BZO19Ahoeiksoefismeomarmde

BewustZijn Online

Door Alex Dijk

____________________________________

Hoe ik soefisme omarmde

 

Masha Snow is een dichter en documentairemaker uit Siberië. Ik kwam haar tegen tijdens een van mijn adempauzes op straat in Nijmegen, waar ik regelmatig ronddwaalde na inspirerende filosofiecolleges. Ze kwam op mij af, sprak mijn naam en brak de wolk van gedachten waarin ik mij voortbewoog open met haar ogen.

 

In de korte tijd die ik met haar doorbracht heeft zij eens terloops laten vallen dat ze dacht dat ik het soefisme wel interessant zou vinden. Dat was de allereerste keer dat ik er iets over hoorde. Ze plaatste die opmerking als een voetnoot in een verhaal dat geheel ergens anders over ging en het bleef toen verder onbesproken.

 

De laatste keer dat ik Masha zag bezocht ik haar en haar vriend in zijn appartement in Utrecht. Jorge heette hij, een Colombiaans wiskundige, gespecialiseerd in elfdimensionale wiskunde. Ergens tijdens de uitwisseling van interesses en wetenswaardigheden die gepaard gaat met het leren kennen van nieuwe mensen, liet ook Jorge het woord ‘soefisme’ vallen. Ineens schoot mij een lied te binnen dat ik had gehoord in de kerk in Brummen, het dorp waar ik opgroeide. Daar was ooit een groep rondtrekkende muzikanten te gast, en één van de nummers die zij brachten had mij bijzonder geraakt. Ik wilde het graag met Masha delen (en ook wel een beetje met Jorge), maar kon niet meer op de naam van de componist of de titel komen. Ik googlede daarom op de tekst van het nummer, die had ik wel onthouden: ‘Don’t worry about saving these songs, and if one of our instruments breaks, it doesn't matter, we have fallen into the place where everything is music.’ Zo kwam ik erachter dat dit lied gebaseerd was op een gedicht van Jalal ad-Din Rumi: één van de meest prominente soefi’s uit de wereldgeschiedenis.

Masha is inmiddels verdwenen. Haar telefoonnummer is afgesloten, haar e-mail werkt niet meer en ik heb geen nieuw adres. Ik heb me erbij neergelegd dat zij mijn deus-ex-machina was. In korte tijd had ze mij het een en ander te melden - om daarna weer van het toneel te verdwijnen.

 

Vlak daarna werd mijn studie bruusk onderbroken. Het was 2009, ik was toegelaten tot de research master filosofie, een tweejarig onderzoekstraject, op grond waarvan ik - dacht ik - in aanmerking kwam voor een extra jaar studiefinanciering. Ik had er echter geen rekening mee gehouden dat de uiterste studietermijn van 10 jaar verstreken was. Begin september belde de Informatie Beheer Groep uit Groningen om mij dat duidelijk te maken, en ineens was ik geen veelbelovende filosofiestudent meer maar werkzoekende. Ik knoopte baantjes als barman, meubelsjouwer en trouwambtenaar aan elkaar, en meldde me aan als vrijwilliger bij BewustZijn Magazine, waar ik als journalist mijn schrijfspieren warm hield.

In september 2010 ontving de redactie het bericht dat Pir Zia Inayat Khan, hoofd van de Internationale Soefi Orde, naar Nederland zou komen en dat hij bovendien beschikbaar was voor een interview. Ik greep de kans om mij in deze traditie te verdiepen met beide handen aan. Ik las mij in in de materie, deed wat research op internet, en zocht de geschiedenis uit van degene die ik zou interviewen, zoals ik dat gewend was te doen. Dergelijke voorbereidingen sloot ik altijd af met het opschrijven van een aantal vragen. Dit keer kwamen er echter geen vragen, maar rolde er een gedicht uit mijn pen:

 

What may I ask another man? Wat kan ik nou een ander vragen?

To hand me down another truth Mij een andere waarheid te geven

Than that I know he speaks to me Dat die gesproken wordt

When questions I would cease to ask? Wanneer ik met mijn vragen stop?

Let me instead then dance with you Loop liever met me mee de dansvloer op

The air we breathe will tell it all Waar onze adem spreken zal

The many tales of mind and heart Van dat wat in ons hoofd en hart

That yield through us Via ons de klank versterkt

The echo Van de echo

Of the echo Van de echo

Of the echo Van de echo

 

Mijn ontmoeting met Pir Zia was buitengewoon. Eerst was ik getuige van zijn voordracht in het Sufi Centrum in Den Haag en na afloop had ik een ruim anderhalf uur durend één-op-één gesprek met hem. Ik voelde me veilig genoeg om het vraaggesprek te laten beginnen met het voordragen van bovenstaand gedicht, en dat opende de weg naar een relatie die tot de dag van vandaag standhoudt. Ik ontmoette een uiterst integere man, die oprecht verslag deed van wat hij probeerde te doen; iemand die zijn woorden koos met een ongekende mate van zorgvuldigheid. Het raakte en inspireerde me. Ik vergat al mijn vroegere lessen over journalistieke objectiviteit, en stelde mij dienstbaar op, juist door mijn lezers voor te gaan in een zo diep mogelijke persoonlijke verbintenis met het onderwerp. Het resultaat was een lang interview, dat begin 2011 in twee delen werd gepubliceerd.

 

Het was mij nog niet eerder (en sindsdien nooit meer) overkomen, dat ik iemand heb horen spreken over spiritualiteit zonder daarbij te denken ‘ja, interessant, maar...’. Het totale gebrek aan pogingen mij als toehoorder van een standpunt of inzicht te overtuigen, zorgde ervoor dat ik vrij was geheel op eigen houtje het soefisme verder te verkennen. Wat volgde werd daarmee ook gewaarborgd als werkelijk mijn eigen ontdekking.

Het basisidee van het Universeel Soefisme is dat alle profeten, meesters, heiligen en geleerden verwant zijn aan elkaar. En dat ieder van hen zijn of haar variant van één en dezelfde boodschap brengt in de vorm die precies geschikt is voor de tijd en plaats waarin zij of hij leeft. Alle religies, wetenschappen, tradities: het zijn allemaal lenzen om naar één en dezelfde werkelijkheid te kijken. Zowel het vieren van de diversiteit als het verkennen van de overeenkomsten heeft zin: deze boodschap spreekt mij erg aan.

 

Na mijn interview met Pir Zia vond ik een soefi-gids in de buurt; een leermeester die mij direct coacht, oefeningen geeft en helpt met vragen. Ik schreef me in bij de Suluk Academy te Parijs, een door Pir Zia opgerichte school ter verdieping in de leer van het soefisme, waar ik begin 2013 afstudeerde. Daar bouwde ik een internationaal netwerk aan vrienden op, en via die weg werd ik gevraagd om mee te werken aan de publicatie van de broneditie van het complete werk van Pir-o-Murshid Hazrat Inayat Khan: de grootvader van Pir Zia en grondlegger van het Universeel Soefisme. Bovendien help ik 's zomers mee met het opbouwen, runnen en weer afbreken van een prachtig soefi-kamp in de bergen van Zwitserland. Gedurende vier weken komen daar soefi’s en hun vrienden van over de hele wereld bijeen voor lezingen, meditatie, muziek en het inspirerende berglandschap - een traditie die al voortleeft sinds begin jaren '60.

 

2016 belooft een bijzonder jaar te worden. Het werk dat ik aan mijn verbintenis met het soefisme heb overgehouden, stelde mij in staat mijn master filosofie weer op te pakken. Mijn plan is nu om eind mei mijn scriptie af te ronden. Het ‘ik’ in het licht van de 12e eeuwse soefi-filosoof Suhrawardi speelt daarin een belangrijke rol. Als dat project af is, ben ik van plan mijn huur op te zeggen en de wereld in te trekken. Te beginnen in Camp Zenith, Zwitserland...

____________________________________

Naar het artikelenoverzicht