BZO20Iophodenpijl

BewustZijn Online

Op Hodenpijl

Gelegen in een oer-Hollands polderlandschap, net op de grens van de drukte van Delft en Den Haag en omgeving, ligt Op Hodenpijl, een echte ontmoetingsplek in de Gemeente Midden-Delfland. In de schitterend verbouwde kerk - niet meer in gebruik in traditionele zin - is een altijd wisselende expositie te zien en er wordt een verrassende hoeveelheid en diversiteit aan lezingen, concerten en theater aangeboden. Daarnaast bestaat de mogelijkheid het gebouw te huren voor trainingen of om bijvoorbeeld een bruiloft of een uitvaart op geheel eigen wijze vorm te geven. In de Pastorie kun je werken aan lichaam en geest, het restaurant zorgt voor heerlijke biologische maaltijden en ten slotte is er de Herberg, waar overnacht kan worden.

www.ophodenpijl.nl

 

Op Hodenpijl

De ontvouwing van een bloem

door Simone Thomasse (2016)

 

Post (1949) bouwde in dertig jaar een groot transportbedrijf op, zich altijd ondersteund wetend door zijn vrouw Tilly (1955). Zij was zijn klankbord, verzorgde de administratie, dacht mee. Het bedrijf groeide en groeide. Zeven jaar geleden kwam er een ommezwaai in hun leven.

 

Dirk Post (1949) bouwde in dertig jaar een groot transportbedrijf op, zich altijd ondersteund wetend door zijn vrouw Tilly (1955). Zij was zijn klankbord, verzorgde de administratie, dacht mee. Het bedrijf groeide en groeide. Zeven jaar geleden kwam er een ommezwaai in hun leven.

 

Tilly: ‘Misschien begon het allemaal met het feit dat ik halverwege de jaren negentig andere interesses kreeg. Het bedrijf draaide goed, we hadden genoeg. Ik dacht: waarom wil iemand nou steeds meer vrachtauto’s? Nog harder werken? Het is toch ook leuk om met elkaar als gezin iets te doen? Daar was nooit tijd voor.’

Ze hoopte dat er meer rust zou komen als een nieuw te bouwen complex klaar zou zijn. Maar het pand bleek te groot en voor Dirk was dat juist een signaal om door te groeien. Het was 1996 en er kwam nóg een bedrijf bij. Tilly: ‘Toen zei ik: ‘Bekijk het maar, ik doe er niet meer aan mee. Ik ga nu huisvrouw zijn en lekker thuis dingen doen.’ In die tijd kwam ik allerlei boeken tegen over wat er nog meer tussen hemel en aarde is, zoals ‘Een cursus in wonderen’, waar ik drie jaar op heb gestudeerd. We hadden een keer per maand een groepje waarin het boek werd besproken, want in m’n eentje snapte ik er niks van. En ook Shirley MacLaine heeft mij met haar boeken op een totaal ander pad gebracht.’

 

Voorzichtige veranderingen

Samen konden ze het er niet over hebben, want Dirk vond het eng. Het klopte niet met zijn wereldbeeld en bovendien kon hij zijn verhaal over het werk niet meer bij Tilly kwijt.

Dirk: ‘Er is altijd wel wat met zo’n groot bedrijf: herrie binnen de directie, met een klant of personeel. Het ging bij Tilly het ene oor in, het andere uit. In 1998 ben ik op aanraden van een collega een cursus management gaan doen, waar ik hélemaal geen zin in had. Maar ik ging toch; een week per maand intern. Het was een klas met zo’n twintig ondernemers die dachten kroonprins in hun bedrijf te zijn, maar het niet haalden of vastliepen. Niet één had hetzelfde verhaal als ik. We werden begeleid door een psychiater. Daar ben ik wel bewuster geworden. We kwamen met veel bravoure binnen. Om te beginnen moest je op een groot vel je problemen opschrijven - niemand had een probleem trouwens! - en wat het belangrijkste in je leven was. Met daarnaast hoeveel tijd je daaraan besteedde.’

Tilly: ‘Ik stond boven aan de lijst ‘belangrijk’, maar onderaan de lijst waar de meeste tijd naar toeging.’

Dirk: ‘Die cursus duurde een jaar en het was voor mij een hele gang om daar naar toe te gaan. Er kwam veel ellende naar boven bij iedereen! Want al had niemand een probleem, eer we halverwege waren haalde die psychiater van alles tevoorschijn. Nee, niemand had problemen hoor! Je werd erg geconfronteerd met jezelf, maar dan naar het zakelijke toe.’

Tilly: ‘Op een goed moment wilde ik gaan lopen naar Santiago de Compostella. Mét Dirk. Maar die zat nog met z’n hoofd in de vrachtwagens.’

 

Op reis

Toch kreeg Dirk uiteindelijk genoeg van alles en overwoog hij de zaak te verkopen. Er werden managers aangesteld die voorstelden dat Dirk er drie maanden tussenuit zou gaan, zodat zij konden laten zien wat ze waard waren. Dat was voor hem een goede reden om in te stemmen met Tilly’s wadelplan. Dirk: ‘Voorjaar 2004 zijn we op het vliegtuig naar Toulouse gestapt. Daar deden we onze rugzak op en begonnen we aan onze tocht. We waren nog geen maand onderweg toen de directie in een crisis terechtkwam. Ze belden me en ik zei tegen Til: ‘Ik ga naar huis, want dit gaat natuurlijk helemaal fout.’ Waarop zij zei: ‘Prima, maar ik ga door.’ Het was rond Pasen, ik heb die periode als een soort lijdensweg ervaren en allerlei dingen diep beleefd en doorgrond. Uiteindelijk werd het echt een ommekeer in mijn leven. Ik besloot bij Til te blijven.’

 

Onderweg

Dirk: ‘We gingen de bergen in, die een stuk steiler waren dan ik van tevoren had gedacht. Het was verdorie nog winter! Al was het half april; wij liepen echt door de sneeuw. Boven op de berg trok Tilly een skibroek aan, zo koud was het. Het besluit om door te gaan bleek cruciaal, want vanaf de Franse Pyreneeën tot Finisterre hebben we zúlke mooie dingen gehoord en besproken met andere mensen! Gewoon een verrijking. Ik kwam erachter dat het allemaal zo heeft moeten zijn. Ondanks dat Tilly ziek werd, waardoor we vier dagen oponthoud opliepen, zijn we in Santiago de Compostella aangekomen.’

Tilly: ‘We wilden in Léon een rustdag nemen, dat wílde ik halen. Dus ik bleef maar doorlopen, was een heleboel kilo’s afgevallen en had blaren bínnenin mijn voet. Daar aangekomen stortte ik in. Ik ben nogal een doorzetter en het was mooi om erachter te komen wat mijn valkuilen zijn.’

Dirk: ‘Een of andere grapjas maakte een foto van ons op een bruggetje en stuurde die per mail naar kantoor. Daar zei iemand tegen de kinderen: ‘Joh, dat zijn je vader en moeder!’ Ik met zó’n baard, haha. Ze schrokken zich wezenloos, helemaal toen we op Schiphol aankwamen.’

Tilly: ‘We stónken, tja, twee maanden in dezelfde slaapzak. Mijn huid was een soort zeem geworden…’

 

Onwijs gaaf

Tilly: ‘Twee maanden gelopen, gewéldig. De buitenkant viel weg en toen pas ontdekte Dirk wat ik steeds bedoelde met: er is meer tussen hemel en aarde, de natuur… Het was zo onwijs gaaf! Ik zei tegen hem: ‘Ik heb je nu pas leren kennen!’ Want toen wij trouwden zijn wij meteen gaan werken. Altijd werken, werken. En ineens hoefden we niets. Er was geen werk, er waren geen kinderen en geen sociale verplichtingen. Ik leerde een heel andere kant van Dirk kennen, het leek wel of we op huwelijksreis waren. We hadden natuurlijk niet zo’n fijne periode achter ons. Dat ik was afgehaakt op de zaak was voor Dirk niet leuk en voor mij ook niet. En al die nieuwe dingen die ik las. Er kwam een soort drang in me - een drive - die niet te stoppen was. Daardoor snapte ik Dirk ook beter, want hij had dat precies zo met het transportbedrijf.’

 

Op Hodenpijl

Dirk en Tilly woonden al jaren in Schip-luiden en wisten dat Op Hodenpijl te koop stond. Een dag voordat ze naar Zuid-Frankrijk vertrokken, ontmoetten zij de makelaar en onderweg naar Santiago deden ze een bod. Tilly: ‘In Frankrijk kwamen we steeds van die kleine afgelegen kerkjes tegen waar de deur van openstond. Daarbinnen viel de rust als een warme deken over je heen. We zeiden tegen elkaar: als we terugkomen kopen we het kerkje, we knappen het op en dan maken we er een plek van waar het stil is en je niets hoeft.’

Tilly: ‘Toen we net getrouwd waren gingen we in Drenthe op een boerderijtje wonen, daar heb ik direct een stuk grond omgespit om een moestuin te maken. Daarna zijn we naar deze kant van het land verhuisd en in een nieuwbouwhuis gaan wonen, dat viel samen met de opbouw van het transportbedrijf. In 1997 betrokken we de boerderij in Schipluiden en begon ik weer met een moestuin. Verbondenheid met de aarde heb ik altijd gehad. Voor mij is het vreemd als iemand daar niks mee heeft, omdat ik denk dat het hoort bij een mens. Als je in de stad woont en je hebt geen natuur meer om je heen, dan ga je dat invullen met cultuur.’

Dirk: ‘Ik denk dat mensen op een flat net zo veel met de natuur kunnen hebben als wij, maar wij laten het ook in de praktijk tot uitdrukking komen.’

Tilly: ‘We wilden onze eigen manier van leven in dat opzicht uitbreiden, zodat meer mensen daarvan konden genieten. Het moest laagdrempelig zijn, we hebben een voorbeeld gehad aan Ronald Jan Heijn met Oibibio. Alleen hangt spiritualiteit vaak samen met zo’n bepaald sfeertje, daar wilden we niks mee. Wij wilden terug naar moeder aarde.’

 

Renovatie

Dirk: ‘In de tijd dat Op Hodenpijl te koop stond, zijn daar honderden mensen wezen kijken. Ondertussen liepen wij in de Pyreneeën. Iedereen wilde er iets anders mee: er gaan wonen, een restaurant beginnen of een reclamebureau, maar niemand zette het door. Waarschijnlijk vanwege de hoge restauratiekosten. Wij hebben er ook kapitalen ingestopt, maar we krijgen er heel veel voor terug. Dankzij ons transportbedrijf hebben we het financiële stuk kunnen dragen.

Natuurlijk hebben we drie jaar lang veel moeten doen om het in de huidige staat te brengen. Er liepen hier al die tijd vijftien tot twintig mensen rond! We hadden veel weerstand van het bisdom en van de gemeente, maar nooit hebben we getwijfeld aan ons besluit. Eigenlijk groeide er elke dag wel iets, al haalde je maar een muur weg.’

Tilly: ‘Je kunt alles en je weet alles, maar dat moet je je wel bewust zijn. En dan moet je het willen. Als je het wilt, denk je daarover en creëer je het. Dat proberen wij over te brengen.’

Dirk: ‘Toen we in 2007 de deur open deden, was dat als de ontvouwing van een bloem. Het was klaar.’

 

Dirk wilde graag theatervoorzieningen, met tribunes en al, maar Tilly ging voor absolute stilte. Ze zijn in het midden uitgekomen, met mogelijkheden voor voorstellingen, exposities, concerten, lezingen, trouwerijen en uitvaarten.

Tilly: ‘Ik ben van de natuur en Dirk is van de cultuur.’

Dirk: ‘Ik houd van de variatie en luister bijvoorbeeld graag naar iemand met een mooi verhaal. We hebben hier sprekers als Marcel Messing, Carel Terlinde en Kader Abdolah en al die verschillende mensen trekken hun eigen publiek. De gemiddelde toeschouwersaantallen liggen tussen de vijftig en honderd.’

 

Uitbreiding

Inmiddels heeft de familie Post naast de kerk een herberg in bedrijf genomen, net als een grote moestuin aan de overkant van het water. Ze hebben de boerderij op het terrein gekocht én een huiskamerrestaurant in het dorp. Ze vertellen hun verhaal vaak aan jonge ondernemers of studenten en willen zoveel mogelijk mensen deelgenoot maken van wat ze opgebouwd hebben om zo mensen te inspireren tot het doen wat hun hart ze ingeeft.

Tilly: ‘In het restaurant in de serre wordt uitsluitend biologisch voedsel van het seizoen en uit onze eigen moestuin bereid. Verder hebben we de watervoorziening laten vitaliseren. Onze gasten zijn heel divers: zakenmensen, wandelaars, fietsers en bezoekers van lezingen en concerten.

De Herberg heeft een grote zolder waar iedereen door elkaar heen slaapt, het idee van een refugio van de Compostella-route. Het gaat ons om de verbinding tussen mensen. Dus: muren weg en ontmoeten. De Pastorie is bedoeld om mensen te laten ontdekken wat ze met hun leven willen. Daar houden diverse therapeuten spreekuur: een osteopaat, een natuurarts, coaches. Er wordt vooral preventief gewerkt met onder meer meditatie en consulten. Het huiskamerrestaurant Indigo ligt in het dorp Schip-luiden en was tot 1950 een kerkje en daarna een garagebedrijf. Het fungeert nu als dorpse ontmoetingsplek voor jong en oud.’

 

Puzzelstukjes

Dirk: ‘Mensen zeggen wel: wat hebben jullie een mooi concept, goed bedacht! Maar we hebben helemaal niks bedacht, het is ontstaan. Bijvoorbeeld Ton, onze moestuinman, die inmiddels zesenzestig is: hoe hij alles meekrijgt en meebeleeft en zich helemaal inzet voor ons ideaal, dat kun je niet verzinnen. Het is onmogelijk een advertentie in elkaar te zetten om zo iemand te vinden. Onze kinderen sluiten zich bij ons aan én inspireren ons tegelijkertijd. Deborah met Rootz en de paarden. Evita met haar strand! Zij kwam een jongen tegen die ook weer als een stukje in de puzzel viel. Samen wonen ze op de boerderij op het landgoed en zijn in de weer met permacultuur. Onze jongste dochter vertaalt haar enthousiasme voor wat we doen weer terug naar het transportbedrijf. En onze zoon? Hij wordt mijn opvolger.’

 

Paradepaardje voeding

Tilly: ‘Waarom ik zo met voeding bezig ben? Er is een experiment in een jeugdgevangenis in Engeland gedaan, de ene helft van de jongeren kreeg een standaard maaltijd en de andere helft mocht biologisch, goed klaargemaakt voedsel eten. Die laatste groep bleek veel meer open te staan nieuwe dingen te leren, zodat ze de maatschappij weer in konden, en waren veel minder agressief. Voeding doet veel meer met je dan je denkt en maakt ook je bewustzijn anders. Een lijf dat gevoed wordt met goed eten biedt een goede voedingsbodem. We hebben misschien geen vat op de politiek, maar voeding kopen we allemaal zelf. Je kunt het een of het ander kopen. Als je het bewustzijn hebt dat biologisch en seizoensgebonden groente uit de omgeving en Nederland goedkoper en ook beter voor je is, koop je dát. Dat kan iedereen en hangt niet af van hoeveel geld je hebt of van hoeveel je gestudeerd hebt. Eet wat de aarde op het moment geeft, dan is de kringloop beter. Wij hebben onze groente in het winkeltje bij het

restaurant staan.’ Dirk: ‘We bevoorraden het uit de moestuin en halen er zo nodig groente van lokale boeren bij. Mensen moeten zelf wegen en afrekenen. Elke dag zijn er verse eieren, we hebben tweehonderd kippen lopen, die geven iedere dag ongeveer honderd eieren. De tuinman vertelde dat hij het afgelopen jaar 32.000 eieren geraapt heeft. Mensen komen speciaal hier naar toe om groente te kopen, dat vind ik fenomenaal.’

Tilly: ‘Dat komt omdat wij iedere keer terug naar de basis, de eenvoud gaan. Dan lost alles vanzelf op. De mens is ook te vertrouwen als je hem vertrouwen geeft.’

Ook het personeel van het transportbedrijf wordt in aanraking gebracht met Dirk en Tilly’s enthousiasme, bijvoorbeeld door de nieuwjaarsreceptie op Op Hodenpijl te houden, net als de vergaderingen van het management. En af en toe komt er een stukje in het bedrijfsblad.

Dirk: ‘Het komt wel bij elkaar en als het niet gebeurt, zal dat ook wel ergens goed voor zijn. Ik heb helemaal geen zin daar dwangmatig mee aan de slag te gaan. Ik laat het mooi gebeuren. Dat noemen ze overgave, geloof ik.’

____________________________________

 

 

Interview met Deborah Post

 

De oudste dochter van de familie Post heet Deborah (1975). Het vermogen om hard te werken heeft ze kennelijk van haar ouders geërfd, want als je met haar praat over wat ze allemaal gedaan heeft en doet, duizelt het je al snel. Een ding is duidelijk. Ook Deborah is verslingerd aan de natuur, biologisch voedsel en paarden. Net als haar ouders loopt ze graag, lang en vaak.

 

Deborah: ‘Ik heb bedrijfskunde gestudeerd in Rotterdam en ik bleef me verbazen over het feit dat in niet één studieboek het woord ecologie of kringloop voorkwam, en over wat mijn leeftijdgenoten - allemaal met een zogenaamd gezond verstand - naar binnen werkten qua voeding. En over de troep die in de supermarkten staat én het feit dat mijn leeftijdgenoten heel graag gingen werken voor die multinationals.’

Zo. De toon is gezet. Waar komt die bevlogenheid voor gezond en biologisch vandaan? Van haar ouders? Deborah: ‘Nee, het biologische aspect is van buitenaf op mijn weg gekomen. Ik heb wél de eenvoud van thuis meegekregen. Mijn moeder hield niet zo van koken, het was altijd eenvoudig, maar wel gezond. Laatst hoorde ik mijn vader tegen een klant zeggen: ‘Dan stond Deborah haar eigen potje te koken, biologisch en vegetarisch, terwijl wij aan een gehaktbal zaten. Nu eet ik ook vegetarisch!’’

 

Bedrijfskunde

Tijdens haar studie raakte zij gefascineerd door de hype van starters en incubators (een incubator is een ‘broedplaats’ voor startende bedrijven, red.). Het was 2001 en Deborah deed onderzoek in samenwerking met een professor van haar vakgroep strategisch management. Ze viel op. ‘De Erasmus Universiteit vroeg me mijn scriptie in praktijk te brengen. Met subsidie en de hulp van een paar ervaren mensen begonnen we op een vrijgekomen etage van het World Trade Center. Ik leerde er ondernemen door anderen te helpen ondernemen. Na vier jaar ben ik eruit gestapt.’

 

Een droom komt uit

‘Ik was hier altijd in het dorp met mijn paarden bezig en in de herfst zag ik telkens die appels onder de bomen voor het oprapen liggen. Het bracht me op het idee om ze te blenden, met bessen erbij, dat smaakte heerlijk. Daarna belde ik de directeur van Eosta: ‘Ik heb een droom. Ik heb 350 mango’s nodig, 300 bananen, 200 appels, 25 kg frambozen en 25 kg zwarte bessen.’ Hij vond dat ik wel een mooie missie had en zorgde dat alles werd geleverd in het pakhuis in Rotterdam, waar ik op dat moment woonde. En ik belde Princess: ‘Ik heb vier blenders nodig!’ Die kreeg ik ook. Precies toen was er een beurs in Rotterdam. De avond ervoor sloeg ik samen met mijn zusje en vriendinnen aan het schillen en blenden. We deden het sap in glazen flesjes en lieten mensen proeven. De reacties vielen niet tegen. Ik ben een proefproductie gaan maken in januari en uiteindelijk is Rootz medio 2007 op de markt gebracht.’

 

Duurzaamheidsadviseur

Tijdens de 21 dagen dat Deborah die zomer het Pieterpad bewandelde, ontstond het idee andere bedrijven te gaan helpen duurzaam te worden. ‘Ik kon meteen ergens aan de slag. Mijn eerste vraag is altijd: ‘Mag ik eens in je koelkast kijken?’ Want daar begint het en als iemand dát snapt, geloof ik dat je op alle niveaus iets kunt doen. Ik heb het niet alleen over voeding, maar ook over energie en ik kijk bijvoorbeeld hoe het gebruik van plastic gehalveerd kan worden. Duurzaam hout? Gewoon zachthout gebruiken, een boom groeit in dertig jaar en een kozijn gaat zestig jaar mee. Dát is pas duurzaam. Voor hardhout met een FSC-keurmerk worden nog steeds hele bossen gekapt. Duurzame vis is net zoiets. Afgezien van de vraag of vis nog wel zo gezond voor ons is, wordt de hele zee leeggevist. Heb je die film ‘Sea, the truth’ van Dos Winkel gezien? Dan snap je wat ik bedoel. We hebben van de aarde genomen en nu hebben we terug te geven. Economisch levert het misschien minder op, maar voor de aarde des te meer.’

 

Huilend in het vliegtuig

‘In 2009 liep ik de pelgrimsroute naar Santiago. Aanvankelijk samen met een reisgenote, we hadden het voornamelijk over mannen en avonturen. Uiteindelijk ging ik alleen verder en die hele eerste dag praatte ik in het bos met mijn schaduw. Vervolgens sprak ik de rest van de tocht met god. Ja, dat heeft mijn leven compleet veranderd. En ik heb ondervonden waartoe je als mens in staat bent, ik heb dagen van meer dan veertig kilometer gemaakt. Er waren eenheidservaringen, een wit licht van dankbaarheid, ultieme liefde uiteindelijk. Toen ik bij Finisterre voor de oceaan stond… Het was bijna niet uit te houden, zoveel schoonheid. Op de terugweg zat ik huilend in het vliegtuig en besefte dat ik naar een door gedachten gecreëerde samenleving terugging. Eenmaal thuis ben ik in zo’n diep vertrouwen gekomen. Alles zit in mijn hart, dat is waar ik steeds naar terug kan.’

 

De paarden

En dat ervaart Deborah ook in het werken met haar paarden: het zit allemaal in je hart. Ze reed jarenlang dressuur, maar dat voelde steeds meer als dwang voor het paard. ‘Eind 2005 kwam ik bij Antoine de Bodt in België terecht. Zijn uitgangspunt is dat een paard van nature niet recht is, maar een holle en een bolle kant heeft. Als je erop gaat zitten, breng je hem ook nog eens uit zijn natuurlijk evenwicht. Dus als berijder dien je je paard in een verticaal en horizontaal evenwichtspunt te brengen. Hij zei weinig, maar wát hij zei was meteen raak. Er moeten veel paarden naar de slager omdat ze kreupel zijn. Dit kan op een simpele manier gecorrigeerd worden en dan verdwijnt de kreupelheid. Ook hier gaat het om onwetendheid opheffen.’

Deborah geeft al leiderschapstrainingen door mensen via lichaamstaal contact met het paard te laten maken. Maar ook met het werk van Antoine de Bodt - dat ze zich in de afgelopen jaren eigen heeft gemaakt - gaat ze verder. Misschien kan de Partij voor de Dieren, waarvoor ze kandidaat is, een ingang zijn. Want: ‘Ik zou willen dat er in iedere provincie in Nederland iemand à la Antoine met paarden bezig is.’

 

‘Ik ga door met bedrijven duurzaam maken, probeer Rootz uit te rollen, ook als babyfruithapje, werk samen met mijn ouders op Op Hodenpijl en met mijn paarden. Mijn vraag aan iedereen die ik tegenkom is simpel: Durf je duurzaam, innovatief te kijken?’ <<

www.rootzpurefruits.com

 

____________________________________

 

Interview met Evita Post

 

Evita Post (1979), nóg zo’n doener. Evita woont met haar vriend Thor op de boerderij van Op Hodenpijl en heeft een zoontje van een half jaar. Deed hbo Communicatie Creatief, daarna aan de VU Beleid Communicatie en Organisatie én de verkorte eerstegraads docentenopleiding Maatschappij. Had tig baantjes tijdens haar studies; van postbode tot werken in een slagerswinkel, maar uiteindelijk beviel de horeca haar het best. En zo kwam ze zeven jaar geleden tot het kopen - samen met een partner - van een strandtent in ’s Gravenzande, waar inmiddels kringloopspullen en authentieke meubels uit Bali garant staan voor een heel relaxte sfeer.

 

Evita: ‘Wij zijn ons ervan bewust dat we het succes van onze strandtent Elements Beach te danken hebben aan de elementen van de natuur. Je hebt hier concreet te maken met aarde, vuur, lucht en water. Daarom willen wij respectvol en in dankbaarheid met diezelfde natuur omgaan.’ Vandaar dat er zoveel mogelijk gekozen wordt voor duurzame bedrijfsvoering, afval scheiden en biologische producten, zoals ecologische koffiebonen. En er wordt gepoetst met natuurlijke schoonmaakmiddelen.

 

Technofeesten

In de strandtent worden allerlei feesten georganiseerd, van bruiloften en bedrijfsuitjes tot technofeesten, BBQ’s en lounge party’s. ‘Ik ben echt een fan van technomuziek. Mijn ouders zouden zeggen: ‘Wat een geplingplong, er zitten helemaal geen vocals of verhaal in’, maar ik vind die toon juist zo mooi. Het is uiteindelijk allemaal gebaseerd op de klassieke muziek, dat hoor je nog terug. Op dit soort feesten, die in mijn optiek best wel diepzinnig zijn, komen leuke mensen af. Niet zo buitenkanterig; het is heel intens op een bepaalde manier.’

 

Boerderij

Anderhalf jaar geleden kon Evita met haar vriend op de boerderij van Op Hodenpijl komen wonen. Iemand gaf hen een boekje over Transition Towns en de dvd ‘The farm of the future’. Die film toont hoe je door een nieuw soort landbouw toe te passen de grond niet uitput, maar juist gebruikmaakt van alles wat de natuur te bieden heeft. ‘Een complete kringloop, waarbij het er om gaat dat je een gemeenschap creëert en helemaal zelfvoorzienend wordt, voortkomend uit de gedachte dat er straks geen olie meer zal zijn. Om daar alvast mee om te leren gaan zijn er Transition Towns opgericht. In Nederland is een aantal werkgroepen actief en wij hebben hier nu elke zaterdag de Pijnackergroep over de vloer. Zij hebben een grote knowhow op het gebied van permacultuur en zochten een plek om hun theorie te kunnen toepassen, dus we zijn allemaal geholpen. Aan het eind van zo’n zaterdagmiddag doen we gezellig een wijntje en een biertje en maken we plannen. Het zijn heel slimme mensen, meestal van een technische universiteit. Ze komen uit Zweden, Italië, Roemenië, Iran en iedereen heeft goede ideeën.

Het principe is: je hebt dat wat de aarde te bieden heeft en je hebt de mensen. Het gaat erom dat we alles eerlijk verdelen, dat niemand meer neemt dan kan.’

 

Permacultuur

‘Een permacultuur-moestuin ziet er niet uit als we van een moestuin gewend zijn, met zwarte aarde en rijtjes groente netjes gestructureerd. Als het allemaal begroeid is, lijkt het eerder een bosrijke chaos met overal struiken, planten en bloemen. Maar alles heeft een functie. Stel dat je een paar vierkante meters hebt op het zuiden met de wind vanuit het noorden. Dan zet je bijvoorbeeld achter in die tuin in het noorden grote struiken neer, want die vangen de wind op en daarvoor zet je iets dat niet zo goed tegen wind kan, maar ook niet zoveel zon nodig heeft omdat het achter in de tuin staat. Het gaat niet alleen om de vruchten, maar er wordt ook op heel veel andere functies gelet. Zo onttrekt prei veel stikstof aan de grond en aardappel houdt het er juist in, dus zet je ze naast elkaar zodat er evenwicht is.

Uiteindelijk ontstaat er een tuin die ecologisch zó goed in elkaar zit, dat je niet meer hoeft te snoeien of te spitten, alleen nog maar te oogsten, bij wijze van spreken. En dat het hele jaar rond, want zeker de oude groentes zijn heel sterk.

Natúúrlijk gebruiken we biologische zaden! Als je besluit zo te gaan werken, vermijd je alles dat niet natuurlijk is. Wij hebben loopeenden die slakken eten en met je beplanting kun je ervoor zorgen dat er vlinders en bijen komen en schadelijke insecten wegblijven. Het is één groot ecosysteem, die permacultuur. De natuur is perfect en alles wat wij mensen daar inmengen is eigenlijk zonde.’

 

Kledingwinkel

Evita had wel zin in nóg een uitdaging. In september begint ze met een vriendin een verantwoorde kledingwinkel in het oude Rabobankgebouw in Schipluiden. Eigenlijk zou haar moeder daar een kruidenierswinkel beginnen, maar dat was toch te veel hooi op haar vork. ‘De detailhandel is een apart vak, daarvoor heb ik respect. Ik realiseer me dat het niet zomaar even een paar kleren op een hanger en gáán is. Dat moet je serieus aanpakken, want we willen graag dat het aanslaat en dat iedereen er blij van wordt.’

De naam van de winkel wordt De Hippe Engel; daarmee is er meteen een link naar de mode en ze vonden het grappig klinken. ‘Het is een naam die ook toegankelijk is voor als je niet zoveel hebt met bio-eco-groen, want sommige mensen worden daar nou eenmaal een beetje gek van.

We willen het liefst kleding met een verhaal, naast dat het verantwoord en goed is.

Intussen hebben we met verschillende leveranciers gepraat en merken we dat mensen die van a tot z weten waar alles vandaan komt en enthousiast zijn over bepaalde stoffen of prints ons het meest aanspreken. Niet iemand die een bepaald merk vertegenwoordigt uit Amerika en alleen maar met een stuk stof staat te zwaaien, daar hebben wij niks mee. Het moet helemaal kloppen én leuk zijn. We verkopen niet alleen kleding, maar willen ook bewust maken. Dat is mijn stiekeme doel, al wil ik dat helemaal niet van de daken schreeuwen. Want dan zouden mensen misschien kunnen denken dat ze een lesje geleerd krijgen en dat is absoluut niet de bedoeling.’

 

2011 Simone Thomasse en Onno van Lith

____________________________________

Naar het interviewoverzicht