nieuwe smaken.

 

Smaak & uitwerking

Kruiden behoren niet tot de basisbestanddelen voor je voeding, maar ze bepalen wel of het eten je kan betoveren of niet. Dan hebben we het niet alleen over de smaak, maar ook over de uitwerking. Kruiden geven richting aan je eten. Smaak en uitwerking zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het is dat ‘lekker’ - dat je niet alleen in je mond maar in je hele wezen ervaart. Natuurlijk kunnen ook bestanddelen als granen, groenten, vlees en vis, mits vers en goed klaargemaakt, je deze ervaring soms geven. Kruiden geven je echter de gelegenheid dit effect te versterken en in de meeste gevallen je eigen extra kleur en smaak te creëren.

 

Herkomst

Voordat we verdergaan wil ik eerst kruiden en specerijen onder één noemer vegen om het wat makkelijker te maken. Vanaf nu noem ik ze allemaal kruiden. Het verschil tussen kruiden en specerijen ligt namelijk alleen in de plaats van herkomst. Specerijen komen in de regel uit Verweggistan, de vroegere koloniën. Hun typische en vaak sterke smaak was de reden dat we ze hierheen haalden. Wat we als kruiden plegen te betitelen komt oorspronkelijk uit onze wat meer directe omgeving; de ‘oude wereld’ zoals we die kenden voor 1700. Hieronder vallen ook landen als Frankrijk, Griekenland, Italië en Spanje. De kruiden uit onze omgeving zijn vaak wat milder van smaak en werking. Deze karakterisering suggereert een betekenis. Die is natuurlijk gerelateerd aan waar we wonen. Vanwege het koudere en meer ‘aanvallende’ klimaat dat hier heerst, hebben we meer behoefte aan stabilisatie van onze energie. Mildere kruiden doen dit via een subtiele hint binnen je natuurlijke balans. De van oorsprong tropische kruiden zijn vaak veel bepalender en hun werking ligt veel meer búiten je natuurlijke balans.

 

Richtinggevend

Ik noemde al dat kruiden richting geven aan je eten. Dit bedoel ik redelijk letterlijk. Zonder in de fysiologische achtergronden te duiken zal ik proberen dit een beetje uit te leggen. Hiervoor moeten we eens kijken naar de onderverdelingen die op kruiden worden losgelaten. Net als voeding worden kruiden onderverdeeld naar hun warmtewerking. Er zijn koude, koele, neutrale, warme en hete kruiden. Je kunt zelf de warmtewerking van een kruid testen door het op de tong te leggen. Warmte verspreidt, hitte laat stijgen, koelte remt een beweging af en koude laat vallen. Denk in het laatste geval maar eens aan diarree. Als je flink wat koude voeding nuttigt, kom je (met een gezonde darm) gegarandeerd aan de dunne.

 

Thermische uitwerking

De thermische uitwerking van de kruiden die je gebruikt bij het koken is echter meestal niet zo extreem. In de keuken worden namelijk vooral licht-warme en warme kruiden gebruikt. Er zijn een paar koele kruiden zoals munt, majoraan, dragon en dille. En eigenlijk is er maar één koud kruid in de keuken en dat is zout. Anders dan afkoelende voeding zullen de afkoelende kruiden normaal gesproken geen afkoelende werking hebben. Dit heeft twee redenen. Ten eerste worden ze vaak in combinatie gebruikt met verwarmende kruiden die hun afkoelende werking teniet doen. Ten tweede wordt hun afkoelende werking verminderd door de opwarmende werking van het kookproces. Met hete kruiden moet je wel een beetje oppassen. Onder de hete kruiden vallen witte, zwarte en rode peper naast kaneel en galanga wortel. Teveel verhittende kruiden brengen je aan het zweten en stuwen je energie omhoog. Hierdoor verlies je energie. Wanneer je teveel heet eet in de winter, gaat je weerstand achteruit. En als je al wat zwakker bent, gaat je hele constitutie ervan achteruit. Neutrale kruiden zijn er ook in de keuken, maar niet veel. Het blijft vaak bij zoethout en het inmiddels toegelaten stevia.

 

Smaak

Naast de warmtewerking die een deel van de richting bepaalt is er de smaak. Zoet, zout, bitter, scherp en zuur worden in de Chinese geneeskunde als de vijf smaken aangeduid. Met deze smaken gaan ook weer werkingen gepaard.

 

Zoet

Een zoete smaak voedt. Het bouwt je lichaam op en heeft daarmee een centraal uitzettende kwaliteit. Zoet harmoniseert en stabiliseert ook de eventuele tegengestelde werkingen van andere voedingstoffen. Vooral zoethout wordt in de Chinese kruidengeneeskunde veel aan kruidencombinaties toegevoegd om een samenwerking te garanderen van kruiden die anders niet met elkaar accorderen. Een zoute smaak verzacht en lost zaken op die vastzitten: bulten en knobbels, maar ook constipatie. Zout daalt, vooral naar de nieren toe.

 

Scherp

Een scherpe smaak beweegt, stijgt en verspreidt. Dit pas je toe wanneer er iets vastzit of wanneer je niet wilt dat iets vast komt te zitten. In India wordt met name scherp gegeten om ervoor te zorgen dat voedsel vooral een snelle passage door de darmen krijgt. Hierdoor krijgen aanwezige kwaadwillende bacteriën niet de gelegenheid zich lekker te nestelen. Ook een beginnende verkoudheid kun je snel met hete kruiden naar buiten drijven. Scherp is natuurlijk equivalent aan heet. In de tropen wordt trouwens ook heet gegeten om af te koelen. Dat klinkt tegenstrijdig, maar heet brengt je aan het zweten en daarmee koel je af.

 

Bitter

Dan is er de bittere smaak. Bitter in de mond maakt het hart gezond en dat klopt, want bitter haalt stress weg van het hart. Bitter in het algemeen ontgift en lost hitte op in het lichaam. Denk dan niet aan een algehele koorts, maar meer aan processen die richting een ontsteking gaan. Zoals een maagzweer, mondzweren, colitis, hartkloppingen (= hitte op het hart) en slapeloosheid (= hitte in het hoofd). Bitter heeft daarbij drogende en dalende eigenschappen.

 

Zuur

Tenslotte is er de zure smaak. Een zure smaak houdt de lichaamsvloeistoffen vast en wordt toegepast bij veel zweten en frequent urineren. Zuur trekt je energie naar binnen. We noemen dat een adstringerende werking.

Dat teveel niet goed is weten we natuurlijk. Teveel zoet breekt nu juist de gezonde opbouwende werking van het lichaam af. Het verzwakt de alvleesklier en vervuilt de darmen. Door teveel scherp te eten verlies je je energie via transpiratie en een te snelle stoelgang. Met het gebruik van teveel zout draait ook de gezonde werking om. Je gaat vocht vasthouden (hoge bloeddruk en oedeem) en je belast in hoge mate de nieren.

 

Hoofdwerking

Warmtewerking en smaak vertellen al iets over een kruid, maar de hoofdwerking bepaalt het centrale karakter. Meestal combineert dat met smaak en warmtewerking, maar het is niet altijd zo logisch. Ook de hoofdwerking beschrijft een richting. In het kader van de keukenkruiden noem ik hier acht hoofdwerkingen:

 

• Verzamelend oftewel samenbrengend. Dit betekent dat je energie en voedingsmiddelen naar een bepaald gebied samengebracht worden om daar herstel te plegen en op te bouwen.

• Neerwaarts bewegend oftewel dalend. Heb je te weinig substantiële energie zoals bij koorts of de overgang of zit je teveel in je hoofd, dan zijn kruiden met die neerwaarts laten bewegen geïndiceerd.

• Centraal bewegend. Voor processen die te langzaam gaan (ziekte en ouderdom) of zelfs helemaal stilliggen.

• Centraal opbouwend. Bij te weinig kracht, zowel in uitvoering als body, zorgen centraal opbouwende kruiden voor een gezamenlijke groei van substantie en energie.

• Centraal oplossend. Deze lichte verspreidende werking zorgt voor een betere vertering en opname.

• Verspreidend. Dit betekent dat je voeding sneller naar alle delen van je lichaam gaat. En ook dat zwaar voedsel makkelijker verteert. Ook darmplak en andere ongewenste stagnerende zaken in het lichaam losgemaakt.

• Sterk verspreidend. Sterke snelle verspreiding die ook een opstijgende werking heeft.

• Oplossend of uit elkaar brengend. Darmplak, ingekapselde chemische resten, en emotionele vergroeiingen worden uit elkaar gehaald en de afvalstoffen in de opruiming gedaan.

 

Iedere hoofdwerking wordt uitgevoerd in een actie en een voor dat kruid heel eigen specifieke richting. De hoofdwerking vertelt wat de algehele uitwerking van het kruid is. De actie vertelt hoe het kruid te werk gaat. Dit is per kruid compleet verschillend en niet in grote lijnen onder te verdelen. Ook de specifieke richting waar het kruid deze werking op richt is per kruid anders. Een kruid richt zich naar een bepaald orgaan of een ander lichaamsdeel. Zo zijn er kruiden die werken op de lever of op de longen, de pancreas, de nieren, de maag, de darmen, maar ook op meer externe gedeelten van het lichaam zoals de bloedvaten, het hoofd, de armen en benen. Ieder kruid heeft dus zijn eigen complexe karakter.

 

Zo! Nu zijn we klaar voor een beknopte opsomming. Ik ben naar de supermarkt gegaan (de kruidenier bestaat helaas niet meer) en heb eens in mijn eigen keukenkastjes gekeken. En zo kwam ik tot de volgende lijst van kruiden - mooi compleet voor de algemene keuken. Kook je echter ver buiten de grenzen, dan kom je er vast een paar tekort. Ik heb ze ingedeeld naar de genoemde karakteristieken. Kijk er maar eens naar.

 

____________________________________

Deel 10: Wat wil je drinken? (vervolg 3)

 

Water onder de loep

Er wordt wel gezegd dat welk water je ook kiest - kraanwater, bronwater, regenwater of flessenwater - het allemaal gezond en goed is en je lichaam keurig in staat is om de onzuiverheden eruit te halen. Natuurlijk zijn er de verschillende soorten bronwater met allerlei beloften. En misschien heb je al eens gekeken naar een filter, omdat je vermoedt dat het nog een tikkeltje zuiverder kan dan het kraanwater. Maar wat is nu werkelijk goed water en waar moet dat aan voldoen? Daar gaan we naar kijken. En verder: met de vaststelling uit de vorige afleveringen dat water je belangrijkste drank is, zijn we er nog niet. Zeker, water bestaat uit simpele moleculen, maar vanwege de oplosbaarheid en verschillende reactiviteit is het tegelijkertijd de meest gecompliceerde materie die er is. Water is de drager van al het leven en elk water is anders.

 

Begin negentiger jaren ging ik, gealarmeerd door de vervuiling toentertijd, naar de VS om Certified Water Quality Specialist te worden. Ik bracht een filtersysteem mee terug waarvan ik overtuigd was dat dit het beste water opleverde. We kregen het aan de straatstenen niet kwijt, omdat zo’n beetje heel Nederland overtuigd was van de hoge kwaliteit van het kraanwater. Dat de hoofdaders van ons geprezen waterleidingstelsel uit asbestcement bestonden - daar stond niemand bij stil. Deze asbestcement leidingen liggen er overigens nog. Ze worden zo langzamerhand hier en daar wel verwijderd, maar óók nog steeds onderhouden. Toen al konden we met een simpele test aantonen dat er veel ongewenste zaken in het water zaten en helaas is het er sindsdien alleen maar slechter op geworden. Medicijnresten als antibiotica, hormonen en antidepressiva, röntgen contrastmiddelen, industriële chemicaliën, insecticiden, cosmetica, zware metalen, arsenicum, nitriet, microplastics en nanodeeltjes worden nu allemaal in ons kraanwater gevonden. Deze stoffen kun je nauwelijks uit het water zuiveren en komen ironisch gezien verborgen in het heldere water je kraan uitstromen. En al konden de zuiveringsinstallaties het water superzuiver maken, dan nóg blijft het probleem van de emissie; wat wil zeggen dat alles waar water doorheen stroomt iets meegeeft aan dat water.

 

Dit geldt voor alle leidingen, zoals het genoemde asbestcement, maar ook voor koperen leidingen, de ijzeren en de plastic pijpen. Bovendien worden er doelbewust stoffen aan het gezuiverde water toegevoegd zoals zilverperoxide, natronloog, zoutzuur, kalkzouten en in een enkel geval zelfs nog het inmiddels verboden chloor. De waterleidingmaatschappijen hebben niet veel keus, want de kilometerslange leidingen zijn nu eenmaal onderhevig aan corrosie en tegelijkertijd broeinesten voor allerlei ziekmakende bacterieculturen. Deze toevoegingen zijn bedoeld om benoemde neveneffecten af te remmen. Zit je net lekker aan je kopje thee, gezet van kraanwater? Geen paniek! In vergelijking met andere landen is het hier nog heilig. Het menselijk lichaam kan heel veel verdragen en is een kampioen in het bufferen van ongewenste stoffen. Maar de kwaliteit van kraanwater als ‘goed’ classificeren is onjuist.

 

Goed water is ten eerste zuiver water

We hoeven niet lang te debatteren over het feit dat deze moderne vervuiling niet goed is voor de natuur en daarmee ook niet voor ons. Dat is onze eerste conclusie: goed water moet zoveel mogelijk vrij zijn van vervuiling en emissie. Moeten we nu allemaal over op gebotteld water of is verdere filtratie van je kraanwater een optie? In het geval van gebotteld water zouden we eens stevig moeten onderzoeken hoe dat verwerkt, gebotteld en verpakt wordt. Verder kun je jezelf afvragen of het betaalbaar is. Ik stel voor dat we het daarom simpel houden; ons water komt nu eenmaal uit de kraan. Zelf putten slaan mogen we niet meer en regenwater of rivierwater verzamelen is ook niet echt een gezonde optie. Inderdaad, met filters krijg je je kraanwater een heel stuk zuiverder en als je ze vlakbij je aftappunt plaatst, is een vervuiling via emissie nagenoeg niet aanwezig.

 

Wat wil je uit je water halen?

Zo komen we bij de tweede stap: wat gaan we er weer uithalen? Voordat we deze vraag beantwoorden, wil ik eerst een veelgehoorde bewering ontkrachten. Er zouden mineralen in water zitten die je nodig hebt. Dit klopt niet. Je mineralen haal je uit je plantaardige en dierlijke voeding en niet uit water. Ten eerste omdat de concentraties in voeding veel hoger zijn en ten tweede omdat ze zo aan je spijsvertering aangeboden worden in een opneembare vorm. Mineralen in water kunnen zelfs giftig of belastend voor je systeem zijn. Voor de volledigheid: onder mineralen verstaan we positieve ionen zoals calcium, magnesium, natrium, kalium, ijzer enzovoort. Waarom vertel ik je dit? Omdat de later in deze tekst genoemde filtersystemen geen onderscheid maken tussen schadelijke en onschadelijke mineralen.

 

Er zijn nogal wat methodes om water te zuiveren en te filteren. Om te bepalen welke je wilt gebruiken, wil je dus weten wat je uit het water wilt hebben. Ik benoem de drie grootste groepen waarop de extra zuivering van ons drinkwater zich richt.

 

• Ten eerste de opgeloste ionen, zowel negatief als positief. Waarom? Omdat veel ionen giftig zijn en/of een belasting vormen, zoals zware metalen en halogenen (o.a. chloor). In bronwater zitten veel ionen (mineralen) die niet schadelijk voor je zijn. Net als de kruiden in kruidenthee geven deze ionen in bronwater een speciaal tintje aan het water.

• De tweede groep die je kwijt wilt is de groep ziekteverwekkers, zoals bacteriën, schimmels en virussen. De reden hiervoor zal duidelijk zijn.

• De derde groep die verwijderd moet worden is misschien wel het gemeenst voor ons. Dit zijn namelijk de gecompliceerde koolwaterstoffen, waaronder pesticiden, herbiciden, benzeenverbindingen, medicijnen, hormonale stoffen en andere industriële chemicaliën. Met andere woorden: het gif van onze welvaart.

 

Methoden van zuivering voor drinkwater

Nu kunnen we gaan kiezen hóe we gaan zuiveren. Natuurlijk kun je ook rioolwater, zwembadwater en het water voor je aquarium zuiveren, maar ik beperk me hier tot zuiveringsmethoden voor je kraanwater thuis.

 

• Het sediment filter

In deze filter gaat het water door poriën van bijvoorbeeld 5 micron. Het wordt veelal als voorfilter in een drinkwatersysteem gebruikt om alvast de grotere zwevende deeltjes uit het water te halen, zodat deze in andere filters niet voor verstopping kunnen zorgen.

 

• De UV filter

Strikt genomen is de UV filter geen filter, want het haalt niets uit het water - geen ionen en geen chemische zaken. Wel doodt het UV licht alle aanwezige micro-organismen. En bewerkstelligt dus dat bacteriën, virussen en schimmels je niet meer ziek kunnen maken. Een ozonfilter doet hetzelfde via ozon, maar wordt vanwege de complexiteit en bijkomende gevaren niet binnenshuis gebruikt.

 

• De ionenwisselaar

De ionenwisselaar wisselt positieve en negatieve ionen uit die in het water zitten tegen H+ en OH- ionen. Dit zijn water-eigen ionen, die samen het molecuul H2O (water) vormen. Bacteriën en andere ongewenste bezoekers mogen vrij doorzwemmen en ook gecompliceerde chemische verbindingen passeren ongemoeid dit filter.

 

• De osmosefilter

De gebruikte techniek wordt ook wel omgekeerde osmose genoemd. Het water wordt door een membraam geperst met poriën zo die zo klein zijn, dat 98 % van alle narigheid die je uit je drinkwater wilt hebben ook werkelijk uit het water gehaald wordt. Dat wil zeggen: alle organische vervuiling, bacteriën en virussen en bijna alle ionen. Een veel genoemd nadeel hierbij is dat vijf liter water maar één liter drinkwater oplevert. De overige vier liter verdwijnt als spoelwater. De winning van het drinkwater gaat langzaam en je hebt dan ook een opslagtank nodig om het gezuiverde water druppelsgewijs op te vangen. Een belangrijker nadeel bij de osmosefilter is dat de bacteriën die achterblijven in het membraam tot een kolonie kunnen uitgroeien. Daardoor wordt de membraam aangetast en je gezondheid alsnog bedreigd. Vanwege de opslagtank en het bacteriegevaar wordt een systeem met osmose altijd gebruikt in combinatie met andere filters.

 

• De koolstoffilter

Actieve kool is het ingrediënt dat gebruikt wordt bij een koolstoffilter. Ook dit filter neemt veel ongewenste zaken op zoals talloze chemisch-synthetische en organische stoffen, waaronder chloor, fluor, jodium, oliën, zuren, PCB’s, PAK’s, pesticiden, hormonen, medicijnen, bacteriën en virussen. Minder, maar ook anders dan de osmosefilter. Het koolstoffilter heeft een doorstroming nodig van water omdat anders een verstopping van de poriën optreedt. Een actieve koolstof filter in je drinkbeker of waterkan is om die reden dan ook niet zo’n geweldig idee.

 

Tot zover de effectieve filters die je kunt gebruiken voor je extra zuivering van je drinkwater. Een magneet om je waterleiding, waterdestillatie, chemische zuivering, bacteriële zuivering en het genoemde ozonfilter vallen buiten ons kader. Je kunt voor jezelf bepalen hoever je wilt gaan met je zuivering. Ik zal je mijn overweging niet onthouden: het liefst haal ik zoveel mogelijk uit het water. De keuze valt dan al snel op een osmosefilter. Vóór de osmosefilter zet je een sedimentfilter én een koolstoffilter om het membraam te beschermen en er alvast een hele hoop uit te halen. Na de osmosefilter wordt het water opgeslagen in een tank met rubber drukvat. Dit rubber geeft weer z’n geur af aan het opgeslagen water. Na de tank en voor je aftappunt plaats je dus weer een koolstoffilter om de rubbersmaak eruit te halen. Je hoeft zo’n systeem niet zelf bij elkaar te verzinnen. Er bestaan veel merken die dit systeem kant en klaar verkopen. Een tegenwerping die ik nogal eens hoor is het kostenplaatje. Ik kan niet in jouw portemonnee kijken, maar in bijna alle gevallen is het meer een plaatje van prioriteit. Overigens: alleen een koolstoffilter of een koolstoffilter in combinatie met een UV filter doen ook al veel. Het is een afweging die je zelf moet maken.

 

Als opmerking tussendoor wil ik nog iets zeggen over de hype om van alles aan water toe te voegen - zuurstof, mineralen en negatieve ionen, om het water meer basisch te maken (Kangenwater). Helaas kunnen alle ondersteunende beweringen via de normale natuurlijke gedachte en fysiologie ontkracht worden. Ik zeg helaas, want dit betekent dat er weer mensen geld verdienen aan de angst van anderen. Het lichaam regelt je zuurbase evenwicht en niet je eten of het water wat je drinkt. Wanneer je streeft naar natuurlijk water, denk dan ook gewoon in natuurlijke termen.

 

De vitaliteit van water

Zijn we er dan? Vroeger dachten we niet verder dan het zuiveren van water, maar tegenwoordig staat men ook stil bij iets dat misschien nog wel belangrijker is, namelijk de vitaliteit van het water.

 

Dood of levend water?!?

Volgens sceptici is water noch dood noch levend, maar gewoon een hoop H2O-moleculen die kriskras door elkaar liggen. Ze zeggen dat deze moleculen niet kunnen samenklitten, evenmin bijzondere krachten bezitten en geen geheugen kunnen dragen. Vanuit chemisch punt klinkt dit logisch, maar vanuit een fysisch, metafysisch of energetisch oogpunt is dit véééél te simpel gedacht. Want water is een wondermiddel waarvan ieder molecuul functioneert als een minimagneetje. Het molecuul van water noemen we een dipool en heeft een plus- en een minzijde. Hieruit volgt dat water geen massa van losse moleculen kan zijn, want dat zou gelijk staan aan de bewering dat een magneet geen ijzer aan zou trekken. Deeltjes met lading reageren nu eenmaal op de omgeving en op elkaar. Onder invloed van andere deeltjes en energie om zich heen vormt water structuren. Door deze structuurvorming kan water een herinnering vasthouden en onder invloed hiervan direct van kwaliteit veranderen. De homeopathie is hierop gebaseerd. Masaru Emoto toont dit aan met zijn waterkristalfotografie (zie zijn boek: De boodschap van water). Ook het werk van Victor Schauberger ten aanzien van water is geheel hierop gericht. Harmonieuze structuren van water zijn daarbij heilzaam voor ons, terwijl chaotische en scherpe structuren in water niet zo goed zijn voor onze gezondheid. Kun je je hierbij geen beeld vormen? Emoto presenteert foto’s van waterkristallen met een verschillende structurele achtergrond, goede en slechte.

 

Nu komt gefilterd water soms redelijk levenloos uit de kraan. Het natuurlijke levende water krijgt zijn vitaliteit middels de stroming door de evenwichtige heilzame natuur. Er zijn filters met een magnetisch veld, een wervelstructuur die een natuurlijke stroming nabootst en met heilzaam bronwater waaraan jouw filterwater zich kan spiegelen. Of dit zo werkt, daar durf ik geen uitspraak over te doen. Kan een filtertje van tien bij dertig centimeter de heilzame natuur nabootsen? Mijn advies is om water, eenmaal in het glas, met twee handen vast te houden en wat rondjes te laten draaien. Het bevindt zich dan in jouw veld en jouw bedoeling en past zich aan jouw behoefte aan. Klinkt wazig, weet ik. De ultieme test is dan ook de smaak en de mate waarin het water wat je drinkt je dorst kan lessen. Gezond water is lekker en lest de dorst zeer goed. Probeer eens wat uit en test het blind; alleen of samen met iemand anders. Ik denk dat je tot verrassende resultaten zult komen.

 

Water is een levende entiteit die niet alleen leven mogelijk maakt, maar ook de kwaliteit van ons leven bepaalt. Door zuivering en revitalisering kun je levenloos en destructief water opnieuw leven inblazen, waardoor het jou weer kan dienen.

 

____________________________________

 

Deel 9: Wat wil je drinken? (vervolg van deel 8)

 

Bouillon

Bouillon drink je, maar heeft ook zeer sterk voedende eigenschappen. Je kunt er over discussiëren of het voeding dan wel een drank is - in ieder geval is het weer erg populair. De kant-en-klare versie uit de winkel bestaat voornamelijk uit zout en smaakstoffen. Dit kun je qua ‘gezond’ vergeten. Echte bouillon wordt getrokken van vlees, maar beter nog van botten (liefst gebroken). De tijd die dat kost valt reuze mee. Je zet een pan met water op, doet er de botten en/of het vlees in, brengt het geheel aan de kook en dan op het laagste pitje minimaal 3 uur door laten sudderen. Dat mag ook drie dagen zijn. Daarna zeef je alles eruit, op smaak brengen met wat kruiden en zeezout of lavas (maggiplant) en klaar is je bouillon.

 

Voorstanders van bouillon beweren dat er veel voedingstoffen inzitten. Naar zeggen zou bouillon daarmee de spijsvertering en de conditie van de darmwand verbeteren, maagzuur reguleren, de lever ontgiften, de galproductie ondersteunen en voor een goede calciumopname zorgen. Zou je de substantie onderzoeken, dan kom je zeer weinig aan beloofde aminozuren, mineralen en vitaminen tegen. Toch is het een echte opkikker. Waar zit dat dan in?

 

Vanuit de Chinese geneeskunde wordt bouillon - en met name kippenbouillon - gezien als een bloedtonicum en al duizenden jaren gebruikt om mensen extra kracht te geven. Hoe langer je de bouillon trekt, des te sterker de werking. Wanneer een vrouw in het traditionele China moest bevallen, stond drie weken daarvoor al de kippenbouillon te trekken. Klaar om haar na de bevalling snel aan te laten sterken. Ook in mijn eigen praktijk heb ik een goede ervaringen met bouillon. Een mooi voorbeeld is de jonge vrouw met neurologische problemen, die tijdens haar menstruatie haar balans en kracht om te lopen verloor. Ze functioneerde zó op het randje, dat haar maandelijkse bloeding deze drastische impact had op haar hele functioneren. Door het drinken van deze eenvoudige remedie keerde haar kracht en coördinatie binnen een dag terug. Ook bij mensen met een interne koude, lage energie, zwakke ledematen en/of duizeligheid (vertaal naar laag HB of lage bloeddruk) zie je na één kopje al een duidelijke verbetering.

De sterk voedende en verwarmende eigenschappen van bouillon vinden vanuit de Chinese geneeskunde een verklaring in het feit zin dat bouillon een gebalanceerd yin en yang tonicum is, dat niet alleen lichamelijk maar vooral ook energetisch werkt. Oei! Nu moet ik heel veel gaan uitleggen of een onderzoek starten om bewijzen op tafel te brengen. Dat doen we dus niet. Probeer het gewoon en voel wat het voor jou doet. Een kanttekening moet echter ook gemaakt worden. Je vaste voeding helemaal vervangen door bouillon is geen goed idee, omdat je spijsvertering voor het grootste gedeelte vaste voeding nodig heeft om actief en krachtig te blijven.

 

Kruidenthee

Was kruidenthee in de zeventiger jaren in Nederland voornamelijk populair bij ‘zwevers’ - nu wordt het overal en door grote groepen mensen gedronken. Er zijn ongelofelijk veel kruiden en vruchten die gebruikt worden voor kruidenthee. De oorsprong achter kruidenthee ligt in de lokale natuurgeneeskunde, die al duizenden jaren in meerdere of mindere mate gebezigd wordt. Nu is het kiezen van een kruidenthee voor de verbetering van je gezondheid een vak apart, dat verdient een hele encyclopedie voor nadere uitleg. Je kunt natuurlijk vertrouwen op de kant-en-klare pakjes en zakjes met de bijbehorende toezeggingen, maar er gaat niets boven je eigen thee brouwen met verse of gedroogde kruiden. Dat kruidenthee altijd verwarmend zou zijn klopt niet. Ook al je thee over het algemeen warm, het blijft een basis van water met voornamelijk een spoelende werking en is daarmee dus afkoelend. Afhankelijk van de kruiden die erin zitten kan kruidenthee meer of minder verkoelend zijn en soms zelfs echt verwarmend, zoals gemberthee. Als je geen fyto-therapeutische kennis hebt of herbarist bent, drink het dan vooral omdat je het lekker vindt.

Over het algemeen zijn kruidentheeën mild van werking, zeker wanneer je kruiden met diverse eigenschappen in kleinere hoeveelheden combineert. Om er zeker van te zijn dat de verschillende kruiden in één thee elkaar niet tegenwerken, kun je er wat zoethout bij doen. Dit kruid maakt van iedere combinatie een harmonieuze familie. Soms wordt voor zoethout gewaarschuwd. In kleine hoeveelheden is het balancerend, ondersteunt het de spijsvertering, geeft het energie en verlaagt het de bloeddruk. In grote hoeveelheden heeft het echter een bloeddruk verhogend effect. Alleen zou je je ballonrond moeten drinken aan zoethoutthee om dit omslagpunt te bereiken. Je moet het maar weten.

 

En dit geldt voor ieder kruid. Het ene verbetert je spijsvertering, het andere verwarmt, pept je op, koelt je af of laat je lekkerder poepen en slapen. Natuurlijk kijk je bij je keuze ook naar de werking, maar het is goed er alert op te zijn dat er soms best sterke reacties kunnen volgen. Je hoeft echter niet bang te zijn om te experimenteren als je het in milde vorm doet; dat wil zeggen: niet teveel van eenzelfde kruid, maar variaties en combinaties. Zo voorkom je dat je jezelf gaat kromtrekken op gezondheidsgebied. Omdat kruidenthee ook nog steeds werkt als water, mag je waterbehoefte ook door kruidenthee ingevuld worden. De extra smaak en extra werking kunnen dan een voordeel voor je bieden.

 

____________________________________

 

Deel 8: Wat wil je drinken?

 

Koffie, thee, wijn, bier, sapje, limonade? Wanneer je op bezoek of naar een feestje gaat, zal niemand je als eerste vragen of je misschien een glaasje water wilt. Raar eigenlijk, want we bestaan voor 70% uit water en weten maar al te goed dat het essentieel voor ons is. Water is de basis is voor alle andere dranken, de enige vorm van drinken die direct natuurlijk beschikbaar is. Het is ook overal om ons heen te vinden, in de vorm van plassen, meren, regen, grondwater, rivieren en de zee. Waren we niet zulke smeerlappen dan was het zoete water ook nog allemaal drinkbaar geweest. Water is ook de meest gebalanceerde drank die er voor ons is. Met alleen maar water drinken, zouden we perfect voldoen aan onze lichamelijk vraag naar drinken. Toch ken ik een aantal mensen die nagenoeg of helemaal geen water drinken. Wat hebben al die andere dranken dat water niet heeft? Dat is heel simpel te beantwoorden. Ze geven je gewoon meer prikkels; en warmte, verheldering, verdoezeling, afkoeling, stressontlasting en niet te vergeten meer smaak. Soms zijn deze eigenschappen heel mooi te combineren met wat we op dat moment eten. Dat rode wijntje maakt de vertering van een stukje kaas bijvoorbeeld veel gemakkelijker.

 

In mijn uitleg hieronder zul je zien dat ik niet alleen vasthoud aan ons natuurlijk ritme en het natuurlijk verloop door de tijd om mijn punt te maken. De cultuur die leidt tot een eenzijdig drinkpatroon is daarvoor te sterk. Ik zal het zo min mogelijk doen, maar af en toe gebruik ik dan ook veel gebruikte argumenten en zelfs wetenschappelijke termen. Zo laat ik je zien dat in feite al het drinken buiten water als een extra gezien moet worden en niet als de vloeistof die je basis moet voorzien.

 

Water is de beste keuze qua drinken, dat is mijn stelling. We drinken het omdat we ons eigen water verliezen. Voornamelijk in de vorm van transpiratie en urine, maar ook via de ontlasting en ademhaling. We transpireren om onze temperatuur op peil te kunnen houden. Dat is de belangrijkste reden. In tweede instantie worden met de transpiratie ook afvalstoffen afgevoerd. Bij de urine is dat net andersom. In eerste instantie gaat het om de afvoer van afvalstoffen en in tweede instantie om de temperatuur. Bij de ademhaling en ontlasting is de bevochtiging met water nodig voor een betere uitwisseling en een vloeiender transport. Zo verliezen we dus ons water. Nu zijn in ons lichaam onze cellen en de ruimtes om de cellen heen gevuld met water. In dit water vindt het leven plaats. Alle transport, alle reacties, uitwisseling en afvoer. Wanneer we ons interne water niet op peil houden, vindt er vervuiling van dit interne milieu plaats en beginnen processen scheef en vast te lopen.

 

Vaak wordt gezegd dat je twee liter water per dag moet drinken. Er is altijd wat commotie over, of bijvoorbeeld koffie en thee daar nu wel of niet bij horen. Sommige mensen drinken tegen heug en meug hun ‘vereiste’ water naar binnen. Vergeet deze regel. We krijgen namelijk al heel wat water binnen via voeding en niet alleen door het eten van komkommer en dergelijke. In alles wat we eten zit water.

Hoeveel water krijg je al binnen? Kun je jezelf vergelijken met een ander? Je lichaam vertelt je wanneer je drinken nodig hebt, in eerste instantie door het dorstgevoel. De meest effectieve en simpele stelregel is echter: wanneer je urine lichtgeel van kleur is, drink je voldoende. Is ie wateriger, dan drink je teveel en is ie donkerder geel, dan drink je te weinig. Let op: hoe tegenstrijdig dat ook klinkt, drinken tegen de behoefte van je lichaam in leidt zelfs tot uitdroging. Door teveel water tot je te nemen, spoel je namelijk essentiële stoffen uit je lichaam - stoffen die juist meehelpen het water in je lichaam vast te houden.

 

Mineralen en andere werkzame stoffen krijgen we voldoende binnen via gezonde voeding. Water is zoals gezegd het medium waarin deze oplossen, bufferen en reageren. Om je balans heilzaam te houden zou water tenminste 70% van ons drinken uit moeten maken. Niet meer dan 30% kan dan uit andere drank bestaan. Niet uit één enkele specifieke drank welteverstaan, maar uit een gezonde variatie met verschillende kwaliteiten. We nuttigen naast water heel wat andere dranken. In vergelijking met water - wat zo mooi neutraal voor ons is -brengen deze dranken allemaal iets extra’s mee. Je kunt je voorstellen dat wanneer je teveel van iets extra’s drinkt, de betreffende balans van je lichaam verandert en dat dit zelfs negatieve effecten met zich mee kan brengen. Het meest bekende voorbeeld is natuurlijk alcohol. Ook weten we dat teveel thee of koffie negatief kan uitwerken. Maar er zijn ook positieve uitwerkingen bekend. Laten we daarom deze extra kwaliteiten eens per specifieke drank bekijken.

 

Vruchtensap

Vruchtensap kan erg lekker zijn. Smoothies en vruchtensap drinken om af te vallen is op dit moment erg in. De reden hiervoor is dat vruchtensappen zeer snel de darmen passeren, maar ook dat ze je darmen sterk afkoelen. Het resultaat is dat er niet veel voedingstoffen worden opgenomen en dus val je af. Bijkomende factor is dat ook de enzymwerking vanuit de pancreas door de snelle passage geweld aangedaan wordt. De grote hoeveelheid suikers in vruchtensappen zorgen verder voor een insuline disbalans vanuit dezelfde pancreas. Tenslotte worden de darmen door een gebrek aan vezels onvoldoende gezuiverd. Vruchtensap als voeding is daarom - ondanks de hoeveelheid anti-oxidanten, vitaminen en mineralen geen goed idee. Zelfs niet om af te vallen. Je opnamesysteem koelt af en verzwakt. Daarnaast trek je de balans van je verwerking scheef. Het jojo-effect na je sapkuurtje, maar ook serieuze aandoeningen zoals diabetes, kunnen hiermee een begin vinden. Wanneer je helder kijkt naar de natuur, zul je eerder geneigd fruit te eten in plaats van te drinken. Zo simpel is het. Hoeveel stuks fruit heb je wel niet nodig om een sapje te persen? Maar eerlijk is eerlijk: het blijft lekker en zoet of zuur - drink het af en toe bij gelegenheid. Vers, van Nederlandse bodem, in het seizoen waarin het thuishoort. Volg dan je smaak en geniet ervan.

N.B. Wanneer vruchtensap uit pak langer houdbaar is dan een paar dagen, kun je er zeker van zijn dat het met versheid niets meer van doen heeft en het vol conserveringsmiddelen zit.

 

Melk

Noem mij één zoogdier dat nog melk drinkt na zijn zoogtijd. Juist. Behalve de mens geen! I rest my case. Nee, laat ik er toch nog iets meer over vertellen. Melk is een slijmproduct. Houd eens een slok melk in je mond, voel hoe slijmerig de uitwerking ervan is. Jonge zoogdieren/mensen hebben deze slijmkwaliteit nodig om hun bindweefselskelet op te bouwen. Wel hun éigen melk, want melk is erg soortspecifiek. Is dit driedimensionale bindweefselskelet eenmaal opgebouwd, is het in eerste instantie helemaal buigzaam en elastisch. Het moet dan zijn stevigheid gaan krijgen. Dit gebeurt onder andere door de opvulling ervan met kalk. Die komt echter niet uit melk maar uit andere bronnen, zoals granen, groenten, zaden en dierlijk kraakbeen. Dus laten we het sprookje, dat veel geleerde mensen nog steeds voor waar aannemen met hun eigen wetenschap ontkrachten. Melk bevat vooral veel eiwitten en 80% procent daarvan is caseïne. Caseïne vormt een taaie massa in de darmen en is zeer moeilijk te verteren. Dit caseïne bevat nu juist het calcium. Dat is één reden waarom calcium uit melk nauwelijks opneembaar is. De tweede reden is dat melk veel fosfor bevat en fosfor heeft nu juist calcium-onttrekkende eigenschappen. Eet dus meer calcium houdende granen, zoals quinoa voor de kalk in je botten en vergeet de oude slogan ‘melk moet’.

 

Door zijn moeilijke verteerbaarheid belast melk de darmen en de longen. Ik merk dit geregeld in mijn praktijk, maar je kunt het zelf ook merken als je er een tijdje mee stopt en dan weer eens een glaasje melk drinkt. Let dan eens op je ademhaling en op de reactie van je darmen. Allergieën, darmproblemen en huidproblemen reageren meteen op melk. Toch wordt melk nog steeds aanbevolen aan de oudjes van onze samenleving, die toch al niet zo’n sterke vertering meer hebben. Koemelk wordt zelfs aan baby’s gegeven, voor wie de eigen moedermelk met alle benodigde suikers nu juist essentieel is. Wil jij de darmgezondheid van je kindje al op zo’n vroege leeftijd op het spel zetten? Toen ik in het ziekenhuis op de longafdeling werkte, kregen alle longpatiënten iedere dag vier glaasjes melk. Om aan te sterken, was het verhaal. Dat het fluitconcert na ieder glaasje in volume toenam, bleek geen behandelaar te storen. En dit is nog steeds policy bij veel ziekenhuizen. Ik ben niet zo voor verboden, waarmee ik wil zeggen dat degene die verzot zijn op melk dit vooral niet moeten laten staan. Echter niet met sloten tegelijk en niet om de verkeerde reden.

 

Bier

Ook in de middeleeuwen was het omgevingswater, met name van de stedelijke gebieden, al vervuild. Dit kwam door de leerlooierijen, de uitwerpselen en het afval dat direct of indirect in het water gedumpt werd. Gewoon water uit de beek drinken was dus niet altijd mogelijk. In plaats daarvan dronk men bier, omdat dit gezuiverd en gekookt was. Overal waar granen waren was ook bier. Zelfs al voor de middeleeuwen. Granen werden gekookt in water. Het ging daarbij niet alleen om de gekookte granen, maar ook het kookwater werd genuttigd. Dat laatste is ons eerste bier. Was er al een gistingsproces in dit kookwater aan de gang, dan zat er ook wat alcohol in. Nu drinken we bier met een veel hoger alcoholpercentage. Bier is puur natuur en heeft gezonde eigenschappen. Het zou Alzheimer en de ziekte van Parkinson zelfs tegengaan. Zeker is dat het de bloedsomloop aanzet. We drinken bier echter vrij koud en soms in grote hoeveelheden. Zelfs water is al afkoelend door de spoelende werking. Bier dus ook. Koud bier nog meer. Wanneer bier gedronken wordt, valt het als een koude waterval in de buik. Deze koelt daardoor direct af. De alcohol in het bier is in verhouding te laag om verwarmend te zijn. Daarentegen helpt het juist om de koude te verspreiden. Door de afkoeling antwoordt je lichaam met een grotere opslag van vetten. Om je warm te houden. De grote hoeveelheid calorieën in bier zijn daarbij zeer nuttig. Ook wordt je behoefte aan hartig, vet en zout eten groter door de uitspoelende werking. De beste reden om bier te drinken is dan ook dat je het lekker vindt en dat het ontspanning brengt. Wanneer je het minder drinkt en minder koel, geniet je er zelfs meer van.

 

Wijn

Alweer zo’n lekkere drank. En als je de onderzoeken mag geloven, is het op gezondheidsgebied erg goed voor heel veel zaken: een betere weerstand, een betere doorbloeding, bescherming tegen hart- en vaatziekten, bescherming tegen keel- en longkanker, het helpt bij afvallen, tegen reuma en je wordt er intelligenter van. Rode wijn krijgt wat meer krediet dan witte wijn ten aanzien van deze positieve werkingen, omdat bij rode wijn de druiven verwerkt worden met de schil. En in de schil van iedere vrucht of groente, daar zitten nu juist de waardevolle stoffen. Zelfs rode wijn snuiven zou al helpen tegen Alzheimer. Maar ja. Iets dat zoveel positiefs heeft, kent meestal ook een keerzijde. Bij rode wijn wordt deze keerzijde gevormd door sulfiet en de hoge concentraties metalen. Deze zouden nu juist weer kanker en de ziekte van Parkinson veróórzaken! Drink je voor je genot, drink dan weinig. Want echt genieten en overdaad gaan niet samen. Wijn is ook weer zo’n oeroude drank, meegebracht door de Romeinen en na een korte terugval weer in ere hersteld door de monniken. Deze dranken overleven de tijd omdat ze lekker zijn en niet omdat ze tegen Alzheimer werken. Maar houd deze positieve werkingen rustig in je achterhoofd, dan is de smaak misschien nog lekkerder. Wat betreft hun natuurlijke werking is witte wijn een drank die je liever in de lente en zomer drinkt. Voor witte wijn gaat namelijk hetzelfde verhaal op als voor bier, al is dat in mindere mate. Witte wijn is nog steeds afkoelend - ondanks de verwarmende alcohol. In de herfst en winter drink je liever rode wijn, die wél verwarmend is. Zowel droge, witte als rode wijn helpen je bij de vertering van zware kost zoals vis, vlees en kaas. Ook hierbij is de werking van rode wijn sterker dan die van witte. Gelukkig eten we in de wintermaanden dan ook die maaltijden die je daarmee perfect kunt combineren. Zoete witte wijn is door de zoete stimulans meer een opwekker van je eetlust en is daarom heel geschikt als appetizer.

 

Gedestilleerd

Zolang de mens vruchten en knollen kookt, zo lang stookt ie al alcohol. Rum, jenever, whisky, tequila, gin en andere sterke dranken zijn het gevolg van deze hobby. Afhankelijk van de hoeveelheid anti-oxidanten, mineralen en andere werkzame stoffen, kunnen ze net zo’n heilzame werking hebben als wijn. Het hoge alcoholpercentage zorgt daarbij voor een verhoging van de bloedcirculatie. Alle gedestilleerde dranken zijn sterk verwarmend voor je buik en voor je lijf. Zelfs zodanig dat het drinken ervan gepaard gaat met een soort van schok. Eerst in je darmen en dan via het bloed meteen in de rest van je lichaam. Het is een acute verspreiding van je energie. Deze verspreiding voel je als warmte, het maakt je licht in het hoofd en relaxed. Het resultaat is dat er blokkades vrijgemaakt worden. Blokkades in je darmen, in je bloed en in je cellen. Dat klinkt verleidelijk, maar ook dit is weer geen vrijbrief om sterke drank zonder limiet te nuttigen. Het is zeer verslavend en in grotere hoeveelheid ook schadelijk voor met name hersenen, lever en nieren. Wanneer je ervan houdt, neem het dan als de weldadige opdonder die het is. Eentje die je zeker niet iedere dag nodig zou moeten hebben.

 

N.B. Een hoger alcoholgehalte wordt gecompenseerd met een kleiner glas. Eén glas alcohol per dag is voor de meeste mensen best gezond. Persoonlijk prefereer ik dat als gemiddelde, want soms is een tweede glas nog lekkerder dan het eerste. Andere dagen drink je dan even niet.

 

Limonade

Over limonade kan ik heel kort zijn. In de regel is limonade geen natuurlijke drank. Met name onder kinderen populair koelt het af, verzuurt het lichaam en brengt teveel suikers naar binnen. Vijf klontjes per glas maar liefst! Cola, sinas, 7-up: hoe het drankje ook mag heten en hoe lekker het misschien ook is - het heeft totaal geen gezonde eigenschappen. Stel dat je zelf limonade maakt van diksap of fruit, dan geldt voor jouw limonade hetzelfde verhaal als voor vruchtendrank, zij het in verdunde vorm.

 

Koffie

Koffie is een echt opkikkerdrankje en kan je vermoeidheid wegnemen. Je concentratie, geheugen en alertheid gaan daarmee omhoog. Drink je teveel koffie, dan word je nerveus, krijg je hartkloppingen, brandend maagzuur en kun je niet meer goed slapen. Koffie is verwarmend en je zou kunnen zeggen dat koffie je energie omhoog brengt. Je actieve energie dan wel te verstaan. Je passieve energie, die zorgt voor je rust en herstel, wordt daarmee opgebrand. In vergelijking met een haardvuur is je passieve energie vergelijkbaar met de stapel houtblokken en je actieve energie met de vlammen. Koffie doet je energie opvlammen. Mensen die de ochtend beginnen met een kopje koffie kunnen vaak een opbouwend ontbijt uitstellen. Met zijn activerende werking heeft koffie ook veel positieve eigenschappen. Leverkanker, galstenen, de ziekte van Parkinson, hart- en vaatziekten en diabetes 2 zouden verminderen door het gematigd drinken van koffie. De oorsprong van koffie ligt in Afrika. Na de introductie van koffie in Arabië, werd het ook al snel bekend bij de Venetianen. De Nederlanders stalen de koffieplant uit Mekka en brachten deze naar Java. Van daaruit volgde de verspreiding van koffie via Suriname naar de rest van de wereld. Wat betreft koffie speelde Nederland in de geschiedenis dus een grote rol. Misschien dat Nederland daarom zo’n koffieleutjesland is. Zelfs de supermarkt denkt dat je geen boodschappen meer kan doen zonder kopje koffie. De zaden van de koffieplant groeien in een bes die na de oogst wordt gedroogd en gebrand. Daarna zijn ze klaar om vermalen te worden en met warm water koffie te vormen. Volgens kenners is de lekkerste koffie die waarvan de bessen gegeten zijn door de luwak (civetkat uit Z.O. Azië). De onverteerde bonen zouden daarna een speciaal aroma hebben. Ik ben blijkbaar geen kenner, want ik vond deze koffiesoort wat aan de zure kant. Ben je een echte liefhebber van koffie? Zoek dan de koffiesoort en de bereiding waarvan je het meest kunt genieten. En houd het voor een speciaal moment.

 

Thee

Oorspronkelijk komt thee uit China, waar het al meer dan 3000 jaar gedronken wordt als medicinale drank. En weer waren het de Nederlanders die het via Batavia verhandelden en het onder andere naar Nieuw Amsterdam brachten. Toen de Engelsen Nieuw Amsterdam kochten van de Nederlanders en het New York gingen noemen, kreeg thee pas zijn ingang naar het Britse rijk. De import en belasting die de Engelsen daarna in Amerika op thee hieven, was de directe aanleiding voor de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog. Ook in de geschiedenis van anderen landen heeft thee een belangrijke rol gespeeld. China, Japan en Engeland hebben een hele cultuur ontwikkeld rondom thee. Dat thee een belangrijk drankje is, moet dus haast wel. De Chinezen dronken en drinken het tegen vermoeidheid, voor een betere stoelgang, een betere bloedsomloop en ter bevordering van hun schoonheid. Verschil in soort en de toevoeging van allerlei kruiden, vruchten en bloemen geven de thee extra uitwerkingen. Wanneer we het zo over thee hebben, bedoelen we natuurlijk de echte thee, getrokken van theeblad. De grofste indeling die je kunt maken is de verdeling in groene, witte en zwarte thee. De groene thee bevat bladeren die door verhitting gedroogd worden. Bij witte thee worden de bladeren zonder verhitting gedroogd. De zwarte thee wordt eerst gerold (gebroken), waarna oxidatie optreedt. Daarna wordt de thee verhit en gedroogd. Zwarte thee kan heel lang bewaard worden en gold in bepaalde tijden in China zelfs als betaalmiddel. Over de heilzame werking van thee is ook nu nog veel te doen. Thee werkt tegen veroudering van je cellen en kanker, stabiliseert de bloedsuikerspiegel, is rustgevend, gaat Alzheimer en de ziekte van Parkinson tegen. Het verbetert je situatie ten opzichte van hart- en vaatziektes, verbetert het immuunsysteem en nog veel meer. Anti-oxidanten, vitaminen, sporenelementen, fluoride, flavonoïden, chlorofyl, tannine en nog meer werkzame stoffen worden daarvoor als reden genoemd.

Hoe mooi thee ook is, ook hier geldt dat teveel thee niet goed voor je kan zijn. Teveel thee werkt hetzelfde als teveel water. Het koelt je af en teveel fluoride heeft een giftige uitwerking. Teveel looizuur en tannine gaan de opname van mineralen tegen. Teveel theïne activeert in te hoge mate, waardoor je te weinig rust en herstel krijgt. Ook voor thee gelden dus restricties.

Vanuit een simpele, schone balans die je verkrijgt met water, kun je de positieve werking van thee meteen merken en heb je aan één of twee glazen genoeg. Probeer je een overbelast systeem naar één kant te tillen door het veelvuldig drinken van iets met een bepaalde werking - ja, dus óók thee! - dan trek je deze overbelaste balans gegarandeerd scheef.

Drink je thee, trek hem dan van theeblaadjes en niet van die afvalstof in zakjes met allerlei toevoegingen. Wat je dan drinkt? Ik zou het niet weten, maar het is zeker geen thee. Om de werking van theïne uit te schakelen, kun je thee wassen. Dat gaat als volgt: schenk kokend water op je theebladeren, laat dit 30 seconden staan en giet het water vervolgens weer af. De theïne is daarmee verdwenen. Dan schenk je weer water op voor de thee die je wilt drinken.

 

Er is veel wetenschappelijk onderzoek naar onze drankjes. Vindt de één iets positiefs, dan vindt de ander iets negatiefs. Natuurlijk luisteren we alleen naar dat wat we graag willen horen. Ik ben beknopt geweest, maar hopelijk uitgebreid genoeg om je nogmaals te herinneren dat je het beste luistert naar jezelf en naar de natuur. Als wetenschappers iets onderzoeken, wordt daar al gauw bewijskracht aan gekoppeld, ook al gaat het nog maar om één onderzoek. En wat wordt er nu eigenlijk precies onderzocht? Zijn dat ingrediënten, reacties, een bepaalde bevolkingsgroep? Zijn er duidelijke verklaringen aan verbonden? Verder is er nog het feit dat alle onderzoeken met oogkleppen opgedaan moeten worden, anders zijn er gewoon teveel dingen die meetellen en kun je geen conclusies trekken. Maar het leven is geen rechte lijn van stereotypen en één positief onderzoek is echt niet genoeg voor een bewijs. Bovendien: voorzichtige uitingen over een onderzoek in een wetenschappelijk blad worden in een tweedelijns publicatie, zoals een krant of magazine, als een glasharde conclusie neergezet. Zo is de wetenschap geworden tot het bijgeloof van de 21ste eeuw.

 

Als we het al zo goed weten, hoe komt het dan dat al de ziektes die hierboven genoemd worden toenemen in plaats van afnemen? De waarheid is dat we denken en handelen in overdaad. Overdaad aan kennis en mogelijkheden. Luisteren gaat het beste vanuit stilte. Ook het luisteren naar je lichaam.

 

De volgende keer gaan we verder met water, waaronder ook de watervarianten zoals kruidenthee.

____________________________________

 

Deel 7: Kookmethoden

 

Inmiddels heb je gemerkt dat ik je bij een gebalanceerd natuurlijk gevoel met betrekking tot voeding wil brengen. De bedachte systemen probeer ik daarbuiten te houden. Toch ga ik je nu iets uitleggen waarbij ik aan de visie vanuit de Traditionele Chinese Geneeskunde refereer - natuurlijk óók gedachtegoed, maar ontstaan door observatie en al duizenden jaren getoetst.

 

Kerntemperatuur

De menselijke energie functioneert het beste tussen 36 en 37 graden. Onze homeostase (zelfregulerend vermogen) is erop gericht deze balans te handhaven en gebruikt daarvoor voeding van buitenaf. Want voeding is brandstof en dus energie. Alles wat je naar binnen gooit dat kouder is dan deze kerntemperatuur doet hierop een aanval. En datzelfde geldt voor wat veel warmer is. Ik heb in deel 3 al uitgelegd dat niet alleen de actuele tempratuur hierbij van belang is, maar meer nog de uitwerkende temperatuur. Met andere woorden: wat dóet een voedingsmiddel met je kerntemperatuur. Een sterk afkoelende milkshake combineren met verhittende hamburgers en friet geeft geen balans; dat is je energie op de wip zetten en uitputten. Je wilt je balans appreciëren. Het beste is dan ook zoveel mogelijk in het midden te blijven. Je gebalanceerde energie is een lichte warmte, in een vloeiende beweging en egaal verspreid over je persoon. Alles wat de warmte afkoelt of verhit, alles wat de beweging laat stagneren of opjaagt en alles wat de egale verdeling in gevaar brengt, verwijdert je van je gezondheid.

 

Kookpot

Dan nu het stukje over de Traditionele Chinese Geneeskunde. Als je dit met je gevoel bekijkt, maar ook wanneer je de spijsvertering van A tot Z kent, is dit een perfect kloppend verhaal. De spijsvertering wordt namelijk gezien als een kookpot. Een kookpot die pruttelt op een gematigde temperatuur (jouw 37 graden) en waarin voedingsmiddelen uiteenvallen, veranderen en samenkomen tot één geheel. Een geheel dat perfect past bij jouw energie en dat dan ook meteen jouw energie kan worden. Vergelijk het met een eenpansmaaltijd die na lang pruttelen één smaak krijgt. In je erwtensoep proef je niet de afzonderlijke prei, spliterwten of knolselderie. Alles smaakt naar erwtensoep. Zo is het ook met jouw spijsvertering. Alles komt bij elkaar tot jouw specifieke energie. Natuurlijk verlies je ook energie, continu zelfs door arbeid en interne processen. Vandaar dat de ideale temperatuur die je lichamelijke kookpot produceert licht verwarmend moet zijn. Het principe van verwarmen en afkoelen geldt voor de ingrediënten, de voedingsmiddelen die je nuttigt, maar ook voor de kookmethoden die je hanteert. Net als voedingsmiddelen zijn er kookmethoden die horen bij het seizoen.

 

Even een opmerking tussendoor: alle kookmethoden veranderen door het verwarmende proces de energetische temperatuur van je voedingsmiddelen in meer of mindere mate. Iets dat sterk afkoelend is - zoals tropisch fruit - wordt iets minder afkoelend en iets wat sterk verhittend is - zoals rode peper - wordt iets minder verhittend. Dit laatste lijkt in tegenstelling met wat we eerder zeiden, maar heeft te maken met de verspreidende uitwerking die koken op deze voedingsmiddelen heeft.

 

Kookmethodes

Nu zijn er nogal wat kookmethodes. Ik behandel ze niet één voor één, maar meer gegroepeerd en geclassificeerd naar hun uitwerking. Let erop dat je de groenten, fruit en zaden van dat seizoen gebruikt. We weten allemaal dat onze eetbehoefte in de zomer anders is dan in de winter. En zelfs de kookmethodes zijn in de winter altijd anders geweest dan in de zomer. Dit heeft natuurlijk te maken met de dan voorradige voedingsmiddelen, maar zeker ook met onze eigen behoefte en de regulatie van onze energie. Samen horen ze bij onze natuur.

Hieronder vind je een rijtje van de meest algemene kookmethodes, van licht verwarmend naar verhittend:

 

• Afkoelend

o Niet koken, maar rauw zoals groenten, vis en fruit.

 

• Licht verwarmend

o Koken met veel water

o Blancheren

o Stomen

o Snel-koken

 

• Normaal verwarmend

o Koken

 

• Sterk verwarmend

o Sudderen

o Smoren

o Stoven in de oven

o Koken in alcohol of met verwarmde kruiden

 

• Licht verhittend

o Roerbakken

 

• Verhittend

o Bakken

o Braden

o Roken

 

• Sterk verhittend

o Frituren

o Roosteren

o Grillen

o Barbecueën

 

Magnetron

Vergeten we in dit rijtje de magnetron? Nee niet echt. De magnetron verandert de structuur van de moleculen. Deze richten zich naar de straling en daarmee wordt de natuurlijke balans afgebroken. Koken in zijn algemeenheid is een voorbereiding op je vertering. De magnetron gaat dit juist tegen en is in die zin dus geen kookmethode. Gebruik de magnetron voor het opwarmen van een kruik of pittenkussen, dan hoef je hem niet bij het grof vuil te zetten.

 

Prikkel

Terug naar ons verhaal. Laten we kijken waar je balans per seizoen ligt. Licht verwarmend koken is hoort dus over het algemeen bij de zomer; daar ligt dan de balans voor je kookpot. In de lente bereik je je balans tussen normaal verwarmend en licht verwarmend. In de herfst kook je van normaal verwarmend naar sterk verwarmend en in de winter gebruik je sterk verwarmende kookmethodes.

Afkoelend eten, verhittende en sterk verhittende methodes liggen allemaal buiten je balans. Wil dit zeggen dat je ze helemaal niet moet gebruiken? Zeker niet! Je gebruikt ze echter als uitdaging, als prikkel. Een leven zonder uitdagingen en prikkels is geen leven, maar een langzaam sterven. In je hele leven heb je continuïteit nodig, ritme en regelmaat. Dit leven rondom je balans maakt ongeveer 70 procent uit van het geheel. Voor de één wat minder, voor de ander wat meer. De andere 30 procent bestaat uit prikkels en uitdaging. Ten aanzien van koken zijn dit de verhittende, sterk verhittende methodes samen met afkoelend eten.

 

Zomers

In de zomer kook je licht verwarmend; kort koken, blancheren en stomen wissel je af met afkoelende zaken zoals een harinkje, fruit en wat rauwkost. Ook de barbecue kan af en toe aan - met salades op tafel. Alleen niet iedere dag en geen kilo’s vlees of vis per persoon. Heel heet eten, zoals eten met sambal en hete pepers, drijft je energie naar buiten. Je gaat zweten en daarmee koel je intern af. Vooral geschikt voor tropische temperaturen dus.

 

Herfst

In de herfst ben je je klaar aan het maken voor de koude tijden die gaan komen. Het is de overgangsperiode van zomer naar winter, maar de natte koude van de herfst kan zelfs indringender zijn dan de droge koude van de winter. Je gaat daarom meer verwarmend eten. Langzaam breng je je eetpatroon terug naar de eenpansmaaltijd waarbij je de zomerexcessen af laat nemen.

 

’s Winters

In de winter kook je over het algemeen sterk verwarmend: eenpansmaaltijden, stoofpotten en ovenschotels. Door de lange kooktijden die hiermee gepaard gaan wordt er in de pan al één energie geproduceerd, een sterk verwarmende, maar gebalanceerde energie. Eén smaak - die al klaar is om opgenomen te worden en van het lichaam nagenoeg geen verwerkingsenergie vraagt. Perfect voor die tijd van het jaar. De uitdaging zoek je in de winter niet zozeer in je voeding. Die ligt meer in het trotseren van het weer en de afwisseling tussen koude buiten en warmte binnen. Extra verhitting met koken kan, en een heel klein beetje afkoeling ook, maar zeker niet zoals in de zomer. Beter gecompenseerd en gemodereerd. Wat dit betekent? Dat je dit moet toetsen aan je gevoel, want je lijf weet wanneer het buiten de grenzen gaat. Verhitting droogt je vloeistoffen uit en deze heb je nu juist nodig om je warmte te dragen en te bufferen. Afkoelende voeding is, om het maar eens plat te zeggen, link. Vaak kan je lichaam je balans nog herstellen, maar het kan snel voor lokale al dan niet blijvende blokkades in je darmstelsel en daarbuiten zorgen.

 

Lente

In de lente bloeit de natuur op. Ook de jouwe. De kookpot moet eens opgeruimd worden van al dat sudderende wintervoedsel. Daarom gebruik je naast je balans van verwarmende en licht verwarmende kookmethoden rauwe kiemen, snel gekookte asperges, jonge bladgroenten en een grotere variëteit aan smaken, zoals bij roerbakken. Verhittende en sterk verhittende kookmethoden als prikkel horen minder bij de lente omdat ze veel ballast achterlaten in de darmen en die wil je nu juist opruimen.

 

Roerbakken

Niet iedereen kookt hetzelfde. Een mooi voorbeeld daarvan is het roerbakken. Degene die roerbakt met een heel hoog vuur en hete olie zal verhittender koken dan degene die op een laag vuur met veel vrijkomend groentenat roerbakt. De bovengenoemde aanwijzingen zijn daarom geen regelgeving. Maar ik garandeer je dat wanneer je het bovenstaande verhaal goed tot je door laat dringen en daarbij je balans als beginsel pakt, je je eigen natuurlijke draai zult vinden in je kookgedrag.

 

____________________________________

 

Deel 6: De samenstelling van je maaltijd (vervolg deel 5)

 

Jezus brak het brood met zijn leerlingen. De belangrijkste heffing in het oude Egypte was de graanbelasting. De Romeinen gaven het volk brood en spelen. Prehistorische stammen verzamelden al graankorrels van wilde grassen. En als je iets verkeerd gedaan had, kwam je vroeger op water en brood. Waar ook ter wereld en zo ver we terug kunnen gaan in de tijd vormen granen de belangrijkste voedselbron van de mens. En ondanks dat we evolueren, is onze spijsvertering hierop nog altijd ingesteld. Als graan onze centrale voedingsbron is, hoe verhoudt zich dat dan tot de andere elementen van onze maaltijd? Daarvoor hoef je alleen maar even te denken aan hoe je je eten opschept (tenzij het een eenpansgerecht is). Eerst neem je de basis en de rest bouw je er omheen.

 

Nou, dat was een makkie. Gewoon een beroep op je boerengevoel/ verstand doen, dan hoeft eten niet zo moeilijk te zijn. Maar zo gemakkelijk maak ik me er natuurlijk niet vanaf. Laten we toch nog ieder voedingsonderdeel eens wat nader bekijken. En voordat we dat doen, wil ik nog wat wetenswaardigheden over granen kwijt.

 

Alle graan is neutraal

Er zijn veel soorten graan te verkrijgen en als je ze allemaal wilt uitproberen heb je zo een paar planken vol potten staan. De belangrijkste:

 

• gerst

•tarwe, waaronder freekeh, bulgur, spelt, eenkorn, emmer, couscous, griesmeel en kamut

• haver

• rogge

• mais

• rijst

• gierst, waaronder sorghum en millet

•teff

• quinoa

• amaranth

• boekweit

 

De laatste drie zijn volgens de correcte classificatie geen granen. Hun voedingswaarde, energetica en bereidingswijze is echter wel identiek aan die van een graan en daarom horen ze in dit lijstje thuis.

 

We hadden het al eerder over de energetica van voeding en dat je er het beste van uit kunt gaan dat de natuur je voorziet in wat je nodig hebt. Dus: eten wat er in dit seizoen, in jouw streek voorradig is. Voor graan mag je echter een uitzondering maken. Alle soorten graan zijn namelijk qua energiebeweging balancerend en wat temperatuur betreft neutraal.

 

Eerlijk is eerlijk, ze zijn niet helemáál gelijk aan elkaar. Haver is bijvoorbeeld ietsje warmer dan rijst, maar allemaal vallen ze in het neutrale gebied. Granen worden gekookt, anders verteer je ze niet, en daarmee worden ze licht verwarmend voor de spijsvertering. Zo trekken ze bloed en energie naar binnen. In de langzame vertering schuilt de balancerende werking, zo komt langzaam maar gestaag energie vrij in je gestel. Deze balancerende werking betekent ook dat granen een kalmerend effect op je hebben en bovendien neutraliseren ze gifstoffen in de darmen. Om kort te gaan: je kunt dus gewoon ieder graan kiezen als basis voor je dagelijkse maaltijd. Heb je een glutenallergie? Dan vallen er wat af; hierop kom ik later nog terug.

 

Eten volgens de natuur en de geschiedenis

In de oertijd liepen we anders, hadden we een andere snuit en belangrijker nog: we hadden een totaal andere sensorische waarneming. De koppeling van met name zicht, smaak en reuk aan de vertering is zo belangrijk, dat vast staat dat onze vertering toentertijd anders was. Sindsdien hebben wij mensen echter een behoorlijke evolutie doorgemaakt. Zodoende lijkt het me zinvol te kijken naar onze meer recente geschiedenis. Want wat aten we in de oudheid? Of in de middeleeuwen? Dat komt aardig overeen met nu! Onze eetgewoonten zijn pas recent drastisch gewijzigd, tot voor kort waren we immers bijna volledig afhankelijk van de lokale natuur. Laten we vanuit dit oogpunt ook eens kijken naar de andere onderdelen van onze maaltijd.

 

Groenten

Niet een ingenieuze logistiek, maar de lokale boer zorgde vroeger voor onze groenten. Het verbouwen van de akkers was een zeer arbeidsintensief proces. Niet alleen de wispelturigheid van het weer, maar ook wilde dieren vormden een serieuze bedreiging voor de oogst. De opbrengsten waren niet zo groot, ook al omdat er veelal gekozen werd voor iets dat makkelijker te telen, voedzamer en eenvoudiger te bewaren was. Graan! Pas rond 1900 werden aardappelen populair.

Wat je at hoorde bij het seizoen van dat moment, dus zomers werden er meer groenten gegeten dan in de winter. Al het eetbare aan de gewassen werd klaargemaakt; niet alleen het witte koolgedeelte van de bloemkool, maar ook de stelen en het blad. De keuze en opbrengst van de teelt, samen met de voedingswaarde, tonen dat groenten altijd als een ondersteunend bijgerecht gebruikt zijn.

 

Fruit

Twee stuks fruit per dag móet, hoor je vaak. Het kan, maar is niet echt nodig. Fruit verteert snel en geeft een energie boost. In veel gevallen stilt fruit je honger echter niet adequaat. Kijkend naar de uitwerking op je gestel, zien we dat zoet je een energiestoot geeft die snel weer wegvalt. Daardoor belast het de pancreas waardoor je misselijk kunt worden. Zuur is samenbrengend, concentrerend; teveel zuur in je spijsvertering trekt veel benodigde vloeistoffen uit je systeem. Bitter is uitdrijvend, waardoor je aan de schijterij kunt komen. Iedereen die wel eens heel veel fruit gegeten heeft, weet dat het je soms niet bekomt. Dit is een teken dat fruit niet in je dagelijkse behoefte thuishoort. Fruit komt veel meer tegemoet aan een genotprikkel dan dat het voorziet in een grondbestanddeel van je voeding.

Ook de natuur laat fruit maar sporadisch zien. Vóór de komst van de Romeinen kende men in onze streken zelfs nog geen fruitbomen. Zij waren het die appel- en perenbomen samen met druiven, walnoten en kastanjes hebben ingevoerd. Daarvoor waren er alleen wilde vruchten: bosbessen, wilde bessen, wilde aardbeien, bramen, frambozen, vlierbessen, jeneverbessen en rozenbottels. Die werden mondjesmaat gegeten en veel meer tussen de maaltijden door dan samen met het andere eten.

 

Vlees en vis

Een stuk vlees of vis stond vroeger echt niet iedere dag op het menu. De gemiddelde boer slachtte jaarlijks een paar biggen, een geit en een paar stuks pluimvee. Gejaagd werd er alleen door de edelen en op stropen stond een zware straf. Ook vissers kwamen niet iedere dag met de ladingen vis terug die we vandaag de dag kennen. Wat er aan vlees en vis beschikbaar was moest ook nog wat opbrengen en werd grotendeels verhandeld. In de maaltijd waren vlees en vis dus zeker niet standaard aanwezig. Wanneer er behoefte was aan extra energie, werd vaak boter of ander dierlijk vet aan de maaltijd toegevoegd.

 

Noten en zaden

Voor noten en zaden geldt hetzelfde als voor fruit: ze werden bij gelegenheid gegeten. Natuurlijk geven noten en zaden in de herfst en winter een extra energetische bodem om de koude aan te kunnen. Dit komt door de geconcentreerde voedingswaarde, oftewel zware verteerbaarheid, zoals we dat buiten de wetenschap om noemen.

 

Uiteindelijk

De samenstelling van je maaltijd op basis van de schijf van vijf? Nee dus! Als je een idee wilt hebben van de verhouding van de verschillende maaltijdonderdelen, kun je beter het beeld van een boom pakken. Granen staan voor de stam: centraal en als grootste hoeveelheid. De takken, de wortels en de bladeren zijn de groenten. Qua hoeveelheid minder, maar wel altijd aanwezig. In de winter eet je meer wortels en stelen. In de zomer eet je de bladeren. Fruit, noten en zaden vind je af en toe, met periodes, aan de boom. Ze brengen de benodigde voeding en genot van dat moment. Er wonen ook dieren in de boom. Mieren, kevers, torren zijn in verhouding in bescheiden mate aanwezig. De vogel en de eekhoorn maar af en toe. Zo eet je vlees: met kleine beetjes en zo nu en dan eens wat meer.

 

Tot besluit nog even dit. De mens is een omnivoor. Dit betekent dat we van alles wat eten; granen, groenten, fruit, vlees, vis, noten en zaden. Vroeger waren we afhankelijk van wat er beschikbaar was - nu van onze eigen keuze uit de aanwezige overvloed.

In de natuur vind je echt geen twintig voedingsmiddelen bij elkaar. Dit pleit voor eenvoud binnen je voeding. Als je teveel verschillende dingen tegelijk eet, hebben je organen moeite met de vertering ervan. Eet sober, dat merk je direct: je voelt je energieker en frisser. En uiteindelijk smaakt het ook nog lekkerder.

 

N.B. Misschien mis je bij dit deel mijn inzichten over zuivel, maar dat is een hoofdstuk apart en komt een andere keer aan bod!

 

____________________________________

 

Deel 5: De samenstelling van je maaltijd

 

Oh ja, de schijf van vijf!

Als kind leerde ik op school de schijf van vijf, een poging mensen meer bewust te maken ten aanzien van inhoud en samenstelling van hun eten. Ten aanzien van gezond eten zagen we tot nu toe in Gewoon Gezond Eten dat we het beste lekkere en ‘hele’ voeding van het seizoen en uit Nederland afkomstig kunnen eten. Dat zegt echter nog niets over de samenstelling ervan. De schijf van vijf die ik leerde, stamde uit de tijd van aardappels, groenten, jus en een balletje gehakt en heeft sindsdien dan ook al vier maal een wijziging ondergaan. De laatste aanpassing dateert uit 2015. Niet alleen het aanbod, maar ook de visie op voedingsmiddelen is in de loop van de tijd flink veranderd. Een continue controverse vormen de ideeën over hoe je je maaltijden zou moeten samenstellen. De steeds verschillende denkpatronen zijn veelal gebaseerd op incidenteel ‘wetenschappelijk’ onderzoek. Overigens ook een rijke voedingsbodem voor dieetgoeroes om hun slag te slaan…

 

Optellen en aftrekken

Er komen soms rare dingen uit, die dan toch algemeen aangenomen worden. Zoals bijvoorbeeld het tellen van calorieën als indicatie voor wat je moet eten. Alsof we een optel –en aftreksom zijn van louter calorieën. En dan de wijd verbreide mening dat je koolhydraatarm moet eten omdat koolhydraten de oorzaak voor obesitas zouden zijn. Denk je eens in: koolhydraten zitten voornamelijk in granen, groenten en fruit. Zegt je gevoel niet dat dit juist gezonde zaken zijn? Bij gedissocieerd eten mag je bepaalde voedingsbestanddelen niet bij elkaar eten - alsof ze in de natuur niet naast elkaar gevonden kunnen worden. Er is voor alles wat te zeggen natuurlijk, en ook iets tegenin te brengen. Ik ga er maar niet verder op in, en laat het debat aan die knappe wetenschappers.

 

Stop met vakjes denken

In al deze theorieën wordt in vakjes gedacht. Misschien raken we niet zo gauw de weg kwijt als we eens stoppen met het denken in koolhydraten, eiwitten, vetten, vitamines en mineralen. Op die manier worden namelijk alle scheve plannen richting onze gezondheid getrokken. Het is allemaal niet zo zwart wit. Behalve in vlees en vis zitten eiwitten ook in granen en peilvruchten. En vetten vind je net zo goed in fruitsoorten, granen en peulvruchten als in de bekende plantaardige oliën en dierlijke vetten. Tot slot: vlees en melkproducten bevatten ook koolhydraten, net als groenten, fruit en granen. Er is veel overlap van voedingsbestanddelen in de verschillende voedingsmiddelen. Eigenlijk kloppen die vakjes dus niet eens.

 

Over voedingswaarde en hoe voeding op het lichaam werkt

Dan het hoofdstuk voedingswaarde en de uitwerking van voeding op het lichaam. Dit hangt voor een groot gedeelte af van in welke vorm een voedingsmiddel aangeboden wordt en in welke combinatie het klaargemaakt of gegeten wordt. De eiwitten van een vis bevatten een heel andere voedingswaarde dan die van ei of tarwe. Kaas in combinatie met zoet wordt heel anders verteerd dan kaas met zure mosterd. Boerenkool met azijn geeft een andere voedingswaarde dan boerenkool met spek. Er zijn oneindig veel zaken te bekijken en te onderzoeken en je zult nooit uit op een eenduidige mening uitkomen.

Onderzoek ‘hier’ wijst op de toename van cholesterol, onderzoek ‘daar’ vertelt over de aanwezigheid van anti-oxidanten. Bewijs ‘zus’ geeft de waarde van de vitamine. Bewijs ‘zo’ vertelt over de ontoegankelijkheid van deze vitaminen. Kijk maar eens op internet en in de bladen. Alle tips, regels en aanwijzingen over voeding worden op één of andere manier zo gemotiveerd. Wat vandaag de waarheid is, wordt morgen verworpen. En dat terwijl wij mensen met onze spijsvertering hetzelfde blijven. Wil je het bewijs dat iets gezond voor je is, dan vind je dat. Wil je bewijzen dat iets slecht voor je is? Dan vind je dat ook. Negeer daarom deze berichten. Stop ze te lezen. Ongeacht wie ze geschreven heeft, want zonder uitzondering brengen ze je van de wijs.

 

Maar hoe dan?

De wijsheid hoe je maaltijd eruit moet zien ligt niet in een wetenschappelijk onderzoek maar in onze eigen natuur. Hoe hadden we anders als toch redelijk zwak zoogdier zo lang kunnen overleven? Moeten we dan stoppen met nadenken? Nee, natuurlijk niet, want denken is ook de kracht die ons gebracht heeft waar we nu zijn. We moeten alleen niet ons gezond verstand verlaten. Alles uitzoeken, ontkrachten, bevestigen en opnieuw uitzoeken is als zonder licht in duistere dieptes duiken. Laten we daarom wat oppervlakkiger en dichter bij de natuur blijven; Ons gevoel koppelen aan ons verstand. Dan weten we precies hoe en wanneer we wat moeten eten.

 

De basis van je maaltijd

We beginnen vanaf nu voedsel benoemen zoals het op de markt of in de winkel ligt. Namelijk als groente, knollen (zoals aardappel), graan, vlees, vis, fruit, noten en zaden. Je impuls om te gaan eten is een gevoel van leegte. Leegte in de buik en/of een leegte in de zin van gebrek aan energie. Een goede maaltijd stilt dit hongergevoel en geeft je energie zodat je er weer een tijdje tegenaan kunt. Vooral dit laatste vraagt om een basisbestanddeel in de voeding. Iets dat niet alleen de honger stilt, maar ook een soort bodem legt van waaruit je direct energie kunt putten. Voor de samenstelling van onze maaltijden gaan we daarom als eerste op zoek naar het voedingsbestanddeel dat deze centrale rol kan en behoort te vervullen.

 

Gebruik je gevoel

Als eerste kijken we vanuit ons gevoel. Dat vertelt ons dat niet alle genoemde voedingsmiddelen deze basis kunnen vormen. Alleen maar fruit of groente eten biedt geen fundamentele energie. Vlees en vis brengen voldoende vulling, maar geen direct bruikbare energie. Noten en zaden zijn niet altijd voorradig. Knollen en bonen zijn goede kandidaten. Ze geven zowel basis als energie, al is deze wat traag qua beschikbaarheid. Het is met name graan dat zowel voldoende vulling als een directe heldere energie kan geven. Let op: ik probeer bij de algemene ervaring te blijven. Niet iedereen zal dit zo voelen en misschien wil je me nu vanuit je persoonlijke ervaring het tegenovergestelde vertellen. Op een website van het nu zo populaire Paleo dieet kun je zelfs lezen dat granen slecht voor je zijn: “Het gif van de wereld” ( http://www.paleo.nl/waarom-graan-niet-gezond-is). De algemene wereldwijde menselijke ervaring, ook vér terugkijkend in de geschiedenis, vertelt een ander verhaal. Het beste bewijs dat iets werkt of goed voor je is, is als het lange tijd door grote groepen mensen wordt volgehouden. De rol van basis wordt dan in eerste instantie ingevuld door graan en in tweede instantie door knollen en bonen.

 

Granen, granen, granen

In Afrika vormen rijst, gierst, couscous (gries van tarwe), bulgur (tarwe), bonen en cassave de hoofdbestanddelen van de maaltijd. In Zuid-Amerika zien we dat deze rol vervuld wordt door maïs, rijst, bonen, pompoen en lokale granen zoals quinoa en amarant. In Azië is dat bijna overal rijst, behalve in hooggelegen gebieden zoals Tibet waar voornamelijk gerst wordt gegeten. Hier in Europa wordt nu veel aardappel gegeten, maar zo’n 120 jaar geleden stonden in het nog niet zo weelderige Europa de granen gierst, gerst, emmertarwe en spelttarwe centraal. In de filosofie achter de traditionele Chinese geneeskunde kennen we de vijf elementen en de orgaanleer. Ook in deze meer dan drieduizend jaar oude werkwijze worden granen gezien als de basis en het centrum van voeding. Het is het Aarde element waaromheen de andere elementen functioneren.

Over de hele wereld zien we dus dat granen centraal staan en stonden in de voeding, al dan niet aangevuld met bonen en knollen. Natuurlijk zijn er uitzonderingen, zoals in het vroegere Australië en in het vroegere noordelijk arctische gebied. In Australië had je de Aboriginals, die een nomadische leefstijl volgden en aten wat zij tegenkwamen, zoals vruchten, wortels, bessen, granen, zaden, noten, kangoeroes, opossums, slangen en emoes. In het noordelijk arctisch gebied leefden de Inuit voornamelijk van vis, narwal en zeerob.

 

Gemakkelijk

We kunnen rustig stellen dat over de hele wereld, door de geschiedenis heen, gekozen is voor graan als basis. Geen onlogische keuze, want het is één van de gemakkelijkste gewassen om te verbouwen en kan lang bewaard blijven. Qua voedingswaarde bevat graan de potentie van de hele plant. Van wortel tot blad, bloem en weer zaad. De boon heeft dit kenmerk ook. Graan wordt al meer dan tienduizend jaar verbouwd en gegeten. Ons spijsverteringsstelsel heeft zich hierop ingesteld. Wanneer het mensen slecht gaat en het op overleven aankomt vallen ze terug op de granen die nog voorhanden zijn. Graan is hun uiterste overlevingsmiddel.

 

Tip

Volg je nog je hoofd en wil je onomstotelijk bewijs, eet dan eens tien dagen niets anders dan een goede kwaliteit graan. Drink daarnaast water. Je zult je zuiverder en energieker voelen en bovendien precies weten wat je na die tien dagen moet kiezen om tot een goede complete maaltijd te komen.

 

____________________________________

 

Deel 4: Nederland eet te koud

 

Na het algemene verhaal over de energie van voeding van vorige keer, is het belangrijk om het aspect ‘koude’ wat verder toe te lichten. Je verwacht het niet, en zeker niet nu de zomer eraan komt, maar het blijkt dat 90% van de mensen in Nederland chronisch onderkoeld is. Wablief ??!? Inderdaad. Aan de hand van een thermometer in de anus, mond of onder de oksel lijkt alles normaal, zo rond de 37 graden. Daarmee meet je echter de ‘schiltemperatuur’, de temperatuur van je oppervlakte. Kijk je wat dieper, naar de organen en diverse stroomgebieden, dan zie je een heel ander beeld. Daar is geen thermometer voor, maar als behandelaar TCM zijn we erop getraind de symptomen hiervan waar te nemen. Je bevraagt, bekijkt ogen, huid, reflexzones en - niet te vergeten - voelt de pols. Als je interne koude vaststelt en door je behandeling de energie van je patiënt naar binnen brengt, komt de vastzittende koude vrij én naar buiten, waardoor hij/zij het ook gevoelsmatig koud krijgt. Zo ervaart hij/zij letterlijk wat er aan de hand is.

 

Bij een interne koude moet je denken aan bijvoorbeeld koude nieren, koude longen, darmgedeeltes, een te koele pancreas, op koude gebaseerde leverblokkades en koude stagnaties in spieren. Deze koude sluipt er vaak ongemerkt in, omdat de buitenkant op temperatuur blijft om als eerste afweer te kunnen functioneren tegen bacteriën en virussen. De reden dat we intern afkoelen en hiervan niet herstellen heeft te maken met een onnatuurlijk eetpatroon; een eetpatroon waarmee we onze energie chronisch afkoelen.

 

De vorige keer ging het al even over de onderverdeling van voeding in koude, koele, neutrale, warme en hete voeding. Deze classificatie toont dat er voeding is die verwarmt, voeding die een neutrale thermische werking heeft en voeding die afkoelt. Je natuur is erop gericht kleine oneffenheden weg te werken, maar wanneer je chronisch te koel of zelfs koud eet, heb je een probleem. Al je organen functioneren aan de hand van eiwitten, die zeer temperatuurgevoelig zijn. Zelfs zó gevoelig dat bij een afwijking van 1 graad - te warm of te koud - de werking van die eiwitten exponentieel achteruit gaat. En als dat gebeurt, zet de koude zich als het ware vast in het betreffende gebied. Ik hoef niet uit te leggen dat je iedere vorm van ziekte kunt ontwikkelen wanneer je organen minder goed werken. Chronische interne koude blijkt de meest onderkende en grootste bron van ziekte in de moderne westerse maatschappij. Het goede nieuws hierbij is dat je hier zelf alles aan kunt veranderen door je bewust te worden van wat voeding doet.

 

Ik zal je de belangrijkste achterliggende oorzaken van chronische interne koude geven, zodat het duidelijk wordt hoe het plaatje in elkaar steekt.

 

1. Als eerste bekijken we de continue consumptie van tropische en subtropische vruchten. Deze groeien in een zeer warm klimaat en krijgen daarmee een afkoelende werking. In de zomer zijn ze misschien minder schadelijk, maar over het algemeen kent Nederland geen tropische temperaturen waarbij dit soort vruchten in balans genuttigd kunnen worden. Dat dit niet voldoende gezegd en uitgelegd moet worden, blijkt uit de vragen en opmerkingen die ik krijg als ik mensen zeg dat ze tropische en subtropische vruchten beter kunnen laten staan.

 

‘Hoe zit het dan met banaan? Mag ik dat wel?’

Groeien er bananen in Nederland?

‘En sinaasappel, die heb je toch nodig?’

 

Oh, je bedoelt zeker voor de vitamine C. De waarheid is dat de afkoelende werking van sinaasappel zó groot is, dat onze afweer meteen na het consumeren van 1 sinaasappel voor 80% niet meer werkt, een half uur lang. Daarna normaliseert het weer enigszins, maar in een bepaalde mate blijft er schade bestaan. Van de grote hoeveelheid vitamine C die onze afweer zou moet helpen, wordt maar een klein beetje opgenomen. De reden hiervoor is dat de afkoelende werking ook de darmen stillegt zodat deze minder goed stoffen kunnen opnemen.

 

‘Okay, tropische vruchten dus beter niet.’

 

En net als je denkt dat het is doorgedrongen om tropische vruchten te laten staan, blijken ze nog steeds sloten tropisch vruchtensap drinken. Misschien lachwekkend, maar het zijn echt geen domme mensen die dit doen. Ze zijn alleen opgegroeid met nul besef van wat ze eten en waar het vandaan komt.

 

2. Een tweede chronische afkoeler is yoghurt, hetgeen in Nederland - als echt zuivelland - het hele jaar door gegeten wordt. Dit wordt gezien als zeer gezond, zeker wanneer er probiotische lactobacillus culturen aan toegevoegd zijn. Yoghurt is een Turkse vinding die aan het begin van de 20ste eeuw naar Europa kwam en bij ons pas na 1960 populair werd. Ook yoghurt is dus een subtropisch product dat sterk afkoelend werkt.

 

3. De derde grote afkoeler is wat we rauwkost noemen. In salades of smoothies nog altijd zeer populair, zeker bij de dames die wat pondjes kwijt willen. Dat er onvoldoende energie naar binnenkomt en ook vervuiling en afkoeling optreedt, wordt niet opgemerkt. Sommigen vallen niets meer af, ook al eten ze alléén nog maar rauwkost. Door de vervuiling van het milieu tussen de cellen, dat met lymfvocht gevuld is, wordt water aangetrokken en water is ook gewicht. Zij kunnen dus letterlijk dik worden van een glaasje water. Anderen varen er wel bij, totdat ze er even mee stoppen. Dan jojoën ze snel weer terug in gewicht, omdat het afgezwakte systeem snakt naar energieopname; zelfs naar een overschot. Dat rauwkost afkoelt, komt doordat de vertering ervan doodgewoon meer energie kost dan het oplevert.

 

4. Als vierde groep wil ik onze moderne leefwijze noemen. We leven in een kunstmatig milieu. Daarmee bedoel ik dat we onze omgeving met name kunstmatig warm houden: in huis, op het werk, in de auto. Hierdoor verliezen we de alertheid van ons immuunsysteem en zo kan een atmosferische koude naar binnenslaan. Ook onze methode van koken is gemoderniseerd en minder verwarmend geworden. Snelle bereidingen, zoals stomen en roerbakken, leveren minder verwarmend eten op omdat de warmte die je gebruikt om je eten te bereiden opgeslagen wordt in de voeding zelf. Dan is er de magnetron en de vriezer. Deze breken de celstructuur van voeding af. Het resultaat daarvan is dat het klaargemaakte maal veel minder energie geeft. Tot slot vraag ik nog je aandacht voor de gebruikelijke manier van telen. Een snelle teelt van groenten en vee met behulp van kunstmest, hormonen en genetische manipulatie zorgt óók voor een daling van de intrinsieke waarde van voeding. Naast minder energie (= minder warmte) gaat dit ook nog eens gepaard met vervuiling en ontregeling van onze eigen processen.

 

Het is allemaal zo klaar als een klontje, maar je staat er niet bij stil. En dan zijn er nog alle bedenksels van tijdelijke voedingsgoeroes. Je begrijpt nu dat je die met wat gezond verstand en kennis kunt ondermijnen. Als je het bovenstaande toepast, kun je chronische interne koude zelf aanpakken en wegwerken. Ik geef mijn patiënten vaak het volgende advies:

 

• Om de koude in beweging te brengen en te verdrijven neem je drie maal daags een kopje milde gemberthee;

• Daarnaast leg je iedere dag twintig minuten een kruik of warmtepakking op de buik onder de navel. Dit is een extra maatregel om de inhaalslag in te zetten;

• Om je eigen warmte te behouden zorg je ervoor dat je geen warmte verliest. Goede kleding, met name voor voeten, hals en hoofd zorgt hiervoor;

• Om geen extra koude op te doen en je situatie stelselmatig te verbeteren, eet en drink je zoals grootmoeder dit deed in de tijd dat de wereld nog wat kleiner was. Neem verse groenten en fruit van het seizoen. Vers scharrelvlees. Maak je geen zorgen over het vitaminegehalte en kook meer verwarmend zoals zij dat deed. Langere kooktijden, echt vuur, stoofschotels, ovengerechten en kooktoetjes zijn hiervan voorbeelden.

 

Word meer bewust van wat je eet, word inventief. En gebruik je gezonde verstand en gevoel om iedere dag iets passends en lekkers te maken.

 

____________________________________

 

Deel 3: Welke voeding hebben we nu precies nodig?

 

We zijn ons contact met de natuur kwijt geraakt. Daar bestaat geen twijfel over. Zeker wat voeding betreft, want wie graaft nog in de aarde en plant zaadjes? Wie melkt er nog een koe of plukt vruchten uit een struik of boom? In de supermarkt is alles verkrijgbaar; uit allerlei landen en van alle seizoenen. Dat is mooi, zou je zeggen. Want we moeten toch gevarieerde voeding binnenkrijgen? En inderdaad, wat dat betreft kan het niet beter Het was nog nooit zo gevarieerd als nu. Heel Nederland kookt volgens recepten waarvoor het de normaalste zaak is dat alles - waar vandaan en wanneer ook - voorradig is.

De westerse diëtetiek onderschrijft dit en wordt ondersteund door wetenschappelijke onderzoek. Hierbij wordt uitgegaan van de bestanddelen die in voeding zitten. Er wordt gedacht in eiwitten, koolhydraten, zetmeel, vetten, vezels, vitaminen en mineralen. Welke van deze voedingsbestanddelen zijn het beste voor me? Hoeveel van wat moet ik binnenkrijgen? Welke maken me dik: hoeveel calorieën zitten erin? Welke zijn kankerverwekkend?

We zijn voeding gaan zien als een samenstelling van bestanddelen. De eiwitten voor onze spieropbouw zit in vlees. Kalk voor onze botten vinden we in melk, koolhydraten die ons energie geven zitten in granen en sinaasappels bevatten veel vitamine C voor onze weerstand. Wat we nodig hebben en tekort komen zoeken we selectief en separaat op in de beschikbare voeding. Dat ik je nu ga vertellen dat we volgens deze gedachtegang ergens mank gaan, voelde je natuurlijk al aankomen.

 

In de praktijk is het allemaal namelijk niet zo zwart-wit. Vlees bevat naast eiwitten ook veel vitaminen en mineralen die ons helpen met onze weerstand. De kalkcomponent van melk kan door een bepaalde enzymwerking helemaal niet worden opgenomen door ons lichaam. Granen bestaan naast koolhydraten ook uit eiwitten die in samenwerking ons lichaam herstellen en opbouwen. De sinaasappel bevat naast vitamine C ook koolhydraten en eiwitten en is eigenlijk helemaal niet zo goed voor onze weerstand.

Bovendien: als je alleen naar de voedingsbestanddelen kijkt, houd je geen rekening met het feit dat de samenwerking van deze bestanddelen binnen één voedingsmiddel zeer complex is. Zo is de vitamine C van een sinaasappel niet hetzelfde als de vitamine C van gerst. Het eiwit leucine in rundvlees is niet hetzelfde als de leucine die we vinden in rijst. Deze complexiteit ontstaat doordat de natuur alle bestanddelen als één geheel laat samenwerken.

 

Je kunt het vergelijken met een gemeenschap van mensen. Een vissersdorp in de tropen is een heel andere gemeenschap dan een Himalayadorp in Nepal. Ofschoon ze allebei uit mensen, werktuigen en huizen bestaan, zien ze er heel anders uit. De mensen hebben een ander gestel, ze functioneren anders, gebruiken hun werktuigen voor andere doeleinden en hun bouwstenen voor een andere bouwwijze. Ook binnen één voedingsbestanddeel werkt dit zo. Alles hoort bij elkaar, ondersteunt en communiceert met elkaar en werkt samen tot een volledige balans - die we dan appel, kippenbil, theeblad of rijst noemen. In de kruidengeneeskunde zijn er kruiden bekend die zeer giftige stoffen in zich hebben en tóch niet giftig zijn. Dit komt doordat de andere bestanddelen van dat kruid deze gifstoffen neutraliseren en zelfs een therapeutisch helende werking kunnen geven. Zo ver kan deze samenwerking gaan. Deze complexe samenwerking in voeding betekent dat alleen kijken naar de onderdelen onvoldoende is.

 

We kiezen ‘hele’ voeding die lekker is. Zo ver waren we al. Maar wat we nodig hebben is vandaag de dag ook echt een elementaire vraag geworden. Was dat vroeger niet het geval? Nee, want toen maakte de natuur die keuze al voor ons. Die zorgde ervoor dat wat we nodig hadden in onze omgeving op de juiste tijd aanwezig was. Nu is alles uit de hele wereld in alle seizoenen voor ons beschikbaar. Dit brengt verwarring en disbalans doordat veel van deze voeding niet hoort bij onze situatie van dat moment. De conclusie is simpel: we moeten terug naar onze eigen natuur en ons eigen seizoen. In de Traditionele Chinese geneeskunde, de Ayurveda en misschien nog wel andere systemen wordt dit verklaard vanuit de energetica van voeding. Niet de bestanddelen gelden, maar de uitwerking die voeding op ons heeft. Deze verdelingen hebben te maken met de seizoenen en met de plek waar de voeding groeit. Het past zo in perfecte balans bij de mensen die er leven. Is het er koud, dan groeien er noten die vet geven en warm houden. Is het er warm, dan groeien er mango’s die koelend werken. In de lente moet de energie gezuiverd worden en in de herfst moeten er systemen in werking gezet worden die de energie vast gaan houden. De tijdelijke lokale groentes en fruit, ja zelfs de dieren, voorzien hierin en brengen de balans.

Door alles wat er aangeboden wordt altijd tot ons te nemen, doen we hier niet meer aan. We eten bergvoedsel in een zeeklimaat en zomervoedsel in de winter. Je kunt je voorstellen dat ons lichaam, ons energiesysteem, hierdoor van streek raakt. De gevolgen zijn allerlei vormen van disbalans die we uiteindelijk ziektes noemen. Ik zet de energetische verdeling van de Traditionele Chinese geneeskunde eens voor je op een rijtje, zodat je een idee krijgt wat een rol speelt:

 

De eerste verdeling is in:

Yin, opbouwende voeding

Yang, activerende voeding

 

Een verdere verdeling geeft de uitwerking die voeding heeft ten aanzien van temperatuur:

heet, voeding die het lichaam verhit

warm, voeding die ons verwarmt

neutraal, voeding zonder thermische uitwerking

koel, voeding die het lichaam afkoelt

koud, voeding dat ons in sterke mate en snel afkoelt

 

Een derde verdeling is de verdeling in smaken, die vertellen welke energiebeweging de voeding ons meegeeft:

zuur, voeding die een samentrekkende, verzamelende werking heeft

bitter, voeding die purgerend oftewel zuiverend naar buiten is

zoet, voeding die opbouwend is

pittig, voeding die verspreidend, bewegend is

zout, voeding die verwekend en oplossend is

 

Wanneer je hierin duikt, maak je al snel wat denkfouten. Zo zou je misschien denken dat heet eten de koude winter compenseert, maar heet eten koelt je juist af. De hitte drijft je energie namelijk naar buiten en die verlies je dan met zweten. Zuur is een smaak die bij de lente hoort. Toch heb je in de lente juist wat meer bitter nodig om de afvaldumps van de winter in je lijf op te ruimen. Warmte activeert, dat weten we allemaal, maar de warmte die gepaard gaat met voedsel voor de winter wordt vooral gebruikt voor de verwerking van de zware kost. Ook zijn er met deze verdelingen nogal wat combinaties mogelijk die zeker niet parallel hoeven te lopen. Rijst (zilvervlies) is bijvoorbeeld Yin opbouwend, temperatuur neutraal en zoet. Maar zout en koud kan ook Yin opbouwend zijn, zoals een mossel. In ieder seizoen moet er opgebouwd en geactiveerd worden. In ieder seizoen moet er opgelost, gezuiverd, verzameld worden en een bewegende kracht achter voeding zijn. De natuur is alwetend. Ze geeft haar accenten en bepaalt zelfs wanneer wij naar wat moeten gaan vissen. In de zomer hebben we liever wat koelere voeding, in de lente liever wat meer zuiverende en in de winter houden we van verzamelen en verwarmen. De voeding uit je eigen streek in je eigen seizoen en de uitwerking op cellen, organen, bloed en hormonen houden je in balans. Daarom is de energetica van voeding zo belangrijk.

 

Nu kun je deze onderverdeling op ons huidige voedselaanbod loslaten door alle voeding onder te verdelen, een classificatie mee te geven en te bedenken wat goed en niet goed voor je zou zijn. Zonder therapeutische kennis en voedingservaring ga je hiermee gegarandeerd grote fouten maken. En waarom zouden we dat doen als we toch al wisten dat de natuur alles al voor ons had uitgezocht? Als je eet wat er nu, in dit seizoen, in de streek waar jij woont voorradig is, kan het niet misgaan wat betreft thermische uitwerking. Wanneer je gevarieerd, kleurrijk eet, zit je goed wat betreft je opbouwende en activerende accenten. En als je dan ook nog eens iedere dag je voedsel kiest met je neus en je gevoel, krijg je precies dat wat jij als individu nodig hebt qua energiebeweging.

 

____________________________________

 

Deel 2: De stap naar échte voeding

 

Nadat we besloten hebben dat eten vooral lekker moet zijn op alle fronten, komen we aan de bij de volgende stap op onze weg naar alle duidelijkheid over voeding. Deze begint met de vraag: wat is gezond lekker? Wanneer ik het plaatselijke supermarktkrantje inkijk of vrienden van mijn dochter hoor zeggen dat ze snakken naar een hamburger van McDonalds, krullen mijn tenen naar beneden en mijn oorlellen naar achter. Ik herken in al die zaken geen voeding, zie ze meer als plastic attributen voor in een toneelstuk of als decoratie voor de vensterbank. Hele volksstammen voeden zich hier echter mee. Karrenvol worden elke zaterdagochtend de supermarkt uitgereden en je kunt er donder op zeggen dat het maandagmorgen allemaal op is. Blijkbaar moeten we deze taartpunt toch eens aansnijden.

Er is een verschil in echte voeding - ook wel hele voeding genoemd - en geraffineerde voeding. Geraffineerde voeding is pas ontstaan na de Tweede Wereldoorlog in een tijd waarin voedsel schaars was en de bevolking snel groeide. Er werd daarom druk gezocht naar een productiemethode om op een goedkope en snelle manier voedsel op tafel te krijgen. Dit resulteerde in het verwerken, manipuleren en versnellen van productieprocessen. De natuur, waarin alles een periode van groei, en dus zijn tijd, nodig heeft, werd voorbijgestreefd met kunstmatigheid. Toen het doel meer en meer commercieel werd, draaide de aandacht om naar kunstmatig lekker, zodat de klant zeker terugkwam voor meer. Zo komen we aan onze geraffineerde voeding.

 

We weten inmiddels dat het vol zit met additieven zoals smaakversterkers emulgatoren, kleurstoffen en wie weet wat nog allemaal meer. De zogenaamde E-nummers. De bewustwording dat er toch wel heel veel chemische troep in ging bracht de mensen ertoe om weer naar het natuurlijk product te vragen. Maar weet jij nog wat echt natuurlijk is? Aanwijzingen op een verpakking als ‘Puur natuur’ of ‘100% natuurlijke ingrediënten’ zijn inmiddels lege termen geworden, bedacht door slimme marketeers met genoeg kennis van de wet om deze te omzeilen. Dat betekent dat we niet altijd op de producenten kunnen vertrouwen en zodoende zelf moeten bepalen wat een werkelijk natuurlijk product is. Het zijn echter niet alleen de chemische toevoegingen waar we op moeten letten, maar ook de ingrediënten zelf én de manier van bereiden.

 

Opdat je weet wat onder ‘natuurlijk’ verstaan wordt en wat allemaal valt onder geraffineerde voeding, geef ik je een definitie van hele voeding. Met deze definitie is dan meteen duidelijk wat geraffineerde voeding is. Dat is namelijk al het andere.

 

Hele voeding is vlees, vis, ei, zuivel, groente, fruit, knollen, wortels, bonen en granen waar niets aan toegevoegd is, die niet chemisch behandeld zijn, waar niets kunstmatig vanaf gehaald is en die hooguit door natuurlijk handelingen zoals plukken, oogsten, slachten, drogen of fermentatie verkregen zijn.

 

Oei! En daar mag ik niet vanaf wijken? Je mag het zo zien: deze definitie is bedoeld als leidraad - om je weer bij overgrootmoeder thuis te brengen. Natuurlijk wordt er brood gebakken, ingemaakt, yoghurt en kaas gemaakt. Gebruik de hele voeding als je uitgangspunt en bereid het op natuurlijke wijze. Dat is wat we als totaal mens nodig hebben. Het zijn namelijk de natuurlijke ingrediënten waarop onze enzymen als sleuteltjes passen. En het zijn de natuurlijke stoffen die met rottingsprocessen in de darm omgezet worden. Ik ken genoeg voedingsproducten die gewoon niet of nauwelijks meer vergaan. De donut, het brood, het koekje, ja zelfs de hamburger (zonder salade) staan zo stijf van de conserveringsmiddelen en kunstmatige bereiding, dat zelfs bacteriën en schimmels er geen pap van lusten. En dát is nu juist de natuur, ook in onze darmen. Het zijn de natuurlijke moleculen binnen één voedingsstof die elkaar ondersteunen, balanceren en faciliteren. Haal je ze uit elkaar, dan is de som minder dan het geheel. De natuur heeft dit allemaal voor ons uitgeplozen. Het enige wat je hoeft te doen is ernaar luisteren en handelen. Ook werkt het op energetisch vlak, maar daarover in een andere aflevering meer.

Hoe werkt het dan allemaal met voedingsmiddelen in relatie tot onze vertering? Daar zijn ongelofelijk veel onderzoeken naar gedaan, waarbij de wetenschap nog niet eens het hele oppervlak ervan heeft kunnen ááien. Laat staan dat ze de verdere diepgang ervan begrijpt.

Waarom is geraffineerde voeding dan zo slecht voor ons? Dit is eigenlijk dezelfde vraag in een ander jasje. Ook hier zijn louter speculaties over. Onderzoeken wijzen naar dit, tonen aan dat... Echt weten doen we het niet. Dat geraffineerde voeding niet goed voor ons is, staat echter als een paal boven water. De verandering in ziektebeelden na de opkomst van het geraffineerde voedsel laat dit keer op keer zien: zowel in Europa, bij de indianen, de Inuit, in Azië. Iedere keer dat geraffineerde voeding ergens populair wordt, nemen de zo kenmerkende degeneratieve welvaartsziekten toe. Diabetes, hart- en vaatziekten, obesitas, hypertensie en veel vormen van kanker, om maar eens wat te noemen. Zijn het de snelle koolhydraten, bepaalde suikers, vetten of dierlijke eiwitten? Of toch de gluten of misschien het gemis aan vezels? Iedereen met een reageerbuisje en een onderzoeksthesis kan bewijzen op tafel leggen. Zolang ze maar gevonden zijn met de juiste oogkleppen op.

 

Het gaat er echter niet om een schuldige te vinden, maar te begrijpen wat voeding tot de voeding maakt. Alle voedsel heeft een individuele achtergrond. De grond waarin het groeide, het klimaat, de natuurlijke stressfactoren die het onderging, de manier en tijd van oogsten of sterven. Al deze zaken en meer bepalen de energie, het ontstaan van bepaalde stoffen, de chemische samenwerking van de moleculen en de kwaliteit van voeding. Het concept van voeding is ingewikkeld, eten niet. Gebruik je verstand en eet natuurlijke producten op een manier zoals dat jou goed lijkt.

 

____________________________________

 

 

Deel 1: Wat is lekker?

 

Voeding is belangrijk voor onze dagelijkse energie, groei en celreparatie. Nu zijn er veel al dan niet wetenschappelijke bronnen die zeggen dat je dít moet eten en iets anders juist beter kunt laten staan. De ene voedingsstof is kankerverwekkend, terwijl een andere een te hoog cholesterolgehalte tegengaat. Wil jij zo met je maaltijden omgaan? Ik niet. Maar goed, laten we eens beginnen met de vraag wat we eigenlijk willen met voeding.

 

In onze westerse leefomstandigheden staat het stillen van het hongergevoel niet meer op de eerste plaats omdat dit in de regel altijd wel lukt. Het allerbelangrijkste wat wij van onze voeding willen is dat het lekker is. Zoals je zult zien is dat een grotere motivatie dan alle bedachte redenen om iets te eten. Ik ken genoeg mensen die denken dat gezond eten bovenaan staat. Ze weten echter niet wat gezond is. Vrouwlief laat bijvoorbeeld haar man tegen heug en meug salades eten, terwijl zijn lijf schreeuwt om een lekker sappig stuk vlees. Zeg ik hiermee dat je altijd toe moet geven aan je begeertes? Nee, zeker niet, maar wel dat eten gewoon lekker moet zijn. Dan creëer je namelijk een optimale reactie van je lichaam wat betreft je vertering. Niet alleen geur en smaak zijn van belang, maar ook hoe een maaltijd er uitziet en hoe je erover denkt. Dit zijn allemaal prikkels die samen de cerebrale cortex, het smaakcentrum en de hypothalamus bereiken en zo via de zenuwbanen van de vagus zenuw de mobilisatie van enzymen in je spijsverteringsstelsel teweeg brengen. Die enzymen zijn er om voedingstoffen af te breken. Dit begint al in de mond - we noemen het watertanden. Dan volgt de maag, de twaalfvingerige darm en de dunne darm; de peristaltiek, die knedende duwende beweging, van deze organen wordt aangezet. Hoe eten ‘valt’ blijkt al dan niet voor gezonde resultaten te zorgen. Dat gaat zo ver, dat je door lekker te eten al meer dan vijftig procent van je vertering bereikt! Gezond eten is dus in de eerste plaats lékker eten. Makkelijker kan het niet zijn, want iedereen weet wat lekker is. Of toch niet?

 

Lekker is een aanduiding voor hoe je voedsel eruit ziet, de gedachte of herinnering eraan, de geur in je neus en de smaak in je mond. Als het hier op zou houden, kan lekker ook heel óngezond zijn. Denk maar eens aan verlangen naar chocolade of vet of om jezelf vol te proppen, noem al die bekende verlangens maar op. Ze vormen het uiterste van een disbalans en daar moet je juist níet naar luisteren. Wanneer je je in zo’n uiterste bevindt, werkt het toegeven aan het verlangen dat daarbij ontstaat als een wip. Je klapt als het ware precies de andere kant uit.

 

Ik noem hier twee voorbeelden. Een laag energiegehalte van het bloed brengt een verlangen naar suiker teweeg. Als je hieraan toegeeft, val je echter na een korte activering van je energie terug in een dip. En een verlangen naar chocolade ontstaat door stress of een laag HB gehalte in het bloed. In eerste instantie levert chocolade de zo gewenste ontspanning en meer ijzer, maar door de vettige zoetigheid is het zo belastend voor je systeem, dat je als het ware vastloopt.

Dit zijn verlangens die een lichamelijke oorzaak hebben. Daarnaast kan door emoties als onzekerheid, verdriet of kwaadheid een ziek verlangen naar specifiek voedsel ontwikkeld worden. Is dit iets waar je jezelf in herkent, zoek dan eens een therapeut of arts op die je daarmee kan helpen.

 

Maar normaal lekker eten heeft vergaande positieve consequenties die je direct ervaart. Het geeft namelijk een aangenaam gevoel in maag en buik tijdens en na het eten. Je mag je best even voldaan en minder actief voelen, maar al snel daarna zul je een gezonde energie voelen. Lekker betekent zelfs een gemakkelijke stoelgang: eenmaal per dag een welgevormde sigaar, niet te hard, niet te zacht, met een dunne slijmlaag eromheen. Ja, ook dát hoort bij lekker eten. Wanneer je aan deze voorwaarden voldoet, is lekker eten gezond eten.

 

Gewoon een kwestie van uitproberen dus, lekker eten? Ja, in zekere zin wel, maar onderschat je ervaring niet. Wanneer je goed doordrongen bent van het bovenstaande, kan je normale behoefte samen met je neus je voor negentig procent iedere dag opnieuw vertellen wat die dag goed voor je is. En dat betekent een eerste, maar al heel grote stap naar gezond eten.

 

____________________________________