BZO54hanvandenboogaard

BewustZijn Online

SiteLock

© BewustZijnsWerk 2018

Han van den Bogaard | Zen en de kunst van het kijken, 2018

____________________________________

Zen en de kunst van het kijken

 

Het denken zelf heeft geen idee wanneer het moet stoppen of wanneer het zijn doel wel of niet voorbijschiet. Daardoor gaan we in de loop van ons leven steeds meer in een conceptuele wereld leven die ons uiteindelijk de hoofdprijs moet bezorgen: wijsheid en geluk. En zo verliezen we het contact met de onmiddellijkheid en de verwondering die we als kind gekend hebben. Zen haalt je, als het goed is, weer terug naar die onmiddellijkheid en verwondering, naar de ‘is-heid’, de rauwe aanwezigheid van ieder moment van het dagelijks leven. En als je daar weer terugkomt, merk je dat geen concept je houvast kan bieden.Want concepten verdelen het Nu alleen maar verder en verhinderen zelfs de minste vorm van zuiver waarnemen. Misschien zijn alleen zen-anecdotes conceptloos genoeg om je aandacht weer naar het zuivere waarnemen terug te brengen en je er van bewust te laten worden dat alles één vloeibaar en naadloos geheel is. Ze nodigen je uit om alles los te laten dat kan worden betwijfeld, en te zien wat er dan overblijft. Wat boven elke twijfel verheven is, blijft zonder moeite overeind.

 

Zenmeesters (maar ook advaitaleraren als Ramana Maharshi of Atmananda Krishna Menon) zeggen: als je op zoek gaat naar de kenner of het kennen dat weet dat ‘ik er ben’, vind je niets om je aan vast te houden, en toch vind je dan alles. Want je ‘er zijn’ is onomstotelijk, en op het moment dat alle antwoorden, verklaringen en meningen verdwijnen en zelfs het adagium ‘Ken uzelf’ geen soelaas meer biedt, blijft alleen nog niet-weten over. Vanuit zijn eigen kijk op het leven kwam de Portugese dichter Pessoa tot dezelfde conclusie:

 

Van de plant zeg ik: ‘het is een plant’,


van mijzelf zeg ik: ‘dit ben ik’,


en meer zeg ik niet.


Wat valt er nog meer te zeggen?

 

Inderdaad, wat valt er nog meer te zeggen?

 

Toch heb ik de behoefte gevoeld om er desondanks iets over te zeggen. Ik heb dat uitsluitend voor mezelf gedaan, want steeds als ik ga zitten om te schrijven, stap ik het onbekende binnen; stap ik met één teen het niet-weten in. En net als dat niet-weten op zijn donkerst en koudst is, heeft het licht de neiging uit zichzelf tevoorschijn te komen.

 

Hetzelfde geldt voor creativiteit. Ook die komt uitsluitend voort uit niet-weten. Zodra iemand denkt een bepaalde kunstvorm werkelijk goed te beheersen, houdt hij op kunstenaar te zijn. De ware kunstenaar is altijd bezig met beginnen en afwachten wat er gaat gebeuren. Shunryu Suzuki gaf zijn bekendste boek niet voor niets de titel Zen Mind, Beginners Mind mee. Zo kon ook een prachtig gedicht als De visser van Ma Yuan van Lucebert ontstaan. En zo heeft het schrijven me in zekere zin gered door me toegang te verschaffen tot dat onbekende gedeelte van mezelf dat buiten alle concepten valt. Het bood me de gelegenheid om het conceptuele masker te laten vallen en mezelf te zien zoals ik werkelijk ben, en niet alleen als het zieke lichaam dat zich zo vaak deed gelden. Op het moment dat we de waarheid leren vertellen, zien we onszelf nooit meer op dezelfde manier. De spiegel breekt en het licht kiert naar binnen.

 

De opeenstapeling van ziekten en aandoeningen waar ik de afgelopen jaren mee te kampen heb gekregen (geheugenverlies, huidkanker, slaapstoornissen, hartstilstand) hebben het breken van de spiegel alleen maar vergemakkelijkt en de scheur in het glas groter gemaakt, waardoor er nog meer licht naar binnen kon komen. De rust en helderheid van de zenmeesters en –dichters maakte er een schitterend licht van dat me op ongekend intense wijze bewust maakte van mijn eigen onwetendheid, en wellicht ook die van de lezer – zoals uit het verhaal over meester Yakusan en meester Sekito moge blijken.

 

Toen zenmeester Yakusan zat te mediteren, vroeg een andere meester, Sekito, aan hem: “Wat ben je aan het doen?” “Helemaal niets”, antwoordde Yakusan. “Zit je niet volkomen leeg te zijn?”, vroeg Sekito. “Als ik volkomen leeg zou zitten zijn, zou ik iets aan het doen zijn”, zei Yakusan. Daarop zei Sekito: “Zeg me dan wat je niet zit te doen.” Yakusan antwoordde: “Duizend wijzen zouden die vraag nog niet kunnen beantwoorden!”

 

____________________________________

 

ZEN en de kunst van het kijken | Han van den Boogaard | Samsarabooks | gebonden, 120 pag. | 
€ 17,90

 

____________________________________

Naar het artikelenoverzicht