Pop & Spirit

BewustZijn Online

Dik Goudsblom

werkt als psychiatrisch verpleegkundige en trainer. Hij heeft vier kinderen en is gek op popmuziek.

____________________________________

 

Stones in Cuba & een nieuw album

Voor The Rolling Stones was 2016 een bijzonder jaar. Op Goede Vrijdag stonden ze voor een publiek van ruim een miljoen Cubanen hun show af te draaien, zoals ze dat al meer dan 50 jaar gewend zijn. Een serie hits, nog altijd opwindend gebracht: met Mick Jagger - alsof de jaren geen vat op hem kregen - die over het podium rent en kronkelt en nog prima bij stem is. Maar goed, dit zagen we al vaker; denk aan het jubileumconcert 3 jaar terug in Hyde Park Londen. Niets nieuws onder de zon dus, maar wel onder de maan: die stond in Cuba vol aan de hemel. Het was heet, president Obama had als eerste president na de revolutie eind jaren ’50 een bezoek aan het eiland gebracht (‘prima voorprogramma’ volgens Keith Richards).

 

En wat niemand nog wist maar wat wel min of meer te verwachten was: later in het jaar zou Fidel Castro overlijden, de vader van de revolutie. En ook al gaat Cuba maar héél voorzichtig nieuwe politieke tijden tegemoet: de verandering, de honger naar vrijheid, de hoop daarop hangt tijdens het concert in de lucht en verwezenlijkt zich in dit enorme publiek dat voor het eerst de helden achter de songs, die luidkeels meegezongen worden, dicht bij zich, vóór zich heeft. De concertregistratie laat het historische, iconische van dit massafeest goed zien en ook hoe dit de band ertoe brengt er nog eens even helemaal keihard tegenaan te gaan. Om deze mensen, dit land, een onvergetelijke avond te bezorgen.

 

Jagger verleidt het publiek met menige Spaanse volzin en als hij voor ‘Sympathy for the devil’ een rode verenmantel aantrekt, sluit hij aan bij de voodoo praktijken van de Santeria, Cuba’s eigen opvatting (ook van Puerto Rico trouwens) van religiositeit. Het Cubaanse koor Entrevoces ondersteunt het klassieke ‘You can’t always get what you want’ en als de regel Ain’t it good to be alive uit ‘Angie’ klinkt, wordt duidelijk dat de Stones hun publiek een hart onder de riem proberen te steken. Kijk vooral naar het concert, anders doe je jezelf tekort!

 

Blue & Lonesome

En toen had de band nóg een verrassing: begin december kwam na 11 jaar een nieuw studioalbum uit onder de mooie titel ‘Blue & Lonesome’: 12 bluescovers van rond 1960, van meestal vrij onbekende schrijvers (Willie Dixon uitgezonderd), soepel en heel ‘live’ opgenomen in 3 dagen. Met Eric Clapton als speciale gast op twee nummers - net als The Stones een blanke bluesveteraan. Clapton stimuleert de band met zijn geniale gitaarspel, iets dat ze zelf niet zo in huis heeft, en Mick Jagger zingt niet alleen zoals gebruikelijk alsof er werkelijk iets op het spel staat - nee, hij kronkelt met zijn harmonicaklanken rond de nummers zoals hij het op het podium met zijn lijf doet. Een heerlijk en eerlijk plaatje en een terugkeer naar het prille begin van deze groep begin jaren ’60, toen ze ook veel blues opnamen. Dat bleven ze door de jaren heen op hun manier weliswaar steeds doen, maar altijd met mate, ruimte gevend aan de vernieuwing van de rock en andere muziekstijlen.

Deze compromisloze plaat heeft, helemaal ondergedompeld in overigens niet zozeer sombere maar meer stevige, stoere bluessferen, een heel oud en tegelijk toch ook fris karakter.

____________________________________

 

So Long Leonard

Velen zullen het over het hoofd hebben gezien, want over het algemeen is het dankwoord aan het einde van het cd booklet een obligate lijst namen waarvoor alleen degenen die erop staan belangstelling hebben. Bij ‘You want it darker’, de laatste plaat van Leonard Cohen en uitgebracht in de voorlaatste week van oktober - dus kort voor zijn overlijden op 7 november - klinkt het echter openhartig en dramatisch. Niets voor de bescheiden en terughoudende Cohen, dus er moet echt wel iets aan de hand zijn geweest. Zo bedankt hij uitvoerig zijn zoon en producer Adam voor het feit dat door hem ‘het project afkwam en in feite overleefd werd’. Ook vertelt hij dat hij, geplaagd door zware rugklachten ‘en andere ongemakken’ vanuit een ‘medische stoel’ zijn partijen heeft ingezongen. Niet veel later ging hij daadwerkelijk door die ene deur naar een andere wereld. Met die wetenschap begrijp je ook de kolibrie (één van zijn vaste symbolen) die op de binnenhoes een strak vlak uitvliegt. En lijken de inmiddels veel geciteerde zinsneden als ‘ik verlaat de tafel en het spel’ en ‘ik ben er klaar voor mijn heer’ toespelingen op zijn naderende einde.

 

Cohen, van oorsprong Canadees, was altijd omringd door vrouwen en zij waren het dan ook die hem steeds een stapje verder hielpen. Bij mij thuis staat een kaarsje bij de hoes van ‘Death of a ladies man’, zijn slechtste plaat trouwens, maar de titel is nu wel zeer toepasselijk. Daar zit hij, wat verlegen glimlachend, tussen twee mooie dames in. Midden jaren zestig duwde folkzangeres Judy Collins hem gedecideerd terug het podium op, toen hij midden in ‘Susanne’ wilde vluchten. Hij schreef het voor haar en zij vond dat hij het ook best zelf kon presenteren. Het nummer kwam terecht op zijn debuut ‘Songs of Leonard Cohen’ en werd ook zijn eerste hit - al had hij in de eerste jaren niet bepaald veel commercieel succes.

 

Veel werk van zijn eerste platen is geschreven in zijn huisje op Hydra, een eilandje bij Griekenland, waar Cohen met z’n vriendin Marianne Ihlen (bezongen in ‘So long Marianne’) woonde. Diepe, zware, soms cryptische teksten. Hij vond het, meer dan bij de gedichten die hij in zijn korte carrière als schrijver publiceerde, nodig om z’n boodschappen te ‘versleutelen’. Evengoed klonk er veel duisters in door. Neem zijn derde album (‘Songs of Love and Hate’), dat begint met een dreigende, dwingende gitaarroffel en de woorden ‘Ik stapte een lawine binnen… die m’n ziel bedekte’ (Avalanche). Zijn populariteit verminderde, maar in de jaren tachtig kwam hij terug met het stevige, wat hilarisch/ironische ‘First we take Manhattan, then we take Berlin’ met de toen gebruikelijk electronica erachter. Achtergrondzangeres Jennifer Warnes werd daarna populairder dan hij, maar hield hem bij het publiek bekend door een heel album aan covers van zijn songs te wijden (‘Famous blue raincoat’). Het titelnummer is een prachtige ballad over een man die zijn rivaal schrijft: ‘… en je zette mijn vrouw als een vlag op je leven, en toen ze terugkwam was ze niemands bruid.’ Het bleek eigenlijk een brief aan zichzelf; zo ging hij in z’n teksten altijd die ene stap verder, dieper.

 

In de jaren negentig trok Leonard Cohen zich terug in een Zenklooster, waar hij het knechtje en de chauffeur van de meester werd; daaruit ontstond een innige vriendschap. En Sharon Robinson schreef de muziek voor wat een laat meesterwerk bleek te zijn: ‘Ten New Songs’ (2001). Een geheel nieuwe stijl, aan haar te danken dus; die zeer ontspannen blues-lounge, met Leonards uitgesleten stem op grafdiepte, omringd door engelachtige dames als achtergrondvocalen. Parels als ‘Secret life’ (‘in mijn geheime leven durf en doe ik alles wel’) en ‘A Thousend Kisses deep’; dubbelzinnige en toch genadeloos eerlijke poëzie zoals alleen Cohen die kon maken. Maar op het podium zagen we hem niet meer. Totdat (alweer een vrouw) een ex-geliefde die zijn kapitaal van enkele miljoenen beheerde hem de beslissende duw gaf. Onbedoeld dit keer. Zij verknoeide het pensioengeld, waardoor hij - inmiddels in de zeventig - zich gedrongen voelde het via een tour terug te verdienen. En zo waren er in 2008 en 2012/13 twee intensieve tournees waarbij ook het Westerpark en later het Olympisch Stadion te Amsterdam werden aangedaan: Leonard en zijn band, strak in het pak als een clubje Wall Street bankiers. Hij was beter in vorm dan ooit en maakte tot zijn dood nog vier studioalbums die tot de besten van zijn werk gerekend worden. Aan het begin van zijn concerten kwam hij steevast huppelend op en bediende zijn publiek met een serie songs die vaak meer dan drie uren in beslag nam. Vol overgave, vaak geknield op het podium, beminnelijk naar het publiek en ook naar zijn muzikanten toe.

 

Enkele maanden terug overleed Marianne Ihlen en al was de relatie ruim vijftig jaar voorbij, hij schreef haar een ontroerende brief die haar op het sterfbed voorgelezen werd: …Ik kom vlak achter je aan; wellicht dat je, als je je hand naar achteren reikt, de mijne kunt voelen.

 

En zo geschiedde. Leonard Cohen is uitgehuppeld. De ‘kruidenier van de wanhoop’ constateerde zelf in vroeger jaren tot zijn verbazing dat zijn zware teksten depressieve mensen deed opknappen, wellicht omdat ze zich herkend, bevestigd voelden. Met zijn dubbele bodems en ironie relativeerde hij alles, maar bleef toch - en dat zag, hoorde je als je hem zag optreden - op een heel serieuze manier betrokken bij de kern der dingen. Op ‘Songs of Love and Hate’ klink vanuit het donker: ‘Hier, juist hier, tussen het maanlicht en de laan, tussen de tunnel en de trein, tussen het slachtoffer en de vlek; nog een keer, en nóg een keer, roept de liefde je bij je naam’ (‘Love calls you by your name’).

____________________________________

Ritme van het levenRitme van het leven

Wellicht aangestoken door de spelen in Rio besloot één van mijn favoriete muziekwinkels Zuid-Amerikaanse muziek in de aanbieding te doen. En zo kwam ik in bezit van het verzamelboxje ‘An easy introduction to jazz-bossa nova top 18 albums’. Ik geef toe, het is een titel die niet meteen doet vermoeden dat het hier om een product gaat dat gonst en bonst van het muzikale leven. Maar dat is wél het geval. Over de 9 cd’s zijn 18 albums verdeeld met de beste bossa nova jazz die er eind jaren ’50 en begin jaren ’60 gemaakt werd, door groten als Stan Getz, Joâo Gilberto, Dave Brubeck, Antonio Carlos Jobim, Dizzy Gillespie en vele anderen.

 

Bossa nova is heel toegankelijke, aanstekelijke muziek. Dat komt door het ritme, wat tegelijk stimulerend en ontspannend werkt. Spreek de term met de nadruk op ‘bossa’ en daarna met wat minder druk op ‘nova’ uit en herhaal dit ritmisch, met korte stiltes ertussen. En voilà: je hebt het te pakken. Voor meer musicologisch geïnteresseerden zijn er op internet talloze verhandelingen te vinden; met schema’s en ook toelichtingen over het ontstaan vanuit de samba en tot ver daarvóór vanuit de muziek van de Indianen en Afrikanen. Verder is deze van oorsprong Braziliaanse muziek vanaf de jaren ’50 via de jazz en de pop (denk aan bijvoorbeeld de band Santana) zó immens populair geworden, dat iedereen, bewust of onbewust, het meer dan eens gehoord heeft.

 

Het boxje is overduidelijk met veel aandacht en liefde samengesteld, er zit een Engelstalig boekje bij met info over bossa nova jazz in het algemeen en over de artiesten. Er zijn leuke, soms zeldzame, bonustracks toegevoegd, afbeeldingen van de originele platenhoezen en daarbij staan nog wat behulpzame opmerkingen en citaten uit recensies van de albums. Alles heel toegankelijk - en ook nog eens zeer aantrekkelijk geprijsd, wat ook geldt voor items die ik nog ga noemen.

 

Voor mij zijn de hoogtepunten de 2 albums van Stan Getz, de saxofonist die zich méér dan andere westerse muzikanten vanuit vernieuwingsdrang op de bossa nova stortte. Zijn spel straalt een speelse, ontspannen levensvreugde uit, alsook zwoelheid & erotiek. Helaas ontbreekt zijn samenwerking met Astrud Gilberto en ook de veruit beroemdste song (van Antonio Carlos Jobim) ‘The girl from Ipanema’ onder andere op het album Getz/Gilberto dat hierdoor een mooie aanvulling vormt op deze box. Gilberto’s ex-man Joâo is er wel, met 3 werken. Hij geeft met zijn gitaarspel en hese stem op een scherpere, wat blues-achtige manier vorm aan het genre - waarvan hij, bijgenaamd ‘de legende (o mito)’, gezien wordt als grondlegger.

 

Mocht je ook iets moois van de bossa nova willen zíen, dan raad ik de dvd ‘Live in Rio’ aan, met een concert van jazzzangeres/pianist Diana Krall uit 2009, in combinatie met haar uitstekende combo plus een Braziliaans orkest in Rio de Janeiro. Ze zingt klassiekers als ‘Quiet Nights’ en het bekende (al gaat het hier om een ‘boy from’) ‘Ipenema’ dat door het publiek ontroerend zachtjes wordt meegezongen. Van deze dvd bestaan verschillende luxe uitvoeringen, ook met cd’s, een extra dvd met interviews en informele concertjes. En ze zijn toch allemaal heel betaalbaar.

 

Het ritme van het leven hoeft niet veel te kosten… Laat je meevoeren.

____________________________________

Nash

Ergens begin jaren ’70 kwam er bij ons thuis bezoek voor mijn oudere broer; jonge mannen met zware, zwarte gitaarkoffers (zelf had ik een slappe geruite hoes om mijn eenvoudige instrument). Ze speelden op stalen snaren en zongen meerstemmig. Het klonk als Crosby, Stills, Nash & Young, die ik had zien optreden in de film Woodstock. Ik was 14 of 15 jaar en de popwereld was nog een wonderwereld. En CSN&Y waren een soort Amerikaanse Beatles, maar dan anders. Hóe anders, daar zou ik door de jaren heen achter komen.

 

Bijvoorbeeld dat ze al een hele carrière achter de rug hadden en uit heel verschillende windrichtingen kwamen vóór dat beroemde optreden in Woodstock en vóór hun grootse album Déja Vu uit 1970.

 

David Crosby maakte deel uit van de pop- en countryband Byrds; Stephen Stills zat in een Americanaband avant la lettre The Buffalo Springfield en Graham Nash kwam uit Engeland, waar hij jarenlang actief was in de super-popgroep The Hollies. Zijn opmerkelijke sprong over de oceaan hing samen met het vertrek uit die Britse band én zijn verliefdheid op folkzangeres Joni Mitchell. In haar huis, zo gaat het verhaal, ontdekten de drie mannen dat hun stemmen zó goed bij elkaar pasten, dat ze toewerkten naar hun eerste, naamloze album dat in 1969 meteen goed ontvangen werd. Nash had al het een en ander geschreven, maar begon nu meer uit de verf te komen. Een van de bekendere nummers van deze plaat is ‘Marrakesh Express’, een liedje over een hippiereis door Marokko met het vrolijke all aboard the train! - gezongen op het melodielijntje van een stoomfluit.

 

Na wat aarzelingen van beide kanten - want Stills kende hem uit de Springfield en had flinke aanvaringen met hem gehad - voegde de Canadees Neil Young zich bij het trio. En de rest is, met Woodstock, Déja Vu en alles wat daarna kwam, geschiedenis geworden; geschiedenis die tot op de dag van vandaag voortduurt. De vier mannen maken albums en treden steeds met tussenpozen op: samen, in duo’s, trio’s en ook solo.

 

Neil Young is ongetwijfeld de meest productieve en eigenzinnige onder hen. Hij bedong al bij zijn toetreden bij de platenmaatschappij dat hij naast CSN&Y ook solo en met z’n band Crazy Horse kon doorwerken, wat in die tijd ongebruikelijk was. Young leverde voor Déja Vu onder meer de klaagzang ‘Helpless’, Stills het complexe en uitbundige ‘Carry On’, maar ook het dieptrieste ‘4+20’, een terugblik op een nog jong leven vanuit de eenzaamheid van een verbroken relatie. Crosby kwam met een indringende song, die tussen jazz en blues laveert: ‘Allmost cut my hair’ en Nash bracht de hits ‘Our house’ en ‘Teach your children’. Lichtvoetige en zeer zorgvuldig uitgewerkte popsongs, met prachtige harmonieën en in de eerste van de twee een heerlijk nanana - op zichzelf al een mini popliedje. Nash compenseert met deze inmiddels overbekende werkjes wat er verder zwaar, donker en pretentieus aan het album is, zoals een ingewikkelde titelsong waarin reïncarnatie een rol speelt. Hij maakt het toegankelijk, brengt evenwicht.

 

Graham Nash is sowieso degene die de boel bij elkaar houdt. De groep is een samenkomst van vier zeer sterke individuen, die niet voor niets geen echte groepsnaam gekozen hebben. Daar zit een belangrijk verschil met bands als Stones, Beach Boys en Beatles. Die profileerden zich veel meer als eenheid. Solo-uitstapjes kwamen daar later en in mindere mate voor, en werden in alle opzichten minder gewaardeerd. CSN&Y is een verzamel- maar ook vertrekpunt voor vier eenlingen; het live album dat volgt op Déja Vu heet dan ook ‘Four Way Street’.

 

Nash fungeert als chroniqueur: als fotograaf levert hij prachtige portretten van zijn vrienden/collega’s en stelt verschillende verzamelboxen samen, óók die van Crosby’s & Stills’ solo-overzichten - met als apotheose de vorig jaar verschenen box van de CSN&Y 1974 tour. Deze vertegenwoordigt het bonte verhaal van allerlei verbindingen, want Crosby & Nash zongen veel bij andere acts mee, zoals bijvoorbeeld James Taylor, en Stills had een eigen band onder de naam Manassas.

 

Het is de vraag of CSN&Y nog eens samenkomen. Er is veel spanning; zowel Nash als Young hebben een lang huwelijk beëindigd en een nieuwe, jonge partner. Daarover heeft Crosby zich laatdunkend uitgelaten en voordat er weer kameraadschappelijk getoerd kan worden moet dit opgelost zijn. Voor hun fans is het wellicht een troost dat er momenteel een aantal bands, onder andere Her Majesty, door ons land toeren. Zij geven met veel succes een soort tribute concerten - met nummers van CSN&Y.

 

Graham Nash kiest in al dit tumult even voor zichzelf en bracht dit jaar de nieuwe soloplaat ‘This path tonight’ uit, waarvoor hij de songs samen met zijn vriend en gitarist Shane Fontayne heeft geschreven. Een intieme plaat, waarop hij zijn nieuwe liefde bezingt ‘Myself at last’ en mijmert over het teloorgaan van de impulsen van de jaren zestig: ‘Golden days’. Wat is er eigenlijk gebeurd met ‘all you need is love’?, vraagt hij zich af. Opvallend is dat wat scherpere, politiek geladen songs alleen als bonustracks verkrijgbaar zijn. Zoals ‘Watch out for the wind’, direct gecomponeerd nadat de politie in Ferguson de ongewapende zwarte Michael Brown neerschoot. CSN&Y waren altijd al politiek betrokken en een vroeg hoogtepunt in Nash’ oeuvre is ‘Chicago’: ‘We can change the world!’

 

Met zijn recente soloplaat lijkt hij de nadruk te willen leggen op het eigene, het persoonlijke.

 

Ik zag Graham Nash met Shane Fontayne eind mei in Tivoli Utrecht. Nash heeft nog altijd een stem die overal bovenuit komt; even stralend als scherp. De mannen hadden er zichtbaar plezier in en Nash, op blote voeten, gooide zich tussen het zingen door als een jonge rocker in gitaarduels met z’n kompaan. Hij zingt ‘Chicago’ met wellicht nog meer vuur dan vroeger en staat voor wat hij al die jaren is geweest: een man van een generatie die de intentie had de wereld te verbeteren. Het pareltje ‘Our House’ wordt van het begin tot het einde door de hele zaal meegezongen.

 

In antroposofische kringen wordt wel geopperd dat de generatie die rond de laatste wereldoorlog geboren werden op hun reis naar de aarde zielen van pasgestorvenen ontmoetten die de verschrikkingen van de oorlog meemaakten en daaraan de impuls ontleenden: het moet anders! Als hier iets van waarheid inzit, dan behoort Graham Nash (1942) zeker tot degenen die deze impuls nog steeds luid en duidelijk - en mooi! - ten gehore brengen.

____________________________________

Gods Pop

Vorig jaar werd voor het eerst meer oude pop verkocht dan nieuwe. Actueel werk van zowel oudgedienden als nieuwkomers in de business moest onderdoen voor re-issues, overzichtsboxen en vinyl heruitgaven van met name artiesten op leeftijd. Dat hangt ook samen met het feit dat vooral de wat oudere popliefhebber nog bereid is geld uit te geven voor platen en schijven; de streaming diensten waarvan veel jongeren gebruik maken werden in de cijfers niet meegeteld. Zo kan het gebeuren dat een verzameling oudere opnames van Bob Dylan (The Bootlegseries 12 The Cutting Edge) méér opzien en publiciteit genereert dan zijn nieuwste plaat. En wellicht dus beter verkoopt.

 

Een wat minder opmerkelijke box die eind vorig jaar verscheen, is The Staple Singers Faith and Grace - A Family Journey 1953-1976 (album bestaande uit 5 disks, met daarop 82 tracks: € 57,99). De groep die meestal kortweg ‘The Staples’ werd genoemd, bestond uit vader ‘Pops’ Roebuck Staples en zijn dochters Cleotha en Mavis. En verder waren ook zoon Pervis en dochter Yvonne elk een aantal jaren van de partij. Zoals veel soulmuziek wortelde deze gezinsband in de rijke gospelcultuur van de zwarte kerken in hoofdzakelijk de zuidelijke staten van de USA, waarin enorme koren gekleed in glanzende gewaden een enthousiast vraag&antwoordspel (vaak met de predikant die tegelijkertijd leadzanger is) ten gehore brachten. In de vermakelijke film ‘Ladykillers’ van de Coen Brothers is zo’n koor trouwens heel mooi te zien en te beleven.

 

Het bijzondere aan The Staple Singers is dat ze deze achtergrond zowel qua vorm als inhoud min of meer trouw gebleven zijn, terwijl andere soulsterren als Sam Cooke, Solomon Burke of Aretha Franklin meer werelds werden. Ik schrijf bewust min of meer, omdat The Staples enerzijds religieuze teksten behielden en ook het kenmerkende vraag&antwoord gezang (overigens veel intiemer dan bij de imponerende gospelkoren), maar anderzijds ook politieke en vooral emanciperende inhouden vertolkten, aansluitend bij de burgerrechtenbeweging rond Martin Luther King. Deze muziek met een boodschap, de message music, was ook te horen en te zien op het Wattstax festival begin jaren ’70, het ‘zwarte Woodstock.’ Het was de muziek waar de gediscrimineerde zwarte Amerikanen hoop en kracht uitputten voor hun strijd om gelijkstelling. Diezelfde kracht en hoop klinkt nog steeds uit wat er in de box verzameld is. Je hoort hoe ze zich ontwikkelen van een soort kerkbandje naar een krachtige, zelfbewuste, politiek gerichte groep, die uiteindelijk ook wat frivool durfde te zijn met een grote hit ‘Let’s do it again’ - waarop een kerkleider verklaarde dat ze nu echt ‘van god los’ waren. Intussen werden ze zelfs gecovered door de ultra hippe Talking Heads. Jaren zeventig hits als ‘I’ll take you there’ en ‘Respect yourself ’(ook bekend in de versie van Joe Cocker) klinken nog steeds fris en funky. Voor de verzamelaars en voor de leuk zit er bij de box een vinyl singletje: het eerste plaatje van The Staples, toentertijd in een minioplage. En voor wie zo’n 4 cd overzicht wat teveel van het goede is, zijn er natuurlijk ook ‘best of’ compilaties op één cd.

 

Jongste dochter Mavis nam met haar machtige stem duidelijk het muzikale voortouw en werd bewonderd door onder anderen de jonge Bob Dylan. Veel later zou hij een gospelduet met haar opnemen. Zij, inmiddels 76 jaar oud, heeft de groep die tot begin jaren ’80 actief was overleefd en bouwde een indrukwekkende solocarriëre op die al in 1969 begon en tot op de dag van vandaag voortduurt. Dit voorjaar komt haar nieuwe plaat ‘Livin’ On Ate High Note’ uit.

____________________________________