BZO19Ikrishnaprem

BewustZijn Online

Krishna Prem

Krishna Prem (1943) kwam als jongeman in contact met de Indiase leraar Osho en leefde jarenlang in diens aanwezigheid. Het veranderde zijn leven compleet. Tegenwoordig reist hij de wereld over om mensen via zijn ‘Playshops’ kennis te laten maken met de meditatietechnieken van Osho. Krishna Prem schreef het boek G.U.R.U (Gee You Are You).

 

Hoe krijg je wortels én vleugels? | door Charlot Spoorenberg (2015)

 

Krishna Prem: ‘Ik werd geboren als Michael Mogul in Boston, Massachusetts in de Verenigde Staten en ben de jongste van zes kinderen. Mijn oudste zus was achttien toen ik kwam. Eigenlijk ken ik haar niet goed, maar ik ben wel goede vrienden met haar dochter. En omdat het leeftijdsverschil met mijn broers en zussen zo groot is, ook met andere neven en nichten. In veel milieus en ook in onze familie werd niet gevreeën om de liefde te bedrijven, maar om kinderen te maken. Ik heb dus heel veel vrienden die mij ‘oom Michael’ noemen.’

 

Pijn als leraar

‘Mijn moeder had borstkanker toen ze van mij zwanger was. In die dagen was je dan ten dode opgeschreven en ze verliet haar lichaam binnen een jaar na mijn geboorte. Mijn een na oudste zus werd als een moeder voor mij. Ik had een krachtige vader, die mij het huis niet uit wilde laten gaan. Daardoor moest mijn zus daar ook blijven wonen. Ze hadden veel ruzie over mij, maar maakten het niet goed, zoals een vader en moeder dat vaak wel doen. Ik zie het als een geschenk dat ik geen echte ouders had. Mijn moeder stierf, ik had niets met mijn vader en met mijn zus-moeder kreeg ik ook nooit een echte ouder-kind band. Al noemde ik haar ma, ik wist dat ze mijn zus was, we zijn nooit met de navelstreng verbonden geweest. Als je zelf fijne ouders hebt, denk je misschien: wat erg. Maar door die situatie is binnenin mij de observator geboren. Ik was veel alleen en moest vertrouwen op wie ik ben, de situatie waarin ik ben opgegroeid accepteren. Zo kreeg ik de kans op te groeien zonder de ketens van conditionering en daarmee heb ik veel geluk gehad. Tegelijkertijd realiseer ik me dat ik door die omstandigheid soms niet weet hoe ik me op sociaal gebied moet gedragen. Wat dat betreft ben ik net een kind. Van 71.’

 

Een nieuw begin

‘Ik groeide op en ging rechten studeren om onder mijn dienstplicht uit te komen. De Vietnam oorlog was aan de gang, het was in de jaren zestig. Die studie resulteerde al snel in een desillusie. Ik vond het vreselijk en werd boos. Boos op de oorlog, boos op Amerika. Boos op alles. Ik rebelleerde en ging van school af, met als gevolg dat ik toch het leger in moest. Het gekke is dat ik het er naar mijn zin kreeg. Het grappen maken met de jongens, het schieten, rennen, spelen, de held uithangen. Ik volgde de basistraining om naar Vietnam te gaan en leerde over de ‘vijand.’ Ik las over de Vietnamese mensen, over Ho Chi Minh en het boeddhisme. Toen realiseerde ik me dat IK de vijand was. Dat Amerika de vijand was. En ik besloot niet naar Vietnam te gaan. Hiervoor werd ik veroordeeld, maar won het proces met het argument dat ik mij niet kon aanpassen aan het legerleven. Ik zie dit als het werkelijke begin van mijn leven. Voor het eerst zei ik ‘nee!’ ‘Nee!’ tegen mijn land, ‘Nee!’ tegen mijn opvoeding. Het voelde erg pijnlijk en ik vertrok naar Europa. Inmiddels was ik eind twintig.’

 

Op weg naar India

‘In Londen werd ik barman. Ik begon mijn pijn weg te drinken. Door mijn werk had ik veel contact met vrouwen die net gescheiden waren en hun verhaal met mij deelden. Die laat je niet alleen drinken, dus bij ieder glas dat zij dronken, dronk ik er eentje mee. Ik ben twee jaar lang dronken geweest. Dronkenschap maakt gelukkig. Eventjes. Als ik de bar om twee uur ’s nachts sloot, wankelde ik naar de overkant van de straat, naar een Indiaas restaurant. Samen met de kelners at ik dan een hapje. Ik werd verliefd op het eten en voelde me aangetrokken tot de vrouwelijke kant van de Indiase mannen. Op een feestdag was het restaurant gesloten. Ik heb direct mijn geld opgenomen en vertrok naar het vliegveld om naar India te gaan. Mijn vriendin bracht me. Ik kon een retour of twee enkeltjes kopen. Mijn vriendin en ik keken elkaar aan en besloten samen te gaan. Twee enkeltjes Bombay (het tegenwoordige Mumbai, red.).’

 

Van relationship naar relationshit

‘Daar aangekomen, gingen we direct door naar Goa. We leefden er op het strand aan de Arabische zee, onder een cashewnotenboom. Zwommen, vreeën, aten verse vis, dronken kokoswater en genoten van het vrije leven. Helaas spoelden we op een dag een vismaaltijd weg met kraanwater. Iedereen die weleens in India is geweest weet dat je dan een relatie met de wc krijgt in plaats van met je partner. ‘My relationship turned into a relationshit’. Als een relatie afbrokkelt, ga je in plaats van te vrijen weer boeken lezen. Ik had een heel klein boekje uit de bibliotheek gehaald: ‘Seeds of revolutionary thought’ van ene Acharya Rajneesh. Ik las de hele dag en huilde de hele dag. Het greep me zo aan. Ik had in mijn leven weinig bevestiging gekregen van anderen. Door dit boek kreeg ik een goed gevoel over mezelf, voelde ik me eindelijk geaccepteerd. Ik raakte in extase en verliet mijn gedachten en mijn lichaam in meditatie. Natuurlijk had ik wel van meditatie gehoord, maar ik was er nooit mee bezig geweest. Nu had ik opeens een meditatieve ervaring. Ik ervoer dat ‘ik ben’. En werd ook bang, want ik had geen ervaring met verlichting. Op een bepaald moment kwam ik terug in mijn lichaam en begon te schreeuwen tegen God. ‘Klootzak, doe mij dit niet aan!’ Maar ik vroeg hem óók een leraar naar me toe te brengen: Acharya Rajneesh.’

 

Op zoek naar Acharya

‘Mijn vriendin en ik volgden het hippiepad dat liep van Goa naar de Himalaya ’s en om naar het noorden te komen, moest je via Bombay reizen. Daar waren we in een restaurant en ontmoetten een meisje dat ons naar Osho wilde brengen, haar goeroe en meditatieleraar. We besloten mee te gaan. Het was een zeer bijzondere man en ik vond het fijn bij hem. Maar ik voelde me bijna schuldig naar Acharya, de schrijver van mijn boek, want híj was degene die ik wilde ontmoeten, bij wie ik wilde zijn. Osho vroeg of ik bij hem wilde komen leven en ik stemde in, zij het met het gevoel dat ik vreemd ging. Het was gebruikelijk dat je als nieuwe volgeling een cadeau kreeg, ik dus ook. Het was ‘Seeds of revolutionary thought’ door… Osho. Het was dezelfde Acharya, maar hij had zijn naam veranderd in Osho. Toen wist ik dat ik op het juiste pad was.’

 

Thuiskomen bij Osho

‘Op dat moment stierf Michael Mogul. Osho gaf me de naam Krishna Prem. Het is een bijzondere reis die ik met hem heb gemaakt. We mochten elkaar graag. Later werd hij een heel bekend leraar, onder andere omdat mensen zoals ikzelf meditatieworkshops begonnen te geven. Osho stimuleerde zijn leerlingen de wereld in te gaan om over meditatie te vertellen. In 1975 kwam ik terug in Amerika, want Osho wilde dat ik daar een meditatiegemeenschap op zou zetten. Met een dollar op zak begon ik de Geetam ashram in Californië. ‘Geetam’ betekent ‘Krishna’s lied’. Er kwamen honderden mensen mediteren. Ik leerde ze de actieve meditaties van Osho. ’s Winters was ik altijd in India. Geetam werd groter en groter, een stad bijna. Osho kwam in 1981 naar Amerika en ik schonk hem de ashram. Maar hij had zo’n geweldig grote energie, dat zelfs Geetam te klein was. We kochten een stuk land ter grootte van Amsterdam in Oregon, en bouwden daar nog een ashram die de naam ‘Rajneeshpuram’ kreeg. Er konden duizenden mensen verblijven en ik verhuisde erheen. Osho verbleef er ongeveer vier jaar. Toen ik hem leerde kennen was hij onbekend en nu wilden tienduizenden mensen van hem leren.’

 

Spelen in Nederland

‘Ik kom al twintig zomers in Nederland. Hier zijn de juiste voorwaarden voor meditatie: de mensen zijn slim en het gaat goed met het land. Ik vraag vaak: als je doodgaat, ga je dan dood als Nederlander of als wie je echt bent? Er is iets wat de maatschappij je niet kan geven en dat is het antwoord op wie je bent. Dat moet van binnenuit komen. Nederlanders identificeren zich teveel met het Nederlands zijn. Ze vallen in slaap omdat het hier te makkelijk gaat. Comfort is geen goede leraar. Overleven ook niet. Dus je moet de balans zien te vinden tussen comfort en de waarheid. Veel mensen die de waarheid willen ontlopen worden religieus. Óf succesvol in zaken. Dat is prima, maar uiteindelijk een manier waarop je leeft en niet wie je bént. Kom daar eerst achter, dan kun je nog steeds naar je werk gaan. Ontdekken wie je bent kan een egoïstisch proces zijn. Maar nodig. Laat de jeugd alsjeblieft egoïstisch zijn in die zin. Ik maak me een klein beetje zorgen om de komende generatie, omdat ze zo jong al serieus aan het werk zijn. Als jonge professionals. Iedereen heeft het nodig een beetje gek te kunnen doen, speels te zijn.’

 

Gee You Are You

‘Speels zijn betekent oprecht zijn. Met speels zijn bedoel ik: vieren wat er met jezelf gebeurt in meditatie. Daarom heet mijn workshop een ‘Playshop’. Mensen van nu werken hard en als ze op vakantie gaan, nemen ze hun werk mee. Een goede baas zou je computer van je afpakken als je op vakantie gaat en je dingen laten ervaren. Zoals jezelf lekker opfrissen in zee. Dat maakt dat je, als je weer terugkeert naar je werk, kunt delen. Als je niet fris bent, kun je niet creatief zijn. Vier het leven, maak plezier. Kinderen tot een jaar of drie mogen nog net vrij zijn. Daarna worden ze volledig geconditioneerd en geëtiketteerd. We worden geketend door deze etiketten. Je hoeft niet te wachten met het doorbreken van deze ketens tot je oud bent, het kan ook op je twintigste. Of eerder. Je hebt daar lef voor nodig. En vertrouwen, vertrouwen in je bestaan. In mijn boek en tijdens zo’n Playshop daag ik mensen spelenderwijs uit zichzelf te observeren, te zien dat ze niet hun conditionering zijn, dat ze niet hun gedachten zijn. Je bent een kind van het universum dat aan het roer van zijn eigen bestaan staat. In meditatie wordt dit vaak no-mind genoemd. Ik wil mensen laten zien dat hun denken niet de baas is.’

 

Wortels en Vleugels

‘Toen ik naar India ging, dacht ik dat ik niet kon functioneren in de maatschappij en wilde ik liever mediteren dan therapie volgen. Maar de grote grap van het universum is dat je niet kunt mediteren zonder schoon schip te maken. Dat is wat Osho tegen mij zei. Hij zag dat ik door mijn verleden een bepaalde vrijheid bezat, maar ook dat ik een aantal zaken op te ruimen had. Hij zei: ‘Maak eerst je kelder schoon, zodat je, als je met mij hoog op de zolder van je huis komt wonen, meer gegrond bent.’ Dat noem je nou wortels en vleugels hebben. Veel mensen denken dat ze moeten kiezen: of midden in het leven staan en heel veel geld verdienen, of bij God zijn, zonder een cent op zak. Echt succes zit in het woordje ‘en’. Het leven is niet ‘of’, het is ‘en’: eenheid. Ik kan midden in het leven staan én ik kan mediteren. Het is belangrijk je te bevrijden van je conditionering, van je ketens. Je zit gevangen, maar door meditatie kun je uit die gevangenis ontsnappen. En houd ook een ander niet gevangen! Meditatie betekent dat je vrijheid begrijpt. Je bent in je huis met je partner en kinderen, maar met de ramen en deuren wijd open. Zonder angst. Dan zullen ze altijd terugkeren. Als je een gevangenis bouwt voor je partner of je kind, zal die willen uitbreken. Vrijheid heeft een grotere waarde dan liefde. Mensen denken dat je door meditatie niet meer met anderen kunt zijn, dat je enkel nog maar alleen wilt zijn. Het tegendeel is waar. Je maakt mensen niet meer tot je bezit en je relaties worden waardevoller.’

 

De herinnering om te leven

‘Ik woon een groot deel van het jaar in het Osho International Meditation Resort in Pune. Osho heeft zijn lichaam al lang geleden verlaten, maar zijn energie leeft voort in zijn meditatietechnieken en de oude sannyasins (volgelingen van Osho, red.) die Osho nog gekend hebben. Ik identificeer me allang niet meer met de mens Osho, maar wel met de energie. Osho is bijna een soort geluid geworden, zoals ohm. Misschien denk je dat ik mij hem als een mens herinner, een mooie man met een baard. Maar ik herinner me zijn energie. Osho is de herinnering om te leven. Soms ben ik wel jaloers op jonge mensen die helemaal open naar de ashram komen, zonder Osho gekend te hebben. Ze komen niet naar de ashram om hem te ontmoeten, maar zichzelf. Een leraar kan een stap terug zijn als je hem op een voetstuk zet, want dan vergeet je nog meer wie jij bent. Je moet Jezus of Boeddha of Osho van hun voetstuk afstoten om echt van ze te kunnen houden. Als je geobsedeerd bent door een leraar, vergeet je jezelf. Gooi hem van zijn voetstuk en je zult veel meer plezier hebben. Een van de laatste dingen die Osho tegen me zei, is dat hij mijn vriend wilde zijn. Niet mijn goeroe, maar mijn vriend.’

____________________________________

Naar het interviewoverzicht