BZO19Atoewijding

BewustZijn Online

Erik Schutten

is begeleider van mensen en organisaties bij loopbaan- en ontwikkelingsvraagstukken bij het ITIP school voor leven en werk. Daarnaast is hij ondernemer en eigenaar van Bureau de Poort (www.bureaudepoort.nl). Op het gebied van professionele ontwikkeling op het werk biedt het ITIP diverse opleidingen en trajecten aan. We noemen hier ‘Bezieling in je Loopbaan’, ‘Werken uit eigen kracht’ en ‘De juiste maat’.c www.itip.nl

Reacties of vragen zijn meer dan welkom op erik@itip.nl.

____________________________________

De radicaal andere weg: Toewijding

 

Veel mensen geloven in motivatie. Als we gemotiveerd zijn doen we met plezier en resultaatgericht ons werk, is de gangbare gedachte. Maar wat doen we wanneer onze motivatie opdroogt? In mijn werk als loopbaanbegeleider en in het werkveld om me heen zie ik dat veel mensen op den duur tegen dezelfde vraag aanlopen: ‘Waar doe ik het voor?’ Vanuit het steeds weer zoeken naar nieuwe prikkels kunnen we geen bevredigend antwoord meer vinden.

 

Enkel motivatie leidt uiteindelijk niet tot vreugde, creativiteit en vervulling. Ik denk dat toewijding een zinvollere benadering is, toewijding als verlenging van motivatie. Reflectie op het begrip toewijding is behulpzaam voor mensen die met deze vraag in hun werk rondlopen. En ook voor mensen die begeleiding en coaching bieden aan andere mensen en daarbij geïnspireerd willen blijven. In dit artikel vertel ik over de keerzijde van motivatie en hoe je als individu en als organisatie de condities voor toewijding kunt creëren.

 

De keerzijde van motivatie

Bij motivatie kennen we een onderscheid tussen interne en externe motivatie. Het begrip motivatie heeft te maken met het Engelse ‘to move’, in beweging komen. Je kunt in beweging komen door redenen die van binnenuit komen (interne motivatie) of door prikkels buiten je (externe motivatie). Je gaat iets doen, je bent gemotiveerd om iets te bereiken, een bepaald resultaat. Het handelen is dan op iets gericht. Mensen zijn gemotiveerd zo lang het resultaat een bepaalde beloning inhoudt. Dit kan zijn in termen van materiële winst of een goed gevoel.

Maar het probleem met motivatie is vaak dat het na verloop van tijd afneemt. Je raakt gewend aan bepaalde resultaten of aan de hoeveelheid geld die je verdient. Vanuit motivatie gezien kun je dan proberen om een nieuwe prikkel te creëren. Stel, je hebt een cliënt die een jaar geleden begonnen is met een nieuwe baan. Hij vindt het steeds minder leuk en hij merkt ook dat er steeds meer haken en ogen zitten aan zijn projecten, wat onderdeel is van de realiteit. Het ligt dan in de lijn der verwachting dat je cliënt zich anders gaat verhouden tot zijn werk. Vaak ontstaat er dan een soort ‘winstverliesrekening’ in zijn hoofd. Hier speelt motivatie een belangrijke rol. Hij is meer gaan verdienen, is zich meer in het werk gaan verdiepen en hij is gegroeid in de rol van senior. Tot dat moment is er nog steeds voldoende balans in geven en nemen en valt er tot nog genoeg te halen. Maar op een gegeven moment komt er steeds meer ontevredenheid en weerstand. Hij denkt ‘wat heb ik nog te verwachten, ik heb het allemaal al eens gezien en wat levert het me nog op?’

 

Het punt van verzadiging

Hier komen we op het punt dat enkel motivatie tekortschiet en er vaak geen andere mogelijkheid overblijft dan je te verhouden tot de alledaagse realiteit. Als je in zo’n fase belandt, waarin je het gevoel hebt ‘het allemaal al eens gezien te hebben’, dan kun je besluiten hier af te haken en weer iets nieuws te gaan zoeken, zoals: afleiding in amusement, meer geld, schijnzeggenschap, een nieuwe motor, et cetera. Net zoals organisaties vanuit de motivatiegedachte bijvoorbeeld gaan nadenken over nieuwe beloningssystemen, waarvan de hoop is dat deze de motivatie toch blijven prikkelen.

Het is opvallend om te zien hoe de reclamewereld hier ook een appèl op doet: steeds weer nieuw, meer en anders. Als je deze weg blijft inslaan, kom je op een verzadigingspunt, een gevoel van onvervulbaarheid. Het patroon is steeds hetzelfde en gebaseerd op de motivatie om steeds weer in beweging te komen om een bepaald resultaat te bereiken. Een bekende en veelvoorkomende weg in onze westerse wereld, waarin economisch denken en kapitalisme (nog steeds) hoogtij vieren.

 

De andere weg: Toewijding

Een radicaal andere weg is die van ‘toewijding’. Ik ben zelf met het begrip toewijding in aanraking gekomen toen ik een paar jaar als zelfstandige had gewerkt en nadacht over mijn verdere professionele ontwikkeling. Ik merkte dat ik op dat punt aankwam waarop ik bij mijn vorige werk in gesprek kon gaan over nieuwe taken en carrière ontwikkeling. Nu moest ik dat gesprek met mezelf hebben en ik vroeg mij af hoe ik mijn werk levend kon houden? Het besef drong tot me door dat het erop aankwam me op een dieper niveau met mijn werk te verbinden en te onderzoeken wat ik van daaruit te geven had en wat ook meer vervullend voor mezelf zou zijn. En dat alles los van de te behalen resultaten, uitdagingen of beloningen. Toen kwam ik op een denkspoor dat ik later heb samengevat met het begrip toewijding.

 

Toewijding is een weg die begaanbaar wordt als je leeft naar je persoonlijke waarheid, naar je persoonlijke bestemming. Hierbij verhoud je je niet tot bovengenoemde in het voorbeeld door gericht te blijven op expansie of door af te haken. Toewijding ligt in het verlengde van intrinsieke motivatie maar gaat een slag verder. Het begint bij de vraag waar je nu (-) gelukkig van wordt, wat je eigenlijk zou willen in je werk en wat je wilt aanbieden vanuit jezelf. Welk (soort) werk past echt bij wie je bent, van binnenuit? Kortom: Waar doe ik het voor? Als je hier bij stilstaat, komt er een besef dat jouw handelingen niet primair gericht kunnen zijn op het verkrijgen van opbrengsten en resultaten (ook al zijn deze er in overvloed), laat staan afhankelijk zijn van de waardering van anderen over wat jij doet. Bij toewijding realiseer je juist dat het gaat om wat jij graag wilt geven, wilt uitdrukken of vorm wilt geven in jouw werk en in je leven. Als je in contact bent met wie je écht van binnen bent, kun je van hieruit handelen.

 

Het lastige is dat toewijding niet geforceerd kan worden, maar je kunt het wel faciliteren, uitnodigen. Dit geldt op individueel niveau, maar ook op organisatorisch niveau is het mogelijk om de juiste voorwaarden voor toewijding te scheppen. Ik zal hier iets over zeggen aan de hand van drie begrippen, ofwel condities voor toewijding: rust, bezieling en zingeving.

 

Conditie 1: Rust

Een rustige gemoedstoestand helpt bij het verleggen van de focus van de buitenwereld naar de binnenwereld. Het maakt dat je losser komt van je dagelijkse beslommeringen. Ga maar eens na hoe het voelt om drie weken vakantie te hebben. Meestal begint dat met een mate van afkicken, het loskomen uit het ritme van het dagelijkse leven. Hoe vaak worden mensen niet eerst ziek als ze met vakantie gaan? Als deze fase voorbij is, ontstaat er even een leegte. We vervelen ons wat en raken een beetje stuurloos, los van de gedrevenheid van het normale leven. Maar al snel ontstaat er zin om iets te doen, van binnenuit. Vanuit de rust ontstaat dan iets wat we prettig vinden.

Waarom zouden we onze eigen behoefte alleen in een vakantie serieus nemen? Als we stiller worden van binnen horen/voelen we duidelijker onze werkelijke behoeften. Deze gedachte gaat fundamenteel in tegen alle opvattingen en handelingen van ons dagelijks leven. De wereld is veelal gericht op winst, actie, doen, resultaat, vertier, vul maar in. Juist door ons daarop te richten, gaan we aan onze eigen kern voorbij. Door rust te nemen, komen we met onze eigen kern en behoeften in contact. Dat betekent niet dat we niets doen. We kunnen dit al faciliteren door bijvoorbeeld lege momenten in de agenda te creëren en zorg te dragen voor ontspanning op een prettige manier. Maar ook als organisatie kun je momenten in een jaar plannen waarin rust en bezinning meer dan productie centraal staat.

Zo kan, zoals Hans Wopereis dat in zijn boek Het licht en de Korenmaat zo mooi noemt een ‘scheppende leegte’ ontstaan. (Ten Have, 2009, p. 241)

 

Conditie 2: Bezieling

Vanuit deze rust, krijg je meer contact met je kernbehoeften en kun je steeds meer jouw bezieling herkennen. Wopereis: ‘Bezieling kan eigenlijk nooit worden gevonden in de actie zelf, in het werk. Bezieling druk je uit in je werk.’

Zo kan er een andere, een heel persoonlijke en authentieke beweging op gang komen. Op dit punt merk je waardoor je geïnspireerd raakt en waar je in beweging begint te komen. Het vraagt durf om deze beweging te volgen en te uiten. Gedurende ons leven hebben we nogal ons best gedaan om dit juist niet te doen. Er is een heel arsenaal aan redenen ontstaan waarom we dit niet doen: het levert te weinig op, het is niet concreet genoeg, we zijn niet goed genoeg of we vinden het gewoon eng. We kijken wel uit onze kop boven het maaiveld uit te steken. Het vraagt dan ook echt moed, liefde en toewijding om deze van binnenuit gevormde beweging volop in te zetten en te blijven volgen. En als je dit doet ontstaat er een toenemend gevoel dat je gedragen wordt door iets dat groter is dan jij tot nu toe was, een ‘flow’ die ik bij mezelf herken, en die ik ook zie bij cliënten die ik begeleid.

In een organisatie kun je deze conditie faciliteren door momenten van bezinning, reflectie en visievorming in te bedden in de gangbare cycli.

 

Conditie 3: Zingeving

De derde conditie voor toewijding is zingeving: iets heeft zin als iemand er voor zichzelf waarde aan ontleent. Gaat het bij bezieling om de beweging, bij zingeving gaat het om de werking hiervan op je omgeving. Bij alles wat je doet, is de vraag gerechtvaardigd ‘waar doe ik het voor?’ Bij het stellen van deze vraag is het belangrijk je af te vragen welke betekenis de handeling heeft voor jezelf. Krijg je er zin in? Het valt hierbij voor te stellen dat je antwoord anders zal zijn op deze vraag als je regelmatig rustmomenten inbouwt en stilstaat bij jezelf of waar je mee bezig bent, dan wanneer je vanuit de waan van de dag deze vraag aan jezelf stelt.

 

Tegelijkertijd heeft iets ook pas zin als de (directe) omgeving er de waarde van inziet of ergens enthousiast van wordt (er zin in krijgt), zoals het gezin, het team, de organisatie. Hier ligt echter ook een valkuil op de loer. Gevoelens van erbij willen horen en van waardering kunnen een rol gaan spelen. Je wilt betekenis hebben voor jouw omgeving. Het is van belang om hier een goede balans in te vinden tussen geven en nemen. Je dient ervoor te waken dat je hier niet jezelf kwijtraakt in je behoefte erbij te willen horen of gewaardeerd te willen worden. Dit gaat dan immers weer ten koste van jouw eigen authenticiteit en bezieling.

 

De oogst van toewijding: vervulling en creativiteit

Als je aandacht schenkt aan deze voorgaande principes van rust, bezieling en zingeving besef je meer wie je van binnenuit bent en wat je van daaruit te bieden hebt. Als je dit gaat ervaren, wordt je werk steeds meer een vorm waarin je dit op creatieve wijze uitdrukt. En er begint in toenemende mate een besef te ontstaan dat je dit niet alleen voor jezelf doet maar hierbij ook dienstbaar bent aan je omgeving. Je bent onderdeel van een groter geheel. Dit geeft een gevoel van vervulling en tevredenheid.

 

Vanuit je eigen kern te dienen heet dan toewijding. We dienen dan aan onze eigen waarheid die verschillende lagen kent. We realiseren ons vaak niet dat de vraag ‘Waar doe ik het voor?’ een hele essentiële vraag is. Door toegewijd te zoeken naar wat voor jou als waarheid -jouw kern- wordt ervaren, geef je antwoord op de vraag ‘waar doe ik het voor?’ En krijg je zicht op hoe je je verhoudt tot het grotere geheel. Dit gaat over zingeving.

 

Door je te richten op deze vraag betreed je ook een spiritueel pad. Zo kennen alle grote spirituele tradities op de een of andere manier een vorm van toewijding.

De Boeddha zou volgens Sogyal Rinpoche hebben gezegd ‘Echte toewijding is een voortdurend openstaan voor de waarheid. Echte toewijding is geworteld in ontzag en een eerbiedige dankbaarheid die tevens helder, aards en intelligent is. Als je echt contact kunt maken met je hart en met je eigen bron dan welt er een golf van vreugdevolle dankbaarheid op ten aanzien van de waarheid. Dat gevoel is authentiek, ongekunsteld, oprecht en is geworteld in een steeds terugkerende onmiskenbare innerlijke ervaring, een direct helder herkennen.’ (Het Tibetaanse boek van leven en sterven’, Servire, derde druk, blz. 131).

 

Dit gegeven vind ik heel inspirerend. Het gaat hier over het herkennen van de ware natuur, je eigen bron. En door je hierop te richten, kom je meer en meer uit bij wie je echt bent. Is dat niet geweldig? Is dat niet het geluk waar je ten diepste naar verlangt? Deze bron is vrij, helder en onmetelijk ruim. Je kunt je voorstellen dat als je van hieruit uitdrukking kunt geven aan je werk, je een enorme inspirerende werking kunt hebben op jezelf én je omgeving!

Hoe groter je toewijding is, hoe groter je openheid voor jouw eigen potentie die in je ware natuur (zie begrip hierboven) zit. De toegang hiertoe kan groeien naarmate je jezelf hier meer voor opent. Je kunt je vanuit jouw eigen kern, of bron, verhouden tot je werk, je collega’s, je leidinggevende en de organisatie waar je (eventueel) deel van uitmaakt. Dit leidt tot een toenemende vitaliteit, vreugde, creativiteit én tevredenheid in je leven en werk.

 

Wanneer organisaties voor deze toewijding van hun medewerkers een bedding zouden creëren, krijgt de organisatie beschikking krijgen over een groot creatief vermogen en een vermogen om organischer mee te bewegen op de eisen die deze tijd (ook de economische tijd) stelt.

Mijn ervaring als begeleider van mensen en organisaties met loopbaanvraagstukken is dat beiden dan beter in staat zijn eigen antwoorden te vinden op niet alleen de vraag ‘Waar doe ik het voor?’ Maar ook op: ‘Waar doen wij het voor?’ Medewerkers zetten zich intrinsiek meer in en voelen zich meer verbonden met de organisatie. Er is meer bewegingsbereidheid, vanuit eigen kracht en talent. Het zelforganiserend- en probleemoplossend vermogen wordt vergroot. Tegelijkertijd neemt ook de sensitiviteit naar de omgeving toe. Immers ‘Waar doe ik het voor?’ is niet beantwoord met: ‘Alleen voor mijzelf.’ Mensen worden empathischer en zullen zich meer afstemmen op de behoeften van de omgeving. Als organisatie kun je dat faciliteren door ruimte bieden voor reflectie en ontwikkeling met het oog op de drie condities ‘rust, bezieling en zingeving.’ Dit begint bij de top van een organisatie en gaat door tot de individuele medewerkers. Het leidt altijd tot toenemende vitaliteit, inspiratie en een gezondere organisatie.

____________________________________

Naar het artikelenoverzicht