verborgenwijsheid
SiteLock

© BewustZijnsWerk 2019

Erica Rijnsburger & Dolly Heuveling van Beek


Verborgen Wijsheid
Leer de taal van je onbewuste

Prijs: € 24,90
Uitvoering: paperback/ ca. 382 pagina’s

Meer informatie

Verborgen wijsheid

Voorpublicatie | door Erica Rijnsburger & Dolly Heuveling van Beek

____________________________________

Het zachtste galoppeert over het hardste in de wereld

 

Een Taoïstisch spreekwoord zegt: de weg van de wijze is zonder inspanning. Ontwikkelen van inzicht is mogelijk door je te ontspannen, waar overigens niet mee bedoeld wordt: niets doen. Je leert je te ontspannen in elke situatie, terwijl je al die tijd volledig aanwezig blijft, ongeacht waar je bent en met wie en ongeacht wat er zich in je aandient. In de bewustzijnsleer is het taoïstische begrip Wu Wei een belangrijk principe. Wu Wei gaat over het stoppen van bovengenoemde manipulaties. Wu Wei gaat over handelen zonder te handelen, zowel op fysiek, emotioneel als mentaal niveau. Het is actie ondernemen zonder inspanning, waarbij je het verloop van iets volgt zonder er je wil aan op te leggen. Maar om dat werkelijk te kunnen doen, wordt van ons aanwezigheid gevraagd. Aanwezigheid in wat er gebeurt, een volkomen alert zijn, erbij blijven, iets onze volledige aandacht geven, fysieke sensaties, gevoelens en gedachten volledig kunnen toelaten. Wu Wei gaat over deelnemen aan wat er is en de natuurlijke staat van zijn de ruimte geven, de ruimte die het nodig heeft.

 

De Tao verwoordt het zo:

“Het zachtste galoppeert over het hardste in de wereld. Alleen het niets dringt door op plaatsen die gevuld zijn. Hierdoor begrijp ik de voordelen van niet doen. Slechts weinigen op aarde begrijpen de lessen van de stilte, of de vruchten van niet doen.”

Dat het zachte het harde overwint, is vaker te lezen in vergelijkbare oude teksten. Maar wat is nu de relatie tussen de eerste en de tweede zin van deze tekst? Tussen ’Het zachte overwint het harde’ en ’Het niets kan komen op volle plaatsen’. Waar iets is, kan niet iets anders zijn, maar wel het niets. Dit is geen woordspelletje, maar een belangrijk en oeroud concept. Iets, dat is iets, dat heeft een vorm, is een vorm en hierdoor beperkt. Niets, dat is oneindige ruimte, oneindig alles. Commentaren op de oude teksten hebben het wel over een verwantschap tussen ‘niet doen’, ‘spelen’ en ‘zwerven’. Spelen betekent dan spelen om het plezier, zonder regels of vooropgezet doel. Zwerven betekent openstaan voor wat je tegenkomt. Maar als je op een doel afgaat, sluit je al snel allerlei andere mogelijkheden uit.

 

Iets (doen) is hard, doelgericht, met uitsluiting van het andere. Niet(s) doen is zacht, meegaan met het leven, je niet verzetten. Het ‘iets’ is zo veel beperkter dan het ‘niets’, want dat heeft alle mogelijkheden nog in zich. In het niets, in de stilte, in het niet doelgericht bezig zijn, kun je luisteren en is er ruimte voor (al) het andere, inclusief de ander.

Aanwezig zijn, waarnemen wat is, je sensaties toelaten in je bewustzijn, zonder ze te  manipuleren in welke zin dan ook, dat is voor onze geest niet makkelijk om te doen. Daarom maken we binnen de bewustzijnsleer gebruik van inzichten en technieken uit de hoek van mindfulness. Deze discipline gaat, in het kort gezegd, over leren om de dingen die gebeuren in ons met rust te laten en ze alleen maar waar te nemen.

 

Wanneer er druk op ons uitgeoefend wordt, doet dat van binnen pijn. Dit kan druk zijn opgebouwd in onze jeugd, druk om anders te zijn dan we wezenlijk zijn. Maar ook in het volwassen hier en nu de druk die we onszelf opleggen om anders te zijn dan we onszelf op een bepaald moment voelen. Zodra de druk weg valt om iemand anders te zijn, zie je ogenblikkelijk een heelheid terug, het echte zelf wordt heel even zichtbaar, dwars door alle opgebouwde lagen van onze persoonlijkheid heen. In plaats van ongelukkige gevoelens onder controle te houden, kunnen we ze erkennen en zien, werkelijk voelen, hoe erkenning alleen

al de inhoud van onze ervaring verandert. De natuur heeft ons zo ingericht dat we pijn op kunnen nemen, net zoals we voedsel kunnen opnemen. Met onze ademhaling en ons bewustzijn kunnen we fysiek zo ongelooflijk veel (ver)dragen, meer dan we voor mogelijk houden.

Bewustzijnsleer kun je daarom ook wel definiëren als een manier om je volledig te ontspannen. Dat zie je ook aan het taalgebruik terug: zijn met wat is, erkennen wat waar is in een bepaald moment, niet manipuleren. Bewustzijnsleer (mocht je deze toch willen indelen)

behoort bij de stromingen die bekend staan als de middenweg of de weg van de derde leerschool. Een belangrijk aspect van deze stromingen is het op de juiste manier aandacht geven aan hetgeen zich in het heden manifesteert.6 Middenweg stromingen erkennen

dat de zaken van het alledaagse leven onveranderlijk zijn, en stellen daar tegenover dat dit slechts een ‘voorlopige waarheid’ is. Zo gaan we er bijvoorbeeld vanuit dat onze geliefde morgen nog steeds dezelfde persoon is en dat ons lichaam morgen nog hetzelfde lichaam is.

 

Tegelijkertijd zijn deze aannames een verhulling van de leegte van de dingen zelf en van het feit dat wij zelf zin en betekenis brengen in wat we zien en meemaken. Situaties bestaan niet op zichzelf, maar wij zijn het zelf die er samenhang in aanbrengen. Vervolgens ligt in de wijze van samenhang die elk mens aanbrengt een schat van wijsheid opgeslagen, die bereikbaar wordt voor onszelf, mits we aanwezig zijn en ermee durven komen. Dit betekent niet dat je nu heel hard moet werken aan jezelf, aan je begrenzingen, angsten of momenten van overmoed.

Het betekent eenvoudig waar laten zijn wat waar is op elk moment. Zo ontdek je je eigen staat van zijn en ga je je zodanig gedragen dat je inzicht werkelijk de realiteit aanraakt. Dan zijn je houding, lichaam, geest, gevoelsleven en je stem werkelijk in overeenstemming met wat

waar is in plaats van dat je iets onechts creëert.

Bewustzijnsleer is geen therapeutische stroming, hoewel het raakvlakken heeft met zowel de dieptepsychologie als de existentiële psychologie. Kijk je toch vanuit een psychologisch perspectief naar de geschetste inzichten, dan ervaar je eveneens een middenweg, namelijk een verbinding van de polariteit Freud – Jung. Wat deze heren deelden, was een grote belangstelling voor het onbewuste. Beiden hanteren het uitgangspunt dat de waarnemingen die we doen en de gedachten die we over die waarnemingen hebben en het dagbewustzijn waarin wij ons overdag sociaal staande houden, niet meer zijn dan het topje van de ijsberg. De werkelijk interessante en belangrijke dingen gebeuren onder dat smalle laagje alledaags bewustzijn.